Archetypisch

Ik mis je, ook al weet ik niet eens zeker of je wel bestaat. Je hebt wel bestaan ( al was het misschien alleen maar in mijn hoofd) zoveel is zeker: ik ben je immers al zeker twee keer -met een beetje goede wil drie keer- tegengekomen tijdens de lange wandeling op mijn levenspad. Dat is misschien al meer dan veel andere mensen kunnen zeggen afgaande van wat ik om mij heen zie en heb zien gebeuren.

Je bent de Animus naast mijn Anima, mijn tegenpool en misschien wel het missende stukje van mijn eeuwig groeiende en veranderende puzzel. De puzzel die ik steeds scherper zie naar mate mijn ogen zachter worden maar waarvan de randen blijven vervagen en vervormen, grillig groeiend als onkruid naast een snelweg.

Het is grappig om te merken hoe ik nog altijd balanceer tussen intellectus ectypus en intellectus archetypus; met aan de ene kant mijn onverwoestbare vertrouwen in de wetenschap, het kenbare en meetbare universum waarin alles een afdruk of haarscherpe kopie van een meetbare te doorgronden werkelijkheid is en aan de andere kant het deel van mij dat nog altijd in Plato’s grot naar de schaduwbeelden op de rotswand staat te staren terwijl zijn fantasie de vrije loop krijgt. En het is precies op die momenten waarop ik de balans dreig te verliezen dat ik je mis.

Je bent te vinden in iedere glimlach van een vrouw die ik passeer op straat, in het zachte licht van de ondergaande zon en in de tekst van dat ene liedje. Je verstopt je in kunst, literatuur of een voorbij waaiende wolk. Ik mis je, meer dan je kan weten..en niet alleen omdat je niets meer of minder bent dan een archetype. Je bent de Moeder, de Minnares – maar als het Meisje ook de vaste gezel van mijn innerlijk jongetje.… Lees gerust door

Wachten op het donker

Eigenlijk ben ik ontroostbaar, maar door op papier naar mezelf te knipogen bestrijd ik de kortademigheid van de ziel en het gevoel langzaam te stikken.

Theo van Gogh, Wassenaerse brieven

De trein doorklieft in betrekkelijke stilte de mistflarden voor ons terwijl aan de andere kant van het raam waar mijn hoofd tegenaan rust de buitenwereld langzaam maar onverbiddelijk ontwaakt. Ik staar in de verte, meer gefocussed op de mist dan op het donkere landschap dat zwijgend aan mij voorbijtrekt hoewel de verlichting van een sporadische lantaarnpaal in de verte soms een welkome herinnering vormt aan wat je met een beetje goede wil de menselijke beschaving zou kunnen noemen – en aan die goede wil ontbreekt het mij niet meer.

Het rode knipperlicht van een spoorwegovergang flitst voorbij terwijl ik nog wat dieper wegzak in mijn stoel. “Summer is miles and miles away/ And no one would ask me to stayZingt een melodieuze stem met een licht Scandinavische tongval in mijn oren. Het is weer herfst en dus wordt mijn muziekkeuze weer wat melancholischer: The Cure, Opeth (Damnation!), Spinvis. Muziek om bij weg te dromen, die een hint van de naderende Grote Dood in de levende natuur om ons heen met haar meedraagt zonder dat de muziek zich daar per se aan over geeft.

Terwijl de trein onverstoorbaar naar mijn bestemming raast en een fletse maan voorzichtig probeert om door de mist heen te breken realiseer ik mij plots wat er veranderd is.. Normaal gesproken zat ik in oktober te wachten. Te wachten op het donker. Te wachten op mijn depressie, het moment waarop er een grauwe sluier over mijn gedachten heen getrokken werd en al het licht gedempt werd door de zwarte deken van een mentale verdoving. Te wachten op de dagen waarop ik mij met een glimlach door mijn dag heen sleep om ‘s avonds in stilte op de bank voor mij uit te zitten staren.… Lees gerust door

Bitterzoet

Je lacht
Op een koude ochtend in September
Terwijl de zon beloftevol trilt
Boven een verlaten snelweg
Ergens in een land
Waar niemand ons verstaat

Ik zie
Heupen in een zomerjurk
Dansend op het ritme van een bries
Stenen treden als een stille getuige
Dat alles eeuwig is
Maar dat de details langzaam eroderen

Een frons
Als de eerste heraut
Van het naderende onheil
De oorverdovende stilte slaat ongenadig toe
Tijd en afstand blijken relatief
In het licht van een zwarte zon

Ik herinner
Mij je lach, soms die heupen in een zomerjurk
In een land waar niemand ons begreep
Nu rest slechts de glimlach om wat was
Niet meer het verdriet
Om wat had kunnen zijn.






Rondjes

Twee-en-veertig. Dat is behalve het antwoord op “de ultieme vraag over het Leven, het Universum, en Alles” ook het aantal stappen dat ik zet om de helft van mijn rondje te lopen. Daar stop ik even, draai mij om en observeer één voor één de mensen die op hun stoel naar hun telefoon zitten te staren. De enigszins gezette man op de derde stoel aan mijn linkerzijde lijkt wat zweetdruppels op zijn voorhoofd te hebben staan – even wachten.

