De woordenvanger van Hamelen


De klanken die uit de diepte naar boven zweven komen mij bekend voor en ik stop om te luisteren, het duurt even eer ik één van de favoriete liedjes van mijn moeder zaliger herken. Een liedje dat ze vroeger altijd voor mij zong als het voorbij kwam,

Take a look at you and me,
Are we too blind to see,
Do we simply turn our heads
And look the other way


Klinkt het met een licht Duitse tongval. Ik sluit mijn ogen om even weg te zinken in het moment. Dat ene, magische moment waarop ik het licht van de langzaam stervende zon mijn rug voel verwarmen terwijl een lichte bries mij zachtjes kust met een vage belofte van verkoeling en ik weer even mijn bij mijn moeder kan zijn. Samen met haar kan zijn in een verstilt moment buiten de tijd, een moment waarop zij niet dood is en ik weer een jongetje van een jaar of negen ben.

Als de laatste tonen van “In the ghetto” wegsterven en er een beschaafd applaus opstijgt uit de Biergarten in de verte open ik mijn ogen weer en neem een slok water. Nog even laat ik de magie van het buiten de tijd zijn op mij inwerken als ik de wijnranken die zich uitstrekken tot aan de dorpsrand een kleine honderd meter beneden mij in stilte observeer.

De muziek is weer begonnen, deze keer lijkt de ongeziene zanger alleen begeleid te worden door een akoestische gitaar. Weer is het een melodie die voor een tintelend gevoel van herkenning zorgt maar die ik niet meteen weet te plaatsen. Als vanzelf neurie ik mee terwijl ik overvallen wordt door een melancholisch en nostalgisch gevoel. Opeens vind ik de woorden of beter gezegd: vinden ze mij, en ik fluister ze mee terwijl de euforie mijn hart laat steigeren in mijn borstkas

Lonely rivers flow
To the sea, to the sea
To the open arms of the sea, yeah
Lonely rivers sigh
“Wait for me, wait for me”
I’ll be coming home, wait for me

Fluister ik met een steeds breder wordende glimlach.… Lees gerust door

Deurklink

Ik reik naar de deurklink maar mijn hand blijft er vlak boven zweven als ik nog even door een spleet tussen de gordijnen naar binnen gluur. Haar profiel wordt verlicht door het gele licht van een eenzame schemerlamp die de lijnen in haar gezicht verzacht. Godverdomme. Ik haat mijzelf om wat ik ga doen, maar dat gaat mij niet weerhouden.

Zij verdient zoveel beter dan dit, zoveel beter dan mij. Het feit dat zij dat zelf niet onder ogen wil of kan zien is juist een eenvoudige bevestiging hiervan. Ik kan eenvoudigweg niet van haar houden op de manier waarop zij dat van mij doet, en ik haat mijzelf om iets waar ik niets aan kan doen. Ik zou zo graag van haar houden op die allesomvattende, verslindende manier die je laat voelen dat dit échte liefde is. Ik zou verdomme tevreden kunnen zijn om mijn leven met haar te delen maar tevreden is voor mij niet goed genoeg. En zij verdient beter.

Ik kan niet eens van mij zelf houden, laat staan van haar.

Hoe breek je iemands hart op een manier die blijk geeft van compassie? Die simpele vraag heeft mij al nachten laten woelen in mijn bed terwijl de cijfers van de klok naast mij blijk gaven van het tergend langzaam verstrijken van weer een nacht. Een misselijkmakende stoot van adrenaline schiet door mij heen als ik nog een laatste keer alle moed en daadkracht die ik nog kan opbrengen probeer te verzamelen en mijn hand land dan eindelijk op de deurklink, het koude metaal een nuchtere bevestiging van het feit dat dit geen slechte droom is – slechts de kille werkelijkheid.

Ze draait zich om als ze hoort hoe ik de deur open, een liefdevolle glimlach op haar gezicht die als sneeuw voor de zon weer verdwijnt als ze de tranen op mijn wangen ziet.

Zon in haar ogen

De stilte die nu al eindeloos lijkt te duren voelt volstrekt niet storend of ongemakkelijk aan maar is slechts aanwezig. We staren zwijgend naar de ondergaande zon terwijl de vloedlijn steels dichterbij kruipt totdat ze onze tenen begint te kietelen.

Ik werp een terloopse blik naast mij en wordt voor de zoveelste keer getroffen door haar schoonheid. Onze blikken kruisen elkaar en ze werpt mij een glimlach toe waarvan ik mij beurtelings voel smelten en blozen als ware ik een klein schooljongetje. Ze laat zich lachend achterover vallen in het nog warme zand en kan ik niets anders doen dan mij naar haar toe draaien en mijn hoofd tussen haar prachtige borsten te laten landen.

Met gesloten ogen adem ik in door mijn neus en ik realiseer mij dat ik mij nog nooit zo thuis gevoeld als daar in dat moment. Op dat strand, onder die vreemde zon in een land en op een plek die zo vreemd en vertrouwd tegelijkertijd aanvoelen. Ik laat de mengeling van zonneband crème, zeezout en een hint van zweet op mij inwerken en als ik uiteindelijk dan mijn ogen open in mijn veiige oase van rust en warmte

Zie ik een weerspiegeling van de ondergaande zon in haar ogen.

