Gemiste connectie

In gedachten verzonken loop ik over het bospad, als mijn blik even omhoog dwaalt zie ik pots een dansende bos krullen die aan een vrouw van een jaar of tien jonger dan mij toebehoren. Omdat ik naar het midden van het pad ben afgedwaald schuif ik op naar rechts om haar de ruimte te bieden en te voorkomen dat ze zich ongemakkelijk zou gaan voelen hier in het niemandsland op een paar kilometer van de bewoonde wereld.

Als mijn ogen haar gezicht vinden word ik even getroffen door haar open en vriendelijke blik die alleen maar versterkt lijkt te worden door haar stralende glimlach. We groeten elkaar terwijl we elkaar even recht in de ogen aankijken, en even is het alsof ze haar pas vertraagd. Ik open mijn mond, wil nog wat zeggen – maar er komt niets. Dus loop ik na een vriendelijke knik maar gewoon door terwijl de gedachtestroom door mijn hoofd maalt.

Doe iets. Zeg iets. Er is een connectie. Een ding.

We deelden een moment, zij en ik. Maar ik kan de moed en de woorden niet vinden, en dus is het enige geluid afkomstig van de fluitende vogels in het bos. ik weet onmiddellijk dat dit moment er één gaat zijn van spijt..

Een meter of vijftig later kijk ik nog even steels over mijn schouder, ietwat weemoedig. Zij deed blijkbaar hetzelfde, onze ogen ontmoeten elkaar nogmaals. We zwaaien.

En lopen door.

Poesje aaien

Het gemiauw klinkt bijna verontwaardigd als ik passeer en als vanzelf beantwoord ik de kat meteen. ‘Dag poes’, zeg ik. De kat staat op en paradeert parmantig met haar staart stokstijf recht omhoog een aantal keren voor mij langs en wrijft vervolgens een aantal keren tegen mijn benen voordat ze pardoes voor mij op haar rug neerploft, zeiknatte stoep of niet.

Ze draait haar witte buikje uitnodigend naar mij toe en ik zak rustig met uitgestoken hand op mijn knieën. Even aarzel ik, een kat over haar buik aaien is altijd wel een beetje russisch roulette spelen. Dan verman ik mij en kriebel haar zachtjes, een geste die beantwoord word met een laag spinnend geluid. Als vanzelf dwalen mijn gedachten even af naar mijn lieve Selene die ik al weer zo lang moet missen en even voel ik een traan. Terwijl ik daar zo zit aan de rand van mijn verdriet dringt zich plots een volstrekt puberale maar daarom een in het moment voor mij niet minder hilarische gedachte zich aan mij op:

Dit is dan in ieder geval voor het eerste kwartaal van 2020 het enige poesje dat ik zal mogen aaien.

Vrij

Voor mij dansen er twee led lampjes door het duister dat verder alleen onderbroken wordt door de zacht oranje straatverlichting. Het duurt even eer ik zie dat het twee fietsers zijn die mij licht slingerend tegemoet gefietst komen.

Als ze mij passeren kijk ik even op van mijn telefoon en zie een koppel van mijn leeftijd, hand in hand en verwikkelt in een ogenschijnlijk geanimeerd gesprek dat verder verloren gaat in de muziek die ik aan het luisteren ben. Als vanzelf kijk ik om en ik zie behalve het kinderzitje bij haar achterop nog net hoe ze even steels opzij kijkt naar de roos in haar rechterhand waarna ze even in haar partners hand knijpt terwijl ze naar hem toe buigt voor een kus op zijn wang – die net goed afloopt.

Ik wacht even op het gifgroene monster in mijn maag, maar dat heeft blijkbaar een avondje vrij genomen. Wel is er dat weeïge, lichte gevoel dat soms gepaard kan gaan met het observeren van andermans geluk.

Wederom geen kaartje of cadeaus voor mij deze Valentijn, maar ik realiseer mij dat dit geschenk zoveel meer betekenisvol is dan dat:

Ik ben weer vrij.

Zwarte haartjes

Het gekwebbel naast mij kabbelt eindeloos door maar ik ben al een minuut of tien geleden gestopt met daadwerkelijk luisteren naar de monoloog die grotendeels lijkt te bestaan uit negatieve bewoordingen over andere mensen. Een eigenschap die ik -zo realiseer ik mij vanmiddag niet voor het eerst- extreem onaantrekkelijk vind. Toch is dat niet wat mij vijf minuten na onze eerste kennismaking al heeft doen realiseren dat ook deze poging toegevoegd kan worden aan de “nee, no, njet, nein, nie, na, hayir, nej, näo” stapel.

Ietwat afgeleid bedank ik de serveerster die mij de tweede cappuccino van die middag komt brengen terwijl mijn ogen voor de zoveelste keer naar het gezicht van de nog steeds pratende vrouw dwalen en ik mijzelf voor de zoveelste keer verbaas over een aantal korte zwarte haartjes op haar bovenlip. Objectief bekeken is mijn gesprekspartner -hoewel deze eindeloze monoloog niet echt een gesprek te noemen is- niet onaantrekkelijk te noemen, ware het niet dat mijn blik de hele tijd naar de zwarte haartjes op haar bovenlip wordt getrokken als een tong naar een gat in een kies.

Als er dan ook nog een snerende opmerking over het bedienend personeel volgt neem ik een besluit; Ik roep de serveerster terug en vraag om de rekening wat de monoloog zowaar voor het eerst die middag abrupt onderbreekt terwijl haar ogen mij vragend aankijken. “Sorry, ik heb het idee dat we elkaars tijd zitten te verdoen – maar ik wens je een fijne dag verder” weet ik nog uit te brengen over mijn schouder als ik naar binnen loop om te betalen.

