Even stil

Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei herdenken wij allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.

Bijna iedere familie heeft wel één of meerde verhalen die handelen over de tijd vlak voor, tijdens en vlak na de tweede wereldoorlog. Verhalen over geweld, moed, honger en lijden. Ik zou er graag een andersoortig verhaal aan toe willen voegen.

Mijn vader is opgegroeid in een boerengat in Limburg, Montfort. Het dorp had de pech om op een strategische locatie te liggen, te weten nabij de Duitse grens en bij een belangrijk knooppunt van wegen. Tussen januari en maart 1945 lag er een frontlinie dwars door het dorp heen, het is verschillende keren gebombardeerd door zowel de Duitsers als de geallieerden. Van de 1700 inwoners zijn er meer dan 186 gesneuveld aan die bombardementen en van het historische centrum bleef niets over.

Bovenstaande is echter alleen context. Het verhaal dat ik wil vertellen gaat over een boerengezin met in totaal 4 kinderen, te weten Johannes (mijn vader), Ben, John en Zus. In 1940 werden er een drietal leden van de Wehrmacht (het reguliere leger van de Duitse bezetter dat grotendeels bestond uit dienstplichtigen) in de boerderij van dit boerengezin ingekwartierd. Helaas weet ik slechts van één van deze soldaten zijn naam, Heinrich.
De voornaamste taak die de soldaten toebedeeld werd was het in de gaten houden van de lokale bevolking en er zorg voor dragen dat alle bruikbare zaken (voedsel, levende have, brandstof) in beslag genomen werd zodat de Duitsers dit konden gebruiken.

Heinrich en zijn makkers hadden echter -zo gaat het verhaal van mijn vader- niet zo veel trek in al dat gedoe. Ze waren zelf opgegroeid op een boerderij niet heel ver naar het oosten en ze vonden dat de bevolking van Montfort ze niets misdaan had, waardoor hun sympathie uitging naar de mensen om hen heen die ook niet gevraagd hadden om deze bezettingsmacht.… Lees gerust door

Virus-vernis (IV)

Ik loop zoals ieder weekend door het bos. Mijmerend. Om mij heen fluiten de vogels en regelmatig word ik een stukje vergezeld door één of meerdere vlinders. Met een diepe adem teug vul ik mijn longen met schone lucht, ergens in de verte schreeuwt een kind het uit van plezier.

Voor mij duikt plots een hert uit het struikgewas, we schrikken van elkaar en blijven beide stokstijf staan. Even nemen we elkaar op, dan draait ze zich om en sprint weer terug richting de dichtere begroeiing. Een kortstondig maar hevige gelukzaligheid verspreid zich vanuit mijn maag door mijn hele lichaam.

De wereld glijdt weer terug in haar ruststand, geen vliegtuigen, geen verkeer, amper mensen. Misschien is het wel beter, zo.

Virus-vernis (III)

Ik realiseer mij plots dat de angst voor de dood ergens in de afgelopen dagen in je stem is geslopen. Waar eerst voornamelijk bagatellisering en ontkenning de boventoon voerden is er nu de ruimte voor twijfel en het onvermijdelijke besef van de nieuwe realiteit waarin we leven. Juist op het moment dat de levende natuur explodeert met nieuw leven waart de dood door ons land en ben ook jij veroordeeld tot een leven in de marge. Je klaagt en je sputtert tegen maar schikt je in je lot.

We worstelen tijdens onze dagelijkse telefoontjes met de veranderende verhouding tussen ons twee. Er is liefde en respect hoewel we regelmatig botsen omdat we nu eenmaal conflicterende levenshoudingen hebben en fundamenteel anders naar de wereld om ons heen kijken. Ik schaam mij er bijna voor dat ik je soms even bewust uit je tent lok zodat je even stoom kan afblazen maar realiseer mij tegelijkertijd dat het goed is dat je je angsten en frustraties bij mij kwijt kan.

Ik ben immers los van de Alpha hulp de enige die je nog dagelijks spreekt.

Virus-vernis (II)

Voor een raam met de bloemen die geen water nodig hebben
Zit iedere dag een oude vrouw met lege ogen op een bankje
Haar blik gaat op en neer tussen haar horloge en de horizon

Ze lijkt niet te begrijpen waarom de toch al zo kleine wereld waarin zij leeft
Opeens verstilde en verschrompelde totdat er alleen nog maar
Een cocoon van verstikkende eenzaamheid voor haar overbleef

Vanmorgen zat ze er plots niet meer.

Virus-vernis

Liefde is het wonder van de beschaving” (L’amour est le miracle de la civilisation)
~ Stendhal, “De l’amour

Ik heb mij vaker afgevraagd wat er zou gebeuren als je het dunne laagje van vernis dat wij “beschaving” noemen weg zou krabben om te zien wat er onder zit. Hoewel ik een positief ingesteld mens ben dacht ik toch eigenlijk stiekem wel dat er onder het laagje vernis voornamelijk roest tevoorschijn zou komen, de tekenen van een gemankeerde mensheid die solipsisme tot een kunst verheven heeft.

