Gereedschap tegen de angst

Ondertitel: waarin de auteur alinea’s lang door ratelt over een album van zijn favoriete band

Adam Jones in de Ziggodome, Juni 2019

Het is inmiddels al weer een jaar geleden dat Tool uit kwam met “Fear Inoculum”, het vijfde studioalbum in 27 jaar tijd. Dat wil zeggen dat ik 18 jaar oud was toen Undertow uitkwam, het album waardoor mijn liefde voor deze band aangewakkerd werd. Iets waar ik in deel II van deze postings vast nog op terug ga komen.

Fear Inoculum valt -mijns inziens- uiteen in drie gelijke delen van 2 nummers ieder die thematisch bij elkaar lijken te horen, iets dat de band in het verleden vaker gedaan heeft (zie bv Parabol/Parabola, Lost Keys/Rosetta Stoned en Intension/Right in two). Los van de segues en de Danny Carey drumsolo/freakout (en hey, als je dan toch één van de beste drummers uit de geschiedenis van de rockmuziek in je band hebt mag je hem best de ruimte geven!) bestaat het album dus uit

Fear Inoculum / Pneuma
Invincible / Descending
Culling Voices / Tempest

Zes nummers die tezamen 75 (!) minuten duren.

Het titelnummer zelf lijkt bijna een exorcisme, van de opening (een gemoduleerde synth die klinkt als een tibetaanse gebedsbel on acid) en de gitaar swells die bijna klinken als een chello tot aan de teksten die hier naadloos op aansluiten:

Immunity / Long overdue
Contagion / I exhale you
Naive / I opened up to you
Venom in mania
Now, contagion / I exhale you

Zoals vaak in zijn teksten is Maynard hier heel erg specifiek en vaag tegelijkertijd zodat het aan de luisteraar is om zijn eigen interpretatie aan de tekst te geven. Het nummer lijkt in ieder geval zoals ik hierboven al schreef bijna een exorcisme te zijn, een uitbanning van boze geesten of negativiteit.… Lees gerust door

Tijd om te gaan

Tijd om te gaan. Om landschappen te verkennen die ik nog niet eerder gezien heb. Om bergen te beklimmen, bossen te doorkruisen en mijn netvlies te verwennen met weidse vergezichten.

Maar eerst is er nog die lange autorit waarbij ongetwijfeld mijn blik af en toe naar de lege bijrijdersstoel zal dwalen, een stoel die wederom of nog steeds niet bezet is afhankelijk van de manier waarop ik er naar kijk. Ruim 5 maanden aan social distancing waren voor mij bijna kinderlijk eenvoudig en kan ik ook probleemloos voortzetten in onze buurlanden maar soms -tijdens urenlange autoritten- knaagt er iets.

Iets dat ik met veel poeha,blabla en een ongekende woordenbrij zou kunnen omschrijven maar waar reeds een prachtig en eenvoudig Nederlands woord voor bestaat:

Een gemis.

Aarde

(water : deel II)

Zodra ik de bocht om kom herken ik de smalle rotsspleet meteen, gooi in een soepele beweging mijn rugzak van mijn rug en grijp naar mijn hoofdlamp. Vorig jaar ging het op dit stuk fysiek al niet al te goed meer maar ik voel mij nog verbazingwekkend fit – zeker als ik naar het groepje wandelaars kijk dat naast de nauwe doorgang met rode hoofden staat uit te puffen. Met mijn rugzak achter mij aan slepend wurm ik mijzelf de doorgang in, knip mijn lamp aan en zie na de haakse bocht in de verte al meteen het uitsteeksel dat mij een jaar eerder letterlijk kopzorgen had bezorgd.

Terwijl ik de lichtstralen in de verte verwelkom doe ik als vanzelf de zoveelste snelle check op pijntjes en ongemakken – niets. Na ruim vier uur lopen onder behoorlijk pittige omstandigheden begint de vermoeidheid zich wel aan te dienen maar vooralsnog is alles prima onder controle. Mijn gedachten dwalen af als ik het zonlicht in stap, mijn lamp weer opberg en de rugzak weer op mijn rug laat glijden. Snel neem ik nog wat slokjes middels de slang van de waterzak en begin weer te lopen in mijn vaste tempo. Voorbereiding is niet de helft van het werk, het is bijna alles. Het maakt een wereld van verschil.

Er is zoveel veranderd ten opzichte van een jaar eerder, en toch ook tegelijkertijd bijna niets. Ja, ik ben fitter – maar dat is niet meer dan een symptoom. Terwijl mijn voeten meter na meter aan bospaden en berghellingen verslijten kan ik ook niets anders dan denken aan haar. Zij die wegging, nu iets meer dan een jaar geleden. Ik haal mijn schouders op. Niet alleen mijn verlies, ook het hare. Snel voer ik mijn subtiel ingezakte tempo weer op en voel hoe mijn hartslag stabiliseert.… Lees gerust door

Virus-vernis

Liefde is het wonder van de beschaving” (L’amour est le miracle de la civilisation)
~ Stendhal, “De l’amour

Ik heb mij vaker afgevraagd wat er zou gebeuren als je het dunne laagje van vernis dat wij “beschaving” noemen weg zou krabben om te zien wat er onder zit. Hoewel ik een positief ingesteld mens ben dacht ik toch eigenlijk stiekem wel dat er onder het laagje vernis voornamelijk roest tevoorschijn zou komen, de tekenen van een gemankeerde mensheid die solipsisme tot een kunst verheven heeft.