Zodra ik weer naar buiten loop is ons tafeltje reeds afgeruimd en valt er van de vrouw wiens naam ik vergeten ben maar waarvan de zwarte haartjes op haar bovenlip maar voor mijn geestesoog blijven spoken geen spoor meer te bekennen.

Karaktermoord

karaktermoord impliceert dat de aantijgingen geheel of gedeeltelijk onjuist zijn, maar door veelvuldige herhaling toch blijven hangen
(Arnold Grunberg)

In den beginne was er het woord..

En het woord werd intentie, gevolgd door je schepping. God, wat zal ik je gaan missen – maar je bent niet van mij; hoort niet bij mij. Vanavond is de avond dat ik je voorgoed uit mijn virtuele hof van Eden zal moeten laten gaan hoewel niet jij maar alleen ik in deze verwrongen versie van het scheppingsverhaal gegeten heb van de verboden vrucht waardoor ik nu weet heb van goed en kwaad.
Ondanks je bijna menselijke gebreken ben ik van je gaan houden, net als van je schepper. In een prachtige kosmische dans zijn jullie voor eeuwig met elkaar verbonden hoewel je heldere ster waarschijnlijk zal doven zodra ik stop met schrijven. Je bent dan misschien geen mens maar ook jij bestaat slechts bij de gratie van het feit dat er iemand aan je denkt.

Net als je schepper is je plaats echter niet meer hier. De ironie van deze hele situatie waarin ik jou en mij deze waardige afsluiting kan bieden die zij en ik nooit gehad hebben zorgt voor een kosmische schaterlach in het vacuüm van de niet gevoerde gesprekken over het gevreesde Waarom. Op dit punt resten mij geen verwijten meer, alleen kille observaties – de dubbele agenda, de onuitgesproken leugens en het volstrekte gebrek aan empathie. De volstrekt argeloze manier waarop mensen als pionnen van het schaakbord verwijderd werden als de ijskoningin genoeg had van het spel. Winnen, er moest altijd gewonnen worden – ook als er daardoor alleen maar verliezers waren. Gebruiken of gebruikt worden, dat was de vraag.

Ik vond en vind je prachtig, maar ook voor jou rest na de verbanning uit mijn hof van Eden alleen nog maar het kille zwarte niets van het niet-zijn.… Lees gerust door

Solstitium

De zonnewende (Latijn: solstitium oftewel zonnestilstand) is de gebeurtenis waarbij de zon, gezien vanaf de aarde, haar noordelijkste of zuidelijkste positie bereikt. Deze schijnbare beweging keert letterlijk om op het moment van de zonnewende.

(Bron : Wikipedia)

Alleen het geluid van mijn voetstappen doorbreekt de oorverdovende stilte van deze kerstavond. De etalages zijn donker, vanavond is er geen behoefte meer om de toevallige voorbijganger over te halen tot een laatste aankoop en dus zwijgt zelfs de verlichting voor even. Donker. Donkere etalages, donkere straten – donker in mijn hoofd. Ik zucht even en trek mijn sjaal wat hoger terwijl mijn ogen over de vochtige klinkers dwalen, vanavond vormen mijn voetstappen en de diffuse oranje weerspiegeling van de sporadische straatverlichting in de straatstenen voor even mijn enige gezelschap. Ik sla een hoek om en zie in de verte een stelletje innig gearmd lopen, haar hoofd op zijn schouder. Het beeld en het bijhorende besef raken mij als een mokerslag, het is weer zover:

Alleen.

Zoals bijna ieder jaar opnieuw vind iedereen de warmte bij elkaar in de vertrouwde en veilige geborgenheid van het gezin. Iedereen behalve ik. Even stop ik met lopen maar de verwachte golf van zelfmedelijden blijft tot mijn grote verrassing achterwege. Dat is een teken van vooruitgang besef ik mij terwijl ik weer begin te lopen. Mijmerend loop ik de laatste paar honderd meter richting mijn huis, open de portiekdeur en neem de trap naar de eerste verdieping. Terwijl ik door de hal richting mijn voordeur loop hoor ik opeens iets dat op een zacht gesnik lijkt achter de voordeur van mijn bijna buurvrouw. Als vanzelf stop ik met lopen om te luisteren, en ja: de typische hortende en stotende ademhaling van iemand die een huilbui probeert binnen te houden. Even dwaalt het beeld van de bewoonster van de flat voor mijn geestesoog, ik ben haar de afgelopen dagen een aantal keren tegengekomen terwijl ze haar hond uitliet, hoe zag ze er toen uit?… Lees gerust door