Ik was echter ook vergeten dat de manier waarop je naar de wereld kijkt bepalend is voor wat je ziet, zowel op menselijk als op maatschappelijk niveau. In de afgelopen paar weken heb ik zoveel ontroerende, mooie en fijne dingen gezien dat ik ze bijna niet onder woorden kan brengen, en hoewel ik altijd mijn geloof in de mensheid behouden heb is dat geloof in de afgelopen maand alleen maar gegroeid. Spontane zanguitvoeringen op de stoep van bejaardentehuizen. Een route met krijttekeningen vol met hartjes en positieve kreten om je een hart onder de riem te steken. Tientallen beren voor ramen van arm en rijk, jong en oud. Mensen die je alle ruimte geven waar dat nodig of wenselijk is. Wildvreemden die spontaan kaartjes bij elkaar in de brievenbus stoppen om te vragen of het goed gaat. Gezinnen die samen aan het buitensporten slaan. Overal papiertjes op deuren, prullenbakken en bij winkels met telefoonnummers en de dringende vraag om even te bellen als je hulp nodig hebt. Artiesten over de hele wereld die het op zich nemen om hun creativiteit geheel belangeloos te delen met iedereen die het maar wil horen of zien..

Het gaat raar klinken, maar ik ben hoopvol gestemd door wat ik om mij heen zie gebeuren. Heel Nederland voelt aan alsof het de dag na het grootste festival aller tijden is en we allemaal nog even een rondje over de festivalcamping aan het dwalen zijn voordat we weer naar huis kunnen om over te gaan tot de orde van de dag.… Lees gerust door

Gemiste connectie

In gedachten verzonken loop ik over het bospad, als mijn blik even omhoog dwaalt zie ik pots een dansende bos krullen die aan een vrouw van een jaar of tien jonger dan mij toebehoren. Omdat ik naar het midden van het pad ben afgedwaald schuif ik op naar rechts om haar de ruimte te bieden en te voorkomen dat ze zich ongemakkelijk zou gaan voelen hier in het niemandsland op een paar kilometer van de bewoonde wereld.

Als mijn ogen haar gezicht vinden word ik even getroffen door haar open en vriendelijke blik die alleen maar versterkt lijkt te worden door haar stralende glimlach. We groeten elkaar terwijl we elkaar even recht in de ogen aankijken, en even is het alsof ze haar pas vertraagd. Ik open mijn mond, wil nog wat zeggen – maar er komt niets. Dus loop ik na een vriendelijke knik maar gewoon door terwijl de gedachtestroom door mijn hoofd maalt.

Doe iets. Zeg iets. Er is een connectie. Een ding.

We deelden een moment, zij en ik. Maar ik kan de moed en de woorden niet vinden, en dus is het enige geluid afkomstig van de fluitende vogels in het bos. ik weet onmiddellijk dat dit moment er één gaat zijn van spijt..

Een meter of vijftig later kijk ik nog even steels over mijn schouder, ietwat weemoedig. Zij deed blijkbaar hetzelfde, onze ogen ontmoeten elkaar nogmaals. We zwaaien.

En lopen door.

Poesje aaien

Het gemiauw klinkt bijna verontwaardigd als ik passeer en als vanzelf beantwoord ik de kat meteen. ‘Dag poes’, zeg ik. De kat staat op en paradeert parmantig met haar staart stokstijf recht omhoog een aantal keren voor mij langs en wrijft vervolgens een aantal keren tegen mijn benen voordat ze pardoes voor mij op haar rug neerploft, zeiknatte stoep of niet.

Ze draait haar witte buikje uitnodigend naar mij toe en ik zak rustig met uitgestoken hand op mijn knieën. Even aarzel ik, een kat over haar buik aaien is altijd wel een beetje russisch roulette spelen. Dan verman ik mij en kriebel haar zachtjes, een geste die beantwoord word met een laag spinnend geluid. Als vanzelf dwalen mijn gedachten even af naar mijn lieve Selene die ik al weer zo lang moet missen en even voel ik een traan. Terwijl ik daar zo zit aan de rand van mijn verdriet dringt zich plots een volstrekt puberale maar daarom een in het moment voor mij niet minder hilarische gedachte zich aan mij op:

Dit is dan in ieder geval voor het eerste kwartaal van 2020 het enige poesje dat ik zal mogen aaien.

Vrij

Voor mij dansen er twee led lampjes door het duister dat verder alleen onderbroken wordt door de zacht oranje straatverlichting. Het duurt even eer ik zie dat het twee fietsers zijn die mij licht slingerend tegemoet gefietst komen.