Ik was echter ook vergeten dat de manier waarop je naar de wereld kijkt bepalend is voor wat je ziet, zowel op menselijk als op maatschappelijk niveau. In de afgelopen paar weken heb ik zoveel ontroerende, mooie en fijne dingen gezien dat ik ze bijna niet onder woorden kan brengen, en hoewel ik altijd mijn geloof in de mensheid behouden heb is dat geloof in de afgelopen maand alleen maar gegroeid. Spontane zanguitvoeringen op de stoep van bejaardentehuizen. Een route met krijttekeningen vol met hartjes en positieve kreten om je een hart onder de riem te steken. Tientallen beren voor ramen van arm en rijk, jong en oud. Mensen die je alle ruimte geven waar dat nodig of wenselijk is. Wildvreemden die spontaan kaartjes bij elkaar in de brievenbus stoppen om te vragen of het goed gaat. Gezinnen die samen aan het buitensporten slaan. Overal papiertjes op deuren, prullenbakken en bij winkels met telefoonnummers en de dringende vraag om even te bellen als je hulp nodig hebt. Artiesten over de hele wereld die het op zich nemen om hun creativiteit geheel belangeloos te delen met iedereen die het maar wil horen of zien..

Het gaat raar klinken, maar ik ben hoopvol gestemd door wat ik om mij heen zie gebeuren. Heel Nederland voelt aan alsof het de dag na het grootste festival aller tijden is en we allemaal nog even een rondje over de festivalcamping aan het dwalen zijn voordat we weer naar huis kunnen om over te gaan tot de orde van de dag.… Lees gerust door

Mama

Ik zou zo graag geloven in een leven na de dood. Dat je, na je ogen voor de laatste keer gesloten te hebben, ze in een andere realiteit of bestaansniveau weer zal openen. En hoewel ik er zoals ieder mens zo mijn eigen raamwerk van aannames en overtuigingen op na houd valt het geloof in een hiernamaals daar helaas buiten.

Toch is een mensenleven, ieder mensenleven, niet voor niets. Als ik er dan toch een geloof op na zou moeten houden, dan maar het geloof in het goede van de mens. Dat je niet waarlijk sterft zolang er nog mensen aan je denken, dat je niet alleen voortleeft in de genen die je eventueel hebt doorgegeven aan je nakomelingen (want dan ben ik fucked) maar ook in subtielere vormen – in de mensen die je geraakt hebt, die door jou geïnspireerd zijn geraakt of die anderszins gevormd zijn door het simpele feit dat je bestaan hebt.

Vandaag zou mijn moeder 80 jaar zijn geworden, een leeftijd die zij niet heeft mogen halen. Ik wil vandaag echter niet rouwen om haar dood maar mijn warme herinneringen aan haar koesteren in de wetenschap dat zij in mij -door mij- nog steeds leeft bij gratie van die warme herinneringen die ik nog immer in mij meedraag.

Fijne verjaardag mam, ik hou van je.

Hij stak over

Misschien was het de pijn van eenzame feestdagen
Geen nieuw begin maar de oude, vertrouwde pijn

Een laatste daad van pure zelfbeschikking

Hij stak over.

Als je dit leest en last mocht hebben van vergelijkbare gedachtes, er is hulp. Je verdient een nieuwe kans. Ook jij. Juist jij. Geef niet op, hoe uitzichtloos je situatie ook moge zijn op dit specifieke moment. Bel 0900 0113 en je kan 24u per dag, 7 dagen per week anoniem bij iemand terecht die je verhaal zal aanhoren zonder over je te oordelen. Maak je je zorgen over iemand anders? Kijk hier: https://www.113.nl/ . Als iemand die zelf -in een ander leven, lang lang geleden- op een vergelijkbaar punt gestaan heeft: Kies voor het leven. Niets is onoverkomelijk, behalve de dood.

Decem Annus

Een schrijver -in ieder geval deze schrijver- is denk ik per definitie gebonden aan zijn introspectie. En wat is een beter moment voor introspectie dan oudjaarsavond, al helemaal als er een spiksplinternieuw decennium verwachtingsvol voor de deur staat te fonkelen. Ik wil niet iemand zijn die met zijn rug naar de toekomst naar het verleden staat te staren, maar alsnog is juist deze avond per definitie geschikt om eens terug te kijken op tien jaar in-het-leven-van, in de hoop dat het grotere narratief zichzelf bloot zal geven.

