De verleidelijke lokroep van de leegte

Ik stap op de overhangende rotspunt en kijk omlaag, en even is daar de ‘call of the void‘ aan de rand van mijn bewustzijn. “Spring” fluistert ze. Een niet te onderdrukken glimlach vind mijn mond. Nee, ik ben niet suïcidaal. Al decennia niet meer. Toch heeft deze verleidelijke lokroep van de leegte mij jarenlang doen twijfelen aan mijn mentale gezondheid, totdat ik ontdekte dat dit een relatief vaak voorkomend iets is dat zelfs een wetenschappelijke naam heeft : high place phenomenon. Tot aan één derde van alle -gezonde- mensen heeft ervaring met de gedachte om te springen als ze op grote hoogte aan de rand van een afgrond staan.

De film van alle gebeurtenissen in het afgelopen jaar -sinds de vorige keer dat ik hier stond- trekt aan mijn geestesoog voorbij en ik realiseer mij hoe ver ik gekomen ben op een jaar tijd. Hoeveel evenwichtiger, energieker en gelukkiger (“tevredener” fluistert een bekende stem in mijn oor) ik mij voel. Uiteraard is er ook een gemis, er zal immers áltijd een gemis zijn. Dat gemis is ook een belangrijk deel van de brandstof die ik gebruik om mijzelf te pushen.

Ik push mijzelf als schrijver, als professional, als mens. door weer te durven falen zonder mij te laten verlammen door mijn soms kinderlijke angsten. Het afgelopen jaar stond in het teken van mijzelf weer te leren dat falen noodzakelijk is, de eenvoudige erkenning dat er geen groei mogelijk is zonder weerstand en obstakels onderweg. En hier sta ik dus weer, een jaar later – precies op de dag waar ik nooit over wil praten en geen aandacht aan wil besteden. Mijn blik glijdt over de wereld die aan mijn voeten ligt terwijl ergens in de verte de echo van de schaterlach van een kind door het dal weerkaatst.… Lees gerust door

Mama

Vier.


Vier keer is de aarde inmiddels rond de zon gezwiept in de oneindige dans van twee hemellichamen om een centraal maar onzichtbaar zwaartekrachtpunt. Vier rondjes sinds ik je voorgoed kwijtraakte. Soms voelt het alsof ik de enige ben die je nog écht lijkt te missen, en ik weet hoe egocentrisch en gespeend van enige zelfreflectie die gedachte eigenlijk is.

Iedereen heeft het recht om op zijn of haar eigen manier het verdriet te dragen, om een manier te vinden om met de intense pijn van het Grote Gemis, de prijs die je moet betalen om lief te hebben om te kunnen gaan. Mijn vader zocht voornamelijk een weg uit de eenzaamheid en heeft die gevonden in het gezelschap van een andere vrouw, ook al slapen ze in verschillende kamers. Zus-lief verliest zichzelf in haar baan, haar sporten, haar hobby’s en er zijn momenten dat ik bijna kan geloven in haar zelfopgelegde nieuw hervonden positieve levenshouding.

En ik? Ik kijk naar binnen en observeer. Probeer om het verdriet te doorvoelen en te doorleven zonder mijzelf te laten wegspoelen in een woeste rivier van zelfmedelijden en pathos. Door de verstilling zijn werk te laten doen en de ruimte te bieden aan al wat ik voel zonder mijzelf er door te laten overheersen. Ik wil mijn verdriet gebruiken om intenser in het leven te staan, om niet te verstarren of te verzuren maar om juist milder te worden. Zodat het verdriet niet meer voor een dambreuk zorgt waarbij het water met een verwoestende kracht zijn weg baant en alles in een nietsontziende stroom wegspoelt – maar het als een kabbelende rivier langzaam alle scherpe randjes van mijn psyche weet te eroderen totdat er een meanderende stroom overblijft.

Het blijft vreemd, een emotionele herfststorm midden in de zomer.

Ik mis je.

Zwarte levens doén er aan toe

Nee boze, blanke man – niemand verwacht van jou dat je persoonlijk je excuses aan gaat bieden voor het leed, de onderdrukking en de uitbuiting die je voorouders honderden jaren geleden hebben laten neerdalen over wat zij toen als een inferieure groep mensen zagen. De protesten die in de afgelopen weken als een lopen vuurtje (of een wereldwijde pandemie zoals je wil..) de wereld rondgingen gaan over het systematisch en structureel onderdrukken van mensen op basis van hun etniciteit in het hier en nu.

Respectvol luisteren, en de dialoog aangaan op basis van een onvoorwaardelijke gelijkheid – is dat nog steeds te veel gevraagd in 2020? Als een steeds grotere groep van mensen aangeeft een probleem te hebben met de huidige invulling wat volgens de steeds bozer wordende blanke mannen “niets meer dan een onschuldig kinderfeest is” – is het dan kies om op racistische en denigrerende uitspraken richting de klagers terug te vallen, waarmee je in je woede precies dat doet wat zij aan de kaak proberen te stellen?

Black lives matter is niet uit de lucht komen vallen, net zo min als de me-too beweging.