Nee, vals alarm. Alsnog kijk ik even op de klok om de tijd vast te leggen, neem de man nog even goed in mij op en loop verder. Een ietwat onzekere vrouw klampt mij aan met een vraag die ze ook beantwoord had kunnen krijgen door de poster rechtsachter mij even te bekijken maar ik geef haar met een vriendelijke glimlach – ook al ziet ze die niet achter mijn mond-neusmasker – antwoord en wijs haar de juiste weg. Ik knik even naar mijn collega aan de overzijde en loop weer verder. We passeren elkaar halverwege en ze knipoogt even naar mij.

Rondjes. Acht uur lang rondjes lopen. Dat is wat we doen.

Een verpleegkundige klampt mij aan, en voordat ze een woord gesproken heeft loop ik al mee om samen met haar achter een gordijn te verdwijnen waar een moeder meewarig naar haar huilende tienerdochter staat te kijken. Mijn oog valt op het shirt dat het meisje draagt en ik steek mijn wijsvinger en pink even omhoog in een universeel gebaar. Er breekt zowaar even een waterig glimlachje door en ik bied haar aan om even in mijn arm te knijpen terwijl ik een verhaal afsteek over mijn eigen tienerjaren en een concert van $band. Ze knikt even naar de GGD medewerkster en even later begeleid ik moeder en dochter naar een rustig plekje achterin de zaal, geef de dames een bekertje water en begin weer aan een rondje.… Lees gerust door

De meeste mensen deugen

Ik was het even kwijt aan het begin van dit jaar. Voor mij waren het niet zozeer de Lockdown of de social distancing die mij nekten, maar een zelfverkozen afdaling in de negen cirkels van de wappie-hel, als ware ik een verwaterde versie van Dante zelve. En hoewel mijn reis omlaag in de krochten van het internet bij vlagen inderdaad op een gitzwarte komedie leek (het goddelijke ontbrak helaas) sijpelde er toch gif naar binnen.

Het begon allemaal toen één van mijn beste vrienden op een dieptepunt van zijn leven terechtkwam en vervolgens in het doolhof van de complottheorieën de weg terug naar huis niet meer kon vinden. Uiteindelijk moest ik hem met pijn in mijn hart laten gaan, om de eenvoudige reden dat hij niet meer te bereiken was in de overdrachtelijke zin van het woord én omdat iedereen ultiem gezien het recht heeft om zijn of haar leven in te richten en te leven zoals het hem of haar goeddunkt. Daar geloof ik heilig in.
De mensen die mij kennen weten echter dat “dingen laten gaan” niet per se mijn best ontwikkelde eigenschap is als het om relaties in de breedst mogelijke betekenis van het woord gaat. (Waar dit blog af en toe tussen de regels door een getuige van is..).

Dus ik volgde hem waar mogelijk op gepaste afstand. Via Facebookgroepen, Instagram, Twitteraccounts en telegramcommunity’s. Ik vertrouwde op mijn natuurlijke scepsis en hang naar de wetenschappelijke methode, en dat werkte – grotendeels. Er is geen moment geweest dat ik daadwerkelijk begon te geloven in één of meerdere complottheorieën, maar het gif..dat bleek een brug te ver. Een schip zinkt niet omdat het omringt wordt door water maar ten gevolge van de druppels die naar binnen sijpelen…

Ik verloor mijn vertrouwen in de mensheid. Dat klinkt groot, misschien zelfs melodramatisch – maar dat is wat er gebeurde.… Lees gerust door

Ik (her)opende mijn derde oog…

..en wat ik zag zal je verbazen! Therapeuten van over de hele wereld proberen achter zijn geheim te komen maar als je hier de white paper download kan je meteen zelf aan de slag!!!

Do not try this at home. Do not try this at all, zelfs.
En lees vooral “Over dit blog en de auteur” nog even als je dat nog niet gelezen mocht hebben.

Ogen dicht. Geest open.

De woorden stromen als de druppels van een rivier door mijn hoofd, ik probeer ze te grijpen maar besef al snel dat het volledig tevergeefs is. Ik bevind mij op een plek waar woorden tekortschieten, waar ze in het spotlicht verschrompelen tot een armzalig surrogaat van de werkelijkheid die ze pogen te omschrijven. Nee, hic sunt dracones. Draken die alle vormen van betekenis voorbij zijn.

Nou ja, draken.. caleidoscopen. Geometrische patronen. Beelden die zichzelf opbouwen als hologrammen vanuit een eenzaam klein lichtpuntje dat als een singulariteit achter mijn gesloten ogen opbloeit. Hoewel mijn ogen dicht zijn zie ik meer dan ooit tevoren, ik zweef en zwem in volledige verwondering door de meest prachtige patronen en lichtschakeringen zonder mijzelf ook maar voor een seconde te verliezen. Tijd verliest zijn contextuele waarde terwijl ik mij wentel in de visioenen die mijn brein in zijn verruimde toestand moeiteloos aan mij weet voor te schotelen.

Ogen open. Geest in rust.

