Water

Met mijn backpack over de grond achter mij aan slepend pers ik mijzelf zijdelings door de nauwe doorgang tussen de rotsen, de weg voor mij alleen verlicht door de lamp die ik op mijn hoofd draag. Damn, voor de verandering had de routebeschrijving eens niet overdreven – dit was een pittig stuk. Ik wil op mijn horloge kijken hoe laat het is maar realiseer mij dat ik ook daarvoor de ruimte niet heb – doorschuifelen is de enige optie die ik nog heb. Na een haakse bocht in het donker waarbij ik mijn hoofd stoot aan een uitstekende rotspunt die ik niet gezien had verschijnen in de verte weer de eerste lichtstralen die wijzen op een uitgang. Geen seconde te vroeg, alles doet inmiddels pijn en ik ben op zijn hoogst – wilde gok- pas op de helft van mijn woeste avontuur.

Wat begon als wat lichte pijntjes in mijn voeten en schouders heeft inmiddels ook al behoorlijke proporties aangenomen en ik overweeg even om nog wat pijnstillers te nemen. Nee, geen goed idee. Mijn wandelavonturen in Zweden hebben mij geleerd om zo laat mogelijk op een dag pas over te gaan op pijnstillers om zo te zorgen dat je er tijdens de avond/nacht ook nog iets aan hebt zonder dat er bizarre doseringen nodig zijn. Voor nu lijken de nauwe doorgangen even verleden tijd, het pad voor mij ziet er redelijk begaanbaar uit met slechts links en rechts een klauterpartij en als vanzelf weten mijn voeten weer het vertrouwde ritme te vinden. 20 Km achter de rug geeft mijn GPS aan, dan ben ik dus inderdaad net over de helft. Als vanzelf glijdt mijn hand naar achteren om een waterfles te pakken en een slok te nemen. Godverdomme wat is het warm – makkelijk dertig graden.

De enige echte fout die ik gemaakt heb in mijn voorbereiding is het meenemen van te weinig water vanuit de foute aanname dat er langs de route wel watertappunten aanwezig zouden zijn – en die zijn er dus niet.… Lees gerust door

Uitdaging

Het zijn de keuzes die we maken die ons daadwerkelijk maken tot wie we zijnmeer dan onze aanleg, afkomst of mogelijkheden

Is één van de zinnen die veel door mijn hoofd spoken de laatste tijd – en niet alleen omdat ik mijzelf jaren te laat door de Harry Potter reeks heen aan het werken ben (voor de niet Potter liefhebbers – het is een variatie op een bekend citaat uit boek/film 2). Het is een wat eloquentere versie van mijn eigen ‘het gaat om wat je doet en laat, niet wat je zegt΅, misschien dat hij daarom zo resoneerde.
In mijn queeste naar zelfverwezenlijking en het opnieuw uitvinden wie ik ook alweer ben (of wil zijn) ben ik in de afgelopen tijd misschien wel net iets te ver van mijzelf verwijderd geraakt, en dus was het wel weer eens tijd voor een mentale én fysieke uitdaging:

Dit is het Müllerthal, een gebied in Luxemburg dat ook wel bekend staat als klein Zwitserland. Een prachtig natuurgebied op een paar uur rijden van $woonplaats, en een uitstekende plaats om mijn hoofd leeg te maken én tegelijkertijd weer eens te onderzoeken hoever ik mijzelf mentaal en fysiek kan pushen. Er lopen verscheidene wandelroutes door het Müllerthal, uiteindelijk heb ik de route met de poëtische “trail 2” benaming gelopen. Even wat cijfers op een rij:
37 km in lengte
775 klimmeters
12,5 kilo (gewicht van mijn backpack zonder water)
24% stijgingshoek (steilste klim)
3,5 kilo aan lichaamsgewicht kwijtgeraakt onderweg (en ik ga echt niet zoeken)
12 uren (totale duur van de hike)
ontelbaar (keren dat ik mijzelf onderweg vervloekt heb)

Onderweg heb ik meer dan genoeg tijd gehad om de keuzes die ik in de afgelopen jaren gemaakt heb nog eens onder de loep te nemen en de balans op te maken van die keuzes.… Lees gerust door

Reisjeuk

Er zijn twee momenten waarop ik mij ongeacht wat er verder ook allemaal in mijn leven aan de hand moge zijn altijd (al is het maar voor heel even) gelukkig voel:

  • Een volledig leeg blad papier (al dan niet digitaal) terwijl ik de inspiratie in mij voel bruisen
  • Mijn ouderwetse Bosatlas en reisdagboek op het moment dat ik begin aan de planning van mijn eerstvolgende avontuur

Zoals bovenstaande foto laat zien: het is tijd voor zo’n gelukzalig momentje! De afgelopen jaren heb ik het -door omstandigheden zoals het dan zo mooi heet- wat dichter bij huis (moeten) houden, maar nu bevind ik mij weer in de situatie waarin ik volledig vrijuit kan kiezen. Als het om reizen gaat ken ik overigens geen keuzestress, in tegendeel : ik word dolblij van alle mogelijke opties. Ik heb nog geen idee waar ik terecht ga komen dit keer, maar 2 continenten vallen in ieder geval af (vooruit 3, Antarctica zie ik gewoonweg niet gebeuren) : Europa (been there, done that voor nu) en Azië (idem). Hoewel ik mij in de toekomst echt nog wel hikend door de Highlands en Scandinavië zie slenteren en Myanmar en China in de verte nog liggen te lonken gaat mijn blik deze keer toch meer richting het westen, (Caribisch gebied) of diep naar het zuiden (Afrika) met een lichte voorkeur voor de Caraïbische eilanden – hoewel een Krugerpark safari mij ook wel weer erg trekt.

Dus nu begint wat eigenlijk de allerleukste fase van een vakantie is uitzondering – het vertrek zelf natuurlijk!) : het zoeken. Het zoeken naar verhalen, ervaringen, beelden. Het zoeken naar dat ene ding waardoor de keuzes opeens allemaal verdwijnen en er nog maar één gericht einddoel overblijft. Reisjeuk is de beste jeuk, het geeft je aangename kriebels waar je niet aan hoeft te krabben 🙂 (dat krabben komt dan wel vaak weer op de plaats van bestemming..)