Als ze mij passeren kijk ik even op van mijn telefoon en zie een koppel van mijn leeftijd, hand in hand en verwikkelt in een ogenschijnlijk geanimeerd gesprek dat verder verloren gaat in de muziek die ik aan het luisteren ben. Als vanzelf kijk ik om en ik zie behalve het kinderzitje bij haar achterop nog net hoe ze even steels opzij kijkt naar de roos in haar rechterhand waarna ze even in haar partners hand knijpt terwijl ze naar hem toe buigt voor een kus op zijn wang – die net goed afloopt.

Ik wacht even op het gifgroene monster in mijn maag, maar dat heeft blijkbaar een avondje vrij genomen. Wel is er dat weeïge, lichte gevoel dat soms gepaard kan gaan met het observeren van andermans geluk.

Wederom geen kaartje of cadeaus voor mij deze Valentijn, maar ik realiseer mij dat dit geschenk zoveel meer betekenisvol is dan dat:

Ik ben weer vrij.

Zwarte haartjes

Het gekwebbel naast mij kabbelt eindeloos door maar ik ben al een minuut of tien geleden gestopt met daadwerkelijk luisteren naar de monoloog die grotendeels lijkt te bestaan uit negatieve bewoordingen over andere mensen. Een eigenschap die ik -zo realiseer ik mij vanmiddag niet voor het eerst- extreem onaantrekkelijk vind. Toch is dat niet wat mij vijf minuten na onze eerste kennismaking al heeft doen realiseren dat ook deze poging toegevoegd kan worden aan de “nee, no, njet, nein, nie, na, hayir, nej, näo” stapel.

Ietwat afgeleid bedank ik de serveerster die mij de tweede cappuccino van die middag komt brengen terwijl mijn ogen voor de zoveelste keer naar het gezicht van de nog steeds pratende vrouw dwalen en ik mijzelf voor de zoveelste keer verbaas over een aantal korte zwarte haartjes op haar bovenlip. Objectief bekeken is mijn gesprekspartner -hoewel deze eindeloze monoloog niet echt een gesprek te noemen is- niet onaantrekkelijk te noemen, ware het niet dat mijn blik de hele tijd naar de zwarte haartjes op haar bovenlip wordt getrokken als een tong naar een gat in een kies.

Als er dan ook nog een snerende opmerking over het bedienend personeel volgt neem ik een besluit; Ik roep de serveerster terug en vraag om de rekening wat de monoloog zowaar voor het eerst die middag abrupt onderbreekt terwijl haar ogen mij vragend aankijken. “Sorry, ik heb het idee dat we elkaars tijd zitten te verdoen – maar ik wens je een fijne dag verder” weet ik nog uit te brengen over mijn schouder als ik naar binnen loop om te betalen.

Zodra ik weer naar buiten loop is ons tafeltje reeds afgeruimd en valt er van de vrouw wiens naam ik vergeten ben maar waarvan de zwarte haartjes op haar bovenlip maar voor mijn geestesoog blijven spoken geen spoor meer te bekennen.

Mama

Ik zou zo graag geloven in een leven na de dood. Dat je, na je ogen voor de laatste keer gesloten te hebben, ze in een andere realiteit of bestaansniveau weer zal openen. En hoewel ik er zoals ieder mens zo mijn eigen raamwerk van aannames en overtuigingen op na houd valt het geloof in een hiernamaals daar helaas buiten.

Toch is een mensenleven, ieder mensenleven, niet voor niets. Als ik er dan toch een geloof op na zou moeten houden, dan maar het geloof in het goede van de mens. Dat je niet waarlijk sterft zolang er nog mensen aan je denken, dat je niet alleen voortleeft in de genen die je eventueel hebt doorgegeven aan je nakomelingen (want dan ben ik fucked) maar ook in subtielere vormen – in de mensen die je geraakt hebt, die door jou geïnspireerd zijn geraakt of die anderszins gevormd zijn door het simpele feit dat je bestaan hebt.

Vandaag zou mijn moeder 80 jaar zijn geworden, een leeftijd die zij niet heeft mogen halen. Ik wil vandaag echter niet rouwen om haar dood maar mijn warme herinneringen aan haar koesteren in de wetenschap dat zij in mij -door mij- nog steeds leeft bij gratie van die warme herinneringen die ik nog immer in mij meedraag.

Fijne verjaardag mam, ik hou van je.

Karaktermoord

karaktermoord impliceert dat de aantijgingen geheel of gedeeltelijk onjuist zijn, maar door veelvuldige herhaling toch blijven hangen
(Arnold Grunberg)

In den beginne was er het woord..