Even focus ik mijzelf weer en open mijn ogen terwijl ik de beelden van mijn derde oog even laat voor wat ze zijn. De frisse nachtlucht draagt een voorzichtige belofte van de winter met haar mee en streelt mijn wangen zachtjes. Er borrelt een diepe lach op vanuit mijn buik die ik niet in kan houden en weldra rol ik gierend van de lach over het gras. Midden in een globale pandemie in het holst van de nacht ldoor bos en weilanden gaan wandelen terwijl de drieletterige Soma door mijn aderen giert is zó erg iets voor mij..… Lees gerust door

De woordenvanger van Hamelen


De klanken die uit de diepte naar boven zweven komen mij bekend voor en ik stop om te luisteren, het duurt even eer ik één van de favoriete liedjes van mijn moeder zaliger herken. Een liedje dat ze vroeger altijd voor mij zong als het voorbij kwam,

Take a look at you and me,
Are we too blind to see,
Do we simply turn our heads
And look the other way


Klinkt het met een licht Duitse tongval. Ik sluit mijn ogen om even weg te zinken in het moment. Dat ene, magische moment waarop ik het licht van de langzaam stervende zon mijn rug voel verwarmen terwijl een lichte bries mij zachtjes kust met een vage belofte van verkoeling en ik weer even mijn bij mijn moeder kan zijn. Samen met haar kan zijn in een verstilt moment buiten de tijd, een moment waarop zij niet dood is en ik weer een jongetje van een jaar of negen ben.

Als de laatste tonen van “In the ghetto” wegsterven en er een beschaafd applaus opstijgt uit de Biergarten in de verte open ik mijn ogen weer en neem een slok water. Nog even laat ik de magie van het buiten de tijd zijn op mij inwerken als ik de wijnranken die zich uitstrekken tot aan de dorpsrand een kleine honderd meter beneden mij in stilte observeer.

De muziek is weer begonnen, deze keer lijkt de ongeziene zanger alleen begeleid te worden door een akoestische gitaar. Weer is het een melodie die voor een tintelend gevoel van herkenning zorgt maar die ik niet meteen weet te plaatsen. Als vanzelf neurie ik mee terwijl ik overvallen wordt door een melancholisch en nostalgisch gevoel. Opeens vind ik de woorden of beter gezegd: vinden ze mij, en ik fluister ze mee terwijl de euforie mijn hart laat steigeren in mijn borstkas

Lonely rivers flow
To the sea, to the sea
To the open arms of the sea, yeah
Lonely rivers sigh
“Wait for me, wait for me”
I’ll be coming home, wait for me

Fluister ik met een steeds breder wordende glimlach.… Lees gerust door

Deurklink

Ik reik naar de deurklink maar mijn hand blijft er vlak boven zweven als ik nog even door een spleet tussen de gordijnen naar binnen gluur. Haar profiel wordt verlicht door het gele licht van een eenzame schemerlamp die de lijnen in haar gezicht verzacht. Godverdomme. Ik haat mijzelf om wat ik ga doen, maar dat gaat mij niet weerhouden.

Zij verdient zoveel beter dan dit, zoveel beter dan mij. Het feit dat zij dat zelf niet onder ogen wil of kan zien is juist een eenvoudige bevestiging hiervan. Ik kan eenvoudigweg niet van haar houden op de manier waarop zij dat van mij doet, en ik haat mijzelf om iets waar ik niets aan kan doen. Ik zou zo graag van haar houden op die allesomvattende, verslindende manier die je laat voelen dat dit échte liefde is. Ik zou verdomme tevreden kunnen zijn om mijn leven met haar te delen maar tevreden is voor mij niet goed genoeg. En zij verdient beter.

Ik kan niet eens van mij zelf houden, laat staan van haar.

Hoe breek je iemands hart op een manier die blijk geeft van compassie? Die simpele vraag heeft mij al nachten laten woelen in mijn bed terwijl de cijfers van de klok naast mij blijk gaven van het tergend langzaam verstrijken van weer een nacht. Een misselijkmakende stoot van adrenaline schiet door mij heen als ik nog een laatste keer alle moed en daadkracht die ik nog kan opbrengen probeer te verzamelen en mijn hand land dan eindelijk op de deurklink, het koude metaal een nuchtere bevestiging van het feit dat dit geen slechte droom is – slechts de kille werkelijkheid.

Ze draait zich om als ze hoort hoe ik de deur open, een liefdevolle glimlach op haar gezicht die als sneeuw voor de zon weer verdwijnt als ze de tranen op mijn wangen ziet.

Zon in haar ogen

De stilte die nu al eindeloos lijkt te duren voelt volstrekt niet storend of ongemakkelijk aan maar is slechts aanwezig. We staren zwijgend naar de ondergaande zon terwijl de vloedlijn steels dichterbij kruipt totdat ze onze tenen begint te kietelen.

Ik werp een terloopse blik naast mij en wordt voor de zoveelste keer getroffen door haar schoonheid. Onze blikken kruisen elkaar en ze werpt mij een glimlach toe waarvan ik mij beurtelings voel smelten en blozen als ware ik een klein schooljongetje. Ze laat zich lachend achterover vallen in het nog warme zand en kan ik niets anders doen dan mij naar haar toe draaien en mijn hoofd tussen haar prachtige borsten te laten landen.