Ergens in de nacht

Er was weer even
Een moment van zwakte en twijfel
Een gemis

Ik mis het om bij iemand te horen
Iemand te zijn om wie ze gaf
Om samen te zwijgen

De pijn is inmiddels wel verdwenen
Woede nam haar met zich mee
Leegte bleef om mij gezelschap te houden

Ergens in de nacht

Ben ik gaan lopen door de mist
Verdwaalde en kwam niet meer thuis

Mijn tred twijfelde en opeens

Had ik er opeens alles voor over
Om nog voor één keer

Met haar te kunnen praten
Over alles of misschien ook wel gewoon over
Helemaal niets.


Van die dingen

Mensen die geen masker op doen in de supermarkt “omdat ze het het dan maar verplicht moeten stellen¨. Ingehaald worden op de snelweg door iemand die dan voor je invoegt om vervolgens langzamer te gaan rijden dan jij reed waardoor je moet afremmen of inhalen.

Vrouwen die je matchen op Tinder om vervolgens niets te zeggen ondanks de “wie matched begint het gesprek!” in hun profieltekst. Honden die enthousiast recht op je afrennen om op het laatste moment af te buigen en je voorbij te rennen.

Regenbuien die stoppen op het moment dat je je eindelijk in je regenjas hebt weten te wurmen. Een schoen die pas bij de tiende plas gaat lekken. Die ene leuke serie op $streamingdienst die gecancelled wordt als jij net bent gaan kijken.

Dat ene spel op je console waar je maar niet verder komt, wat je ook probeert. Het luisterboek dat een irritante ruis heeft in één oor als je het via je headset wil luisteren. Die once in a lifetime foto die het toch nét niet is.

Dat zijn zo van die dingen die mij laten voelen dat de herfst er weer is – zowel buiten als in mijn hoofd.

Het meisje en de pony

Vermoeid staar ik naar het pannetje water dat op mijn gasbrander staat op te warmen. Campinglife. Ik heb koffie nodig. Heel erg. Een klim van 400 + meter bleek haalbaar maar een uitputtingsslag. Wie zou er ooit gedacht hebben dat bergwandelen toch eigenlijk best zwaar kan zijn?

Er beginnen zich langzaam maar zeker bubbeltjes te vormen op de bodem van het pannetje en ik sprokkel al even wat koffie en een paar suikerklontjes bij elkaar. Nog even. Mijn mijmeringen worden onderbroken door het geluid van hoefgetrappel in de verte. Hoefgetrappel?

Ik kijk omhoog en zie een sprietig meisje van een jaar of zeven over het pad mijn richting uit lopen, haar lange bruine haren in een vlecht. Ze praat voluit tegen de pony die ze naast zich mee sleept aan een touwtje. Het hoefgetrappel dat ik hoorde komt uit een speaker die blijkbaar verborgen zit in de buik van het paardje.

Om de paar meter klinkt er ook een hinnik als het meisje haar metgezel laat steigeren. Ik glimlach terwijl ik het tafereel aanschouw, de pan met water even vergetend. Voor heel even voel ik mij achterwaarts terugglijden naar lang vervlogen tijden toen ik zo oud was als zij nu is en mij ook volledig kon verliezen in mijn eigen fantasiewereld. Een kort moment van spijt dient zich aan als ik mij besef dat die jaren voorgoed vervlogen zijn in het meedogenloze verleden.

Als het meisje recht voor mij loopt is het weer tijd om te steigeren voor de pony, maar ze trekt iets te hard aan het touwtje waardoor het arme diertje omvalt. Ik versta haar niet maar de toon die ze bezigt tegen haar gevallen metgezel duidt op medelijden. Voordat ik het besef sta ik op, ren naar de pony en ga er op mijn knieën naast zitten terwijl ik één van de suikerklontjes die ik al in mijn handen had voorzichtig onder de bek van het paardje leg.… Lees gerust door

Ontdekkingsreis in het verleden

Uren lang verveeld in een bus met slecht werkende airco hangen. Nerveuze leraren die de kudde tevergeefs in bedwang proberen te houden. Een steelse blik op een saai programma, gevolgd door een besluit.

Zwart rijden met de metro. Wandelend langs de Arc de Triomph, Een wierrookstaafje en een steen op het graf van een te jong overleden held. Lachen om straatverkopers die hard wegrenden zodra er een politieagent om de hoek kwam.

Zwoegend de 700 treden van de Eiffeltoren beklimmen, en dan pas de lift vinden. Nog even naar de oude grijze dame na het zoveelste metro avontuur van die dag. Dan het witte marmer van het heilige hart , en een tekening op het nabijgelegen plein.

Uiteindelijk met veel te snel kloppend hart het verlossende zicht van een bus met gele nummerborden. Het verhitte hoofd van ongeruste leraren. En 28 jaar later de realisatie dat ik toch maar weer eens terug wil naar deze prachtige, vieze stad die toch een bepaalde aantrekkingskracht op mij lijkt te hebben.

Even stil

Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei herdenken wij allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.

Bijna iedere familie heeft wel één of meerde verhalen die handelen over de tijd vlak voor, tijdens en vlak na de tweede wereldoorlog. Verhalen over geweld, moed, honger en lijden. Ik zou er graag een andersoortig verhaal aan toe willen voegen.