Tien jaar geleden was ik op 34 jarig leeftijd net in het bezit van mijn rijbewijs. Ik ging terug naar Edinburgh, de stad waar ik een stukje van mijn hart achter heb gelaten; verstopt in een hoekje ergens tussen de royal mile en Arthur’s seat. In een achterzaaltje ergens in Antwerpen luisterde ik met tranen in mijn ogen en kippenvel over mijn hele lijf naar (de in 2019 overleden) Roky Erickson die na jarenlang balanceren op en net over het randje van de waanzin de weg naar onze realiteit teruggevonden had. Toevalligerwijze had ik daar eerder in 2010 een stukje over geschreven. Uitgerekend hij had mij 15 jaar eerder tijdens een nacht waarop ik zelf de weg naar huis in mijn eigen hoofd niet meer weten terug leek te kunnen vinden een lichtpuntje weten te vormen in de duistere waanzin van mijn psyche met het prachtige ‘I had to tell you‘ , en om een optreden van hem van mijn bucket-list te kunnen halen was als een geschenk van de goden zelve. Als schrijver begon ik steeds meer te zoeken naar mijn eigen stijl die zich tot op de dag van vandaag het beste laat omschrijven als een mengelmoes van feit en fictie, ik denk dat deze post daar een goed voorbeeld van was.… Lees gerust door

Schrödinger’s email

“Ploink” doet mijn telefoon met het bekende ‘je hebt een nieuwe mail’ geluidje. Even is er twijfel maar ik laat het scherm even oplichten om de afzender te kunnen zien, en het is inderdaad de mail waar ik al een tijd op zit te wachten. Mijn vinger zweeft al boven het icoontje om de mail te openen maar dan is er plots toch weer die aarzeling.

Vanaf het moment dat ik de mail gelezen heb zal er iets…veranderd zijn. Er zullen deuren sluiten, en andere weer open gaan – ik weet alleen nog niet welke specifieke deuren er open en dicht zullen gaan. Ze bevinden zich min of meer in een superpositie zolang ik de mail nog niet gelezen heb, tenminste: zover het mijn perceptie betreft. De mail is allang geschreven, de beslissing die er aan ten grondslag ligt ongetwijfeld al dagen geleden genomen. En toch, voor mij – de waarnemer – zal de superpositie pas veranderen in één van de beide mogelijkheden als ik de mail lees.

Weer die twijfel.

Wat nou als de inhoud niet overeen stemt met wat ik het allerliefste wil? En die gedachtetrein leidt als vanzelf naar het volgende gedachtestation: Wat is het dat ik het allerliefste wil? De ironie is dat ik pas met zekerheid zal weten wat ik écht wil vanaf het moment dat mijn ogen de letters verslonden zullen hebben. Ik heb altijd een bepaalde aantrekkingskracht gevoeld bij het idee om belangrijke beslissingen over te laten aan de chaotische wetmatigheid van het toeval (bijvoorbeeld door het opgooien van een munt) juist vanwege het feit dat -ongeacht de uitkomst- je in ieder geval meteen weet wat je écht wilde omdat je of een zweem van geluk óf een vleugje spijt voelt zodra je de uitkomst ziet.

Ik inhaleer diep, houd de adem vast en reik naar mijn telefoon.… Lees gerust door

Huidhonger

Mijn plan stelde niet veel voor, het was niet eens echt een plan – ik stapte gewoon in en begon te rijden. Kilometer na kilometer werden opgeslokt door mijn motorkap om te worden uitgespuugd in mijn achteruitkijkspiegel terwijl ik gedachteloos op mijn stuur trommelde en meedreef op de muziek.
Stoppen deed ik pas een paar honderd kilometer later. ‘Verder’ hoorde ik een bekende stem in mijn achterhoofd corrigeren en een glimlach vond mijn lippen. Grappig hoe karaktertrekjes hun eigen levensweg kunnen doorlopen, van interessant via irritant naar een gemis.

Lopen deed de innerlijke dialoog die ik eindeloos voerde sinds het incident eindelijk verstommen in de eindeloze cadans van mijn voeten op het zandpad. De overheerlijke nazomerzon schitterde in de nagenoeg strakblauwe lucht die slechts onderbroken werd door een enkele uitwaaierende condensstreep van een passagiersvliegtuig dat op kilometers hoogte passeerde.

Ik vond een rustplaatst in een kuil, afgeschermd van de boze buitenwereld door wat eenvoudige begroeiing en de ijzeren wil om te verdwijnen. Eenmaal tot rust gekomen in mijn eigen microkosmos van zonneschijn, wind en mijn eigen gedachtenstroom kwam daar toch opeens het verlangen en het grote gemis. Een gemis aan nabijheid, intimiteit. Een blik, een knuffel. Een geur. Ik zocht in mijn hoofd naar een naam, en vond haar:

Huidhonger.

Water

Met mijn backpack over de grond achter mij aan slepend pers ik mijzelf zijdelings door de nauwe doorgang tussen de rotsen, de weg voor mij alleen verlicht door de lamp die ik op mijn hoofd draag. Damn, voor de verandering had de routebeschrijving eens niet overdreven – dit was een pittig stuk. Ik wil op mijn horloge kijken hoe laat het is maar realiseer mij dat ik ook daarvoor de ruimte niet heb – doorschuifelen is de enige optie die ik nog heb. Na een haakse bocht in het donker waarbij ik mijn hoofd stoot aan een uitstekende rotspunt die ik niet gezien had verschijnen in de verte weer de eerste lichtstralen die wijzen op een uitgang. Geen seconde te vroeg, alles doet inmiddels pijn en ik ben op zijn hoogst – wilde gok- pas op de helft van mijn woeste avontuur.