Met gesloten ogen adem ik in door mijn neus en ik realiseer mij dat ik mij nog nooit zo thuis gevoeld als daar in dat moment. Op dat strand, onder die vreemde zon in een land en op een plek die zo vreemd en vertrouwd tegelijkertijd aanvoelen. Ik laat de mengeling van zonneband crème, zeezout en een hint van zweet op mij inwerken en als ik uiteindelijk dan mijn ogen open in mijn veiige oase van rust en warmte

Zie ik een weerspiegeling van de ondergaande zon in haar ogen.

Ergens in de nacht

Er was weer even
Een moment van zwakte en twijfel
Een gemis

Ik mis het om bij iemand te horen
Iemand te zijn om wie ze gaf
Om samen te zwijgen

De pijn is inmiddels wel verdwenen
Woede nam haar met zich mee
Leegte bleef om mij gezelschap te houden

Ergens in de nacht

Ben ik gaan lopen door de mist
Verdwaalde en kwam niet meer thuis

Mijn tred twijfelde en opeens

Had ik er opeens alles voor over
Om nog voor één keer

Met haar te kunnen praten
Over alles of misschien ook wel gewoon over
Helemaal niets.


Van die dingen

Mensen die geen masker op doen in de supermarkt “omdat ze het het dan maar verplicht moeten stellen¨. Ingehaald worden op de snelweg door iemand die dan voor je invoegt om vervolgens langzamer te gaan rijden dan jij reed waardoor je moet afremmen of inhalen.

Vrouwen die je matchen op Tinder om vervolgens niets te zeggen ondanks de “wie matched begint het gesprek!” in hun profieltekst. Honden die enthousiast recht op je afrennen om op het laatste moment af te buigen en je voorbij te rennen.

Regenbuien die stoppen op het moment dat je je eindelijk in je regenjas hebt weten te wurmen. Een schoen die pas bij de tiende plas gaat lekken. Die ene leuke serie op $streamingdienst die gecancelled wordt als jij net bent gaan kijken.

Dat ene spel op je console waar je maar niet verder komt, wat je ook probeert. Het luisterboek dat een irritante ruis heeft in één oor als je het via je headset wil luisteren. Die once in a lifetime foto die het toch nét niet is.

Dat zijn zo van die dingen die mij laten voelen dat de herfst er weer is – zowel buiten als in mijn hoofd.

Het meisje en de pony

Vermoeid staar ik naar het pannetje water dat op mijn gasbrander staat op te warmen. Campinglife. Ik heb koffie nodig. Heel erg. Een klim van 400 + meter bleek haalbaar maar een uitputtingsslag. Wie zou er ooit gedacht hebben dat bergwandelen toch eigenlijk best zwaar kan zijn?

Er beginnen zich langzaam maar zeker bubbeltjes te vormen op de bodem van het pannetje en ik sprokkel al even wat koffie en een paar suikerklontjes bij elkaar. Nog even. Mijn mijmeringen worden onderbroken door het geluid van hoefgetrappel in de verte. Hoefgetrappel?

Ik kijk omhoog en zie een sprietig meisje van een jaar of zeven over het pad mijn richting uit lopen, haar lange bruine haren in een vlecht. Ze praat voluit tegen de pony die ze naast zich mee sleept aan een touwtje. Het hoefgetrappel dat ik hoorde komt uit een speaker die blijkbaar verborgen zit in de buik van het paardje.

Om de paar meter klinkt er ook een hinnik als het meisje haar metgezel laat steigeren. Ik glimlach terwijl ik het tafereel aanschouw, de pan met water even vergetend. Voor heel even voel ik mij achterwaarts terugglijden naar lang vervlogen tijden toen ik zo oud was als zij nu is en mij ook volledig kon verliezen in mijn eigen fantasiewereld. Een kort moment van spijt dient zich aan als ik mij besef dat die jaren voorgoed vervlogen zijn in het meedogenloze verleden.

Als het meisje recht voor mij loopt is het weer tijd om te steigeren voor de pony, maar ze trekt iets te hard aan het touwtje waardoor het arme diertje omvalt. Ik versta haar niet maar de toon die ze bezigt tegen haar gevallen metgezel duidt op medelijden. Voordat ik het besef sta ik op, ren naar de pony en ga er op mijn knieën naast zitten terwijl ik één van de suikerklontjes die ik al in mijn handen had voorzichtig onder de bek van het paardje leg.… Lees gerust door

Ontdekkingsreis in het verleden

Uren lang verveeld in een bus met slecht werkende airco hangen. Nerveuze leraren die de kudde tevergeefs in bedwang proberen te houden. Een steelse blik op een saai programma, gevolgd door een besluit.

Zwart rijden met de metro. Wandelend langs de Arc de Triomph, Een wierrookstaafje en een steen op het graf van een te jong overleden held. Lachen om straatverkopers die hard wegrenden zodra er een politieagent om de hoek kwam.

Zwoegend de 700 treden van de Eiffeltoren beklimmen, en dan pas de lift vinden. Nog even naar de oude grijze dame na het zoveelste metro avontuur van die dag. Dan het witte marmer van het heilige hart , en een tekening op het nabijgelegen plein.

