Archetypisch

Ik mis je, ook al weet ik niet eens zeker of je wel bestaat. Je hebt wel bestaan ( al was het misschien alleen maar in mijn hoofd) zoveel is zeker: ik ben je immers al zeker twee keer -met een beetje goede wil drie keer- tegengekomen tijdens de lange wandeling op mijn levenspad. Dat is misschien al meer dan veel andere mensen kunnen zeggen afgaande van wat ik om mij heen zie en heb zien gebeuren.

Je bent de Animus naast mijn Anima, mijn tegenpool en misschien wel het missende stukje van mijn eeuwig groeiende en veranderende puzzel. De puzzel die ik steeds scherper zie naar mate mijn ogen zachter worden maar waarvan de randen blijven vervagen en vervormen, grillig groeiend als onkruid naast een snelweg.

Het is grappig om te merken hoe ik nog altijd balanceer tussen intellectus ectypus en intellectus archetypus; met aan de ene kant mijn onverwoestbare vertrouwen in de wetenschap, het kenbare en meetbare universum waarin alles een afdruk of haarscherpe kopie van een meetbare te doorgronden werkelijkheid is en aan de andere kant het deel van mij dat nog altijd in Plato’s grot naar de schaduwbeelden op de rotswand staat te staren terwijl zijn fantasie de vrije loop krijgt. En het is precies op die momenten waarop ik de balans dreig te verliezen dat ik je mis.

Je bent te vinden in iedere glimlach van een vrouw die ik passeer op straat, in het zachte licht van de ondergaande zon en in de tekst van dat ene liedje. Je verstopt je in kunst, literatuur of een voorbij waaiende wolk. Ik mis je, meer dan je kan weten..en niet alleen omdat je niets meer of minder bent dan een archetype. Je bent de Moeder, de Minnares – maar als het Meisje ook de vaste gezel van mijn innerlijk jongetje.… Lees gerust door

Wachten op het donker

Eigenlijk ben ik ontroostbaar, maar door op papier naar mezelf te knipogen bestrijd ik de kortademigheid van de ziel en het gevoel langzaam te stikken.

Theo van Gogh, Wassenaerse brieven

De trein doorklieft in betrekkelijke stilte de mistflarden voor ons terwijl aan de andere kant van het raam waar mijn hoofd tegenaan rust de buitenwereld langzaam maar onverbiddelijk ontwaakt. Ik staar in de verte, meer gefocussed op de mist dan op het donkere landschap dat zwijgend aan mij voorbijtrekt hoewel de verlichting van een sporadische lantaarnpaal in de verte soms een welkome herinnering vormt aan wat je met een beetje goede wil de menselijke beschaving zou kunnen noemen – en aan die goede wil ontbreekt het mij niet meer.

Het rode knipperlicht van een spoorwegovergang flitst voorbij terwijl ik nog wat dieper wegzak in mijn stoel. “Summer is miles and miles away/ And no one would ask me to stayZingt een melodieuze stem met een licht Scandinavische tongval in mijn oren. Het is weer herfst en dus wordt mijn muziekkeuze weer wat melancholischer: The Cure, Opeth (Damnation!), Spinvis. Muziek om bij weg te dromen, die een hint van de naderende Grote Dood in de levende natuur om ons heen met haar meedraagt zonder dat de muziek zich daar per se aan over geeft.

Terwijl de trein onverstoorbaar naar mijn bestemming raast en een fletse maan voorzichtig probeert om door de mist heen te breken realiseer ik mij plots wat er veranderd is.. Normaal gesproken zat ik in oktober te wachten. Te wachten op het donker. Te wachten op mijn depressie, het moment waarop er een grauwe sluier over mijn gedachten heen getrokken werd en al het licht gedempt werd door de zwarte deken van een mentale verdoving. Te wachten op de dagen waarop ik mij met een glimlach door mijn dag heen sleep om ‘s avonds in stilte op de bank voor mij uit te zitten staren.… Lees gerust door

De meeste mensen deugen

Ik was het even kwijt aan het begin van dit jaar. Voor mij waren het niet zozeer de Lockdown of de social distancing die mij nekten, maar een zelfverkozen afdaling in de negen cirkels van de wappie-hel, als ware ik een verwaterde versie van Dante zelve. En hoewel mijn reis omlaag in de krochten van het internet bij vlagen inderdaad op een gitzwarte komedie leek (het goddelijke ontbrak helaas) sijpelde er toch gif naar binnen.