Mijn vader is opgegroeid in een boerengat in Limburg, Montfort. Het dorp had de pech om op een strategische locatie te liggen, te weten nabij de Duitse grens en bij een belangrijk knooppunt van wegen. Tussen januari en maart 1945 lag er een frontlinie dwars door het dorp heen, het is verschillende keren gebombardeerd door zowel de Duitsers als de geallieerden. Van de 1700 inwoners zijn er meer dan 186 gesneuveld aan die bombardementen en van het historische centrum bleef niets over.

Bovenstaande is echter alleen context. Het verhaal dat ik wil vertellen gaat over een boerengezin met in totaal 4 kinderen, te weten Johannes (mijn vader), Ben, John en Zus. In 1940 werden er een drietal leden van de Wehrmacht (het reguliere leger van de Duitse bezetter dat grotendeels bestond uit dienstplichtigen) in de boerderij van dit boerengezin ingekwartierd. Helaas weet ik slechts van één van deze soldaten zijn naam, Heinrich.
De voornaamste taak die de soldaten toebedeeld werd was het in de gaten houden van de lokale bevolking en er zorg voor dragen dat alle bruikbare zaken (voedsel, levende have, brandstof) in beslag genomen werd zodat de Duitsers dit konden gebruiken.

Heinrich en zijn makkers hadden echter -zo gaat het verhaal van mijn vader- niet zo veel trek in al dat gedoe. Ze waren zelf opgegroeid op een boerderij niet heel ver naar het oosten en ze vonden dat de bevolking van Montfort ze niets misdaan had, waardoor hun sympathie uitging naar de mensen om hen heen die ook niet gevraagd hadden om deze bezettingsmacht.… Lees gerust door

Gemiste connectie

In gedachten verzonken loop ik over het bospad, als mijn blik even omhoog dwaalt zie ik pots een dansende bos krullen die aan een vrouw van een jaar of tien jonger dan mij toebehoren. Omdat ik naar het midden van het pad ben afgedwaald schuif ik op naar rechts om haar de ruimte te bieden en te voorkomen dat ze zich ongemakkelijk zou gaan voelen hier in het niemandsland op een paar kilometer van de bewoonde wereld.

Als mijn ogen haar gezicht vinden word ik even getroffen door haar open en vriendelijke blik die alleen maar versterkt lijkt te worden door haar stralende glimlach. We groeten elkaar terwijl we elkaar even recht in de ogen aankijken, en even is het alsof ze haar pas vertraagd. Ik open mijn mond, wil nog wat zeggen – maar er komt niets. Dus loop ik na een vriendelijke knik maar gewoon door terwijl de gedachtestroom door mijn hoofd maalt.

Doe iets. Zeg iets. Er is een connectie. Een ding.

We deelden een moment, zij en ik. Maar ik kan de moed en de woorden niet vinden, en dus is het enige geluid afkomstig van de fluitende vogels in het bos. ik weet onmiddellijk dat dit moment er één gaat zijn van spijt..

Een meter of vijftig later kijk ik nog even steels over mijn schouder, ietwat weemoedig. Zij deed blijkbaar hetzelfde, onze ogen ontmoeten elkaar nogmaals. We zwaaien.

En lopen door.

Poesje aaien

Het gemiauw klinkt bijna verontwaardigd als ik passeer en als vanzelf beantwoord ik de kat meteen. ‘Dag poes’, zeg ik. De kat staat op en paradeert parmantig met haar staart stokstijf recht omhoog een aantal keren voor mij langs en wrijft vervolgens een aantal keren tegen mijn benen voordat ze pardoes voor mij op haar rug neerploft, zeiknatte stoep of niet.

Ze draait haar witte buikje uitnodigend naar mij toe en ik zak rustig met uitgestoken hand op mijn knieën. Even aarzel ik, een kat over haar buik aaien is altijd wel een beetje russisch roulette spelen. Dan verman ik mij en kriebel haar zachtjes, een geste die beantwoord word met een laag spinnend geluid. Als vanzelf dwalen mijn gedachten even af naar mijn lieve Selene die ik al weer zo lang moet missen en even voel ik een traan. Terwijl ik daar zo zit aan de rand van mijn verdriet dringt zich plots een volstrekt puberale maar daarom een in het moment voor mij niet minder hilarische gedachte zich aan mij op:

Dit is dan in ieder geval voor het eerste kwartaal van 2020 het enige poesje dat ik zal mogen aaien.

Vrij

Voor mij dansen er twee led lampjes door het duister dat verder alleen onderbroken wordt door de zacht oranje straatverlichting. Het duurt even eer ik zie dat het twee fietsers zijn die mij licht slingerend tegemoet gefietst komen.

Als ze mij passeren kijk ik even op van mijn telefoon en zie een koppel van mijn leeftijd, hand in hand en verwikkelt in een ogenschijnlijk geanimeerd gesprek dat verder verloren gaat in de muziek die ik aan het luisteren ben. Als vanzelf kijk ik om en ik zie behalve het kinderzitje bij haar achterop nog net hoe ze even steels opzij kijkt naar de roos in haar rechterhand waarna ze even in haar partners hand knijpt terwijl ze naar hem toe buigt voor een kus op zijn wang – die net goed afloopt.