Uiteindelijk met veel te snel kloppend hart het verlossende zicht van een bus met gele nummerborden. Het verhitte hoofd van ongeruste leraren. En 28 jaar later de realisatie dat ik toch maar weer eens terug wil naar deze prachtige, vieze stad die toch een bepaalde aantrekkingskracht op mij lijkt te hebben.

Even stil

Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei herdenken wij allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.

Bijna iedere familie heeft wel één of meerde verhalen die handelen over de tijd vlak voor, tijdens en vlak na de tweede wereldoorlog. Verhalen over geweld, moed, honger en lijden. Ik zou er graag een andersoortig verhaal aan toe willen voegen.

Mijn vader is opgegroeid in een boerengat in Limburg, Montfort. Het dorp had de pech om op een strategische locatie te liggen, te weten nabij de Duitse grens en bij een belangrijk knooppunt van wegen. Tussen januari en maart 1945 lag er een frontlinie dwars door het dorp heen, het is verschillende keren gebombardeerd door zowel de Duitsers als de geallieerden. Van de 1700 inwoners zijn er meer dan 186 gesneuveld aan die bombardementen en van het historische centrum bleef niets over.

Bovenstaande is echter alleen context. Het verhaal dat ik wil vertellen gaat over een boerengezin met in totaal 4 kinderen, te weten Johannes (mijn vader), Ben, John en Zus. In 1940 werden er een drietal leden van de Wehrmacht (het reguliere leger van de Duitse bezetter dat grotendeels bestond uit dienstplichtigen) in de boerderij van dit boerengezin ingekwartierd. Helaas weet ik slechts van één van deze soldaten zijn naam, Heinrich.
De voornaamste taak die de soldaten toebedeeld werd was het in de gaten houden van de lokale bevolking en er zorg voor dragen dat alle bruikbare zaken (voedsel, levende have, brandstof) in beslag genomen werd zodat de Duitsers dit konden gebruiken.

Heinrich en zijn makkers hadden echter -zo gaat het verhaal van mijn vader- niet zo veel trek in al dat gedoe. Ze waren zelf opgegroeid op een boerderij niet heel ver naar het oosten en ze vonden dat de bevolking van Montfort ze niets misdaan had, waardoor hun sympathie uitging naar de mensen om hen heen die ook niet gevraagd hadden om deze bezettingsmacht.… Lees gerust door

Gemiste connectie

In gedachten verzonken loop ik over het bospad, als mijn blik even omhoog dwaalt zie ik pots een dansende bos krullen die aan een vrouw van een jaar of tien jonger dan mij toebehoren. Omdat ik naar het midden van het pad ben afgedwaald schuif ik op naar rechts om haar de ruimte te bieden en te voorkomen dat ze zich ongemakkelijk zou gaan voelen hier in het niemandsland op een paar kilometer van de bewoonde wereld.

Als mijn ogen haar gezicht vinden word ik even getroffen door haar open en vriendelijke blik die alleen maar versterkt lijkt te worden door haar stralende glimlach. We groeten elkaar terwijl we elkaar even recht in de ogen aankijken, en even is het alsof ze haar pas vertraagd. Ik open mijn mond, wil nog wat zeggen – maar er komt niets. Dus loop ik na een vriendelijke knik maar gewoon door terwijl de gedachtestroom door mijn hoofd maalt.

Doe iets. Zeg iets. Er is een connectie. Een ding.

We deelden een moment, zij en ik. Maar ik kan de moed en de woorden niet vinden, en dus is het enige geluid afkomstig van de fluitende vogels in het bos. ik weet onmiddellijk dat dit moment er één gaat zijn van spijt..

Een meter of vijftig later kijk ik nog even steels over mijn schouder, ietwat weemoedig. Zij deed blijkbaar hetzelfde, onze ogen ontmoeten elkaar nogmaals. We zwaaien.

En lopen door.

Poesje aaien

Het gemiauw klinkt bijna verontwaardigd als ik passeer en als vanzelf beantwoord ik de kat meteen. ‘Dag poes’, zeg ik. De kat staat op en paradeert parmantig met haar staart stokstijf recht omhoog een aantal keren voor mij langs en wrijft vervolgens een aantal keren tegen mijn benen voordat ze pardoes voor mij op haar rug neerploft, zeiknatte stoep of niet.

Ze draait haar witte buikje uitnodigend naar mij toe en ik zak rustig met uitgestoken hand op mijn knieën. Even aarzel ik, een kat over haar buik aaien is altijd wel een beetje russisch roulette spelen. Dan verman ik mij en kriebel haar zachtjes, een geste die beantwoord word met een laag spinnend geluid. Als vanzelf dwalen mijn gedachten even af naar mijn lieve Selene die ik al weer zo lang moet missen en even voel ik een traan. Terwijl ik daar zo zit aan de rand van mijn verdriet dringt zich plots een volstrekt puberale maar daarom een in het moment voor mij niet minder hilarische gedachte zich aan mij op:

Dit is dan in ieder geval voor het eerste kwartaal van 2020 het enige poesje dat ik zal mogen aaien.

Vrij

Voor mij dansen er twee led lampjes door het duister dat verder alleen onderbroken wordt door de zacht oranje straatverlichting. Het duurt even eer ik zie dat het twee fietsers zijn die mij licht slingerend tegemoet gefietst komen.