Dus, de keuze gaat tussen iets als dit:

(grotten van Hato)

Christoffelpark

En iets als dit:

Krugerpark

Zoals mijn lezers wel zullen begrijpen: ik heb echt een paar heeeeeeeel vervelende beslissingen te nemen in de komende weken 😛

Niet iedereen die ronddwaalt is de weg kwijt

Everything I can remember
as fucked up as it all may seem to be

– I know it’s me –

I cannot blame this on my father
He did the best he could for me

It’s been awhile since I could hold my head up high
And it’s been awhile since I said

“I’m sorry”

It’s been a while” – Staind

Godverdomme!

Ik schop gefrustreerd tegen een steen die het lef vertoont om voor mijn voeten te liggen en zie hoe deze op een totaal niet bevredigende wijze én afstand tegen een typisch Mallorcaans muurtje tot stilstand komt. Blegh, ook uit die hoek geen genoegdoening of bevrediging te verwachten dus.. Ik schuif mijn zonnebril terug op mijn neus, verhang mijn rugzak een beetje en grijp mijn waterfles. Bijna leeg, nog 6 kilometer te gaan in de felle zon. Good fucking job Mauzer, echt klasse weer. Terwijl ik in een fors tempo de lange en verlaten weg richting S’illot af begin te lopen maken  woede en ergernis langzaam maar zeker plaats voor introspectie. Wat er vanmorgen gebeurde was..typisch iets voor mijn vader en mij. De scene in de auto, het geschreeuw, de zinloze verwijten..ik kende ze allemaal. En toch was er iets anders, subtiel maar alsnog overduidelijk. Maar wat? Het was niet alleen het gemis aan de heerlijk nuchtere recht-toe-recht-aan opmerkingen van mijn moeder hoewel ook zij een Grote Afwezige vormde tijdens deze vakantie. Hoe kon het ook anders zijn na al die zomers die ik hier vroeger doorgebracht had? Deze trip was immers eigenlijk niet voor mij maar voor..

Godverdomme!
Weer een schop tegen een steen.

Er is iets in mij dat mijn vader maar dan ook echt alleen mijn vader weet te triggeren. Ik weet niet wat het is, waar het vandaan komt of zelfs maar of het ooit anders was (volgens mijn moeder overigens wel, Pa was beretrots toen hij na al die lange jaren van tevergeefse pogingen eindelijk een Zoon in zijn armen kon sluiten) maar dit is iets waar ik maar mee blijf worstelen ook al ben ik inmiddels ook al weer een volwassen man van bijna 42.… Lees gerust door

Dagboek van een reiziger : epiloog

“These memories of who I was and where I lived are important to me. They make up a large part of who I’m going to be when my journey winds down. I need the memory of magic if I am ever going to conjure magic again. I need to know and remember, and I want to tell you.”
Robert McCammon, Boy’s Life

Tsja. Er rest mij nog één verhaal dat ik wil vertellen met betrekking tot mijn Thailand avonturen, maar waar ik tot nu toe niet de moed voor heb weten te vinden. En toch, toch moet en hoort het hier te staan. Het is het noodzakelijke einde.

De laatste week van mijn trektocht door Thailand brachten we met zijn drieën door op het prachtige Ko Payam, zoals ik al eerder schreef. Foto’s doen de prachtige natuur, de azuurblauwe zee en de perfecte stranden geen recht, het is misschien wel één van de mooiste plekken op aarde. Toch is het nog een relatief rustig eiland, de meeste toeristen kiezen voor de wat bekendere feesteilanden waardoor de sfeer op Ko Payam veel gemoedelijker en rustiger is. ‘s Avonds gaan de generatoren gewoon uit (geen stroom meer!) waarna het zingen van de krekels het enige geluid is dat je hoort terwijl je lui achterover in je hangmat nog even een boek leest. Douchen doe je onder de sterrenhemel met regenwater dat de hele dag in de tropische zon heeft kunnen opwarmen en met betrekking tot vervoer heb je twee opties : lopen of een scooter zien te huren in het enige echte ‘dorpje’ dat het eiland rijk is. Toch merkte ik na een dag of twee op dat er een donker rouwrandje kleefde aan dit aardse paradijs, duidelijk zichtbaar als je maar weet waar je moet kijken.

Misschien herinner je je de beelden van de verwoestende tsunami tijdens de tweede kerstdag 2004 nog van tv, het was namelijk nogal een big deal indertijd.… Lees gerust door

Dagboek van een reiziger : fear and loathing in Chiang Mai

“Mit Kummer, und doch auch mit Lachen, gedachte er jener Zeit.”
~ Hermann Hesse, Siddhartha

Uit mijn notities:

 Vandaag was een goede dag. Chiang Mai is fantastisch, de stad ‘voelt’ als een kruising tussen Parijs en Amsterdam met een vleugje oosterse mystiek. Ik hou van deze stad!

Fear and loathing in Chiang Mai : volgens mij heb ik afgelopen nacht voor het eerst in mijn leven gehallucineerd van een voedselvergifting. En dan nu de ‘ham’vraag : waren het de paddestoelen of was het toch het vlees?

Op iedere plek waar ik kom ontmoet ik wel iemand die een onuitwisbare indruk weet achter te laten. Prachtig. En het verhaal dat ze te vertellen hebben sluit altijd op de één of andere manier perfect aan op dat van mij, ik had het zelf niet beter kunnen bedenken.