Monoloog

Jezus, het is best fris. Had ik niet een dikkere trui aan moeten doen? Een sjaal was misschien ook wel handig geweest, maar ach als we zo gaan lopen krijg ik het vanzelf wel warm. Wel mazzel met het weer na al die regen van de afgelopen dagen, ziet er naar uit dat het droog blijft. Shit, de muffins – heb ik die wel ingepakt? Misschien maar even kijken – oh nee wacht de spoorbomen gaan al dicht de trein kan nu ieder moment aankomen en ik wil er niet als een sukkel uitzien. Pfff krijg het er opeens warm van, even mijn rits een stukje opendoen. Ah, daar komt de trein al om de bocht, nog een minuut of twee en dan..dan weet ik het. Even tegen de paal leunen, dan kom ik wat meer casual over. Godver, waarom zo overdreven zelfbewust? Alle spontaniteit gaat zo verloren. Ik hoop dat ze net zo leuk is als via Signal..Zou ze mij wel leuk vinden? Heb ik mij niet leuker voorgedaan dan ik ben? Fuck wat heb ik een hekel aan dit gedoe. Trein is er bijna..wind is toch nog wat frisser dan ik dacht, snel rits maar weer dicht. Had ik niet beter mijn haren in een staart kunnen doen? Ik hoop dat de mijn luchtje lekker vind ruiken. Oeh, snel nog een pepermuntje. Misschien toch nog maar iets naar links, dan zie ik haar meteen zodra ze uitstapt. Heh, trein is bijna leeg ik zou haar eigenlijk nu al moeten kunnen spotten. Was ze dat? Nee, vast niet. Stopt dat pokkeding nog ooit? Ok, casual..casual. Diep ademhalen, blijf rustig. Ok amper mensen..Dat is ze niet, dat is ze niet. Ow daar , ja dat is ze! Mijn god ze is veel leuker dan ik dacht! Kut, wat moet ik doen?!… Lees gerust door

Huidhonger

Mijn plan stelde niet veel voor, het was niet eens echt een plan – ik stapte gewoon in en begon te rijden. Kilometer na kilometer werden opgeslokt door mijn motorkap om te worden uitgespuugd in mijn achteruitkijkspiegel terwijl ik gedachteloos op mijn stuur trommelde en meedreef op de muziek.
Stoppen deed ik pas een paar honderd kilometer later. ‘Verder’ hoorde ik een bekende stem in mijn achterhoofd corrigeren en een glimlach vond mijn lippen. Grappig hoe karaktertrekjes hun eigen levensweg kunnen doorlopen, van interessant via irritant naar een gemis.

Lopen deed de innerlijke dialoog die ik eindeloos voerde sinds het incident eindelijk verstommen in de eindeloze cadans van mijn voeten op het zandpad. De overheerlijke nazomerzon schitterde in de nagenoeg strakblauwe lucht die slechts onderbroken werd door een enkele uitwaaierende condensstreep van een passagiersvliegtuig dat op kilometers hoogte passeerde.

Ik vond een rustplaatst in een kuil, afgeschermd van de boze buitenwereld door wat eenvoudige begroeiing en de ijzeren wil om te verdwijnen. Eenmaal tot rust gekomen in mijn eigen microkosmos van zonneschijn, wind en mijn eigen gedachtenstroom kwam daar toch opeens het verlangen en het grote gemis. Een gemis aan nabijheid, intimiteit. Een blik, een knuffel. Een geur. Ik zocht in mijn hoofd naar een naam, en vond haar:

Huidhonger.

Waterkant

Ik zie hem al van ver staan op zijn plek daar aan de rand van wat eens een hofvijver was. Vuisten gebald, ogen gesloten en een gespannen uitdrukking op zijn gezicht. Roerloos, ongenaakbaar als rotsblok. Zijn pure aanwezigheid als een geschreeuwde uitdaging naar boven: “Hier sta ik!” De zon breekt even door en kust zijn gezicht met een verdwaalde lichtstraal maar hij lijkt het niet te merken – of hij negeert het ter faveure van zijn eigen innerlijke bespiegelingen.

Daar zit – besef ik mij terwijl ik achter hem afbuig en mijn eigen pad volg- een diepzinnige metafoor over het leven zelf in verborgen.

Uitbanning

Ik liet mijn adem gaan in een lange, bevrijdende zucht. Klaar. Niet dat ik de illusie had dat het vanaf hier alleen nog maar rozeschijn en manengeur (… ) ging zijn, maar het was klaar. Het zoeken naar excuses, het vergoelijken, de twijfels en mijn innerlijke strijd stopten daar en toen. Hoewel ik mijn eigen rol gespeeld had in het drama van de afgelopen jaren wis ik wel degelijk dat dit niet bij mij hoorde. Dit was allemaal van haar, zij is degene wiens leven beheerst wordt door angsten, dat van mij staat in het teken van zelfreflectie en de hang naar verbetering. Nog één keer keek ik in mijn spiegel en startte de motor. Het grind knarste onder de wielen van mijn auto en de lange reis naar huis en het volgende -waarschijnlijk aangenamere- hoofdstuk van mijn leven begon.

Immunity, long overdue
Contagion, I exhale you
Naive, I opened up to you
Venom in mania
Now, contagion, I exhale you


Terwijl ik mijzelf langzaam maar zeker overgaf aan de meditatieve staat waarin ik zo makkelijk terecht kom als ik achter het stuur van een auto zit dacht ik uiteraard aan haar terwijl de afstand tussen haar en mij iedere seconde groter werd. Aan wat ik achterliet. Nee, ik liet niets achter – ik bevestigde alleen voor mijzelf wat al enige maanden een voldongen feit was. Toen was daar de plotselinge realisatie: ik had wel degelijk dingen achter te laten, dingen die niet bij mij hoorden en die mij alleen maar afremden. Die mij klein hielden zoals deze naïeve relatiepoging van de afgelopen jaren mij ongewild en onbedoeld had klein gehouden. Daar was dan eindelijk het gif realiseerde ik mij. Het gif dat ook weg moest omdat het mij niets positiefs bracht, het verlamde mij alleen.