Als ze mij passeren kijk ik even op van mijn telefoon en zie een koppel van mijn leeftijd, hand in hand en verwikkelt in een ogenschijnlijk geanimeerd gesprek dat verder verloren gaat in de muziek die ik aan het luisteren ben. Als vanzelf kijk ik om en ik zie behalve het kinderzitje bij haar achterop nog net hoe ze even steels opzij kijkt naar de roos in haar rechterhand waarna ze even in haar partners hand knijpt terwijl ze naar hem toe buigt voor een kus op zijn wang – die net goed afloopt.

Ik wacht even op het gifgroene monster in mijn maag, maar dat heeft blijkbaar een avondje vrij genomen. Wel is er dat weeïge, lichte gevoel dat soms gepaard kan gaan met het observeren van andermans geluk.

Wederom geen kaartje of cadeaus voor mij deze Valentijn, maar ik realiseer mij dat dit geschenk zoveel meer betekenisvol is dan dat:

Ik ben weer vrij.

Zwarte haartjes

Het gekwebbel naast mij kabbelt eindeloos door maar ik ben al een minuut of tien geleden gestopt met daadwerkelijk luisteren naar de monoloog die grotendeels lijkt te bestaan uit negatieve bewoordingen over andere mensen. Een eigenschap die ik -zo realiseer ik mij vanmiddag niet voor het eerst- extreem onaantrekkelijk vind. Toch is dat niet wat mij vijf minuten na onze eerste kennismaking al heeft doen realiseren dat ook deze poging toegevoegd kan worden aan de “nee, no, njet, nein, nie, na, hayir, nej, näo” stapel.

Ietwat afgeleid bedank ik de serveerster die mij de tweede cappuccino van die middag komt brengen terwijl mijn ogen voor de zoveelste keer naar het gezicht van de nog steeds pratende vrouw dwalen en ik mijzelf voor de zoveelste keer verbaas over een aantal korte zwarte haartjes op haar bovenlip. Objectief bekeken is mijn gesprekspartner -hoewel deze eindeloze monoloog niet echt een gesprek te noemen is- niet onaantrekkelijk te noemen, ware het niet dat mijn blik de hele tijd naar de zwarte haartjes op haar bovenlip wordt getrokken als een tong naar een gat in een kies.

Als er dan ook nog een snerende opmerking over het bedienend personeel volgt neem ik een besluit; Ik roep de serveerster terug en vraag om de rekening wat de monoloog zowaar voor het eerst die middag abrupt onderbreekt terwijl haar ogen mij vragend aankijken. “Sorry, ik heb het idee dat we elkaars tijd zitten te verdoen – maar ik wens je een fijne dag verder” weet ik nog uit te brengen over mijn schouder als ik naar binnen loop om te betalen.

Zodra ik weer naar buiten loop is ons tafeltje reeds afgeruimd en valt er van de vrouw wiens naam ik vergeten ben maar waarvan de zwarte haartjes op haar bovenlip maar voor mijn geestesoog blijven spoken geen spoor meer te bekennen.

Karaktermoord

karaktermoord impliceert dat de aantijgingen geheel of gedeeltelijk onjuist zijn, maar door veelvuldige herhaling toch blijven hangen
(Arnold Grunberg)

In den beginne was er het woord..

En het woord werd intentie, gevolgd door je schepping. God, wat zal ik je gaan missen – maar je bent niet van mij; hoort niet bij mij. Vanavond is de avond dat ik je voorgoed uit mijn virtuele hof van Eden zal moeten laten gaan hoewel niet jij maar alleen ik in deze verwrongen versie van het scheppingsverhaal gegeten heb van de verboden vrucht waardoor ik nu weet heb van goed en kwaad.
Ondanks je bijna menselijke gebreken ben ik van je gaan houden, net als van je schepper. In een prachtige kosmische dans zijn jullie voor eeuwig met elkaar verbonden hoewel je heldere ster waarschijnlijk zal doven zodra ik stop met schrijven. Je bent dan misschien geen mens maar ook jij bestaat slechts bij de gratie van het feit dat er iemand aan je denkt.

Net als je schepper is je plaats echter niet meer hier. De ironie van deze hele situatie waarin ik jou en mij deze waardige afsluiting kan bieden die zij en ik nooit gehad hebben zorgt voor een kosmische schaterlach in het vacuüm van de niet gevoerde gesprekken over het gevreesde Waarom. Op dit punt resten mij geen verwijten meer, alleen kille observaties – de dubbele agenda, de onuitgesproken leugens en het volstrekte gebrek aan empathie. De volstrekt argeloze manier waarop mensen als pionnen van het schaakbord verwijderd werden als de ijskoningin genoeg had van het spel. Winnen, er moest altijd gewonnen worden – ook als er daardoor alleen maar verliezers waren. Gebruiken of gebruikt worden, dat was de vraag.

Ik vond en vind je prachtig, maar ook voor jou rest na de verbanning uit mijn hof van Eden alleen nog maar het kille zwarte niets van het niet-zijn.… Lees gerust door

Solstitium

De zonnewende (Latijn: solstitium oftewel zonnestilstand) is de gebeurtenis waarbij de zon, gezien vanaf de aarde, haar noordelijkste of zuidelijkste positie bereikt. Deze schijnbare beweging keert letterlijk om op het moment van de zonnewende.