Ik wacht even op het gifgroene monster in mijn maag, maar dat heeft blijkbaar een avondje vrij genomen. Wel is er dat weeïge, lichte gevoel dat soms gepaard kan gaan met het observeren van andermans geluk.

Wederom geen kaartje of cadeaus voor mij deze Valentijn, maar ik realiseer mij dat dit geschenk zoveel meer betekenisvol is dan dat:

Ik ben weer vrij.

Zwarte haartjes

Het gekwebbel naast mij kabbelt eindeloos door maar ik ben al een minuut of tien geleden gestopt met daadwerkelijk luisteren naar de monoloog die grotendeels lijkt te bestaan uit negatieve bewoordingen over andere mensen. Een eigenschap die ik -zo realiseer ik mij vanmiddag niet voor het eerst- extreem onaantrekkelijk vind. Toch is dat niet wat mij vijf minuten na onze eerste kennismaking al heeft doen realiseren dat ook deze poging toegevoegd kan worden aan de “nee, no, njet, nein, nie, na, hayir, nej, näo” stapel.

Ietwat afgeleid bedank ik de serveerster die mij de tweede cappuccino van die middag komt brengen terwijl mijn ogen voor de zoveelste keer naar het gezicht van de nog steeds pratende vrouw dwalen en ik mijzelf voor de zoveelste keer verbaas over een aantal korte zwarte haartjes op haar bovenlip. Objectief bekeken is mijn gesprekspartner -hoewel deze eindeloze monoloog niet echt een gesprek te noemen is- niet onaantrekkelijk te noemen, ware het niet dat mijn blik de hele tijd naar de zwarte haartjes op haar bovenlip wordt getrokken als een tong naar een gat in een kies.

Als er dan ook nog een snerende opmerking over het bedienend personeel volgt neem ik een besluit; Ik roep de serveerster terug en vraag om de rekening wat de monoloog zowaar voor het eerst die middag abrupt onderbreekt terwijl haar ogen mij vragend aankijken. “Sorry, ik heb het idee dat we elkaars tijd zitten te verdoen – maar ik wens je een fijne dag verder” weet ik nog uit te brengen over mijn schouder als ik naar binnen loop om te betalen.

Zodra ik weer naar buiten loop is ons tafeltje reeds afgeruimd en valt er van de vrouw wiens naam ik vergeten ben maar waarvan de zwarte haartjes op haar bovenlip maar voor mijn geestesoog blijven spoken geen spoor meer te bekennen.

Karaktermoord

karaktermoord impliceert dat de aantijgingen geheel of gedeeltelijk onjuist zijn, maar door veelvuldige herhaling toch blijven hangen
(Arnold Grunberg)

In den beginne was er het woord..

En het woord werd intentie, gevolgd door je schepping. God, wat zal ik je gaan missen – maar je bent niet van mij; hoort niet bij mij. Vanavond is de avond dat ik je voorgoed uit mijn virtuele hof van Eden zal moeten laten gaan hoewel niet jij maar alleen ik in deze verwrongen versie van het scheppingsverhaal gegeten heb van de verboden vrucht waardoor ik nu weet heb van goed en kwaad.
Ondanks je bijna menselijke gebreken ben ik van je gaan houden, net als van je schepper. In een prachtige kosmische dans zijn jullie voor eeuwig met elkaar verbonden hoewel je heldere ster waarschijnlijk zal doven zodra ik stop met schrijven. Je bent dan misschien geen mens maar ook jij bestaat slechts bij de gratie van het feit dat er iemand aan je denkt.

Net als je schepper is je plaats echter niet meer hier. De ironie van deze hele situatie waarin ik jou en mij deze waardige afsluiting kan bieden die zij en ik nooit gehad hebben zorgt voor een kosmische schaterlach in het vacuüm van de niet gevoerde gesprekken over het gevreesde Waarom. Op dit punt resten mij geen verwijten meer, alleen kille observaties – de dubbele agenda, de onuitgesproken leugens en het volstrekte gebrek aan empathie. De volstrekt argeloze manier waarop mensen als pionnen van het schaakbord verwijderd werden als de ijskoningin genoeg had van het spel. Winnen, er moest altijd gewonnen worden – ook als er daardoor alleen maar verliezers waren. Gebruiken of gebruikt worden, dat was de vraag.

Ik vond en vind je prachtig, maar ook voor jou rest na de verbanning uit mijn hof van Eden alleen nog maar het kille zwarte niets van het niet-zijn.… Lees gerust door

Solstitium

De zonnewende (Latijn: solstitium oftewel zonnestilstand) is de gebeurtenis waarbij de zon, gezien vanaf de aarde, haar noordelijkste of zuidelijkste positie bereikt. Deze schijnbare beweging keert letterlijk om op het moment van de zonnewende.