Chiang Mai is een heerlijke stad om een aantal dagen te spenderen, vooral als je een slaapplaats in het oude centrum weet te bemachtigen. Gelukkig deelden Anne en ik de voorliefde voor het op de bonnefooi reizen, we hadden dus ook niets geboekt. Toch wisten we na aardig wat ‘er is geen plaats voor de herberg maar wel in de stal’ scenario’s via een aardige Thaise vrouw nog een prima kamer te regelen , en dat zonder dat we werden afgezet of dat zij er iets voor in ruil wilde aannemen. Geloof in de mensheid : hervonden! Het oude centrum ademt de sfeer uit van de kunstenaarswijken in Parijs of het centrum van Amsterdam (en dan doel ik niet op het Leidse plein) , met een stevige dosis van wat Thailand uniek maakt. Het was wel even wennen na de betrekkelijke rust in Ayutthaya, Chaing Mai is namelijk in alles een levende, bruisende stad. Hier geen halfvergane ruïnes maar de Thaise cultuur in een bloeiperiode met die mengelmoes van oude en nieuwe gewoontes waar ik zo ben van gaan houden.… Lees gerust door

Dagboek van een reiziger : overpeinzingen, ontmoetingen en de nachttrein

 ¨Alles wat ik doe is om te weten wie ik ben.”

~ Simon Vinkenoog

Uit mijn notities :

Stof tot nadenken, met dank aan gespreksgenoot Patrick. We zaten tot diep in de nacht Changbiertjes te drinken en te praten over de zin van dit alles, toen ik op liet vallen dat ik in sommige opzichten nog erg worstel met mijn verleden, met wie ik was en sommige van de dingen die ik gedaan heb. Mijn relatie met R. speelt daar nog altijd een belangrijke rol in. Patrick keek mij alleen maar aan en zei “Misschien is het in veel opzichten wel noodzakelijk om eerst het negatieve te ervaren en te doorstaan eer je toe komt aan het positieve. Ik ken je nog maar net, maar je komt op mij in ieder geval integer over. Als iemand die graag het juiste wil doen.” Ik weet niet waarom, maar ik schoot vol.Blijkbaar had ik het even nodig om te horen dat ik een Goed Mens ben, of op zijn minst probeer te zijn. De dood van Pepper -meer specifiek : mijn beslissing om hem te laten inslapen- drukt blijkbaar behoorlijk zwaar op mijn gemoed. Zo zwaar dat ik begin te twijfelen aan mijn eigen intenties in ..zeg maar alles. Ook met betrekking tot R.

File under : nader onderzoek vereist

(…)

Honderden, duizenden Boeddha’s . Allemaal onthoofd, verminkt of compleet verwoest. Ik voel mij als een personage uit een post-apocalyptische film, of misschien wel een Indiana Jones on Acid. Het contrast tussen de vergane luister en de levende stad is schrijnend. In het midden van de stad liggen twee complexen naast elkaar gescheiden door een drukke verkeersweg. Overal tentjes met Thai die je van alles proberen aan te smeren (op een , hoe kan het ook anders, vriendelijke manier) met op de achtergrond de ruïnes van wat twee waanzinnig mooie tempelcomplexen geweest moeten zijn, ooit.

Lees gerust door

Dagboek van een reiziger: Dharma Bums onderweg naar Ayutthaya

I see a vision of a great rucksack revolution thousands or even millions of young Americans wandering around with rucksacks, going up to mountains to pray, making children laugh and old men glad, making young girls happy and old girls happier, all of ’em Zen Lunatics who go about writing poems that happen to appear in their heads for no reason and also by being kind and also by strange unexpected acts keep giving visions of eternal freedom to everybody and to all living creatures …
~Jack Kerouac, The Dharma Bums

Uit mijn notities :

Weer een item voor de bucketlist : in de 3e klasse met de trein van Bangkok naar Ayutthaya reizen. In tegenstelling tot de tuktuk ride in Bangkok kan je deze beter als eerste doen want het kon wel eens langer duren dan gedacht. Op een reis van 1u meer dan 3u vertraging oplopen is een prestatie op zich.

(..)

Wat een verademing, hier zijn de mensen echt veel relaxter dan in Bangkok. Ben nu al 48u hier en er is nog niemand die mij afgezet heeft! (of eh..het is zo subtiel dat ik het niet eens door heb). Het historische deel van Ayutthaya is echt indrukwekkend, ik heb nu pas écht het gevoel in Thailand te zijn. De schaal van verwoesting die ik vandaag met eigen ogen gezien heb is echt ongekend. Niet te bevatten. Duizenden beelden, allemaal onthoofd. Paleizen en tempels die nagenoeg met de grond gelijk zijn gemaakt. En dan de Thai die er ogenschijnlijk onaangedaan en vrolijk glimlachend naast doorlopen. Bizar.

Daar zit je dan op het centrale station van Bangkok in de smorende hitte van bijna 40 graden celcius te kijken naar een niet aflatende stroom van Thai, afgewisseld met een incidentele buitenlander. Altijd is er even die korte blik en die wetende glimlach.… Lees gerust door

Dagboek van een reiziger: Bangkok & beyond

In another moment Alice was through the glass, and had jumped lightly down into the Looking-glass room. The very first thing she did was to look whether there was a fire in the fireplace, and she was quite pleased to find that there was a real one, blazing away as brightly as the one she had left behind. “So I shall be as warm here as I was in the old room,” thought Alice: “warmer, in fact, because there’ll be no one here to scold me away from the fire. Oh, what fun it’ll be, when they see me through the glass in here, and can’t get at me!”

~ Lewis Carroll : Through the Looking-Glass, and What Alice Found There

Uit mijn reisdagboek :

Holy Shit. Bangkok. Wat een stad. Architectonische chaos. Tempels op iedere straathoek. En dan het verkeer..Gekmakend. Toeterend. Tuktuks, taxi’s en bussen krioelen door elkaar heen als mieren in een mierenhoop. En.het.gaat.maar.door… 24u per dag, zonder enige adempauze. Mental note : betekent mijn tattoo in het Thais ‘happy end’ of ‘need tuktuk ride’ ?

(…)

In het kader van mijn bucketlist / ten things to do before you die : Een tuktuk rit maken in hartje Bangkok is de moeite waard. Zorg wel dat dit het laatste puntje van je lijst is, voor de overige kon het anders wel eens te laat blijken te zijn.

(…)

Godverdomme, de eerstvolgende keer dat ik zo’n veel te oude lelijke europese vetklep van een jonge Thaise vrouw zie eisen dat zij hem op zijn mond zoent bij het afscheid en zij met een blik van walging op haar gezicht gehoorzaamd sla ik hem op zijn bek, Thaise bajes of niet. Walgelijk. Nog zoiets, waarom kleden al die Thaise vrouwen zich ‘s avonds laat als hoertjes? Of ben ik nu verschrikkelijk naïef?