(Bron : Wikipedia)

Alleen het geluid van mijn voetstappen doorbreekt de oorverdovende stilte van deze kerstavond. De etalages zijn donker, vanavond is er geen behoefte meer om de toevallige voorbijganger over te halen tot een laatste aankoop en dus zwijgt zelfs de verlichting voor even. Donker. Donkere etalages, donkere straten – donker in mijn hoofd. Ik zucht even en trek mijn sjaal wat hoger terwijl mijn ogen over de vochtige klinkers dwalen, vanavond vormen mijn voetstappen en de diffuse oranje weerspiegeling van de sporadische straatverlichting in de straatstenen voor even mijn enige gezelschap. Ik sla een hoek om en zie in de verte een stelletje innig gearmd lopen, haar hoofd op zijn schouder. Het beeld en het bijhorende besef raken mij als een mokerslag, het is weer zover:

Alleen.

Zoals bijna ieder jaar opnieuw vind iedereen de warmte bij elkaar in de vertrouwde en veilige geborgenheid van het gezin. Iedereen behalve ik. Even stop ik met lopen maar de verwachte golf van zelfmedelijden blijft tot mijn grote verrassing achterwege. Dat is een teken van vooruitgang besef ik mij terwijl ik weer begin te lopen. Mijmerend loop ik de laatste paar honderd meter richting mijn huis, open de portiekdeur en neem de trap naar de eerste verdieping. Terwijl ik door de hal richting mijn voordeur loop hoor ik opeens iets dat op een zacht gesnik lijkt achter de voordeur van mijn bijna buurvrouw. Als vanzelf stop ik met lopen om te luisteren, en ja: de typische hortende en stotende ademhaling van iemand die een huilbui probeert binnen te houden. Even dwaalt het beeld van de bewoonster van de flat voor mijn geestesoog, ik ben haar de afgelopen dagen een aantal keren tegengekomen terwijl ze haar hond uitliet, hoe zag ze er toen uit?… Lees gerust door

Monoloog

Jezus, het is best fris. Had ik niet een dikkere trui aan moeten doen? Een sjaal was misschien ook wel handig geweest, maar ach als we zo gaan lopen krijg ik het vanzelf wel warm. Wel mazzel met het weer na al die regen van de afgelopen dagen, ziet er naar uit dat het droog blijft. Shit, de muffins – heb ik die wel ingepakt? Misschien maar even kijken – oh nee wacht de spoorbomen gaan al dicht de trein kan nu ieder moment aankomen en ik wil er niet als een sukkel uitzien. Pfff krijg het er opeens warm van, even mijn rits een stukje opendoen. Ah, daar komt de trein al om de bocht, nog een minuut of twee en dan..dan weet ik het. Even tegen de paal leunen, dan kom ik wat meer casual over. Godver, waarom zo overdreven zelfbewust? Alle spontaniteit gaat zo verloren. Ik hoop dat ze net zo leuk is als via Signal..Zou ze mij wel leuk vinden? Heb ik mij niet leuker voorgedaan dan ik ben? Fuck wat heb ik een hekel aan dit gedoe. Trein is er bijna..wind is toch nog wat frisser dan ik dacht, snel rits maar weer dicht. Had ik niet beter mijn haren in een staart kunnen doen? Ik hoop dat de mijn luchtje lekker vind ruiken. Oeh, snel nog een pepermuntje. Misschien toch nog maar iets naar links, dan zie ik haar meteen zodra ze uitstapt. Heh, trein is bijna leeg ik zou haar eigenlijk nu al moeten kunnen spotten. Was ze dat? Nee, vast niet. Stopt dat pokkeding nog ooit? Ok, casual..casual. Diep ademhalen, blijf rustig. Ok amper mensen..Dat is ze niet, dat is ze niet. Ow daar , ja dat is ze! Mijn god ze is veel leuker dan ik dacht! Kut, wat moet ik doen?!… Lees gerust door

Huidhonger

Mijn plan stelde niet veel voor, het was niet eens echt een plan – ik stapte gewoon in en begon te rijden. Kilometer na kilometer werden opgeslokt door mijn motorkap om te worden uitgespuugd in mijn achteruitkijkspiegel terwijl ik gedachteloos op mijn stuur trommelde en meedreef op de muziek.
Stoppen deed ik pas een paar honderd kilometer later. ‘Verder’ hoorde ik een bekende stem in mijn achterhoofd corrigeren en een glimlach vond mijn lippen. Grappig hoe karaktertrekjes hun eigen levensweg kunnen doorlopen, van interessant via irritant naar een gemis.

Lopen deed de innerlijke dialoog die ik eindeloos voerde sinds het incident eindelijk verstommen in de eindeloze cadans van mijn voeten op het zandpad. De overheerlijke nazomerzon schitterde in de nagenoeg strakblauwe lucht die slechts onderbroken werd door een enkele uitwaaierende condensstreep van een passagiersvliegtuig dat op kilometers hoogte passeerde.