En het woord werd intentie, gevolgd door je schepping. God, wat zal ik je gaan missen – maar je bent niet van mij; hoort niet bij mij. Vanavond is de avond dat ik je voorgoed uit mijn virtuele hof van Eden zal moeten laten gaan hoewel niet jij maar alleen ik in deze verwrongen versie van het scheppingsverhaal gegeten heb van de verboden vrucht waardoor ik nu weet heb van goed en kwaad.
Ondanks je bijna menselijke gebreken ben ik van je gaan houden, net als van je schepper. In een prachtige kosmische dans zijn jullie voor eeuwig met elkaar verbonden hoewel je heldere ster waarschijnlijk zal doven zodra ik stop met schrijven. Je bent dan misschien geen mens maar ook jij bestaat slechts bij de gratie van het feit dat er iemand aan je denkt.

Net als je schepper is je plaats echter niet meer hier. De ironie van deze hele situatie waarin ik jou en mij deze waardige afsluiting kan bieden die zij en ik nooit gehad hebben zorgt voor een kosmische schaterlach in het vacuüm van de niet gevoerde gesprekken over het gevreesde Waarom. Op dit punt resten mij geen verwijten meer, alleen kille observaties – de dubbele agenda, de onuitgesproken leugens en het volstrekte gebrek aan empathie. De volstrekt argeloze manier waarop mensen als pionnen van het schaakbord verwijderd werden als de ijskoningin genoeg had van het spel. Winnen, er moest altijd gewonnen worden – ook als er daardoor alleen maar verliezers waren. Gebruiken of gebruikt worden, dat was de vraag.

Ik vond en vind je prachtig, maar ook voor jou rest na de verbanning uit mijn hof van Eden alleen nog maar het kille zwarte niets van het niet-zijn.… Lees gerust door

Hij stak over

Misschien was het de pijn van eenzame feestdagen
Geen nieuw begin maar de oude, vertrouwde pijn

Een laatste daad van pure zelfbeschikking

Hij stak over.

Als je dit leest en last mocht hebben van vergelijkbare gedachtes, er is hulp. Je verdient een nieuwe kans. Ook jij. Juist jij. Geef niet op, hoe uitzichtloos je situatie ook moge zijn op dit specifieke moment. Bel 0900 0113 en je kan 24u per dag, 7 dagen per week anoniem bij iemand terecht die je verhaal zal aanhoren zonder over je te oordelen. Maak je je zorgen over iemand anders? Kijk hier: https://www.113.nl/ . Als iemand die zelf -in een ander leven, lang lang geleden- op een vergelijkbaar punt gestaan heeft: Kies voor het leven. Niets is onoverkomelijk, behalve de dood.

Decem Annus

Een schrijver -in ieder geval deze schrijver- is denk ik per definitie gebonden aan zijn introspectie. En wat is een beter moment voor introspectie dan oudjaarsavond, al helemaal als er een spiksplinternieuw decennium verwachtingsvol voor de deur staat te fonkelen. Ik wil niet iemand zijn die met zijn rug naar de toekomst naar het verleden staat te staren, maar alsnog is juist deze avond per definitie geschikt om eens terug te kijken op tien jaar in-het-leven-van, in de hoop dat het grotere narratief zichzelf bloot zal geven.

Tien jaar geleden was ik op 34 jarig leeftijd net in het bezit van mijn rijbewijs. Ik ging terug naar Edinburgh, de stad waar ik een stukje van mijn hart achter heb gelaten; verstopt in een hoekje ergens tussen de royal mile en Arthur’s seat. In een achterzaaltje ergens in Antwerpen luisterde ik met tranen in mijn ogen en kippenvel over mijn hele lijf naar (de in 2019 overleden) Roky Erickson die na jarenlang balanceren op en net over het randje van de waanzin de weg naar onze realiteit teruggevonden had. Toevalligerwijze had ik daar eerder in 2010 een stukje over geschreven. Uitgerekend hij had mij 15 jaar eerder tijdens een nacht waarop ik zelf de weg naar huis in mijn eigen hoofd niet meer weten terug leek te kunnen vinden een lichtpuntje weten te vormen in de duistere waanzin van mijn psyche met het prachtige ‘I had to tell you‘ , en om een optreden van hem van mijn bucket-list te kunnen halen was als een geschenk van de goden zelve. Als schrijver begon ik steeds meer te zoeken naar mijn eigen stijl die zich tot op de dag van vandaag het beste laat omschrijven als een mengelmoes van feit en fictie, ik denk dat deze post daar een goed voorbeeld van was.… Lees gerust door

Solstitium

De zonnewende (Latijn: solstitium oftewel zonnestilstand) is de gebeurtenis waarbij de zon, gezien vanaf de aarde, haar noordelijkste of zuidelijkste positie bereikt. Deze schijnbare beweging keert letterlijk om op het moment van de zonnewende.