Het begon allemaal toen één van mijn beste vrienden op een dieptepunt van zijn leven terechtkwam en vervolgens in het doolhof van de complottheorieën de weg terug naar huis niet meer kon vinden. Uiteindelijk moest ik hem met pijn in mijn hart laten gaan, om de eenvoudige reden dat hij niet meer te bereiken was in de overdrachtelijke zin van het woord én omdat iedereen ultiem gezien het recht heeft om zijn of haar leven in te richten en te leven zoals het hem of haar goeddunkt. Daar geloof ik heilig in.
De mensen die mij kennen weten echter dat “dingen laten gaan” niet per se mijn best ontwikkelde eigenschap is als het om relaties in de breedst mogelijke betekenis van het woord gaat. (Waar dit blog af en toe tussen de regels door een getuige van is..).

Dus ik volgde hem waar mogelijk op gepaste afstand. Via Facebookgroepen, Instagram, Twitteraccounts en telegramcommunity’s. Ik vertrouwde op mijn natuurlijke scepsis en hang naar de wetenschappelijke methode, en dat werkte – grotendeels. Er is geen moment geweest dat ik daadwerkelijk begon te geloven in één of meerdere complottheorieën, maar het gif..dat bleek een brug te ver. Een schip zinkt niet omdat het omringt wordt door water maar ten gevolge van de druppels die naar binnen sijpelen…

Ik verloor mijn vertrouwen in de mensheid. Dat klinkt groot, misschien zelfs melodramatisch – maar dat is wat er gebeurde.… Lees gerust door

Duikplank

De cursor knippert mij uitdagend tegemoet vanaf mijn beeldscherm. “Toe dan, tik maar. Je wil dit..” Lijkt hij te fluisteren. Ja, ik wil dit. Ik moet dit doen. Waarom dan toch die twijfel? Alles wat nog ontbreekt zijn mijn naam en een handtekening. Twee kinderlijk eenvoudige acties die mij nog scheiden van een nieuwe sprong. Een sprong in het diepe, een sprong voorwaarts.

De trap van de hoge staat vol met gebibber” schiet er door mijn hoofd. Even twijfel ik, maar dan vind mijn brein als vanzelf de context. Spinvis, uiteraard. De metafoor van een duikplank is er één die vaker door mijn hoofd gegaan is de laatste paar dagen. Het klopt ook wel, tijdens de klim naar boven voel je een verdovende mix van verwachtingsvolle angst, plezier en spanning die tot een hoogtepunt komt als je eenmaal die eerste stap naar voren zet om vervolgens omlaag te kijken. De aarzeling of het niet toch beter is om je om te draaien en weer lafjes omlaag te gaan.

Nee, het is tijd.

Tijd om mijn leven volledig om te gooien. Om de weg die ik in de afgelopen jaren ingeslagen ben definitief te gaan bewandelen. De duik in het diepe, zonder zwembandjes. Geen weg terug. Ik haal nog een keer diep adem terwijl ik de laatste paar weken in sneltreinvaart de revue laat passeren in mijn hoofd. De gesprekken, de bezwaren en de kansen. In het hier en nu heb ik de kans om te kiezen voor mijn idealen, te doen waarvan ik weet dat ik het moét doen van mijzelf – als ik wil voldoen aan mijn eigen standaard.