Lees gerust door

Dagboek van een reiziger: hemel en hel

We live together, we act on, and react to, one another; but always and in all circumstances we are by ourselves. The martyrs go hand in hand into the arena; they are crucified alone. Embraced, the lovers desperately try to fuse their insulated ecstasies into a single self-transcendence; in vain. By its very nature every embodied spirit is doomed to suffer and enjoy in solitude. Sensations, feelings, insights, fancies—all these are private and, except through symbols and at second hand, incommunicable. We can pool information about experiences, but never the experiences themselves. From family to nation, every human group is a society of island universes.
Aldous Huxley, The Doors of Perception

Toen ik op een kille vrijdagochtend met mijn backpack op mijn rug richting Sloterdijk liep om te vertrekken naar Schiphol kon ik mijn tranen om het verlies van mijn  trouwe metgezel plots niet meer bedwingen. Moet nogal een fraai gezicht zijn geweest, zo’n halflangharige hippie in veel te zomerse kleding die al jankend richting het perron wandelde. Mijn hoofd tolde van alle tegenstrijdige emoties en gedachten die eindeloos om elkaar heen bleven dwarrelen als sneeuwvlokjes in een Februaristorm. Hoe had ik het in mijn hoofd kunnen halen om deze uitdaging met mijzelf aan te gaan terwijl mijn hondje onlangs zijn laatste levensadem in mijn armen uitgeblazen had? Wie was ik om alles achter te laten en een maand ‘vakantie’ te gaan vieren onder de tropische zon, terwijl mijn hele huis nog de geur van mijn lieve Pepper droeg, zijn haren nog ronddwarelden en zijn halsband op een prominente plek in mijn woonkamer de stille getuige van mijn moordenaarshand lag te zijn? Onder al het verdriet – vermengd met een ongezonde dosis zelfhaat – zat echter een vonk van vreugde, de lichte trilling van verwachting. Een sprong in het diepe.… Lees gerust door

Ko Payam – landing in het paradijs

By having good memories on every place you just visit, you are building paradise in your own heart and your life.

―  Toba Beta

Dit is het punt waar mijn eigenlijke reisverslag en mijn persoonlijke bespiegelingen uiteindelijk samenvallen en in elkaar samenvloeien in mijn notebook. Ik heb er voor gekozen om deze te scheiden in de posts die ik tot nu toe gemaakt heb, omdat mijn reis door Thailand eigenlijk ook daadwerkelijk bestond uit twee reizen in één, de reis van mijn fysieke ik en mijn ratio, versus mijn zielereis en emoties. Voor nu ga ik deze even gescheiden houden, aangezien mensen die op zoek zijn naar informatie en foto’s die met Thailand te maken hebben niet persé opgezadeld hoeven te worden met mijn zieleroerselen, en de mensen die daadwerkelijk interesse hebben in mijn persoonlijke belevenissen hoeven niet persé door honderden woorden aan indrukken en geschiedenislessen heen te scrollen.

Dit was mijn eerste blik op Ko Payam (ook wel Ko Phayam, niemand lijkt het er over eens te zijn hoe je het nu daadwerkelijk schrijft), in Google Earth – en ik wist meteen dat dit de plaats zou zijn waar ik mijn laatste week in Thailand wilde slijten. Ver weg van alle fullmoon parties, de exclusieve duikresorts en de toeristen die op zoek zijn naar minder legaal vertier. Het is een paradijselijk eiland dat zo uit een Bountyreclame lijkt te komen, zo mooi dat het bij vlagen onwerkelijk overkomt. Een eiland zonder wegen, zonder auto’s, waar elektriciteit nog een luxe is in plaats van een gegeven feit. Een 20tal plekken met bungalows verspreid over de Noord- en Westkust waar je als toerist kan neerstrijken en genieten van de waanzinnige stranden en omgeving. Helaas was het op dit punt dat mijn camera dan toch de geest gaf en weinig bruikbare foto’s heeft opgeleverd, maar dat is verder eigenlijk irrelevant.… Lees gerust door

Sukhothai – vergaan maar niet vergeten

The stones here speak to me, and I know their mute language. Also, they seem deeply to feel what I think. So a broken column of the old Roman times, an old tower of Lombardy, a weather- beaten Gothic piece of a pillar understands me well. But I am a ruin myself, wandering among ruins.

Heinrich Heine

Sukhothai was de bakermat van wat wij nu kennen als de Thaise beschaving ( gegrondvest in of rond 1238), een luisterrijke stad  die -net als Ayutthaya- uiteindelijk met de grond gelijk gemaakt is door binnenvallende vijandige volkeren. Dit rijk was tevens het beginpunt van het Boeddhisme als staatsgodsdienst (correcter zou zijn : levensovertuiging) zoals  in het tegenwoordige Thailand nog steeds het geval is.Eendachtig de veerkracht die de Thai nu eenmaal lijkt te kenmerken bouwde men na de vernietiging van de originele stad een kilometer of 12 verderop eenvoudigweg een nieuwe stad onder dezelfde naam, tegenwoordig een populaire bestemming voor toeristen. Die laatstgenoemden komen bijna allemaal voor het Historical Park, de resten van de originele stad die -wederom net als Ayutthaya- tegenwoordig op de werelderfgoed lijst van Unesco staat. De schaal van vernietiging is iets (maar dan ook echt iets) kleiner dan die in zusterstad Ayutthaya, het laat zich aanzien dat de Khmer strijders iets minder grondig te werk zijn gegaan dan de Birmezen. Uiteindelijk is Sukhothay een 140 jaar lang het centrale punt van het opkomende Thaise rijk gebleven, voordat in 1378 de macht definitief werd opgegeven en het rijk een onderdeel werd van het koningrijk van Ayutthaya.