The deceiver says, he says
“You belong to me
You don’t wanna breathe the light of the others
Fear the light, fear the breath
Fear the others for eternity”
But I hear them now, inhale the clarity
Hear the venom,

The venom in what you say
Inoculated
Bless this immunity

“Adem uit.… Lees gerust door

Groeven

Als ik de bocht om kom zie ik hoe hij liefdevol wat haren achter haar oor strijkt zodat ze niet langer voor haar gezicht hangen, zoals ik dat ook al zo vaak gedaan heb bij vrouwen waar ik om gaf – vaak in tijden van verdriet. Soms als een teken van genegenheid. Beide zijn een jaar of tien, misschien vijftien, ouder dan ik. Zij zit enigszins zijdelings zodat ik haar profiel goed kan zien. Haar gezicht wordt getekend door de groeven van ouderdom en een diep verdriet terwijl ze hem aankijkt en iets tegen hem zegt.

Hij duikt enigszins in elkaar alsof ze hem geslagen heeft en geeft antwoord op verontschuldigende toon, ik kan niet verstaan wat hij zegt door de muziek die via mijn headset mijn oren instroomt.

“All that I’m to do
Calculating steps away from you
My own mitosis


hoor ik terwijl ik een bankje waar twee fietsen naast staan passeer. Het koppel merkt mij niet op, volledig geabsorbeerd door hun eigen gesprek. Een steelse blik opzij leert mij dat beiden inmiddels in stilte naar het water zitten te staren, en weer zie ik die groeven. Het is opmerkelijk hoe verdriet en zorgen hun fysieke sporen weten achter te laten in iemands gezicht bedenk ik mij, ik zie het ook nog bijna dagelijks terug in mijn eigen badkamerspiegel. Snel loop ik door, wil de wat ongemakkelijk aanvoelende scene snel achter mij laten omdat ik mij een indringer voel – een ongewenste toeschouwer bij een Shakesperiaans drama.

Als ik een klein half uur later het bos uit kom zie ik haar weer staan, ze staat aan de straatkant met haar fiets aan de hand naar de rug van haar snel wegfietsende voormalige gesprekspartner te staren. Haar schouders schokken, ze huilt. Dan lijkt de vrouw zichzelf te vermannen, stapt op en fietst een andere richting uit.… Lees gerust door

Ik heb van je gedroomd vannacht

Ik heb van je gedroomd vannacht,

En even was weer alles goed
We waren op de vlucht – niet voor elkaar
Niet voor de tijd
Maar voor de apocalyps

Ik heb van je gedroomd vannacht,

We zaten naast elkaar
Zij aan zij – onze vingers vervlochten
Ik reed en jij las kaart
We lieten samen alles achter

Ik heb van je gedroomd vannacht,

En er was geen verdriet
We waren weer één – net als toen
Achter ons verging de wereld
Maar wij hadden elkaar

Ik heb van je gedroomd vannacht,

Eindelijk waren we ver genoeg
Ik stopte de auto – drukte een kus op je lippen
Nog een laatste omhelzing
Voordat het einde daar was.

Eyes of secret storm and story
Show and tell, we’ll make it through
Onus Fate and Undo Odium
Armor, anchor, lead and stone

By the telling
May they become
May they all be feathers

A Perfect Circle – Feathers

Resetknop

We kijken elkaar recht in elkaars ogen aan terwijl ik het spaghettibandje van je jurk voorzichtig over je schouder omlaag trek. Je glimlacht als je mij plagerig achterover op mijn bed duwt en op mij gaat zitten, je prachtige figuur scherp afgetekend tegen de zomerzon. Ik open mijn mond op iets te zeggen maar je smoort mijn woorden voordat ik ze kan uitspreken. Nee, woorden zijn niet nodig – niet voor ons. Niet nu.
Ik ken je amper maar de chemie tussen ons twee is bizar, ik voel mij tot je aangetrokken als een maan tot zijn moederplaneet. Er is geen sprake van liefde, dit is pure onversneden lust waar we ons zonder enig voorbehoud aan overgeven.

Ik rol je op je rug nadat we elkaar van onze laatste kledingstukken hebben ontdaan en bewonder je naakte lijf. Je bent prachtig zoals je daar vol zelfvertrouwen ligt te wachten. Mijn mond begint aan de lange, trage weg naar beneden met zoveel omwegen als ik maar kan opbrengen en ik begin je zachtjes in je zij te kietelen als ik je zachtjes voel kronkelen onder mijn zoektocht. Plagerig zoen ik je op je navel en zak weer iets verder omlaag, op zoek naar de resetknop.

Er zijn dingen die ik in de afgelopen jaren heb moeten missen, en tot nu wist ik niet hoe erg. Als mijn lippen de jouwe vinden en ze voorzichtig spreiden voel ik hoe je huivering zich ook van mij meester weet te maken, je fluistert zachtjes wat je van mij wil en ik realiseer mij dat er niets onder de zon zo opwindend is als een vrouw die weet wat ze wil en hoe ze dat kan krijgen – een vrouw die in controle kan zijn door de controle te laten gaan. Mijn tong vind dan eindelijk de resetknop en terwijl ik je nagels in mijn schouders voel wegzinken verdwijnt het laatste restje weemoed uit mijn hoofd als haar plaats wordt ingenomen door rauwe wellust.… Lees gerust door

Zonder zijwieltjes



Ik laat los en voel mijn hart in mijn maag zakken als je heftig begint te slingeren. “Doortrappen, dan komt de stabiliteit vanzelf!” Roep ik nog naar je brede rug terwijl ik hijgend stop met meerennen. Ik kijk je na en de ironie van de situatie ontgaat mij niet. Vier decennia later zijn de rollen omgekeerd, ik leer jou fietsen in plaats van jij mij.