(Bron : Wikipedia)

Alleen het geluid van mijn voetstappen doorbreekt de oorverdovende stilte van deze kerstavond. De etalages zijn donker, vanavond is er geen behoefte meer om de toevallige voorbijganger over te halen tot een laatste aankoop en dus zwijgt zelfs de verlichting voor even. Donker. Donkere etalages, donkere straten – donker in mijn hoofd. Ik zucht even en trek mijn sjaal wat hoger terwijl mijn ogen over de vochtige klinkers dwalen, vanavond vormen mijn voetstappen en de diffuse oranje weerspiegeling van de sporadische straatverlichting in de straatstenen voor even mijn enige gezelschap. Ik sla een hoek om en zie in de verte een stelletje innig gearmd lopen, haar hoofd op zijn schouder. Het beeld en het bijhorende besef raken mij als een mokerslag, het is weer zover:

Alleen.

Zoals bijna ieder jaar opnieuw vind iedereen de warmte bij elkaar in de vertrouwde en veilige geborgenheid van het gezin. Iedereen behalve ik. Even stop ik met lopen maar de verwachte golf van zelfmedelijden blijft tot mijn grote verrassing achterwege. Dat is een teken van vooruitgang besef ik mij terwijl ik weer begin te lopen. Mijmerend loop ik de laatste paar honderd meter richting mijn huis, open de portiekdeur en neem de trap naar de eerste verdieping. Terwijl ik door de hal richting mijn voordeur loop hoor ik opeens iets dat op een zacht gesnik lijkt achter de voordeur van mijn bijna buurvrouw. Als vanzelf stop ik met lopen om te luisteren, en ja: de typische hortende en stotende ademhaling van iemand die een huilbui probeert binnen te houden. Even dwaalt het beeld van de bewoonster van de flat voor mijn geestesoog, ik ben haar de afgelopen dagen een aantal keren tegengekomen terwijl ze haar hond uitliet, hoe zag ze er toen uit?… Lees gerust door

Monoloog

Jezus, het is best fris. Had ik niet een dikkere trui aan moeten doen? Een sjaal was misschien ook wel handig geweest, maar ach als we zo gaan lopen krijg ik het vanzelf wel warm. Wel mazzel met het weer na al die regen van de afgelopen dagen, ziet er naar uit dat het droog blijft. Shit, de muffins – heb ik die wel ingepakt? Misschien maar even kijken – oh nee wacht de spoorbomen gaan al dicht de trein kan nu ieder moment aankomen en ik wil er niet als een sukkel uitzien. Pfff krijg het er opeens warm van, even mijn rits een stukje opendoen. Ah, daar komt de trein al om de bocht, nog een minuut of twee en dan..dan weet ik het. Even tegen de paal leunen, dan kom ik wat meer casual over. Godver, waarom zo overdreven zelfbewust? Alle spontaniteit gaat zo verloren. Ik hoop dat ze net zo leuk is als via Signal..Zou ze mij wel leuk vinden? Heb ik mij niet leuker voorgedaan dan ik ben? Fuck wat heb ik een hekel aan dit gedoe. Trein is er bijna..wind is toch nog wat frisser dan ik dacht, snel rits maar weer dicht. Had ik niet beter mijn haren in een staart kunnen doen? Ik hoop dat de mijn luchtje lekker vind ruiken. Oeh, snel nog een pepermuntje. Misschien toch nog maar iets naar links, dan zie ik haar meteen zodra ze uitstapt. Heh, trein is bijna leeg ik zou haar eigenlijk nu al moeten kunnen spotten. Was ze dat? Nee, vast niet. Stopt dat pokkeding nog ooit? Ok, casual..casual. Diep ademhalen, blijf rustig. Ok amper mensen..Dat is ze niet, dat is ze niet. Ow daar , ja dat is ze! Mijn god ze is veel leuker dan ik dacht! Kut, wat moet ik doen?!… Lees gerust door

Huidhonger

Mijn plan stelde niet veel voor, het was niet eens echt een plan – ik stapte gewoon in en begon te rijden. Kilometer na kilometer werden opgeslokt door mijn motorkap om te worden uitgespuugd in mijn achteruitkijkspiegel terwijl ik gedachteloos op mijn stuur trommelde en meedreef op de muziek.
Stoppen deed ik pas een paar honderd kilometer later. ‘Verder’ hoorde ik een bekende stem in mijn achterhoofd corrigeren en een glimlach vond mijn lippen. Grappig hoe karaktertrekjes hun eigen levensweg kunnen doorlopen, van interessant via irritant naar een gemis.

Lopen deed de innerlijke dialoog die ik eindeloos voerde sinds het incident eindelijk verstommen in de eindeloze cadans van mijn voeten op het zandpad. De overheerlijke nazomerzon schitterde in de nagenoeg strakblauwe lucht die slechts onderbroken werd door een enkele uitwaaierende condensstreep van een passagiersvliegtuig dat op kilometers hoogte passeerde.

Ik vond een rustplaatst in een kuil, afgeschermd van de boze buitenwereld door wat eenvoudige begroeiing en de ijzeren wil om te verdwijnen. Eenmaal tot rust gekomen in mijn eigen microkosmos van zonneschijn, wind en mijn eigen gedachtenstroom kwam daar toch opeens het verlangen en het grote gemis. Een gemis aan nabijheid, intimiteit. Een blik, een knuffel. Een geur. Ik zocht in mijn hoofd naar een naam, en vond haar:

Huidhonger.