Wat rest is, zoals altijd, de herinneringen. Als je door het prachtige Historical Park loopt (dit omvat het gebied binnen de oorspronkelijke stadsmuren, ruwweg 2 bij 1,5 km) is het in tegenstelling tot in Ayutthaya niet zo heel erg moeilijk om je voor te stellen hoe het er honderden jaren geleden moet hebben uitgezien.… Lees gerust door

Chiang Mai – oase in het noorden

Not all those who wander are lost.”
― J.R.R. Tolkien, The Fellowship of the Ring

Na de historische luister van Ayutthaya vormt het contrast van de bruisende levendigheid van de 2e stad in Thailand een mooie afwisseling. Een korte beschrijving :

Chiang Mai of Chiengmai (เชียงใหม่), is de hoofdstad van de provincie Chiang Mai. De plaats ligt zo’n 700 km ten noorden van Bangkok tussen de hoogste bergen van het land. De rivier de Ping stroomt door de stad en is een zijrivier van de Menam.

De laatste jaren is de stad in hoog tempo gemoderniseerd, maar is niet zo’n wereldstad zoals Bangkok dat is. Er zijn veel redenen waarom er jaarlijks duizenden toeristen naar de stad komen. Onder andere vanwege de belangrijke strategische ligging in het verleden in verband met de zijderoute. Later is de stad vooral een belangrijk centrum geworden voor handwerken, paraplu’s, juwelen (voornamelijk zilver) en houtsnijwerk.

(Bron : Wikipedia)

Zo’n beetje iedere backpacker die in Thailand geweest is roemt de nachttrein naar Chiang Mai. Er is -om eerlijk te zijn- ook geen enkel ander (realistisch) alternatief, tenzij je het vliegtuig wil nemen (wat eigenlijk een doodzonde is, vanuit ecologisch opzicht maar ook omdat je natuurlijk helemaal niets meekrijgt van het landschap als je er met een paar honderd km per uur overheen zoeft). Per trein is de reis vanuit Ayutthaya naar Chiang Mai ongeveer een uurtje of elf, met de nachttrein bespaar je jezelf in ieder geval de moeite van een hotel/guesthouse boeken én je bent niet een hele dag kwijt aan het reizen. Tot zover mijn promopraatje voor nu 🙂

 De resten van de stadsmuren en -poorten die de oorspronkelijke stad scheiden van de moderne expansies zijn gedeeltelijk gerestaureerd en geven een idee van hoe het er honderden jaren geleden uit moet hebben gezien.… Lees gerust door

Ayutthaya – De schoonheid van vergankelijkheid

This is the beginning and the end of the world right here. Look at those patient Buddhas lookin at us saying nothing.
― Jack Kerouac, The Dharma Bums

(Klik voor grooooot)

Als je de geijkte backpackersroute volgt van Bangkok naar Chiang Mai is Ayutthaya de perfecte eerste tussenstop. Ooit (rond 1350) gegrondvest als de nieuwe hoofdstad van het Siameese rijk na de val van Sokhuthai (waarover later vast nog een keer meer) , bevatte deze stad tijdens haar hoogtijdagen meer dan 400 tempels en duizenden boeddhabeelden. In 1767 is deze stad volledig met de grond gelijk gemaakt door de invallende Birmezen in een voor die tijd ongekende slachting, de stad had op dat punt rond een miljoen inwoners en was daarmee één van de grootste steden ter wereld.

De reis vanuit Bangkok naar Ayutthaya duurt met de trein ruwweg een uur, in theorie tenminste. In mijn specifieke geval kwam ik vier en een half uur later op mijn bestemming aan dan mijn kaartje vermelde (eat that NS!). Een treinreis per 3e klasse is echt een belevenis ; ik was volgens mij de enige westerling in een wagon vol Thai die met kippen, complete maaltijden en volop kakelend vol goede moed aan de reis begonnen. Dat van die maaltijden begreep ik pas op het moment dat we voor de eerste keer een dik half uur stil stonden in nergensland, en dit patroon herhaalde zich gedurende de verdere reis nog een aantal keren. Verwacht echter geen luxe, de enige ventilatie was bijvoorbeeld een openstaand raam en de banken zijn van hout.

Tegenwoordig is de stad Ayutthaya opgedeeld in twee gedeeltes ; het oude en nieuwe deel. Mijn guesthouse was Baan Eve , aan de rand van de oude stad. Graag wil ik bij deze even een lans breken voor dit Guesthouse, het is misschien niet de meest luxueuze plek om te slapen maar mijn kamer was schoon, voorzien van airo + eigen badkamer en de centrale ruimte van de Guesthouse is een volledig ecologisch gebouwde boomhut met op de bovenste verdieping een aantal hangmatten.… Lees gerust door

Bangkok – een overlevingsgids

De stad van engelen, de grote stad, de woonplaats van de Smaragdgroene Boeddha, de ondoordringbare stad van de god Indra, de grote hoofdstad van de wereld die met negen kostbare edelstenen is begiftigd, de gelukkige stad, rijk aan een enorm Koninklijk Paleis dat de hemelse woonplaats gelijkt waar de gereïncarneerde god regeert, een stad die door Indra is gegeven en die door Vishnukarn is gebouwd.

(Nederlandse vertaling van de officiële naam van Bangkok : Krung Thep Mahanakhon Amon Rattanakosin Mahinthara Ayuthaya Mahadilok Phop Noppharat Ratchathani Burirom Udomratchaniwet Mahasathan Amon Piman Awatan Sathit Sakkathattiya Witsanukam Prasit , vaak afgekort tot ‘Krung Thep’)

Bron : Wikipedia

Toen ik begin Februari voet aan de grond zette op Suvarnabhumi Airport ( internationale code : BKK) had ik geen idee van wat mij te wachten stond. Zoals iedere brave backpacker had ik uiteraard mijn Lonely Planet braaf in mijn  backpack zitten (en er daadwerkelijk zo links en rechts wat in gelezen (je moet toch wat als je in totaal zo’n 20 uur onderweg bent) maar als je nog nooit eerder in Azië en Thailand specifiek geweest bent is er helemaal niets dat je kan voorbereiden op de schok die je te wachten staat in deze stad. Daar sta je dan, helemaal kapot van de jetlag en het slaapgebrek (hoe de FUCK kunnen mensen slapen in een vliegtuig?!?) en geen idee wat te doen. De paspoortcontrole en het verkrijgen van je visum gaat allemaal nog wel op de automatische piloot, je vult al in het vliegtuig je arrival/departure kaart in en levert die bij de douane in. Vervolgens wordt er een foto van je genomen en niet de beambte je vertrekkaart netjes in je paspoort, waarna je kan doorlopen naar de bagageband. Vergis je niet, dit is een groot vliegveld ; het doet niet onder voor bijvoorbeeld Schiphol (en dat houdt dus in dat je je helemaal te pleuris loopt!).… Lees gerust door