Ik vond een rustplaatst in een kuil, afgeschermd van de boze buitenwereld door wat eenvoudige begroeiing en de ijzeren wil om te verdwijnen. Eenmaal tot rust gekomen in mijn eigen microkosmos van zonneschijn, wind en mijn eigen gedachtenstroom kwam daar toch opeens het verlangen en het grote gemis. Een gemis aan nabijheid, intimiteit. Een blik, een knuffel. Een geur. Ik zocht in mijn hoofd naar een naam, en vond haar:

Huidhonger.

Waterkant

Ik zie hem al van ver staan op zijn plek daar aan de rand van wat eens een hofvijver was. Vuisten gebald, ogen gesloten en een gespannen uitdrukking op zijn gezicht. Roerloos, ongenaakbaar als rotsblok. Zijn pure aanwezigheid als een geschreeuwde uitdaging naar boven: “Hier sta ik!” De zon breekt even door en kust zijn gezicht met een verdwaalde lichtstraal maar hij lijkt het niet te merken – of hij negeert het ter faveure van zijn eigen innerlijke bespiegelingen.

Daar zit – besef ik mij terwijl ik achter hem afbuig en mijn eigen pad volg- een diepzinnige metafoor over het leven zelf in verborgen.

Uitbanning

Ik liet mijn adem gaan in een lange, bevrijdende zucht. Klaar. Niet dat ik de illusie had dat het vanaf hier alleen nog maar rozeschijn en manengeur (… ) ging zijn, maar het was klaar. Het zoeken naar excuses, het vergoelijken, de twijfels en mijn innerlijke strijd stopten daar en toen. Hoewel ik mijn eigen rol gespeeld had in het drama van de afgelopen jaren wis ik wel degelijk dat dit niet bij mij hoorde. Dit was allemaal van haar, zij is degene wiens leven beheerst wordt door angsten, dat van mij staat in het teken van zelfreflectie en de hang naar verbetering. Nog één keer keek ik in mijn spiegel en startte de motor. Het grind knarste onder de wielen van mijn auto en de lange reis naar huis en het volgende -waarschijnlijk aangenamere- hoofdstuk van mijn leven begon.

Immunity, long overdue
Contagion, I exhale you
Naive, I opened up to you
Venom in mania
Now, contagion, I exhale you


Terwijl ik mijzelf langzaam maar zeker overgaf aan de meditatieve staat waarin ik zo makkelijk terecht kom als ik achter het stuur van een auto zit dacht ik uiteraard aan haar terwijl de afstand tussen haar en mij iedere seconde groter werd. Aan wat ik achterliet. Nee, ik liet niets achter – ik bevestigde alleen voor mijzelf wat al enige maanden een voldongen feit was. Toen was daar de plotselinge realisatie: ik had wel degelijk dingen achter te laten, dingen die niet bij mij hoorden en die mij alleen maar afremden. Die mij klein hielden zoals deze naïeve relatiepoging van de afgelopen jaren mij ongewild en onbedoeld had klein gehouden. Daar was dan eindelijk het gif realiseerde ik mij. Het gif dat ook weg moest omdat het mij niets positiefs bracht, het verlamde mij alleen.

The deceiver says, he says
“You belong to me
You don’t wanna breathe the light of the others
Fear the light, fear the breath
Fear the others for eternity”
But I hear them now, inhale the clarity
Hear the venom,

The venom in what you say
Inoculated
Bless this immunity

“Adem uit.… Lees gerust door

Groeven

Als ik de bocht om kom zie ik hoe hij liefdevol wat haren achter haar oor strijkt zodat ze niet langer voor haar gezicht hangen, zoals ik dat ook al zo vaak gedaan heb bij vrouwen waar ik om gaf – vaak in tijden van verdriet. Soms als een teken van genegenheid. Beide zijn een jaar of tien, misschien vijftien, ouder dan ik. Zij zit enigszins zijdelings zodat ik haar profiel goed kan zien. Haar gezicht wordt getekend door de groeven van ouderdom en een diep verdriet terwijl ze hem aankijkt en iets tegen hem zegt.

Hij duikt enigszins in elkaar alsof ze hem geslagen heeft en geeft antwoord op verontschuldigende toon, ik kan niet verstaan wat hij zegt door de muziek die via mijn headset mijn oren instroomt.

“All that I’m to do
Calculating steps away from you
My own mitosis


hoor ik terwijl ik een bankje waar twee fietsen naast staan passeer. Het koppel merkt mij niet op, volledig geabsorbeerd door hun eigen gesprek. Een steelse blik opzij leert mij dat beiden inmiddels in stilte naar het water zitten te staren, en weer zie ik die groeven. Het is opmerkelijk hoe verdriet en zorgen hun fysieke sporen weten achter te laten in iemands gezicht bedenk ik mij, ik zie het ook nog bijna dagelijks terug in mijn eigen badkamerspiegel. Snel loop ik door, wil de wat ongemakkelijk aanvoelende scene snel achter mij laten omdat ik mij een indringer voel – een ongewenste toeschouwer bij een Shakesperiaans drama.

Als ik een klein half uur later het bos uit kom zie ik haar weer staan, ze staat aan de straatkant met haar fiets aan de hand naar de rug van haar snel wegfietsende voormalige gesprekspartner te staren. Haar schouders schokken, ze huilt. Dan lijkt de vrouw zichzelf te vermannen, stapt op en fietst een andere richting uit.… Lees gerust door