Wat begon als wat lichte pijntjes in mijn voeten en schouders heeft inmiddels ook al behoorlijke proporties aangenomen en ik overweeg even om nog wat pijnstillers te nemen. Nee, geen goed idee. Mijn wandelavonturen in Zweden hebben mij geleerd om zo laat mogelijk op een dag pas over te gaan op pijnstillers om zo te zorgen dat je er tijdens de avond/nacht ook nog iets aan hebt zonder dat er bizarre doseringen nodig zijn. Voor nu lijken de nauwe doorgangen even verleden tijd, het pad voor mij ziet er redelijk begaanbaar uit met slechts links en rechts een klauterpartij en als vanzelf weten mijn voeten weer het vertrouwde ritme te vinden. 20 Km achter de rug geeft mijn GPS aan, dan ben ik dus inderdaad net over de helft. Als vanzelf glijdt mijn hand naar achteren om een waterfles te pakken en een slok te nemen. Godverdomme wat is het warm – makkelijk dertig graden.

De enige echte fout die ik gemaakt heb in mijn voorbereiding is het meenemen van te weinig water vanuit de foute aanname dat er langs de route wel watertappunten aanwezig zouden zijn – en die zijn er dus niet.… Lees gerust door

Keuzevrijheid

Enigszins geïrriteerd staar ik naar de tegelvloer voor de kassa. Ik wil hier weg, ik heb het om te beginnen al niet zo op supermarkten en mijn tijd verdoen in de rij voor de kassa omdat voor mij iemand staat te treuzelen is al helemaal niet mijn ding. Ongewild krijg ik iets mee van het gesprek van mijn voorgangster met het kassameisje, de vrouw staat erop om een fooi te geven die de medewerkster eigenlijk niet wil aannemen – zo blijkt uit het voorzichtige tegensputteren.
Omdat ik zoals gewoonlijk naar de grond sta te staren is het eerste dat mij opvalt aan de vrouw voor mij haar schoenen. Zwarte, glimmende instappers. Versleten aan neus en achterkant. Mijn blik dwaalt wat omhoog en ik zie een zwarte panty met ladders, gevolgd door een zwarte korte broek. Even later vinden mijn ogen haar gezicht en even voel ik een steek in mijn maag, het is overduidelijk het gezicht van een (herstellende) verslaafde. Ik kan moeilijk onder woorden brengen waar ik dat zo duidelijk aan kan zien, maar het is iets in het gezicht, de blik in haar ogen..Ze zal ongeveer van mijn leeftijd geweest zijn maar haar gezicht zag er veel doorgroefder uit dan het mijne, en dat – laten we eerlijk zijn – is inmiddels ook al geen babyface meer. En dat komt niet alleen door mijn baard.

Voor mij gaat het ongemakkelijke gesprek tussen de vrouw en de puber achter de kassa door. De fooi is na een erg ongemakkelijke scene geaccepteerd, de boodschappen kunnen dus ingepakt worden. De vrouw blijft maar praten, overduidelijk opgelaten en gestrest. Vanuit mijn vroegere ervaringen met verslavingszorg (stage) weer ik er toevalligerwijze wel het één en ander vanaf en in mijn hoofd begint het verhaal -er is altijd een verhaal, of dat nu klopt of niet- zich te vormen.… Lees gerust door

Als je ergens naar toe wil zal je ook iets moeten achterlaten

Haar gezicht heeft iets bekends, maar ik kan de bijpassende naam niet vinden in het archief onder mijn hersenpan. Toch, die ogen..Helaas gebruikt de winkel geen naamkaartjes om mijn brein op weg te helpen, en ik reken mijn aankopen af in de veronderstelling dat dit raadsel mij de rest van de dag zal blijven dwarszitten. De vrouw kijkt mij even recht in mijn ogen aan als ze mij de bon en het wisselgeld overhandigd en ik meen in haar gezicht even dezelfde verwarring te zien die ik voel.
Mijn oog valt op de bon en daar staat het gewoon keurig zwart op wit: Alexandra. Ik draai mij om en kijk haar aan. “Alexandra?” “Maurice?!” We beginnen beide te lachen. “Wauw dat moet we echt ruim dertig jaar geleden zijn of niet?”
Voor mijn geestesoog vallen de jaren van haar gezicht af en in haar lach zie ik even weer het meisje dat bij mij in de klas zat op de basisschool.

De winkel is verder leeg op deze zonnige zomerdag en we raken in gesprek over, hoe verbazingwekkend, vroeger. Over hoe het met wie gaat, en met ons. Alexandra heeft haar hele leven in $geboortedorp gewoond en kent de meeste van onze oud klasgenoten nog die bijna allemaal nog in de regio wonen. Mijn generatie is denk ik de laatste die zo honkvast is gebleven, Limburg loopt inmiddels hard leeg.