Vreemd genoeg herinner ik mij nog hoe het was. Hoe ik uiteindelijk snoeihard op mijn snufferd ging omdat ik trots omkeek of jij wel zag dat ik écht alleen fietste, zonder zijwieltjes. “Blijf voor je kijken!” Roep ik nog terwijl je slingerend de hoek om en uit zicht verdwijnt. Ik sjok richting de straathoek en kijk je na. Je revalidatie gaat voorspoedig verzekeren de experts mij, maar ik ben er niet gerust op. Er is iets in je geknakt, ik voel en zie dat iedere dag dat ik bij je ben.

Je bent bang en onzeker, en ik doe mijn uiterste best om je te ondersteunen waar ik kan maar ik vraag mij regelmatig af of dat wel genoeg is. Het zit in de kleine dingen zoals het gemak waarmee je opeens mijn hulp wil aannemen. De manier waarop je soms peinzend voor je uit zit te staren met een lege blik als je denkt dat ik niet kijk. Ondanks onze verschillen gaat mijn hart naar je uit, ik wil je zo graag helpen..

Maar uiteindelijk is leven en revalideren net als leren fietsen: het weglaten van de zijwieltjes vormt de ultieme test.

Iedere stap

Met iedere stap die ik zet laat ik je verder achter mij. Iedere stap voert mij verder bij je weg, en soms – heel soms twijfel ik. Is dit wel de juiste weg? Zal ik niet verdwalen? Wil ik wel weglopen?
Maar dan herinner ik het mij weer. Hoe het was, dat einde. De vernedering van het opzij geschoven worden, weggewuifd worden alsof ik een lastige vlieg was. De snauw, de nauwelijks verholen dreiging. De minachting.

De stilte.

En dus zet ik maar weer en stap, en nog één en nog één. Met iedere stap verwijder ik mijzelf nog verder van een ongezonde situatie die niet had hoeven zijn. Iedere stap dwingt mij ook ook mijn eigen verantwoordelijkheid onder ogen te zien en op te nemen. Met iedere stap die ik zet sta ik mijzelf toe om alles wat er tussen ons is gebeurd te laten inkleuren door het einde, om op die manier tot een bevredigende conclusie te komen die niet perse waar hoeft te zijn. Iedere stap een nieuwe reden, een nieuwe verklaring.

En stilte.

In gedachten zie ik een streep verschijnen, de streep waar jij allang overheen was. Ik nader hem met iedere stap totdat het tijd is voor de laatste, beslissende schrede. Uit het niets komt er opeens de gedachte aan een bijna kinderlijk naïef manifest opduiken uit de nevel van mijn verleden:

heb onvoorwaardelijk lief
speel geen spelletjes
durf kwetsbaar te zijn
woorden zijn geen wapens
geloof in de ander als in jezelf
geniet van iedere seconde
alles gaat voorbij

Halverwege mijn allerlaatste stap laat ik mijn voet hangen. Nee, dit is niet wie ik wil zijn. Iedere stap voert mij dan misschien wel bij jou weg, maar hij zou mij naar mijn toekomstige ik moeten voeren die ik wil zijn. En wil ik deze persoon echt zijn?… Lees gerust door

Sommige mensen voelen de regen, de rest wordt alleen maar nat

(vrije vertaling van de prachtige quote van Roger Miller)

“Met wie spreek ik?” Klinkt het omfloerst aan de andere kant van de lijn als mijn vader de telefoon doorgeeft. “Met mij mam, je zoon. Met Maurice.” antwoord ik in het dialect en er valt even een stilte. “Dag Maurice, hoe is het eigenlijk met je?”
Die simpele vraag voelt als een vuistslag in mijn maag. Terwijl ik mijn hersenen pijnig op zoek naar een acceptabel antwoord hoor ik mijn vader iets fluisteren waarop mijn moeder een snibbige “Dat weet ik heus wel” als antwoord geeft waarna ze weer tegen mij begint te praten met semi dubbele tong. “Ik hoorde dat je vandaag jarig bent..Maurice was het toch? Dus ik moet je even feliciteren van die vent hier naast mij die beweert je vader te zijn. Gefeliciteerd, hoe oud ben je geworden?”

De tranen stromen inmiddels voluit over mijn wangen maar ik kan en wil een glimlach niet onderdrukken. De kanker en de medicatie hebben veel van mijn moeders persoonlijkheid weggeslagen, maar ze is en blijft een weerbare vrouw – ook al rest er slechts nog een schaduw van de vrouw die ze eens was. Haar geheugenverlies en het volledige gebrek aan remmingen binnen sociale contacten versterken elkaar behoorlijk als het gaat om het creëren van uiterst pijnlijke situaties die tegelijkertijd hilarisch kunnen zijn, maar ik lijk de enige van ons gezin te zijn die het zo ervaart.