Ik neem een stap vooruit op de plank en staar naar beneden. Fuck, het onbekende is diep. En als ik verkeerd land..Nee, niet aan denken. Ik ken de risico’s van wat ik ga doen en ze zijn aanvaardbaar – en aan de keerzijde glinsteren de mogelijkheden.… Lees gerust door

Opgesloten

Graffiti van een onbekende artiest, Soesterduinen

We zijn sociale dieren, sommigen van ons meer dan de rest. Al sinds de eerste lockdown (toen premier Rutte en consorten ons als samenleving nog de illusie van een ‘intelligente lockdown’ voorhielden en daarmee blijk gaven van een grove overschatting van het intelligentie-niveau van onze samenleving als geheel) heb ik afwisselend met gevoelens van verbazing, irritatie en hilariteit kunnen observeren hoe verschillend mensen reageren op wat in wezen maar een kleine aanpassing in ons normale (wat dat verder ook moge inhouden) dagelijks leven is.

Ik heb collega’s voor het genadeloze en alles registrerende oog van hun webcam zien verslonzen en afzakken naar een bedenkelijk niveau, onderwijl klagend over relaties die onder zware spanning staan en kinderen die ongenietbaar zijn. Als ik mijn verbazing uitsprak over het feit dat je levenspartner en je eigen kinderen bij uitstek de mensen zouden moeten zijn met wie je het liefst opgesloten wil zitten tijdens een wereldwijde pandemie werd dit over het algemeen afgedaan met een “jij hebt makkelijk praten” gevolgd door een diepe zucht. Ja, ik heb makkelijk praten. Er zijn weken waarin het enige vlees-en-bloed contact dat ik heb met de kassière in de lokale supermarkt is. Volstrekt begrijpelijk dat mijn situatie als ‘makkelijker” gezien wordt door mensen die samen met hun partner en kinderen in één huis wonen, niet?

Maar jazeker, ik heb makkelijk praten. Niet dat ik iemand heb om mee te praten zonder daarmee de mensen om mij heen tekort te willen doen, zij zijn er voor mij zoals ik er voor hen ben (you know who you are), maar dat heeft er eigenlijk helemaal niets mee te maken.

De weemoed dateert van veel verder terug, de jaren tussen mijn zesde en twaalfde, met m’n moeder alleen, ik zie verder terug en voorbij, voorbij het zelfbeklag in het kijken: die gruwzame eenzaamheid, nauwelijks onderbroken door de twee keer drie maanden ‘vakantiekolonie’ die iets van een straf had, in het holst van de winter langs koude stranden, in bossen zonder bladeren aan de bomen, de vervreemding van het kind, dat object tussen objecten is

Simon Vinkenoog, uit “Liefde.
Lees gerust door

Virus-vernis (VI) : Covidioten

“Zonder titel” , een beeld uit 2004 van Herman Makkink, Westerpark – Amsterdam

Als je koolstof -waar ook het menselijk lichaam voor een groot deel uit bestaat- voor langere tijd onder hoge druk plaatst ontstaat er een diamant. Toen in Maart de samenleving gedwongen een pas op de plaats moest maken onder de druk van een pandemie zag ik overal voorbeelden van de veerkracht en de Goedheid van de gemiddelde mens, los van winkelkarren die volgeladen met toiletpapier die over een parkeerplaats wereden gerold waarna de plotseling zeer begerenswaardige lading in de achterbak van een Audi A3 of iets dergelijks verdween dan.

Tijdens de afgelopen maanden heb ik vaak nagedacht over de verhoudingen tussen de menselijke geest en het menselijk lichaam. De menselijke geest zou, als er los van neurotransmitters en neuro-receptoren al sprake zou zijn van een fysieke component, net zo goed uit datzelfde koolstof kunnen bestaan. Wij doen het als soort gewoonweg ontzagwekkend goed als de druk hoog is. Er ontstaan pas problemen als de druk minder wordt, hoewel er dan een prachtige kern is die flonkert en schittert in het licht valt het vieze en incomplete residu van de buitenkant als los zand uit elkaar.

Zeker op “sociale” media is het een kwestie van de gifbeker/smeltkroes leegdrinken eer de diamant op de bodem zich weer laat zien.