(Bron : Wikipedia)

Alleen het geluid van mijn voetstappen doorbreekt de oorverdovende stilte van deze kerstavond. De etalages zijn donker, vanavond is er geen behoefte meer om de toevallige voorbijganger over te halen tot een laatste aankoop en dus zwijgt zelfs de verlichting voor even. Donker. Donkere etalages, donkere straten – donker in mijn hoofd. Ik zucht even en trek mijn sjaal wat hoger terwijl mijn ogen over de vochtige klinkers dwalen, vanavond vormen mijn voetstappen en de diffuse oranje weerspiegeling van de sporadische straatverlichting in de straatstenen voor even mijn enige gezelschap. Ik sla een hoek om en zie in de verte een stelletje innig gearmd lopen, haar hoofd op zijn schouder. Het beeld en het bijhorende besef raken mij als een mokerslag, het is weer zover:

Alleen.

Zoals bijna ieder jaar opnieuw vind iedereen de warmte bij elkaar in de vertrouwde en veilige geborgenheid van het gezin. Iedereen behalve ik. Even stop ik met lopen maar de verwachte golf van zelfmedelijden blijft tot mijn grote verrassing achterwege. Dat is een teken van vooruitgang besef ik mij terwijl ik weer begin te lopen. Mijmerend loop ik de laatste paar honderd meter richting mijn huis, open de portiekdeur en neem de trap naar de eerste verdieping. Terwijl ik door de hal richting mijn voordeur loop hoor ik opeens iets dat op een zacht gesnik lijkt achter de voordeur van mijn bijna buurvrouw. Als vanzelf stop ik met lopen om te luisteren, en ja: de typische hortende en stotende ademhaling van iemand die een huilbui probeert binnen te houden. Even dwaalt het beeld van de bewoonster van de flat voor mijn geestesoog, ik ben haar de afgelopen dagen een aantal keren tegengekomen terwijl ze haar hond uitliet, hoe zag ze er toen uit?… Lees gerust door

Schrödinger’s email

“Ploink” doet mijn telefoon met het bekende ‘je hebt een nieuwe mail’ geluidje. Even is er twijfel maar ik laat het scherm even oplichten om de afzender te kunnen zien, en het is inderdaad de mail waar ik al een tijd op zit te wachten. Mijn vinger zweeft al boven het icoontje om de mail te openen maar dan is er plots toch weer die aarzeling.

Vanaf het moment dat ik de mail gelezen heb zal er iets…veranderd zijn. Er zullen deuren sluiten, en andere weer open gaan – ik weet alleen nog niet welke specifieke deuren er open en dicht zullen gaan. Ze bevinden zich min of meer in een superpositie zolang ik de mail nog niet gelezen heb, tenminste: zover het mijn perceptie betreft. De mail is allang geschreven, de beslissing die er aan ten grondslag ligt ongetwijfeld al dagen geleden genomen. En toch, voor mij – de waarnemer – zal de superpositie pas veranderen in één van de beide mogelijkheden als ik de mail lees.

Weer die twijfel.

Wat nou als de inhoud niet overeen stemt met wat ik het allerliefste wil? En die gedachtetrein leidt als vanzelf naar het volgende gedachtestation: Wat is het dat ik het allerliefste wil? De ironie is dat ik pas met zekerheid zal weten wat ik écht wil vanaf het moment dat mijn ogen de letters verslonden zullen hebben. Ik heb altijd een bepaalde aantrekkingskracht gevoeld bij het idee om belangrijke beslissingen over te laten aan de chaotische wetmatigheid van het toeval (bijvoorbeeld door het opgooien van een munt) juist vanwege het feit dat -ongeacht de uitkomst- je in ieder geval meteen weet wat je écht wilde omdat je of een zweem van geluk óf een vleugje spijt voelt zodra je de uitkomst ziet.

Ik inhaleer diep, houd de adem vast en reik naar mijn telefoon.… Lees gerust door

Het licht

De stoel zakt langzaam achterover en ik voel mij mij niet alleen fysiek maar ook in het drijfzand van mijn gedachten wegzakken terwijl mijn ogen zich langzaam maar zeker beginnen te focussen op het felle licht boven mij. Het zwarte niets van de blinde vlek in mijn rechteroog nodigt mij uit om er in te verdwijnen – een eindeloze put om in te verdrinken. De onvermijdelijke associatieve stroom van donkere gedachten begint terwijl het gezoem van de elektromotoren in mijn oren afzwakt en vervolgens stopt.
Een zachte stem vraagt of ik mijn mond wil openen en ik gehoorzaam als vanzelf terwijl ik mijzelf overgeef aan mijn innerlijke beslommeringen.