Waterkant

Ik zie hem al van ver staan op zijn plek daar aan de rand van wat eens een hofvijver was. Vuisten gebald, ogen gesloten en een gespannen uitdrukking op zijn gezicht. Roerloos, ongenaakbaar als rotsblok. Zijn pure aanwezigheid als een geschreeuwde uitdaging naar boven: “Hier sta ik!” De zon breekt even door en kust zijn gezicht met een verdwaalde lichtstraal maar hij lijkt het niet te merken – of hij negeert het ter faveure van zijn eigen innerlijke bespiegelingen.

Daar zit – besef ik mij terwijl ik achter hem afbuig en mijn eigen pad volg- een diepzinnige metafoor over het leven zelf in verborgen.

Uitbanning

Ik liet mijn adem gaan in een lange, bevrijdende zucht. Klaar. Niet dat ik de illusie had dat het vanaf hier alleen nog maar rozeschijn en manengeur (… ) ging zijn, maar het was klaar. Het zoeken naar excuses, het vergoelijken, de twijfels en mijn innerlijke strijd stopten daar en toen. Hoewel ik mijn eigen rol gespeeld had in het drama van de afgelopen jaren wis ik wel degelijk dat dit niet bij mij hoorde. Dit was allemaal van haar, zij is degene wiens leven beheerst wordt door angsten, dat van mij staat in het teken van zelfreflectie en de hang naar verbetering. Nog één keer keek ik in mijn spiegel en startte de motor. Het grind knarste onder de wielen van mijn auto en de lange reis naar huis en het volgende -waarschijnlijk aangenamere- hoofdstuk van mijn leven begon.

Immunity, long overdue
Contagion, I exhale you
Naive, I opened up to you
Venom in mania
Now, contagion, I exhale you


Terwijl ik mijzelf langzaam maar zeker overgaf aan de meditatieve staat waarin ik zo makkelijk terecht kom als ik achter het stuur van een auto zit dacht ik uiteraard aan haar terwijl de afstand tussen haar en mij iedere seconde groter werd. Aan wat ik achterliet. Nee, ik liet niets achter – ik bevestigde alleen voor mijzelf wat al enige maanden een voldongen feit was. Toen was daar de plotselinge realisatie: ik had wel degelijk dingen achter te laten, dingen die niet bij mij hoorden en die mij alleen maar afremden. Die mij klein hielden zoals deze naïeve relatiepoging van de afgelopen jaren mij ongewild en onbedoeld had klein gehouden. Daar was dan eindelijk het gif realiseerde ik mij. Het gif dat ook weg moest omdat het mij niets positiefs bracht, het verlamde mij alleen.

The deceiver says, he says
“You belong to me
You don’t wanna breathe the light of the others
Fear the light, fear the breath
Fear the others for eternity”
But I hear them now, inhale the clarity
Hear the venom,

The venom in what you say
Inoculated
Bless this immunity

“Adem uit.… Lees gerust door

Groeven

Als ik de bocht om kom zie ik hoe hij liefdevol wat haren achter haar oor strijkt zodat ze niet langer voor haar gezicht hangen, zoals ik dat ook al zo vaak gedaan heb bij vrouwen waar ik om gaf – vaak in tijden van verdriet. Soms als een teken van genegenheid. Beide zijn een jaar of tien, misschien vijftien, ouder dan ik. Zij zit enigszins zijdelings zodat ik haar profiel goed kan zien. Haar gezicht wordt getekend door de groeven van ouderdom en een diep verdriet terwijl ze hem aankijkt en iets tegen hem zegt.

Hij duikt enigszins in elkaar alsof ze hem geslagen heeft en geeft antwoord op verontschuldigende toon, ik kan niet verstaan wat hij zegt door de muziek die via mijn headset mijn oren instroomt.

“All that I’m to do
Calculating steps away from you
My own mitosis


hoor ik terwijl ik een bankje waar twee fietsen naast staan passeer. Het koppel merkt mij niet op, volledig geabsorbeerd door hun eigen gesprek. Een steelse blik opzij leert mij dat beiden inmiddels in stilte naar het water zitten te staren, en weer zie ik die groeven. Het is opmerkelijk hoe verdriet en zorgen hun fysieke sporen weten achter te laten in iemands gezicht bedenk ik mij, ik zie het ook nog bijna dagelijks terug in mijn eigen badkamerspiegel. Snel loop ik door, wil de wat ongemakkelijk aanvoelende scene snel achter mij laten omdat ik mij een indringer voel – een ongewenste toeschouwer bij een Shakesperiaans drama.

Als ik een klein half uur later het bos uit kom zie ik haar weer staan, ze staat aan de straatkant met haar fiets aan de hand naar de rug van haar snel wegfietsende voormalige gesprekspartner te staren. Haar schouders schokken, ze huilt. Dan lijkt de vrouw zichzelf te vermannen, stapt op en fietst een andere richting uit.… Lees gerust door

Ik heb van je gedroomd vannacht

Ik heb van je gedroomd vannacht,

En even was weer alles goed
We waren op de vlucht – niet voor elkaar
Niet voor de tijd
Maar voor de apocalyps

Ik heb van je gedroomd vannacht,

We zaten naast elkaar
Zij aan zij – onze vingers vervlochten
Ik reed en jij las kaart
We lieten samen alles achter

Ik heb van je gedroomd vannacht,

En er was geen verdriet
We waren weer één – net als toen
Achter ons verging de wereld
Maar wij hadden elkaar

Ik heb van je gedroomd vannacht,

Eindelijk waren we ver genoeg
Ik stopte de auto – drukte een kus op je lippen
Nog een laatste omhelzing
Voordat het einde daar was.