Dat zie je nu dus ook terug in onze samenleving. Niet alleen 17 miljoen voetbalcoaches, maar ook 17 miljoen virologen, gedragsdeskundigen en statistici. Gooi nog wat samenzweringstheorien die al honderden -zo niet duizenden- jaren lang de ronde maken in de westerse wereld in die smeltpot en wat je krijgt is een ondrinkbaar mengsel van geschifte melk met een vleugje koolstof – met op de bodem een onzichtbare diamant waarvan naar het formaat slechts gegist kan worden.

Je zal altijd figuren hebben zoals de mensen achter viruswaanzin/waarheid (de eerste naam dekte de lading van dit clubje beter IMHO), die denken dat ze beschikken over meer kennis dan de mensen die er daadwerkelijk decennia lang mee bezig zijn geweest om die kennis te vergaren en nog veel belangrijker: te toetsen.… Lees gerust door

De verleidelijke lokroep van de leegte

Ik stap op de overhangende rotspunt en kijk omlaag, en even is daar de ‘call of the void‘ aan de rand van mijn bewustzijn. “Spring” fluistert ze. Een niet te onderdrukken glimlach vind mijn mond. Nee, ik ben niet suïcidaal. Al decennia niet meer. Toch heeft deze verleidelijke lokroep van de leegte mij jarenlang doen twijfelen aan mijn mentale gezondheid, totdat ik ontdekte dat dit een relatief vaak voorkomend iets is dat zelfs een wetenschappelijke naam heeft : high place phenomenon. Tot aan één derde van alle -gezonde- mensen heeft ervaring met de gedachte om te springen als ze op grote hoogte aan de rand van een afgrond staan.

De film van alle gebeurtenissen in het afgelopen jaar -sinds de vorige keer dat ik hier stond- trekt aan mijn geestesoog voorbij en ik realiseer mij hoe ver ik gekomen ben op een jaar tijd. Hoeveel evenwichtiger, energieker en gelukkiger (“tevredener” fluistert een bekende stem in mijn oor) ik mij voel. Uiteraard is er ook een gemis, er zal immers áltijd een gemis zijn. Dat gemis is ook een belangrijk deel van de brandstof die ik gebruik om mijzelf te pushen.

Ik push mijzelf als schrijver, als professional, als mens. door weer te durven falen zonder mij te laten verlammen door mijn soms kinderlijke angsten. Het afgelopen jaar stond in het teken van mijzelf weer te leren dat falen noodzakelijk is, de eenvoudige erkenning dat er geen groei mogelijk is zonder weerstand en obstakels onderweg. En hier sta ik dus weer, een jaar later – precies op de dag waar ik nooit over wil praten en geen aandacht aan wil besteden. Mijn blik glijdt over de wereld die aan mijn voeten ligt terwijl ergens in de verte de echo van de schaterlach van een kind door het dal weerkaatst.… Lees gerust door

Mama

Vier.


Vier keer is de aarde inmiddels rond de zon gezwiept in de oneindige dans van twee hemellichamen om een centraal maar onzichtbaar zwaartekrachtpunt. Vier rondjes sinds ik je voorgoed kwijtraakte. Soms voelt het alsof ik de enige ben die je nog écht lijkt te missen, en ik weet hoe egocentrisch en gespeend van enige zelfreflectie die gedachte eigenlijk is.

Iedereen heeft het recht om op zijn of haar eigen manier het verdriet te dragen, om een manier te vinden om met de intense pijn van het Grote Gemis, de prijs die je moet betalen om lief te hebben om te kunnen gaan. Mijn vader zocht voornamelijk een weg uit de eenzaamheid en heeft die gevonden in het gezelschap van een andere vrouw, ook al slapen ze in verschillende kamers. Zus-lief verliest zichzelf in haar baan, haar sporten, haar hobby’s en er zijn momenten dat ik bijna kan geloven in haar zelfopgelegde nieuw hervonden positieve levenshouding.