Luisteren. Niet reageren op basis van emotie, maar op basis van verstand. De dialoog aangaan en je verplaatsen in de ander. Is zelfs dat al te veel gevraagd?

Ik praat vandalisme niet goed, ik praat de volstrekt verkeerd gelopen demonstratie in Amsterdam niet goed. Maar ik erken wel de pijn en de frustratie. Al decennia lang proberen donkere mensen en mensen met een andere etniciteit in het algemeen dit pijnlijke onderwerp op de agenda te krijgen, meestal tevergeefs. Laten we beginnen met te luisteren zonder oordeel, zonder ons te verdedigen tegen een niet bestaande aanval. Laat ik vooral de mensen waar het om gaat in dit geval zélf aan het woord laten, een korte bloemlezing:

Gerda Havertong in 1987 (!)Lees gerust door

Virus-vernis (V)

Na drie maanden in de ruststand te hebben gestaan begint de maatschappij langzaam maar zeker weer te ontwaken. Van mij had het niet persé gehoeven, ik vond de wereld van de afgelopen maanden eigenlijk mooier dan die ervoor. Daarmee wil ik het verdriet, de angst en de eenzaamheid van sommige mensen -vooral de ouderen en kwetsbare leden van onze samenleving- niet bagatelliseren. Dat verdriet was en is groot en onmiskenbaar.

Nu de wereld ontwaakt en de angst voor nu grotendeels gesust lijkt te zijn steekt ook het veelkoppige monster van ongenoegen zijn kop weer boven het moeras uit. Onvrede over de maatregelen die onze regering genomen heeft. Eerst was het niet goed dat de economie boven de volksgezondheid geplaatst werd en was er de schreeuw om een “complete lockdown” , moesten “alle scholen dicht” en vooral “grenzen dicht” . Je hoefde niet eens na te denken over uit welke hoek deze achterhaalde retoriek kwam – dat was al duidelijk. Ironisch genoeg zijn het dezelfde mensen en politieke stromannen die nu het hardste schreeuwen dat onze regering “het land kapot maakt” en “totaal overdreven maatregelen in stand houdt”.

Aan de andere kant van het politieke spectrum is er ook genoeg onrust. Zwarte levens doen er aan toe, lieten 5000 man op de Dam zien. De ironie van die situatie kan niet alleen mij zijn opgevallen hoewel de beweging mijn volledige steun en sympathie heeft kan ik mij toch niet aan de indruk onttrekken dat “verbeter de wereld, begin bij jezelf” ook wel een ding is en dat 1,5m afstand houden een prachtig instrument is om zelf bij te dragen aan de BLM beweging.

En zo sukkelt de wereld slaapdronken krampachtig verder in de richting waarin zij al jaren wankelt. Ik doe er niet aan mee, na bijna vier maanden thuiswerken heb ik in ieder geval afgedwongen dat ik -mits we in september weer normaal functioneren als bedrijf- minstens drie thuiswerkdagen per week mag aanhouden wat mij effectief zeeën aan extra vrije tijd bied.… Lees gerust door

Virus-vernis (IV)

Ik loop zoals ieder weekend door het bos. Mijmerend. Om mij heen fluiten de vogels en regelmatig word ik een stukje vergezeld door één of meerdere vlinders. Met een diepe adem teug vul ik mijn longen met schone lucht, ergens in de verte schreeuwt een kind het uit van plezier.

Voor mij duikt plots een hert uit het struikgewas, we schrikken van elkaar en blijven beide stokstijf staan. Even nemen we elkaar op, dan draait ze zich om en sprint weer terug richting de dichtere begroeiing. Een kortstondig maar hevige gelukzaligheid verspreid zich vanuit mijn maag door mijn hele lichaam.

De wereld glijdt weer terug in haar ruststand, geen vliegtuigen, geen verkeer, amper mensen. Misschien is het wel beter, zo.

Virus-vernis (III)

Ik realiseer mij plots dat de angst voor de dood ergens in de afgelopen dagen in je stem is geslopen. Waar eerst voornamelijk bagatellisering en ontkenning de boventoon voerden is er nu de ruimte voor twijfel en het onvermijdelijke besef van de nieuwe realiteit waarin we leven. Juist op het moment dat de levende natuur explodeert met nieuw leven waart de dood door ons land en ben ook jij veroordeeld tot een leven in de marge. Je klaagt en je sputtert tegen maar schikt je in je lot.

We worstelen tijdens onze dagelijkse telefoontjes met de veranderende verhouding tussen ons twee. Er is liefde en respect hoewel we regelmatig botsen omdat we nu eenmaal conflicterende levenshoudingen hebben en fundamenteel anders naar de wereld om ons heen kijken. Ik schaam mij er bijna voor dat ik je soms even bewust uit je tent lok zodat je even stoom kan afblazen maar realiseer mij tegelijkertijd dat het goed is dat je je angsten en frustraties bij mij kwijt kan.

Ik ben immers los van de Alpha hulp de enige die je nog dagelijks spreekt.