Eyes of secret storm and story
Show and tell, we’ll make it through
Onus Fate and Undo Odium
Armor, anchor, lead and stone

By the telling
May they become
May they all be feathers

A Perfect Circle – Feathers

Resetknop

We kijken elkaar recht in elkaars ogen aan terwijl ik het spaghettibandje van je jurk voorzichtig over je schouder omlaag trek. Je glimlacht als je mij plagerig achterover op mijn bed duwt en op mij gaat zitten, je prachtige figuur scherp afgetekend tegen de zomerzon. Ik open mijn mond op iets te zeggen maar je smoort mijn woorden voordat ik ze kan uitspreken. Nee, woorden zijn niet nodig – niet voor ons. Niet nu.
Ik ken je amper maar de chemie tussen ons twee is bizar, ik voel mij tot je aangetrokken als een maan tot zijn moederplaneet. Er is geen sprake van liefde, dit is pure onversneden lust waar we ons zonder enig voorbehoud aan overgeven.

Ik rol je op je rug nadat we elkaar van onze laatste kledingstukken hebben ontdaan en bewonder je naakte lijf. Je bent prachtig zoals je daar vol zelfvertrouwen ligt te wachten. Mijn mond begint aan de lange, trage weg naar beneden met zoveel omwegen als ik maar kan opbrengen en ik begin je zachtjes in je zij te kietelen als ik je zachtjes voel kronkelen onder mijn zoektocht. Plagerig zoen ik je op je navel en zak weer iets verder omlaag, op zoek naar de resetknop.

Er zijn dingen die ik in de afgelopen jaren heb moeten missen, en tot nu wist ik niet hoe erg. Als mijn lippen de jouwe vinden en ze voorzichtig spreiden voel ik hoe je huivering zich ook van mij meester weet te maken, je fluistert zachtjes wat je van mij wil en ik realiseer mij dat er niets onder de zon zo opwindend is als een vrouw die weet wat ze wil en hoe ze dat kan krijgen – een vrouw die in controle kan zijn door de controle te laten gaan. Mijn tong vind dan eindelijk de resetknop en terwijl ik je nagels in mijn schouders voel wegzinken verdwijnt het laatste restje weemoed uit mijn hoofd als haar plaats wordt ingenomen door rauwe wellust.… Lees gerust door

Zonder zijwieltjes



Ik laat los en voel mijn hart in mijn maag zakken als je heftig begint te slingeren. “Doortrappen, dan komt de stabiliteit vanzelf!” Roep ik nog naar je brede rug terwijl ik hijgend stop met meerennen. Ik kijk je na en de ironie van de situatie ontgaat mij niet. Vier decennia later zijn de rollen omgekeerd, ik leer jou fietsen in plaats van jij mij.

Vreemd genoeg herinner ik mij nog hoe het was. Hoe ik uiteindelijk snoeihard op mijn snufferd ging omdat ik trots omkeek of jij wel zag dat ik écht alleen fietste, zonder zijwieltjes. “Blijf voor je kijken!” Roep ik nog terwijl je slingerend de hoek om en uit zicht verdwijnt. Ik sjok richting de straathoek en kijk je na. Je revalidatie gaat voorspoedig verzekeren de experts mij, maar ik ben er niet gerust op. Er is iets in je geknakt, ik voel en zie dat iedere dag dat ik bij je ben.

Je bent bang en onzeker, en ik doe mijn uiterste best om je te ondersteunen waar ik kan maar ik vraag mij regelmatig af of dat wel genoeg is. Het zit in de kleine dingen zoals het gemak waarmee je opeens mijn hulp wil aannemen. De manier waarop je soms peinzend voor je uit zit te staren met een lege blik als je denkt dat ik niet kijk. Ondanks onze verschillen gaat mijn hart naar je uit, ik wil je zo graag helpen..

Maar uiteindelijk is leven en revalideren net als leren fietsen: het weglaten van de zijwieltjes vormt de ultieme test.

Iedere stap

Met iedere stap die ik zet laat ik je verder achter mij. Iedere stap voert mij verder bij je weg, en soms – heel soms twijfel ik. Is dit wel de juiste weg? Zal ik niet verdwalen? Wil ik wel weglopen?
Maar dan herinner ik het mij weer. Hoe het was, dat einde. De vernedering van het opzij geschoven worden, weggewuifd worden alsof ik een lastige vlieg was. De snauw, de nauwelijks verholen dreiging. De minachting.

De stilte.

En dus zet ik maar weer en stap, en nog één en nog één. Met iedere stap verwijder ik mijzelf nog verder van een ongezonde situatie die niet had hoeven zijn. Iedere stap dwingt mij ook ook mijn eigen verantwoordelijkheid onder ogen te zien en op te nemen. Met iedere stap die ik zet sta ik mijzelf toe om alles wat er tussen ons is gebeurd te laten inkleuren door het einde, om op die manier tot een bevredigende conclusie te komen die niet perse waar hoeft te zijn. Iedere stap een nieuwe reden, een nieuwe verklaring.