En ik? Ik kijk naar binnen en observeer. Probeer om het verdriet te doorvoelen en te doorleven zonder mijzelf te laten wegspoelen in een woeste rivier van zelfmedelijden en pathos. Door de verstilling zijn werk te laten doen en de ruimte te bieden aan al wat ik voel zonder mijzelf er door te laten overheersen. Ik wil mijn verdriet gebruiken om intenser in het leven te staan, om niet te verstarren of te verzuren maar om juist milder te worden. Zodat het verdriet niet meer voor een dambreuk zorgt waarbij het water met een verwoestende kracht zijn weg baant en alles in een nietsontziende stroom wegspoelt – maar het als een kabbelende rivier langzaam alle scherpe randjes van mijn psyche weet te eroderen totdat er een meanderende stroom overblijft.

Het blijft vreemd, een emotionele herfststorm midden in de zomer.

Ik mis je.

Zwarte levens doén er aan toe

Nee boze, blanke man – niemand verwacht van jou dat je persoonlijk je excuses aan gaat bieden voor het leed, de onderdrukking en de uitbuiting die je voorouders honderden jaren geleden hebben laten neerdalen over wat zij toen als een inferieure groep mensen zagen. De protesten die in de afgelopen weken als een lopen vuurtje (of een wereldwijde pandemie zoals je wil..) de wereld rondgingen gaan over het systematisch en structureel onderdrukken van mensen op basis van hun etniciteit in het hier en nu.

Respectvol luisteren, en de dialoog aangaan op basis van een onvoorwaardelijke gelijkheid – is dat nog steeds te veel gevraagd in 2020? Als een steeds grotere groep van mensen aangeeft een probleem te hebben met de huidige invulling wat volgens de steeds bozer wordende blanke mannen “niets meer dan een onschuldig kinderfeest is” – is het dan kies om op racistische en denigrerende uitspraken richting de klagers terug te vallen, waarmee je in je woede precies dat doet wat zij aan de kaak proberen te stellen?

Black lives matter is niet uit de lucht komen vallen, net zo min als de me-too beweging.

Luisteren. Niet reageren op basis van emotie, maar op basis van verstand. De dialoog aangaan en je verplaatsen in de ander. Is zelfs dat al te veel gevraagd?

Ik praat vandalisme niet goed, ik praat de volstrekt verkeerd gelopen demonstratie in Amsterdam niet goed. Maar ik erken wel de pijn en de frustratie. Al decennia lang proberen donkere mensen en mensen met een andere etniciteit in het algemeen dit pijnlijke onderwerp op de agenda te krijgen, meestal tevergeefs. Laten we beginnen met te luisteren zonder oordeel, zonder ons te verdedigen tegen een niet bestaande aanval. Laat ik vooral de mensen waar het om gaat in dit geval zélf aan het woord laten, een korte bloemlezing:

Gerda Havertong in 1987 (!)Lees gerust door

Virus-vernis (V)

Na drie maanden in de ruststand te hebben gestaan begint de maatschappij langzaam maar zeker weer te ontwaken. Van mij had het niet persé gehoeven, ik vond de wereld van de afgelopen maanden eigenlijk mooier dan die ervoor. Daarmee wil ik het verdriet, de angst en de eenzaamheid van sommige mensen -vooral de ouderen en kwetsbare leden van onze samenleving- niet bagatelliseren. Dat verdriet was en is groot en onmiskenbaar.

Nu de wereld ontwaakt en de angst voor nu grotendeels gesust lijkt te zijn steekt ook het veelkoppige monster van ongenoegen zijn kop weer boven het moeras uit. Onvrede over de maatregelen die onze regering genomen heeft. Eerst was het niet goed dat de economie boven de volksgezondheid geplaatst werd en was er de schreeuw om een “complete lockdown” , moesten “alle scholen dicht” en vooral “grenzen dicht” . Je hoefde niet eens na te denken over uit welke hoek deze achterhaalde retoriek kwam – dat was al duidelijk. Ironisch genoeg zijn het dezelfde mensen en politieke stromannen die nu het hardste schreeuwen dat onze regering “het land kapot maakt” en “totaal overdreven maatregelen in stand houdt”.