Er klinkt iets van een vage spijt door in haar stem -misschien leg ik die er ook wel in- als we op het onderwerp relaties en kinderen uitkomen. Paul heet haar man, drie kinderen. Ze laat de naam van haar man enigszins verontschuldigend klinken en ik blader even door mijn innerlijke kaartenbak. Paul…Aha. Eén van die gasten die het leven op de lagere school vanaf groep 5 voor mij tot een hel hebben weten te maken.… Lees gerust door

Tool

Om stipt negen uur dimmen de zaallichten en verstommen de geluiden om mij heen. Vier schimmen verschijnen en bewegen zich over het podium, nemen hun plek in..en even -heel even- heerst er een moment van gespannen stilte.
Achteraan op het podium grijpt één van de silhouetten de microfoon. “hey hey hey ” fluistert hij monotoon en hees de intro van Ænema en daarmee is de terugkeer van Tool op Nederlandse bodem na een periode van 12 jaar afwezigheid een feit.

Wat volgt is een kleine twee uur aan uitgesponnen donkere nummers die langzaam maar zeer toewerken naar een climax die niet altijd komt, de luisteraar achterlatend met een sterk verlangen naar meer.

Review

Wat rest zijn tranen in mijn ogen tijdens Parabol/Parabola (scroll gerust omlaag als je je mocht afvragen waarom) en Schism, kippe(n)vel tijdens Descending en Invincible en pure euforie als Jambi gespeeld wordt. Dan zijn er ook nog een kort moment van connectie als ik een schattig biermeisje weet te redden van wat dronken metal mongolen, een weerzien met een oude vriend die ik in geen twintig jaar gesproken had en een epische treinreis terug. Kortom: een goede avond 🙂

Pure intention juxtaposed will set two lovers souls in motion
Disintegrating as it goes, testing our communication
The light that fueled our fire then has burned a hole between us so
We cannot seem to reach an end, crippling our communication


I know the pieces fit, ’cause I watched them tumble down
No fault, none to blame, it doesn’t mean I don’t desire
To point the finger, blame the other, watch the temple topple over
To bring the pieces back together, rediscover communication


The poetry that comes from the squaring off between
And the circling is worth it, finding beauty in the dissonance

TooL – Schism

Sproetje

Ik denk opeens weer vaak aan je, misschien omdat het zoveel regent de laatste tijd. De regen was immers van ons. Of misschien waren wij wel juist van de regen.
Stiekem weet ik hoe het met je gaat, je bent gelukkig getrouwd en je hebt twee kinderen. Je bent nog even mooi als toen, nee: het moederschap heeft je mooier gemaakt. Je straalt.

Je bent gestopt met roken, en je hebt een nieuwe baan. Niets dat met je studie te maken heeft, dat vind ik spijtig. Je was zo trots als promovendus.
Je bent nog altijd bij hem, en dat doet mij goed. Toen onze niet-relatie opeens veranderde in een niet-vriendschap was dat dus niet voor niets.

Een deel van mij wil weer eens contact opnemen, ook al is het nu ruim tien jaar later. Om je te laten weten dat ik nog steeds, na al die tijd – als ik de verse regen ruik door mijn openstaande raam.. Aan jou denk. Maar ik ken mijn plek, ik ben een geest uit het verleden en daar hoor ik te blijven. Dat doet geen pijn, dat voelt goed.

Toch denk ik nog vaak aan die eerste oneindige nacht samen. Die nacht dat het regende en stormde en wij de liefde bedreven alsof het de laatste keer zou zijn voor ons beide. En iedere keer opnieuw moet ik glimlachen. Sproetje. Zo noemde ik je. Jij noemde mij Ries. “Rain song” van Led Zeppelin stond de hele nacht op repeat als soundtrack voor een nacht uit duizenden. Zoals ik je toen bezwoer: ik zal altijd aan je blijven denken – als het regent en stormt in de lente.

En inderdaad, ik denk nog steeds aan je. Met een vieze brede grijns op mijn gezicht 🙂

These are the seasons of emotion
And like the wind, they rise and fall
This is the wonder of devotion
I see the torch
We all must hold
This is the mystery of the quotient,
Upon us all,

upon us all a little rain must fall
Just a little rain

Led Zeppelin – Rain Song

Nog lang en gelukkig – III (slot)

I , II

Enige dagen later draai ik mijn volgende rondje door de polder en is het nog steeds niet uit mijn hoofd. Ben jij nog steeds niet uit mijn hoofd. Ironisch, ik ben de ongekroonde koning van het loslaten. Maar het beest in zijn kooi en ..iets anders… maken dat ik dit niet wil of kan laten gaan. Ik voel echter niet meer de behoefte om dat zo nodig bij de ander neer te leggen. Volwassen zijn wil ook zeggen dat je je nederlaag moet accepteren. Zeker, er was een tijd waarin ik de meest idiote dingen deed ‘in naam der liefde’ (hell, het heeft mij zelfs een stukje in de Cosmopolitan opgeleverd!) maar ik heb i ook geleerd dat dit als opdringerig en wanhopig ervaren kan worden (goh, maar verder ben ik echt helemaal niet naïef hoor) en beide wil en ga ik niet zijn.