En stilte.

In gedachten zie ik een streep verschijnen, de streep waar jij allang overheen was. Ik nader hem met iedere stap totdat het tijd is voor de laatste, beslissende schrede. Uit het niets komt er opeens de gedachte aan een bijna kinderlijk naïef manifest opduiken uit de nevel van mijn verleden:

heb onvoorwaardelijk lief
speel geen spelletjes
durf kwetsbaar te zijn
woorden zijn geen wapens
geloof in de ander als in jezelf
geniet van iedere seconde
alles gaat voorbij

Halverwege mijn allerlaatste stap laat ik mijn voet hangen. Nee, dit is niet wie ik wil zijn. Iedere stap voert mij dan misschien wel bij jou weg, maar hij zou mij naar mijn toekomstige ik moeten voeren die ik wil zijn. En wil ik deze persoon echt zijn?… Lees gerust door

Sommige mensen voelen de regen, de rest wordt alleen maar nat

(vrije vertaling van de prachtige quote van Roger Miller)

“Met wie spreek ik?” Klinkt het omfloerst aan de andere kant van de lijn als mijn vader de telefoon doorgeeft. “Met mij mam, je zoon. Met Maurice.” antwoord ik in het dialect en er valt even een stilte. “Dag Maurice, hoe is het eigenlijk met je?”
Die simpele vraag voelt als een vuistslag in mijn maag. Terwijl ik mijn hersenen pijnig op zoek naar een acceptabel antwoord hoor ik mijn vader iets fluisteren waarop mijn moeder een snibbige “Dat weet ik heus wel” als antwoord geeft waarna ze weer tegen mij begint te praten met semi dubbele tong. “Ik hoorde dat je vandaag jarig bent..Maurice was het toch? Dus ik moet je even feliciteren van die vent hier naast mij die beweert je vader te zijn. Gefeliciteerd, hoe oud ben je geworden?”

De tranen stromen inmiddels voluit over mijn wangen maar ik kan en wil een glimlach niet onderdrukken. De kanker en de medicatie hebben veel van mijn moeders persoonlijkheid weggeslagen, maar ze is en blijft een weerbare vrouw – ook al rest er slechts nog een schaduw van de vrouw die ze eens was. Haar geheugenverlies en het volledige gebrek aan remmingen binnen sociale contacten versterken elkaar behoorlijk als het gaat om het creëren van uiterst pijnlijke situaties die tegelijkertijd hilarisch kunnen zijn, maar ik lijk de enige van ons gezin te zijn die het zo ervaart.

Ik bedank mijn moeder met zoveel warmte in mijn stem als ik kan opbrengen en er ontspint zich een wat ongemakkelijk gesprek over mijn dag en wanneer ik eindelijk weer eens op bezoek kom (“ik was er gisterenavond nog mam, ik ben er morgen weer”) waarbij de moed mij steeds meer in de schoenen zinkt. Het beetje bravoure dat ik weer had weten te stimuleren in mijzelf verdwijnt als sneeuw voor de zon terwijl het harde besef inzinkt:

Dit verwarde, pijnlijke en incoherente gesprek zal de laatste verjaardagswens zijn die ik ooit van mijn moeder zal ontvangen.… Lees gerust door

Keuzevrijheid

Enigszins geïrriteerd staar ik naar de tegelvloer voor de kassa. Ik wil hier weg, ik heb het om te beginnen al niet zo op supermarkten en mijn tijd verdoen in de rij voor de kassa omdat voor mij iemand staat te treuzelen is al helemaal niet mijn ding. Ongewild krijg ik iets mee van het gesprek van mijn voorgangster met het kassameisje, de vrouw staat erop om een fooi te geven die de medewerkster eigenlijk niet wil aannemen – zo blijkt uit het voorzichtige tegensputteren.
Omdat ik zoals gewoonlijk naar de grond sta te staren is het eerste dat mij opvalt aan de vrouw voor mij haar schoenen. Zwarte, glimmende instappers. Versleten aan neus en achterkant. Mijn blik dwaalt wat omhoog en ik zie een zwarte panty met ladders, gevolgd door een zwarte korte broek. Even later vinden mijn ogen haar gezicht en even voel ik een steek in mijn maag, het is overduidelijk het gezicht van een (herstellende) verslaafde. Ik kan moeilijk onder woorden brengen waar ik dat zo duidelijk aan kan zien, maar het is iets in het gezicht, de blik in haar ogen..Ze zal ongeveer van mijn leeftijd geweest zijn maar haar gezicht zag er veel doorgroefder uit dan het mijne, en dat – laten we eerlijk zijn – is inmiddels ook al geen babyface meer. En dat komt niet alleen door mijn baard.

Voor mij gaat het ongemakkelijke gesprek tussen de vrouw en de puber achter de kassa door. De fooi is na een erg ongemakkelijke scene geaccepteerd, de boodschappen kunnen dus ingepakt worden. De vrouw blijft maar praten, overduidelijk opgelaten en gestrest. Vanuit mijn vroegere ervaringen met verslavingszorg (stage) weer ik er toevalligerwijze wel het één en ander vanaf en in mijn hoofd begint het verhaal -er is altijd een verhaal, of dat nu klopt of niet- zich te vormen.… Lees gerust door