Aan de andere kant van het politieke spectrum is er ook genoeg onrust. Zwarte levens doen er aan toe, lieten 5000 man op de Dam zien. De ironie van die situatie kan niet alleen mij zijn opgevallen hoewel de beweging mijn volledige steun en sympathie heeft kan ik mij toch niet aan de indruk onttrekken dat “verbeter de wereld, begin bij jezelf” ook wel een ding is en dat 1,5m afstand houden een prachtig instrument is om zelf bij te dragen aan de BLM beweging.

En zo sukkelt de wereld slaapdronken krampachtig verder in de richting waarin zij al jaren wankelt. Ik doe er niet aan mee, na bijna vier maanden thuiswerken heb ik in ieder geval afgedwongen dat ik -mits we in september weer normaal functioneren als bedrijf- minstens drie thuiswerkdagen per week mag aanhouden wat mij effectief zeeën aan extra vrije tijd bied.… Lees gerust door

Virus-vernis (IV)

Ik loop zoals ieder weekend door het bos. Mijmerend. Om mij heen fluiten de vogels en regelmatig word ik een stukje vergezeld door één of meerdere vlinders. Met een diepe adem teug vul ik mijn longen met schone lucht, ergens in de verte schreeuwt een kind het uit van plezier.

Voor mij duikt plots een hert uit het struikgewas, we schrikken van elkaar en blijven beide stokstijf staan. Even nemen we elkaar op, dan draait ze zich om en sprint weer terug richting de dichtere begroeiing. Een kortstondig maar hevige gelukzaligheid verspreid zich vanuit mijn maag door mijn hele lichaam.

De wereld glijdt weer terug in haar ruststand, geen vliegtuigen, geen verkeer, amper mensen. Misschien is het wel beter, zo.

Virus-vernis (III)

Ik realiseer mij plots dat de angst voor de dood ergens in de afgelopen dagen in je stem is geslopen. Waar eerst voornamelijk bagatellisering en ontkenning de boventoon voerden is er nu de ruimte voor twijfel en het onvermijdelijke besef van de nieuwe realiteit waarin we leven. Juist op het moment dat de levende natuur explodeert met nieuw leven waart de dood door ons land en ben ook jij veroordeeld tot een leven in de marge. Je klaagt en je sputtert tegen maar schikt je in je lot.

We worstelen tijdens onze dagelijkse telefoontjes met de veranderende verhouding tussen ons twee. Er is liefde en respect hoewel we regelmatig botsen omdat we nu eenmaal conflicterende levenshoudingen hebben en fundamenteel anders naar de wereld om ons heen kijken. Ik schaam mij er bijna voor dat ik je soms even bewust uit je tent lok zodat je even stoom kan afblazen maar realiseer mij tegelijkertijd dat het goed is dat je je angsten en frustraties bij mij kwijt kan.

Ik ben immers los van de Alpha hulp de enige die je nog dagelijks spreekt.

Virus-vernis (II)

Voor een raam met de bloemen die geen water nodig hebben
Zit iedere dag een oude vrouw met lege ogen op een bankje
Haar blik gaat op en neer tussen haar horloge en de horizon

Ze lijkt niet te begrijpen waarom de toch al zo kleine wereld waarin zij leeft
Opeens verstilde en verschrompelde totdat er alleen nog maar
Een cocoon van verstikkende eenzaamheid voor haar overbleef

Vanmorgen zat ze er plots niet meer.

Het licht

De stoel zakt langzaam achterover en ik voel mij mij niet alleen fysiek maar ook in het drijfzand van mijn gedachten wegzakken terwijl mijn ogen zich langzaam maar zeker beginnen te focussen op het felle licht boven mij. Het zwarte niets van de blinde vlek in mijn rechteroog nodigt mij uit om er in te verdwijnen – een eindeloze put om in te verdrinken. De onvermijdelijke associatieve stroom van donkere gedachten begint terwijl het gezoem van de elektromotoren in mijn oren afzwakt en vervolgens stopt.
Een zachte stem vraagt of ik mijn mond wil openen en ik gehoorzaam als vanzelf terwijl ik mijzelf overgeef aan mijn innerlijke beslommeringen.