Wil je mij niet, wil je ons niet? Prima – lieg ik tegen mijzelf. Want dit is alles behalve prima. Het is niet prima dat ik al maandenlang een lijstje heb met vijf vrouwennamen erop (want het zou natúúrlijk een meisje worden als het eindelijk zo ver was) die ik met je wilde delen zodra het goede nieuws mij zou bereiken. Het is niet prima dat ik in mijn hoofd nog steeds met en tegen je praat. Het is ook niet prima dat ik al weken lang een boekje heb klaarliggen dat ik voor je heb laten drukken met daarin ‘ons’ verhaal, voorzien van schattige tekeningen en eindigend met een dikke buik (voor de verandering eens niet de mijne). Het is al helemaal niet prima dat ik je mis. Er is godverdomme helemaal niets prima! En tegelijkertijd, het is wat het is. En dat is -jawel- prima.

Waar er eerder een automatische ‘dan wil ik jou ook niet’ gevolgd zou zijn volgt nu echter een soortement van introspectie die ik eigenlijk niet van mijzelf gewend ben.… Lees gerust door

Reflectie

Mijn ouders zoals ik ze nooit gekend heb. Ik denk de laatste dagen weer veel aan mijn moeder, mede door recente ontwikkelingen rondom de gezondheid van mijn vader.

“Tijd heelt alle wonden” zegt de volkswijsheid, maar dat geldt dus alleen als je niet continu de korstjes er af blijft krabben. Ik zou zo graag nu iets diepzinnigs willen schrijven, iets dat raakt. Een zin, of zelfs een alinea die de kern raakt van alles wat ik nu voel – en vooral wat ik nu niet voel.
Soms, heel soms -als ik in het schemerduister zit te luisteren naar de geluiden van de nacht met een zachte waas voor mijn ogen…Dan wil ik mij meer voelen dan alleen maar een schim die amper te zien is in de reflectie van een mooie foto – hoe mooi en symbolisch dat plaatje verder ook moge zijn.

We zien dezelfde dingen wel,
maar ik heel traag en zij heel snel.
Zij kijkt tegen de toekomst aan,
Ik zie wat is voorbijgegaan.

Willem Wilmink – Echtpaar in de trein

Nog lang en gelukkig – II

( I )

Als een verrassing, maar niet onverwacht. Die zinsnede blijft door mijn hoofd spoken, en weer rammelt er iets aan zijn ketting in de verte. Ik ben een sukkel, ik had dit moeten zien aankomen. Langzaam begin ik weer op snelheid te komen en ik zet mijn muziek weer aan. De wind strijkt aangenaam koel langs mijn benen en voorhoofd als ik weer in ‘the zone’ terecht kom, de geestestoestand waarin je terechtkomt bij een langdurige fysieke inspanning en je lichaam het van je overneemt. Ik voel de inspanning niet meer, er als alleen nog de trance. Links,rechts, links, rechts..Mijn benen stuwen de fiets vooruit, mij meeslepend alsof ik alleen nog maar een willoze passagier ben.
Die gedacht wekt een wervelwind aan associaties op. Er passeren wat sleutelscènes uit de afgelopen weken voor mijn geestesoog, scenes die ik achteraf anders ben gaan wegen. Intentie. Perceptie. Twee sleutelbegrippen. Omdat ik weer een kooideur hoor rammelen aan de rand van mijn bewustzijn versnel ik nog meer. En nog meer – totdat ik niet meer sneller kan. 38km/u zegt mijn gps. Ik houd het tempo vast totdat het niet meer gaat en laat mij uitgeput uitrollen.

Het is van belang dat ik mij focus op de dingen waar ik wél verantwoordelijk voor ben, de dingen waar ik wel iets aan had kunnen -moeten?- doen. Zeker, er zijn verwijten genoeg te maken – over en weer. Maar feit is dat die allemaal zinloos zijn. Ze dragen niets bij. Vind ik de huidige situatie terecht? Nee. Gevoelsmatig heb je mij niet alleen mijn partner, maar ook mijn beste vriend én een droom afgenomen waarvan ik niet eens zo heel erg lang geleden niet eens wist dat ik deze had. Dat is waarom het monster weer is gaan razen na al die tijd. Ik ben alles, alles kwijt geraakt.… Lees gerust door

Nog lang en gelukkig – I

Het zweet gutst van mijn gezicht als ik rechtsaf de polder in draai. Een korte blik op mijn smartwatch leert mij dat mijn gemiddelde snelheid van het afgelopen kwartier ruim boven de 20km/u uitkomt en ik grijns even. Nogal een verschil met twee maanden geleden! Maar ja, oefening baart kunst. Tenminste, in de meeste gevallen.

Let there be light
Let there be moon
Let there be stars and let there be you
Let there be monsters, let there be pain
Let us begin to feel again

Devin Townsend – Genesis

Even roert het monster zich weer aan de rand van mijn bewustzijn. Er is altijd die verleiding, het verlangen om de kooi wagenwijd open te gooien en het beest te laten uitrazen. Ik voel de zinderende kracht en schud mijn hoofd. Nee, niet nu. Harder. Ik moet harder trappen. Als vanzelf versnellen mijn benen hun tempo en de wind begint hoorbaar langs mijn oren te suizen boven het geluid van de muziek uit. Het is bevredigend om mijzelf zo uit te putten, iets constructiefs te doen met alle negatieve emoties en gedachtes die door mij heen razen. Het is godverdomme niet eerlijk..Tenminste, corrigeer ik mij zelf: zo voelt het voor mij. Hoe het voor jou voelt? Geen idee, die weg lijk je al weken geleden te hebben afgesloten.