Ik bedank mijn moeder met zoveel warmte in mijn stem als ik kan opbrengen en er ontspint zich een wat ongemakkelijk gesprek over mijn dag en wanneer ik eindelijk weer eens op bezoek kom (“ik was er gisterenavond nog mam, ik ben er morgen weer”) waarbij de moed mij steeds meer in de schoenen zinkt. Het beetje bravoure dat ik weer had weten te stimuleren in mijzelf verdwijnt als sneeuw voor de zon terwijl het harde besef inzinkt:

Dit verwarde, pijnlijke en incoherente gesprek zal de laatste verjaardagswens zijn die ik ooit van mijn moeder zal ontvangen.… Lees gerust door

Keuzevrijheid

Enigszins geïrriteerd staar ik naar de tegelvloer voor de kassa. Ik wil hier weg, ik heb het om te beginnen al niet zo op supermarkten en mijn tijd verdoen in de rij voor de kassa omdat voor mij iemand staat te treuzelen is al helemaal niet mijn ding. Ongewild krijg ik iets mee van het gesprek van mijn voorgangster met het kassameisje, de vrouw staat erop om een fooi te geven die de medewerkster eigenlijk niet wil aannemen – zo blijkt uit het voorzichtige tegensputteren.
Omdat ik zoals gewoonlijk naar de grond sta te staren is het eerste dat mij opvalt aan de vrouw voor mij haar schoenen. Zwarte, glimmende instappers. Versleten aan neus en achterkant. Mijn blik dwaalt wat omhoog en ik zie een zwarte panty met ladders, gevolgd door een zwarte korte broek. Even later vinden mijn ogen haar gezicht en even voel ik een steek in mijn maag, het is overduidelijk het gezicht van een (herstellende) verslaafde. Ik kan moeilijk onder woorden brengen waar ik dat zo duidelijk aan kan zien, maar het is iets in het gezicht, de blik in haar ogen..Ze zal ongeveer van mijn leeftijd geweest zijn maar haar gezicht zag er veel doorgroefder uit dan het mijne, en dat – laten we eerlijk zijn – is inmiddels ook al geen babyface meer. En dat komt niet alleen door mijn baard.

Voor mij gaat het ongemakkelijke gesprek tussen de vrouw en de puber achter de kassa door. De fooi is na een erg ongemakkelijke scene geaccepteerd, de boodschappen kunnen dus ingepakt worden. De vrouw blijft maar praten, overduidelijk opgelaten en gestrest. Vanuit mijn vroegere ervaringen met verslavingszorg (stage) weer ik er toevalligerwijze wel het één en ander vanaf en in mijn hoofd begint het verhaal -er is altijd een verhaal, of dat nu klopt of niet- zich te vormen.… Lees gerust door

Als je ergens naar toe wil zal je ook iets moeten achterlaten

Haar gezicht heeft iets bekends, maar ik kan de bijpassende naam niet vinden in het archief onder mijn hersenpan. Toch, die ogen..Helaas gebruikt de winkel geen naamkaartjes om mijn brein op weg te helpen, en ik reken mijn aankopen af in de veronderstelling dat dit raadsel mij de rest van de dag zal blijven dwarszitten. De vrouw kijkt mij even recht in mijn ogen aan als ze mij de bon en het wisselgeld overhandigd en ik meen in haar gezicht even dezelfde verwarring te zien die ik voel.
Mijn oog valt op de bon en daar staat het gewoon keurig zwart op wit: Alexandra. Ik draai mij om en kijk haar aan. “Alexandra?” “Maurice?!” We beginnen beide te lachen. “Wauw dat moet we echt ruim dertig jaar geleden zijn of niet?”
Voor mijn geestesoog vallen de jaren van haar gezicht af en in haar lach zie ik even weer het meisje dat bij mij in de klas zat op de basisschool.

De winkel is verder leeg op deze zonnige zomerdag en we raken in gesprek over, hoe verbazingwekkend, vroeger. Over hoe het met wie gaat, en met ons. Alexandra heeft haar hele leven in $geboortedorp gewoond en kent de meeste van onze oud klasgenoten nog die bijna allemaal nog in de regio wonen. Mijn generatie is denk ik de laatste die zo honkvast is gebleven, Limburg loopt inmiddels hard leeg.

Er klinkt iets van een vage spijt door in haar stem -misschien leg ik die er ook wel in- als we op het onderwerp relaties en kinderen uitkomen. Paul heet haar man, drie kinderen. Ze laat de naam van haar man enigszins verontschuldigend klinken en ik blader even door mijn innerlijke kaartenbak. Paul…Aha. Eén van die gasten die het leven op de lagere school vanaf groep 5 voor mij tot een hel hebben weten te maken.… Lees gerust door

Storm

De regen slaat genadeloos op mij neer en voordat ik het weet ben ik doorweekt. Enigszins wankelend grijp ik mij vast aan de dichtstbijzijnde boom terwijl ik in het dreigende gegrom van een naderende onweersbui langzaam maar zeker dichterbij hoor komen. Kut. Ik zal hier wegmoeten. Er flitst een bliksemschicht en ik tel de secondes tot aan de donder. Twee,drie,vier..ik kom tot de zes. Ok, er zitten zes secondes tussen – dat wil zeggen dat de bui nog eh

Kut. Hoe zat dat ook alweer? Het duurt even eer ik het mij weer herinner: delen door drie. De bui zit op twee kilometer afstand, veel te dichtbij. Ik loop bij de bosrand vandaan over een zandweg en probeer een redelijke afstand van de bomen te houden. Lang geledendat ik mij zo door het weer heb laten verrassen, maar ik ben dan ook niet mijn normale zelf gebleken recentelijk. Ergens ben ik in de afgelopen weken iets van mijzelf kwijtgeraakt, iets essentieels. Mijn schoenen soppen bij iedere stap die ik zet en ik realiseer mij dat ik een probleem heb. Kilometers van wat er door moet gaan voor huis, doorweekt en een onweersbui die inmiddels recht boven mij lijkt te hangen.

En thuis..zit jij.