Virus-vernis (II)

Voor een raam met de bloemen die geen water nodig hebben
Zit iedere dag een oude vrouw met lege ogen op een bankje
Haar blik gaat op en neer tussen haar horloge en de horizon

Ze lijkt niet te begrijpen waarom de toch al zo kleine wereld waarin zij leeft
Opeens verstilde en verschrompelde totdat er alleen nog maar
Een cocoon van verstikkende eenzaamheid voor haar overbleef

Vanmorgen zat ze er plots niet meer.

Het licht

De stoel zakt langzaam achterover en ik voel mij mij niet alleen fysiek maar ook in het drijfzand van mijn gedachten wegzakken terwijl mijn ogen zich langzaam maar zeker beginnen te focussen op het felle licht boven mij. Het zwarte niets van de blinde vlek in mijn rechteroog nodigt mij uit om er in te verdwijnen – een eindeloze put om in te verdrinken. De onvermijdelijke associatieve stroom van donkere gedachten begint terwijl het gezoem van de elektromotoren in mijn oren afzwakt en vervolgens stopt.
Een zachte stem vraagt of ik mijn mond wil openen en ik gehoorzaam als vanzelf terwijl ik mijzelf overgeef aan mijn innerlijke beslommeringen.

Het feit dat ik hier lig is de zoveelste stap van een lange klim die begonnen is in het mullerthal. Mentaal ben ik nooit gestopt met het beklimmen van de uit de rotsen gehouwen stenen trappen die ik daar tegenkwam, als ware ik Orpheus zelve tijdens zijn lange klim uit de hel. Er zaten wel meer mooie parallellen in de mythe van Orpheus en Eurydice, ook ik had de fout gemaakt om op een aantal cruciale punten om te kijken terwijl ik dat niet had moeten doen. En zij? Ach. Zoals ik al eens eerder opgemerkt had: Haar tekortkomingen maakten haar in wezen alleen maar mooier. en zoals Leonard Cohen al zong in ‘Anthem’ :

There is a crack in everything
That’s how the light gets in

De handen vlakbij mijn gezicht roepen de oude, vertrouwde angstgevoelens die nu al meer dan anderhalf decennia bij mij horen weer op en instinctmatig wil ik in elkaar krimpen als ik de adrenaline door mijn lijf voel gieren. Voor mijn geestesoog zie ik weer de vuist komen, gevolgd door een schoen en een ziekmakend geknars. De wereld begint te draaien en even stoppen de handen terwijl de zachte stem vraagt of het wel goed gaat met mij.… Lees gerust door

Bekentenis

Het duister van de avond omhelst mij als een oude vriend terwijl ik mij een weg baan door de regen die met een zachte verontschuldiging dat hij er verder ook niet zo veel aan kan doen via mijn gezicht zo over mijn jas, broek en schoenen de doorweekte grond opzoekt. Ik huiver even in de kou van de beginnende herfst terwijl Nick Cave zijn zielenleed in mijn oren laat druppelen. Een leed dat, zo moet ik onder ogen zien, veel groter is dan het mijne. Aan de andere kant – leed en verdriet vergelijken is zinloos. Er trekt even een flauwe glimlach over mijn lippen als ik aan een gesprek met Haar over de essentie van verdriet terugdenk, nu al weer zo lang geleden. “Verdriet is de prijs die je betaald om te kunnen, misschien wel om te mógen liefhebben’ had ik met enige pathos geponeerd.

And the little white shape dancing at the end of the hall
Is just a wish that time can’t dissolve at all

Zingt Nick weemoedig in “Bright Horses” en ik slaak een diepe zucht. Zou ze het ooit begrijpen? Zou ze ooit inzien dat wat ik gedaan heb niet uit wraak was, maar uit noodzaak? Dat ik het niet voor mij deed, maar juist voor haar? Waarschijnlijk niet concludeer ik met enige spijt die meteen verdrongen wordt door het besef dat daar nu net de crux zit. Als ik ergens spijt van heb dan is het van het feit dat ik haar voor het eerst sinds die bewuste winteravond op het strand bewust gekwetst heb,met een virtuele stomp op haar (bevallige) neus. Niet als een daad van wraak, maar uit een besef van ..noodzakelijkheid, een dwingende urgentie. Een laatste geschenk, gegeven uit liefde. Zoals altijd heb ik een subtiele hint verstopt, een hint die alleen begrepen kan worden door een goed verstaander die mij kent als geen ander.… Lees gerust door

Waterkant

Ik zie hem al van ver staan op zijn plek daar aan de rand van wat eens een hofvijver was. Vuisten gebald, ogen gesloten en een gespannen uitdrukking op zijn gezicht. Roerloos, ongenaakbaar als rotsblok. Zijn pure aanwezigheid als een geschreeuwde uitdaging naar boven: “Hier sta ik!” De zon breekt even door en kust zijn gezicht met een verdwaalde lichtstraal maar hij lijkt het niet te merken – of hij negeert het ter faveure van zijn eigen innerlijke bespiegelingen.

Daar zit – besef ik mij terwijl ik achter hem afbuig en mijn eigen pad volg- een diepzinnige metafoor over het leven zelf in verborgen.