Het feit dat ik hier lig is de zoveelste stap van een lange klim die begonnen is in het mullerthal. Mentaal ben ik nooit gestopt met het beklimmen van de uit de rotsen gehouwen stenen trappen die ik daar tegenkwam, als ware ik Orpheus zelve tijdens zijn lange klim uit de hel. Er zaten wel meer mooie parallellen in de mythe van Orpheus en Eurydice, ook ik had de fout gemaakt om op een aantal cruciale punten om te kijken terwijl ik dat niet had moeten doen. En zij? Ach. Zoals ik al eens eerder opgemerkt had: Haar tekortkomingen maakten haar in wezen alleen maar mooier. en zoals Leonard Cohen al zong in ‘Anthem’ :

There is a crack in everything
That’s how the light gets in

De handen vlakbij mijn gezicht roepen de oude, vertrouwde angstgevoelens die nu al meer dan anderhalf decennia bij mij horen weer op en instinctmatig wil ik in elkaar krimpen als ik de adrenaline door mijn lijf voel gieren. Voor mijn geestesoog zie ik weer de vuist komen, gevolgd door een schoen en een ziekmakend geknars. De wereld begint te draaien en even stoppen de handen terwijl de zachte stem vraagt of het wel goed gaat met mij.… Lees gerust door

Monoloog

Jezus, het is best fris. Had ik niet een dikkere trui aan moeten doen? Een sjaal was misschien ook wel handig geweest, maar ach als we zo gaan lopen krijg ik het vanzelf wel warm. Wel mazzel met het weer na al die regen van de afgelopen dagen, ziet er naar uit dat het droog blijft. Shit, de muffins – heb ik die wel ingepakt? Misschien maar even kijken – oh nee wacht de spoorbomen gaan al dicht de trein kan nu ieder moment aankomen en ik wil er niet als een sukkel uitzien. Pfff krijg het er opeens warm van, even mijn rits een stukje opendoen. Ah, daar komt de trein al om de bocht, nog een minuut of twee en dan..dan weet ik het. Even tegen de paal leunen, dan kom ik wat meer casual over. Godver, waarom zo overdreven zelfbewust? Alle spontaniteit gaat zo verloren. Ik hoop dat ze net zo leuk is als via Signal..Zou ze mij wel leuk vinden? Heb ik mij niet leuker voorgedaan dan ik ben? Fuck wat heb ik een hekel aan dit gedoe. Trein is er bijna..wind is toch nog wat frisser dan ik dacht, snel rits maar weer dicht. Had ik niet beter mijn haren in een staart kunnen doen? Ik hoop dat de mijn luchtje lekker vind ruiken. Oeh, snel nog een pepermuntje. Misschien toch nog maar iets naar links, dan zie ik haar meteen zodra ze uitstapt. Heh, trein is bijna leeg ik zou haar eigenlijk nu al moeten kunnen spotten. Was ze dat? Nee, vast niet. Stopt dat pokkeding nog ooit? Ok, casual..casual. Diep ademhalen, blijf rustig. Ok amper mensen..Dat is ze niet, dat is ze niet. Ow daar , ja dat is ze! Mijn god ze is veel leuker dan ik dacht! Kut, wat moet ik doen?!… Lees gerust door

Verdwijnen

Zout in mijn tranen
Herinnert aan jou
Vertroebelt mijn blik
Op de werkelijkheid

De angst
In controle
Gif in mijn bloed
Vleugellam

Aloude vragen
Waarom ik
Is het mijn schuld
Kan ik niet beter

Verdwijnen?

Zolang er nog mensen aan je denken

“A man is not dead while his name is still spoken.” –
Terry Pratchett – Going Postal

Bovenstaande headers (onzichtbare meta-data) worden met iedere opgevraagde pagina van al mijn servers meegezonden. Niemand die het ooit ziet, tot voor kort. Toen kreeg ik van iemand de vraag waarom er X headers werden mee gezonden. Wel, hierom:

In Terry Pratchett’s Discworld series, the clacks are a series of semaphore towers loosely based on the concept of the telegraph. Invented by an artificer named Robert Dearheart, the towers could send messages “at the speed of light” using standardized codes. Three of these codes are of particular import:

  • G: send the message on
  • N: do not log the message
  • U: turn the message around at the end of the line and send it back again

When Dearheart’s son John died due to an accident while working on a clacks tower, Dearheart inserted John’s name into the overhead of the clacks with a “GNU” in front of it as a way to memorialize his son forever (or for at least as long as the clacks are standing.)

Huidhonger

Mijn plan stelde niet veel voor, het was niet eens echt een plan – ik stapte gewoon in en begon te rijden. Kilometer na kilometer werden opgeslokt door mijn motorkap om te worden uitgespuugd in mijn achteruitkijkspiegel terwijl ik gedachteloos op mijn stuur trommelde en meedreef op de muziek.
Stoppen deed ik pas een paar honderd kilometer later. ‘Verder’ hoorde ik een bekende stem in mijn achterhoofd corrigeren en een glimlach vond mijn lippen. Grappig hoe karaktertrekjes hun eigen levensweg kunnen doorlopen, van interessant via irritant naar een gemis.