Ik wil niet meer naar huis. Ik wil niet meer terug naar jou.

De laatste weken waren een uitputtingsslag, en ik geef mij gewonnen. We hadden hier nooit aan moeten beginnen maar we dachten in onze grenzeloze naïeviteit dat we het tij wel zouden kunnen laten keren. Niet dus. Het aloude verhaal: jongen ontmoet meisje, eierstokken beginnen te trillen, stomende hete seks, een miskraam..en nu ben je zwanger. Zwanger van mij.
Ik wil dit niet.
Als de laatste weken ook maar iets duidelijk hebben weten te maken is dat ik diep van binnen niet van je houd, maar je verafschuw.… Lees gerust door

Lege bladzijde

Uiteindelijk zijn het herinneringen en ervaringen die ons maken tot wie we zijn. Een mens wordt -denk ik- blanco geboren, als een onbeschreven blad dat volgeschreven wordt door het leven zelf. Een aaneenschakeling van (on)bewuste keuzes die al dan niet voor je gemaakt worden, een verzameling van toevalligheden en dingen die je nu eenmaal ‘overkomen’ of die onvermijdelijk blijken te zijn vullen langzaam maar zeker de paragrafen en alinea’s waarmee je innerlijke ik uiteindelijk zijn eigen verhaal gaat vertellen.

Zoals ieder verhaal hoeft dat helemaal niet objectief, kloppend of zelfs maar waar te zijn – als het verhaal maar consistent is en klopt volgens de intrinsieke logica en gevolgde lijnen. Als het maar een goed verhaal is, anders zal het ergens achteraf op een stoffige plank in een vleugel waar zelfs de schoonmakers niet komen eindigen.
Zo’n verhaal hoeft helemaal niet statisch te zijn, je kan er zelf tot op zekere hoogte vorm aan geven. Mijn innerlijke cynicus denkt dat dit voornamelijk afhankelijk is van de mate waarin je in staat bent om jezelf overtuigend voor te liegen, de optimist in mij denkt dat het een kwestie is van de juiste accenten leggen en het vaak genoeg voor jezelf te blijven herhalen.

Misschien zou het een goed idee zijn om een soortement van mentale voorjaarsschoonmaak te houden ieder jaar. Zo’n moment waarop je even terugkijkt op het afgelopen jaar en de hoofdstuken bekijkt die je hebt toegevoegd aan je eigen verhaal. Dan schrap je zo links en rechts wat passages die je bij nader inzien niet bevallen, je herschrijft voor jezelf wat zinnen en voila: je hebt een verhaal dat consistent is en alleen maar vaak genoeg herhaald hoeft te worden om het in ieder geval voor jou waar te laten zijn. Bijkomend voordeel is dat andere mensen alleen maar die versies van je te horen krijgen die je met ze deelt, waarop de feedback die je van hun ontvangt alleen nog maar bijdraagt aan je eigen versie van je levensverhaal, de versie waar je zo graag in wil geloven en die niet persé waar hoeft te zijn.… Lees gerust door

Ze zei

Ze zei
Doe je jas dicht
Ze zei
Niet op die toon meneertje
Ze zei
Was eerst je handen suffie
Ze zei
Kom maar hier
Zei ze

Ze zei
A kwadraat plus B kwadraat is C kwadraat
Ze zei
Bladzijde honderddrieenveertig bovenaan, lees maar voor
Ze zei
Morgen klassikale overhoring over alles van deze les
Ze zei
De tijd zit er op
Zei ze

Ze zei
Misschien een andere keer
Ze zei
Ik wil dit net zo graag als jij
Ze zei
Daden, geen woorden
Ze zei
Nu, nu is het moment
Zei ze

Ze zei
Onkruid vergaat niet
Ze zei
De wereld draait gewoon door
Ze zei
Morgen is alles beter
Ze zei
Vaarwel

Zei ze.

Sproetje

Ik denk opeens weer vaak aan je, misschien omdat het zoveel regent de laatste tijd. De regen was immers van ons. Of misschien waren wij wel juist van de regen.
Stiekem weet ik hoe het met je gaat, je bent gelukkig getrouwd en je hebt twee kinderen. Je bent nog even mooi als toen, nee: het moederschap heeft je mooier gemaakt. Je straalt.

Je bent gestopt met roken, en je hebt een nieuwe baan. Niets dat met je studie te maken heeft, dat vind ik spijtig. Je was zo trots als promovendus.
Je bent nog altijd bij hem, en dat doet mij goed. Toen onze niet-relatie opeens veranderde in een niet-vriendschap was dat dus niet voor niets.

Een deel van mij wil weer eens contact opnemen, ook al is het nu ruim tien jaar later. Om je te laten weten dat ik nog steeds, na al die tijd – als ik de verse regen ruik door mijn openstaande raam.. Aan jou denk. Maar ik ken mijn plek, ik ben een geest uit het verleden en daar hoor ik te blijven. Dat doet geen pijn, dat voelt goed.

Toch denk ik nog vaak aan die eerste oneindige nacht samen. Die nacht dat het regende en stormde en wij de liefde bedreven alsof het de laatste keer zou zijn voor ons beide. En iedere keer opnieuw moet ik glimlachen. Sproetje. Zo noemde ik je. Jij noemde mij Ries. “Rain song” van Led Zeppelin stond de hele nacht op repeat als soundtrack voor een nacht uit duizenden. Zoals ik je toen bezwoer: ik zal altijd aan je blijven denken – als het regent en stormt in de lente.