Thailand – een eerste (verpletterende) indruk

Zonsondergang in het aardse paradijs (Ko Payam)

Thailand, dat is

Geript worden door een TukTukdriver in Bangkok,

Onverwachte reisgenoten treffen in Ayutthaya,

Met verwondering toekijken hoe de zon daalt achter een eeuwoude ruïne,

Niet kunnen slapen in de nachttrein naar Chiang Mai terwijl de kilometers netjes in afgemeten hoeveelheden staal onder je doorflitsen

Tijdens een dienst gaan zitten in een tempel en voelen hoe het Nirwana zich over je heen vleidt als een laken van zijde,

Vol ontzag wandelen door de resten van wat eens het religieuze centrum van Sukhothai was,

Dat éne geniale restaurantje aan de overkant van de straat,

Om half zes ‘s ochtends met je slaperige hoofd uit de nachtbus naar Ranong gesmeten worden waarna je wordt opgevangen door een hyperactieve en veel te wakkere TukTuk driver

Met 20 man in een voertuig dat op z’n hoogst geschikt is voor 10 in het schemerduister van een voorzichtig opkomende zon door de straten van een slaperig stadje scheuren

In een speedboot over de golven scheren op weg naar je volgende bestemming,

Achterop een brommer een tropisch eiland doorkruisen,

Teveel Chang biertjes drinken en praten over de zin van het leven,

‘s Ochtends vroeg zó uit je bungalow de Indische oceaan inrollen aan de kust van het paradijselijke Ko Payam,

Mojito’s drinken op het strand,

‘s nachts in je eentje met op de achtergrond de rollende oceaangolven op het strand zitten te huilen omdat je je hondje zo verdomde erg mist waarna er plotseling een teefje met twee pups opduikt en tegen je aan komt liggen als een warme deken van troost en liefde,

Met een pas verworven vriend ietwat aangeschoten al gitaarspelend en zingend over het strand zwalken opzoek naar ‘lekkere mädchens’ [sic] terwijl een spontaan een dronkemanslied ontstaat,

Je rug gruwelijk verbranden tijdens je eerste snorkelduik waarna je dagen lang je tshirt moet aanhouden,

Het zachte geluid van Goa Trance van het feestje bij de buren dat je in slaap wiegt,

Dit opschrijven zittend op een bamboeterras in de schaduw van een Palmboom,

Dát is Thailand.

Daarheen en weer terug: een experiment V

Terwijl ik genoot van mijn rit door de bergen richting Tursac reed besefte ik mij plots dat het hele doel -het thema zo je wil- van mijn reis volstrekt veranderd leek. Toen ik vertrok uit Maasbracht zat mijn hoofd vol met mooie plannen over een tocht in het spoor van de Tempeliers, wat best ironisch was gezien de gebeurtenissen in Noorwegen in de dagen na mijn vertrek. Het was overigens nog vreemder om alle commotie alleen maar in het Frans mee te krijgen waardoor ik eigenlijk geen idee had over wat er in en om Oslo had plaatsgevonden. Mont Saint-Michel was prachtig en indrukwekkend, maar er bleef iets knagen. In Lascaux drong het tot mij door dat ik niet zozeer in het spoor van de Tempeliers aan het reizen was maar dat de reis verder terug ging dan dat , het eindpunt wel eens een stuk dichterbij zou kunnen liggen dan ik dacht.

Dat lag niet alleen aan Lascaux, maar ook aan een droom die ik kreeg toen ik een paar dagen onderweg was. Noem mij een zwever, maar ik heb geleerd om aandacht te besteden aan een bijzondere categorie van dromen die regelmatig blijven terugkomen. Deze specifieke droom bleef ook na mijn ontwaken helder op mijn netvlies gebrand staan, ik werd wakker met een meer dan spreekwoordelijke grijns op mijn gezicht. Waar ik in ruim twee jaar in mijn bewust-zijn overdag niet uitgekomen was regelde mijn onderbewustzijn in één nacht voor mij, en het resultaat was een gevoel van..tsja van wat eigenlijk? Opluchting is niet de goede term, hoewel ook dat gevoel er zeker bij zat. Opluchting, verwondering, blijdschap, berusting. 

Toen ik ergens naast een zanderige berghelling bij Madeleine parkeerde had ik eigenlijk geen idee over wat ik precies ging bekijken. Ik wist dat hier een archeologische vindplaats van de Cro Magnon mens te vinden was en dat er de resten van een Burcht te bezichtigen waren, verder kwam ik niet in de folder die ik bij de grotten van Lascaux was tegengekomen. 

Even later bleek dat dit een erg indrukwekkende plek is.… Lees gerust door

Daarheen en weer terug: een experiment IV

De ongeëvenaarde, machtigste sprong ooit gemaakt in de schilderkunst, en tevens een van de Grote Geheimen in de geschiedenis van de scheppende mens. Ongesigneerd en in tijdsluiers gehuld. Hoe dit in tekst te vangen? Hoe meer je er over leest hoe meer het besef groeit dat we niets weten over de mensen die dit hebben gemaakt. Alleen dat de inspiratie en verbeeldingskracht daar in die grot, 17000 jaar geleden, ongekend moet zijn geweest.