Omleiding.
Verboden in te rijden.
Eenrichtingsverkeer.
Rechtsomkeert maken..

So they say,
You’ll be OK
But words are not enough
Nobody remembered me
The words were not enough,calm yourself down
Don’t you remember when we were young?
Don’t you remember who I am? You’re strong enough!

Devin Townsend – Spirits will collide

De landweg kronkelt zich langs de Eem door het oer-Hollandse polderlandschap, inmiddels heb ik wind tegen en moet ik noodgedwongen mijn tempo verlagen. Ik zuig mijn longen vol met zuurstof en ruik de lente om mij heen.… Lees gerust door

Gesprek

“Ik wil die van jou!” de ogen van mijn moeder -mijn ogen- staren mij glanzend aan terwijl ze naar mijn aardbeimilkshake wijst. “Prima, dan ruilen we.” “Nee, ik wil ze allebei!”

Ik zucht even maar kan een glimlach niet onderdrukken. Van alle sporen die de kanker bij mijn moeder achterlaat is het volstrekte gebrek aan remmingen nog één van de best verteerbare gebleken voor mij. “Gun je mij geen milkshake mam? Ik ben nog wel je lievelingszoon..” “Doe toch niet zo debiel ik heb er maar één!” Ik schuif mijn milkshake naar haar toe. Een passerende serveerster glimlacht even om het tafereel en ik leun even achterover in mijn stoel terwijl ik mijn blik over de vertrouwde haven van mijn geboortedorp laat glijden. Voorzichtig zoek ik naar woorden die het gesprek in de richting kunnen laten gaan waar ik zo graag wil dat het naar toe gaat. Dit zou immers wel eens één van de laatste gesprekken kunnen zijn die ik met haar kan voeren, en ik wil zo graag dat het waarde heeft. Dat ik er een herinnering van kan vormen..
“Wat is eigenlijk je favoriete herinnering aan de tijd dat $zus en ik nog jong waren?” probeer ik voorzichtig. De blik van mijn moeder vertroebelt even. Ze buigt zich voorover, pakt het rietje van de milkshake -mijn milkshake- in haar mond en begint vol overgave en smakkend te zuigen. Tot mijn grote verbazing gaat de beker voor mijn ogen in één keer met een gorgelend geluid leeg waarna ze de beker omruilt voor die van haar en die in een iets rustiger tempo begint leeg te drinken. Halverwege stopt ze en gaat overeind zitten waarna er een boer volgt waar de gemiddelde bouwvakker een diepe buiging voor gemaakt zou hebben. Ik voel een schaterlach opkomen en het duurt niet lang voordat we beide de slappe lach hebben.… Lees gerust door

Alleen in een menigte

De remlichten van mijn voorganger halen mij abrupt uit mijn donkere bespiegelingen over het leven en relaties in het bijzonder. Een zijdelingse blik op de dashboard klok leert mij dat ik nog ruim drie kwartier de tijd heb eer het vliegtuig land en mijn hand vind als vanzelf de volumeknop aan mijn stuur als Richard Ashcroft in mijn oren de woorden weet te vinden waar ik al dagen tevergeefs naar probeer te reiken:

One day maybe I will dance again
One day maybe I will love again
One day maybe we will dance again
You know you’ve gotta
Tie yourself to the mast my friend
And the storm will end

(the Verve – One Day)

Ik ben moe. Doodop. Moe gestreden van iets dat geen strijd maar een spel zou moeten zijn. Jij bent weg, en ik heb geen idee waarom. Dat laatste is niet waar realiseer ik mij terwijl ik netjes stop voor de slagboom en mijn parkeerkaart uit de automaat pak. Het probleem is misschien juist dat ik legio redenen kan verzinnen maar geen idee welke de juiste is. En misschien zijn ze het wel allemaal, of juist geen een. Maakt het uit? Nee, geen ene moer. Na alle plussen en minnen is het alleen het getal onder de streep dat er aan toe doet – en dat getal is blijkbaar negatief. Tenminste, voor jou op z’n minst.
Ik heb niet de illusie dat ik de ideale partner ben, het leven heeft mij gevormd tot een complex iemand met de handleiding van de gemiddelde flight simulator uit de late jaren ’90. Nu ik het midden van de veertig begin te naderen zie ik mijzelf denk ik scherper dan ooit tevoren in al mijn complexiteit, alles wat ik mee- en uitdraag. Uiteraard zijn er nog legio blinde vlekken als het om mijn eigen gedrag gaat, maar ik ben inmiddels gelukkig wel zo ver dat de realisatie in ieder geval uiteindelijk wel een keertje komt bovendrijven.… Lees gerust door