Lopen deed de innerlijke dialoog die ik eindeloos voerde sinds het incident eindelijk verstommen in de eindeloze cadans van mijn voeten op het zandpad. De overheerlijke nazomerzon schitterde in de nagenoeg strakblauwe lucht die slechts onderbroken werd door een enkele uitwaaierende condensstreep van een passagiersvliegtuig dat op kilometers hoogte passeerde.

Ik vond een rustplaatst in een kuil, afgeschermd van de boze buitenwereld door wat eenvoudige begroeiing en de ijzeren wil om te verdwijnen. Eenmaal tot rust gekomen in mijn eigen microkosmos van zonneschijn, wind en mijn eigen gedachtenstroom kwam daar toch opeens het verlangen en het grote gemis. Een gemis aan nabijheid, intimiteit. Een blik, een knuffel. Een geur. Ik zocht in mijn hoofd naar een naam, en vond haar:

Huidhonger.

Bekentenis

Het duister van de avond omhelst mij als een oude vriend terwijl ik mij een weg baan door de regen die met een zachte verontschuldiging dat hij er verder ook niet zo veel aan kan doen via mijn gezicht zo over mijn jas, broek en schoenen de doorweekte grond opzoekt. Ik huiver even in de kou van de beginnende herfst terwijl Nick Cave zijn zielenleed in mijn oren laat druppelen. Een leed dat, zo moet ik onder ogen zien, veel groter is dan het mijne. Aan de andere kant – leed en verdriet vergelijken is zinloos. Er trekt even een flauwe glimlach over mijn lippen als ik aan een gesprek met Haar over de essentie van verdriet terugdenk, nu al weer zo lang geleden. “Verdriet is de prijs die je betaald om te kunnen, misschien wel om te mógen liefhebben’ had ik met enige pathos geponeerd.

And the little white shape dancing at the end of the hall
Is just a wish that time can’t dissolve at all

Zingt Nick weemoedig in “Bright Horses” en ik slaak een diepe zucht. Zou ze het ooit begrijpen? Zou ze ooit inzien dat wat ik gedaan heb niet uit wraak was, maar uit noodzaak? Dat ik het niet voor mij deed, maar juist voor haar? Waarschijnlijk niet concludeer ik met enige spijt die meteen verdrongen wordt door het besef dat daar nu net de crux zit. Als ik ergens spijt van heb dan is het van het feit dat ik haar voor het eerst sinds die bewuste winteravond op het strand bewust gekwetst heb,met een virtuele stomp op haar (bevallige) neus. Niet als een daad van wraak, maar uit een besef van ..noodzakelijkheid, een dwingende urgentie. Een laatste geschenk, gegeven uit liefde. Zoals altijd heb ik een subtiele hint verstopt, een hint die alleen begrepen kan worden door een goed verstaander die mij kent als geen ander.… Lees gerust door

Opvolging (II)

(Een onbedoeld vervolg op deze post van zeven jaar geleden)

Ik kijk mijn vader aan, de vermoeidheid en de pijn in zijn gezicht maken hem nog ouder dan de bijna 80 jaren die hij al achter zich heeft liggen. Even voel ik weer de kille hand om mijn hart heen grijpen als ik denk aan wat de toekomst nog in petto heeft en ik probeer de gedachte tevergeefs van mij af te schudden. “Bedankt voor de tuin” zegt hij en ik knik even. “Kleine moeite pa, ik help je graag. Smaakt het eten een beetje?” Sinds enige maanden is het mijn gewoonte om iedere keer als ik bij Pa op bezoek ga ook even voor hem te koken en wat karweitjes in en rond het huis te doen aangezien hij daar zelf niet meer toe in staat is in zijn huidige toestand. “Niks mis met het eten” zegt hij en kijkt even naast hem. “Wat vind jij $naamvanvriendin?”

Terwijl ik de ogen van zijn nieuwe levenspartner zoek is daar opeens weer die spiegel van jaren geleden, de flits van inzicht.
Er zijn van die momenten waarop het leven het nodig lijkt te vinden om je even in de spiegel te laten kijken. Van die momenten dat je opeens getroffen wordt door die flits van inzicht, momenten waarop je even stil staat. Het moment waarop je de grote rode pijl met het ‘u bevind zich hier’ label eindelijk vind.” schreef ik toentertijd in wat inmiddels een ander leven lijkt. Maar daar zat ik dan weer, aan diezelfde tafel. Ouder, niet perse wijzer. Gelouterd met enkele krasjes extra op hart en ziel – maar nog steeds IK. En er is het overzicht. De plaatsbepaling.. Mijn zoveelste gefaalde relatie, en deze deed echt pijn. Huisdierloos voor het eerst in bijna twintig jaar.… Lees gerust door

Waterkant

Ik zie hem al van ver staan op zijn plek daar aan de rand van wat eens een hofvijver was. Vuisten gebald, ogen gesloten en een gespannen uitdrukking op zijn gezicht. Roerloos, ongenaakbaar als rotsblok. Zijn pure aanwezigheid als een geschreeuwde uitdaging naar boven: “Hier sta ik!” De zon breekt even door en kust zijn gezicht met een verdwaalde lichtstraal maar hij lijkt het niet te merken – of hij negeert het ter faveure van zijn eigen innerlijke bespiegelingen.