( Spinvis )

Uiteraard heeft Erik het hier over de grot van Lascaux, die magische plek in de Dordogne waar de kunst van de Cro Magnon mens nog altijd zichtbaar is. Dit deel van mijn reis voelde als een pelgrimstocht, een bedevaard op zoek naar de oorsprong van de scheppende mens. Laat dat laatste nu net een onderwerp zijn waar ik recentelijk mee worstel.. Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik het liefste mijn geld zou verdienen als een ‘heuse’  professionele schrijver. Sommige stukjes die her en der over dit blog verspreid staan vormen daar een stille getuige van. Ik blijf echter al tijden tegen een soort van innerlijke blokkade aanlopen zodra ik een aanzet maak om te beginnen aan mijn Verhaal, het plot dat zich in de afgelopen jaren voor mijn geestesoog aan het ontvouwen is. Iedere  keer als ik ‘serieus’  begin te schrijven loop ik vast. Het is alsof ik mij gaandeweg in een muur schrijf, zodat de bron van mijn inspiratie plots na een aantal geinspireerde pagina’s uitdroogt totdat er alleen nog maar een troebel modderstroompje de weg van mijn brein naar mijn vingers weet te vinden. Gelukkig lijk ik een workaround te hebben gevonden in het ‘ fragmentarisch’  schrijven ; dingen die belangrijk zijn of in ieder geval ver genoeg uitgewerkt zijn om een ruwe schets te schrijven eindigen vaak op dit blog – al dan niet incognito- .… Lees gerust door

Daarheen en weer terug: een experiment III

Een dag on the road in foto’s :

Roads go ever ever on,
Over rock and under tree,
By caves where never sun has shone,
By streams that never find the sea:

Over snow by winter sown,
And through the merry flowers of June,
Over grass and over stone,
And under mountains in the moon.

Roads go ever ever on
Under cloud and under star,
Yet feet that wandering have gone
Turn at last to home afar,


Eyes that fire and sword have seen
And horror in the halls of stone
Look at last on meadows green
And trees and hills they long have known.

Tolkien, ‘ The Hobbit’.

Daarheen en weer terug: een experiment II

Mont Saint-Michel.

Eindelijk.

Een plek waar mythe, geschiedenis en het nu naadloos in elkaar overvloeien. Het is een plek die tot de verbeelding spreekt, waar een kleine 1400 jaar historie letterlijk aan je voeten ligt. Even een korte geschiedenisles :

Mont Saint-Michel werd destijds gesticht door de heilige Aubert rond 700, die op de berg in eenzaamheid en verbondenheid met de natuur en de zee kwam bidden. Volgens de legende zou de Aartsengel Michaël verschenen zijn aan de heilige Aubert, die visioenen kreeg over een kerk op de rots. St. Michaël beval de monnik om daar een kerk te bouwen, en de monnik begon in 708 aan de kerk op de rotspunt, dicht bij de kust, te bouwen.

In 709 was de kapel af en konden er 100 mensen in. In de loop van de tijd bouwden de monniken daar een klooster op en vergrootten de kapel tot een kerk. In de 9e eeuw en de eerste helft van de 10e eeuw was er maar alleen een klooster op het rotseiland. Het kon bereikt worden met een sloep of een schip. Dat was ook nodig voor de bevoorrading van het klooster. In 966 kwamen de Noormannen of beter, de Normandiërs op het rotseiland. Ze bouwden onderaan en rondom het klooster op de rotshellingen, woonhuizen. De bekeerde Normandiërs woonden daar voortaan met hun gezin. De Benedictijnen mochten er blijven. De stenen waarvan de kerk en het klooster gebouwd werden, kwamen van de eilanden Jersey en Guernsey, die op 22 km van de rots liggen. De kloosterlingen en inwoners van Avranches kapten de stenen van de eilanden en brachten ze per schip tot aan de voet van de rots. Een groot raderwiel dat binnen de kloostermuur aan de westkant stond, werd rondgedraaid door 4 à 5 personen, om de bouwstenen langs de rotshelling naar boven te hijsen.

Lees gerust door

Daarheen en weer terug: een experiment

Zwijgend staar ik naar het licht dat de koplampen van mijn auto in de donkere Franse nacht werpen. De strepen schieten in een constant ritme voorbij terwijl in mijn oren het gesuis van de wind klinkt.

Rust.

Concentratie.

Ik heb geen specifiek doel voor ogen, alleen dat ik Mont Saint-Michel en de grot van Lascaux gezien wil hebben (klik gerust op die laatste, de site is de moeite meer dan waard!). Mont Saint Michel omdat ik recentelijk als bij toeval in de bestaansgeschiedenis van De Tempeliers terecht ben gekomen door het (her)lezen van dit boek ( klik ). En omdat :

Het is niet alsof er nog geen foto’s van Mont Saint-Michel bestaan, maar dit zijn mijn foto’s van Mont Saint-Michel. Ze vormen maar een armzalig aftreksel van de herinneringen aan de lange klim via het pad naar boven, het geluid van de eeuwige zeewind die door de schietgaten heen blaast of dat ene, fijne moment zittend in de zon op een eeuwen oude verdedigingsmuur. Ze zijn er.. Ik neem boeken als ‘holy blood holy grail’ niet al te serieus, behalve dan als mogelijk startpunt van honderden ‘wat als’ scenario’s in mijn hoofd. Ik ben en ik blijf een schrijver, ik zoek en ik maak overal verhaaltjes van. Het is niet eens een keuze ; het overkomt mij. Veel gebruikt excuus 🙂

Toch – de geschiedenis van de Tempeliers en de Katharen is erg interessant, los van de fictie en al dan niet verborgen (of verloren gegane) geheimen.  Tijdens mijn vorige bezoek aan Frankrijk (twee jaar geleden) was ik als bij toeval in Carcassone beland geraakt, in dezelfde regio als Rennes-le-Château dus. In Frankrijk ligt de geschiedenis voor het oprapen, een fors aantal kastelen en zelfs complete dorpen uit laten we zeggen de periode 700 – 1400 liggen er nog schijnbaar onaangeschonden bij.… Lees gerust door

Land van de eenhoorns

Twee jaren later,
Terug in de stad waar ik een stukje van mijn hart heb verloren.
Een ander mens,
Ouder,
Wijzer,

Gelouterd.

De stad wacht,
Donker en mysterieus, tegelijkertijd bruisend en vol van leven.
Mooier,
Lichter,
Vrolijker,

Dan ooit tevoren.

Ver weg
Hoor ik een kerkklok luiden, en ik weet

Ik houd van deze stad
Ik houd van deze plek, dit moment
Ik houd van deze vrouw,

Ik.