En inderdaad, ik denk nog steeds aan je. Met een vieze brede grijns op mijn gezicht 🙂

These are the seasons of emotion
And like the wind, they rise and fall
This is the wonder of devotion
I see the torch
We all must hold
This is the mystery of the quotient,
Upon us all,

upon us all a little rain must fall
Just a little rain

Led Zeppelin – Rain Song

Nog lang en gelukkig – III (slot)

I , II

Enige dagen later draai ik mijn volgende rondje door de polder en is het nog steeds niet uit mijn hoofd. Ben jij nog steeds niet uit mijn hoofd. Ironisch, ik ben de ongekroonde koning van het loslaten. Maar het beest in zijn kooi en ..iets anders… maken dat ik dit niet wil of kan laten gaan. Ik voel echter niet meer de behoefte om dat zo nodig bij de ander neer te leggen. Volwassen zijn wil ook zeggen dat je je nederlaag moet accepteren. Zeker, er was een tijd waarin ik de meest idiote dingen deed ‘in naam der liefde’ (hell, het heeft mij zelfs een stukje in de Cosmopolitan opgeleverd!) maar ik heb i ook geleerd dat dit als opdringerig en wanhopig ervaren kan worden (goh, maar verder ben ik echt helemaal niet naïef hoor) en beide wil en ga ik niet zijn.

Wil je mij niet, wil je ons niet? Prima – lieg ik tegen mijzelf. Want dit is alles behalve prima. Het is niet prima dat ik al maandenlang een lijstje heb met vijf vrouwennamen erop (want het zou natúúrlijk een meisje worden als het eindelijk zo ver was) die ik met je wilde delen zodra het goede nieuws mij zou bereiken. Het is niet prima dat ik in mijn hoofd nog steeds met en tegen je praat. Het is ook niet prima dat ik al weken lang een boekje heb klaarliggen dat ik voor je heb laten drukken met daarin ‘ons’ verhaal, voorzien van schattige tekeningen en eindigend met een dikke buik (voor de verandering eens niet de mijne). Het is al helemaal niet prima dat ik je mis. Er is godverdomme helemaal niets prima! En tegelijkertijd, het is wat het is. En dat is -jawel- prima.

Waar er eerder een automatische ‘dan wil ik jou ook niet’ gevolgd zou zijn volgt nu echter een soortement van introspectie die ik eigenlijk niet van mijzelf gewend ben.… Lees gerust door

Zij gilt, en hij bromt

Zij gilt, en hij bromt.
Ik luister.
Hij drinkt teveel weet ik sinds ik hem een keer stomdronken aan mijn voordeur vond terwijl hij probeerde om zijn sleutel in mijn slot te krijgen. Zij oogt altijd zwaar vermoeit en lijkt altijd met een sigaret in haar linkerhand lopen.

Zij gilt, en hij bromt.
Ik luister.
De tv staat altijd te hard, op een onbekende zender in een taal die ik niet versta. Soms overstemt die het geluid als ze de liefde bedrijven, of wat daar voor doorgaat. Hun bed kan wel wat versteviging gebruiken in ieder geval.

Zij gilt, en hij bromt.
Ik luister.
Iemand smijt een deur dicht, de ramen trillen. Schoenen klossen zwaar over het laminaat, een balkondeur kraakt open. Er wordt een stoel verschoven en er breekt een glas. Een scheldwoord in dezelfde onverstaanbare taal als die de tv uitbraakt.

Zij huilt, en hij troost.
Ik luister.

Nog lang en gelukkig – II

( I )

Als een verrassing, maar niet onverwacht. Die zinsnede blijft door mijn hoofd spoken, en weer rammelt er iets aan zijn ketting in de verte. Ik ben een sukkel, ik had dit moeten zien aankomen. Langzaam begin ik weer op snelheid te komen en ik zet mijn muziek weer aan. De wind strijkt aangenaam koel langs mijn benen en voorhoofd als ik weer in ‘the zone’ terecht kom, de geestestoestand waarin je terechtkomt bij een langdurige fysieke inspanning en je lichaam het van je overneemt. Ik voel de inspanning niet meer, er als alleen nog de trance. Links,rechts, links, rechts..Mijn benen stuwen de fiets vooruit, mij meeslepend alsof ik alleen nog maar een willoze passagier ben.
Die gedacht wekt een wervelwind aan associaties op. Er passeren wat sleutelscènes uit de afgelopen weken voor mijn geestesoog, scenes die ik achteraf anders ben gaan wegen. Intentie. Perceptie. Twee sleutelbegrippen. Omdat ik weer een kooideur hoor rammelen aan de rand van mijn bewustzijn versnel ik nog meer. En nog meer – totdat ik niet meer sneller kan. 38km/u zegt mijn gps. Ik houd het tempo vast totdat het niet meer gaat en laat mij uitgeput uitrollen.

Het is van belang dat ik mij focus op de dingen waar ik wél verantwoordelijk voor ben, de dingen waar ik wel iets aan had kunnen -moeten?- doen. Zeker, er zijn verwijten genoeg te maken – over en weer. Maar feit is dat die allemaal zinloos zijn. Ze dragen niets bij. Vind ik de huidige situatie terecht? Nee. Gevoelsmatig heb je mij niet alleen mijn partner, maar ook mijn beste vriend én een droom afgenomen waarvan ik niet eens zo heel erg lang geleden niet eens wist dat ik deze had. Dat is waarom het monster weer is gaan razen na al die tijd. Ik ben alles, alles kwijt geraakt.… Lees gerust door