Het feit dat ik hier lig is de zoveelste stap van een lange klim die begonnen is in het mullerthal. Mentaal ben ik nooit gestopt met het beklimmen van de uit de rotsen gehouwen stenen trappen die ik daar tegenkwam, als ware ik Orpheus zelve tijdens zijn lange klim uit de hel. Er zaten wel meer mooie parallellen in de mythe van Orpheus en Eurydice, ook ik had de fout gemaakt om op een aantal cruciale punten om te kijken terwijl ik dat niet had moeten doen. En zij? Ach. Zoals ik al eens eerder opgemerkt had: Haar tekortkomingen maakten haar in wezen alleen maar mooier. en zoals Leonard Cohen al zong in ‘Anthem’ :

There is a crack in everything
That’s how the light gets in

De handen vlakbij mijn gezicht roepen de oude, vertrouwde angstgevoelens die nu al meer dan anderhalf decennia bij mij horen weer op en instinctmatig wil ik in elkaar krimpen als ik de adrenaline door mijn lijf voel gieren. Voor mijn geestesoog zie ik weer de vuist komen, gevolgd door een schoen en een ziekmakend geknars. De wereld begint te draaien en even stoppen de handen terwijl de zachte stem vraagt of het wel goed gaat met mij.… Lees gerust door

Bekentenis

Het duister van de avond omhelst mij als een oude vriend terwijl ik mij een weg baan door de regen die met een zachte verontschuldiging dat hij er verder ook niet zo veel aan kan doen via mijn gezicht zo over mijn jas, broek en schoenen de doorweekte grond opzoekt. Ik huiver even in de kou van de beginnende herfst terwijl Nick Cave zijn zielenleed in mijn oren laat druppelen. Een leed dat, zo moet ik onder ogen zien, veel groter is dan het mijne. Aan de andere kant – leed en verdriet vergelijken is zinloos. Er trekt even een flauwe glimlach over mijn lippen als ik aan een gesprek met Haar over de essentie van verdriet terugdenk, nu al weer zo lang geleden. “Verdriet is de prijs die je betaald om te kunnen, misschien wel om te mógen liefhebben’ had ik met enige pathos geponeerd.

And the little white shape dancing at the end of the hall
Is just a wish that time can’t dissolve at all

Zingt Nick weemoedig in “Bright Horses” en ik slaak een diepe zucht. Zou ze het ooit begrijpen? Zou ze ooit inzien dat wat ik gedaan heb niet uit wraak was, maar uit noodzaak? Dat ik het niet voor mij deed, maar juist voor haar? Waarschijnlijk niet concludeer ik met enige spijt die meteen verdrongen wordt door het besef dat daar nu net de crux zit. Als ik ergens spijt van heb dan is het van het feit dat ik haar voor het eerst sinds die bewuste winteravond op het strand bewust gekwetst heb,met een virtuele stomp op haar (bevallige) neus. Niet als een daad van wraak, maar uit een besef van ..noodzakelijkheid, een dwingende urgentie. Een laatste geschenk, gegeven uit liefde. Zoals altijd heb ik een subtiele hint verstopt, een hint die alleen begrepen kan worden door een goed verstaander die mij kent als geen ander.… Lees gerust door

Waterkant

Ik zie hem al van ver staan op zijn plek daar aan de rand van wat eens een hofvijver was. Vuisten gebald, ogen gesloten en een gespannen uitdrukking op zijn gezicht. Roerloos, ongenaakbaar als rotsblok. Zijn pure aanwezigheid als een geschreeuwde uitdaging naar boven: “Hier sta ik!” De zon breekt even door en kust zijn gezicht met een verdwaalde lichtstraal maar hij lijkt het niet te merken – of hij negeert het ter faveure van zijn eigen innerlijke bespiegelingen.

Daar zit – besef ik mij terwijl ik achter hem afbuig en mijn eigen pad volg- een diepzinnige metafoor over het leven zelf in verborgen.