Daar zit – besef ik mij terwijl ik achter hem afbuig en mijn eigen pad volg- een diepzinnige metafoor over het leven zelf in verborgen.

Uitbanning

Ik liet mijn adem gaan in een lange, bevrijdende zucht. Klaar. Niet dat ik de illusie had dat het vanaf hier alleen nog maar rozeschijn en manengeur (… ) ging zijn, maar het was klaar. Het zoeken naar excuses, het vergoelijken, de twijfels en mijn innerlijke strijd stopten daar en toen. Hoewel ik mijn eigen rol gespeeld had in het drama van de afgelopen jaren wis ik wel degelijk dat dit niet bij mij hoorde. Dit was allemaal van haar, zij is degene wiens leven beheerst wordt door angsten, dat van mij staat in het teken van zelfreflectie en de hang naar verbetering. Nog één keer keek ik in mijn spiegel en startte de motor. Het grind knarste onder de wielen van mijn auto en de lange reis naar huis en het volgende -waarschijnlijk aangenamere- hoofdstuk van mijn leven begon.

Immunity, long overdue
Contagion, I exhale you
Naive, I opened up to you
Venom in mania
Now, contagion, I exhale you


Terwijl ik mijzelf langzaam maar zeker overgaf aan de meditatieve staat waarin ik zo makkelijk terecht kom als ik achter het stuur van een auto zit dacht ik uiteraard aan haar terwijl de afstand tussen haar en mij iedere seconde groter werd. Aan wat ik achterliet. Nee, ik liet niets achter – ik bevestigde alleen voor mijzelf wat al enige maanden een voldongen feit was. Toen was daar de plotselinge realisatie: ik had wel degelijk dingen achter te laten, dingen die niet bij mij hoorden en die mij alleen maar afremden. Die mij klein hielden zoals deze naïeve relatiepoging van de afgelopen jaren mij ongewild en onbedoeld had klein gehouden. Daar was dan eindelijk het gif realiseerde ik mij. Het gif dat ook weg moest omdat het mij niets positiefs bracht, het verlamde mij alleen.

The deceiver says, he says
“You belong to me
You don’t wanna breathe the light of the others
Fear the light, fear the breath
Fear the others for eternity”
But I hear them now, inhale the clarity
Hear the venom,

The venom in what you say
Inoculated
Bless this immunity

“Adem uit.… Lees gerust door

Groeven

Als ik de bocht om kom zie ik hoe hij liefdevol wat haren achter haar oor strijkt zodat ze niet langer voor haar gezicht hangen, zoals ik dat ook al zo vaak gedaan heb bij vrouwen waar ik om gaf – vaak in tijden van verdriet. Soms als een teken van genegenheid. Beide zijn een jaar of tien, misschien vijftien, ouder dan ik. Zij zit enigszins zijdelings zodat ik haar profiel goed kan zien. Haar gezicht wordt getekend door de groeven van ouderdom en een diep verdriet terwijl ze hem aankijkt en iets tegen hem zegt.

Hij duikt enigszins in elkaar alsof ze hem geslagen heeft en geeft antwoord op verontschuldigende toon, ik kan niet verstaan wat hij zegt door de muziek die via mijn headset mijn oren instroomt.

“All that I’m to do
Calculating steps away from you
My own mitosis


hoor ik terwijl ik een bankje waar twee fietsen naast staan passeer. Het koppel merkt mij niet op, volledig geabsorbeerd door hun eigen gesprek. Een steelse blik opzij leert mij dat beiden inmiddels in stilte naar het water zitten te staren, en weer zie ik die groeven. Het is opmerkelijk hoe verdriet en zorgen hun fysieke sporen weten achter te laten in iemands gezicht bedenk ik mij, ik zie het ook nog bijna dagelijks terug in mijn eigen badkamerspiegel. Snel loop ik door, wil de wat ongemakkelijk aanvoelende scene snel achter mij laten omdat ik mij een indringer voel – een ongewenste toeschouwer bij een Shakesperiaans drama.

Als ik een klein half uur later het bos uit kom zie ik haar weer staan, ze staat aan de straatkant met haar fiets aan de hand naar de rug van haar snel wegfietsende voormalige gesprekspartner te staren. Haar schouders schokken, ze huilt. Dan lijkt de vrouw zichzelf te vermannen, stapt op en fietst een andere richting uit.… Lees gerust door