De (on)mogelijkheden van een eiland

Afgelopen September ben ik voor het eerst in ruim 17 jaar tijd terug gegaan naar S’illot, een Mallorcaans kustdorpje. Ik ga verder niemand vermoeien met mijn vakantie verhalen (hoewel mij van het hart moet dat Mallorca zoveel méér te bieden heeft dan ‘zuipen en strandhangen, fuck die shit); maar ik heb tijdens mijn vakantie dus onder andere de tijd genomen om weer eens écht te lezen. Eén van de boeken die ik bij mij had (op aanraden van iemand) was ‘de mogelijkheden van een eiland‘ van Michel Houellebecq.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik behoorlijk onder de indruk was, het is absoluut een aanrader voor mensen die laten we zeggen ‘Brave new World’ van Huxley kunnen waarderen. Ik ga verder niets verklappen over het plot (dat zou zonde zijn) maar de schrijver weet op basis van een hedendaagse werkelijkheid en een desolaat toekomstbeeld enkele grote vragen op te werpen. Ik kan niets anders zeggen dan ‘brilliant’.. De cynische kijk van de hoofdpersoon op intermenselijke relaties en de liefde in het algemeen vinden een prachtige Echo in de leefomstandigheden van zijn verre nazaat. Het toekomst beeld is desolaat, vervreemdend bijna. Eenzaam vooral..

Eén van de thema’s binnen het boek speelt rondom een sekte die zich bezig houdt met de bouw van een ambassade zodat de voorvaderen (zij geloven dat wij inderdaad geschapen zijn, maar dan als evenbeeld van de buitenaardse wezens die onze scheppers waren) kunnen terugkeren en de mensheid als geheel toegang kan krijgen tot het Galactisch Bestel.

Nu zijn er méér van die sektes geweest in de afgelopen 40 jaar, maar de nadruk op het klonen en onsterfelijkheid deed mij denken aan een specifieke sekte waar ik over gelezen heb. En ja hoor, still going strong.

De Raëliaanse Beweging
<– de onvermijdelijke site.

De overeenkomsten zijn zó groot dat het eigenlijk niet anders kan dan dat Houellebecq zich gebaseerd heeft op De Raëlianen.… Lees gerust door

Wandeling

“Ik geloof dat we nu toch echt moeten erkennen dat we de weg kwijt zijn. Nou ja, er is geen weg. Laten we het daar op houden..Heb jij er een idee van waar we ongeveer de mist ingegaan zijn?”

Ik keek haar even aan en verstelde de riempjes van mijn backpack. Kut, dat ding was toch best zwaar. En mijn maag rammelde. En eigenlijk was ik best moe, maar dat wilde ik niet laten merken.
“Nee, ik heb echt geen idee..misschien bij dat hek waar we door die poort gingen? Hadden we daar niet beter naar links kunnen gaan?” Ik keek haar aan, en ik genoot even van haar aanblik terwijl ik in mijn hoofd overwoog of zij gelijk zou kunnen hebben. Ja, het hek..maar dat was al weer aardig wat uurtjes geleden, en het was al best laat.

“Zie jij er wat in om terug te lopen? Jezus man, dat is echt een pokke eind en we weten het niet eens zeker! En helemaal terug naar de ranch is helemaal niet te doen. Dat is zeker een uur of vijf, in deze toestand waarschijnlijk meer!”
Godverdomme, ik wilde sterk zijn. Ik zou willen dat ik ook maar een vaag idee had..
Ik keek even om mij heen, en probeerde mij iets van mijn kennis over berglandschappen aan te herinneren. Al snel ontdekte ik dat ik er eigenlijk bar weinig van wist. Rechts voor mij zag ik het enige herkenningspunt dat wij al die tijd hadden gehad, Iain noemde die berg de sleeping warrior en hij was duidelijk herkenbaar. Maar verder..We stonden in het gras, voor ons waren in de verte weer bergen zichtbaar en het plateau waarop wij stonden leek zich nog kilometers uit te strekken. En God wist wat we DAN zouden aantreffen. Dan maar gewoon vooruit, Iain had gezegd die berg rechts van ons te houden en we zouden vast wel ergens een pad kruisen.… Lees gerust door

Zweden : Eindspel

Ik werd vanmorgen wakker met een vage brandlucht in mijn neusgaten. Dit gegeven was voor mij meer dan genoeg reden om zsm in mijn kleding te schieten, mijn tent open te ritsen en mijn schoenen te grijpen (waarna ik ze even ondersteboven hield om te kijken of er niets engs in gekropen was vannacht 😉 )

Een korte inspectie van de omgeving leerde mij dat de brandlucht afkomstig was uit de richting van de oude vuurplaats, precies aan de overkant van het veld waar ik kampeer. Omdat ik toch even met eigen ogen gezien wilde hebben dat het vuur onder controle was liep/strompelde ik nog half slapend (het was een uur of half zes ‘s ochtends) over de graan stoppels die kleddernat waren van de dauw, terwijl de rook als een baken boven het vuur leek te wenken.
Er zat een vrouw van een jaar of zestig afwezig in het vuur te staren, mijn komst werd niet opgemerkt. Ik groette haar met een zachte ‘Hej da’ in mijn beste Zweeds (en dat is niet zo heel erg goed) in de hoop dat ik haar niet zou laten schrikken, en haar fel lichtblauwe ogen keken mij opeens strak aan. Ik voelde een lichte huivering door mijn ruggegraat heentrekken, en voor een kort moment leek het alsof ze tot in de diepste uithoeken van mijn in mijn ziel kon kijken. Snel schudde ik het gevoel weer van mij af, blijkbaar was ik toch nog niet helemaal wakker geworden tijdens mijn korte wandeling.

Ze gaf in bijna accentloos Engels antwoord en nodigde mij met een handgebaar uit om plaats te nemen in de kuil van de vuurhaard. Ik deed mijn schoenen uit en nam plaats op de steen aan haar rechterhand, en opeens zag ik dat er 5 zit stenen in een cirkel om het vuur stonden..5 stenen, met lijnen van as die een pentagram vormden.… Lees gerust door