Bitterzoet

Love me tender,
Love me sweet,
Never let me go
You have made my life complete,
And I love you so

Love me Tender‘, Elvis Presley

Vandaag markeert wat het 53e jubileum van het huwelijk van mijn ouders geweest zou zijn, een jubileum dat ze helaas niet meer hebben mogen delen samen. Bij de gedachte aan deze dag ondervind ik wat ik na enig diepgaand zelfonderzoek alleen maar kan omschrijven als ‘gemengde gevoelens’ zoals dat dan zo mooi heet. Er is verdriet omdat mijn moeder er niet meer is om deze dag met mijn vader, mijn zus en mij te vieren – maar er is ook vreugde om de tijd die wij samen hebben mogen delen. Mijn dromen zijn sinds kort weer terug, heviger dan ooit tevoren en als ze mij iets duidelijk hebben weten te maken dan is dat de prachtige wijsheid die verborgen zit achter deze eenvoudige woorden : iemand is pas echt overleden als er niemand meer aan hem of haar denkt. En wie is er beter geschikt om verhalen te vertellen dan een -wannabe- schrijver? Juist.

Niemand.

Met een beetje (of juist erg veel) fantasie zou je in deze post een vervolg op de vorige kunnen lezen, maar ze gaat niet over mij. De mensen die mij kennen weten immers allemaal wel dat het tussen de liefde en mij nooit echt geboterd heeft, en ik voorzie daar in de nabije toekomst ook niet echt een verandering in – dus laat ik het dan maar of andermans liefde hebben, bijvoorbeeld die tussen de twee mensen die er in vrij letterlijke zin voor gezorgd hebben dat ik besta (hoewel ik zoals mijn vader mij tot op de dag van vandaag zo graag onder mijn neus blijft wrijven ook voor mijn geboorte al een dwarsligger was en een jaar of zes langer op mij heb laten wachten dan geplanned).… Lees gerust door

De liefde, of het gebrek er aan

Stood here
At the edge of the world, dear
Three wishes for you as the tide turns
Salt water
Meets with the skies, dear
Meets with your eyes my dear as the day dies
I’ve seen this trick before
Watch the waves write your name
On the shore

American Spirit, Tom McRae

Plons. De steen zakt met een bevredigend geluid weg onder de golven, ik pak een volgende en smijt deze wederom naar de golven om vervolgens in stilte toe te kijken hoe hij met een diepe plons wegzinkt. In de verte verlicht het weerlicht de horizon terwijl de donder langzaam wegebt, de fel opstekende wind laat mij rillen in mijn windjack. Water, het is altijd water waar ik terecht kom als ik worstel met mijzelf. En een worsteling is het.
Het is op een bepaald nivo lachwekkend hoezeer ik blijf worstelen met mijn eigen integriteit, in alles wat ik doe. Me and my big mouth..again.

Plons. Weer een steen de oceaan in.

De storm wakkert aan maar ik voel hem bijna niet meer. Als vanzelf glijd ik terug in mijn oude vertrouwde toeschouwersmodus. De rest van de wereld is buiten, ik zit opgesloten in mijzelf. Keer op keer speel ik de scene na in mijn hoofd. Verbeeld mij dat het anders ging, beter ging. Puurder. Empatischer. Maar dat is een volstrekt zinloze exercitie, het moment is voorbij en voor de zoveelste keer in mijn leven heb ik met mijn fucking grote bek zonder enig aansziens des persoons iemand gekwetst. Waarom vind ik het nodig om te pas en te onpas alles te becommentariëren? Wie denk ik wel niet te zijn? Ik ben niets meer dan een klein miezerig mannetje met een veel te groot ego..

Plons.

Alsof deze hele situatie al niet fucked up genoeg is zonder mijn gezeik..Maar… Lees gerust door

Een jaar in beelden

Shapes fall into place
For once in your life you make
A clean breakaway

Music for a nurseOceansize

1/. Afscheid

Ik neem de in stemmig zwart geklede menigte in mij op. Meer dan vijftig paar ogen staren mij vol verwachting aan, De speech van mijn zus was intiem en persoonlijk en niemand van de aanwezigen kent mijn huidige ik goed genoeg om te kunnen weten wat er nu gaat komen, en daar sta ik dan : voormalig zwarte schaap van de familie – klaar voor zijn rede. Ik leg mijn spiekbriefje neer, schraap mijn keel en begin te spreken. Mijn woorden zijn warm en spreken van en over de liefde van een zoon voor zijn moeder. Mijn intonatie en spraak zijn kalm maar van binnen voel ik mij net zo dood als het stoffelijk overschot van mijn lieve moeder die in haar kist op een paar meter voor mij ligt. Toch is dit mijn moment, ik voel dat de aanwezigen aan mijn lippen hangen terwijl ik ze meeneem op een reis door mijn jeugd en onder woorden breng wie mijn moeder was – niet alleen voor mij maar iedereen.

Terwijl de in een alcoholroes geschreven woorden als vanzelf van mijn tong rollen scannen mijn ogen het gezelschap voor mij. Het is vreemd om mensen die ik meer dan 25 jaar niet gezien heb opeens te herkennen door de sluier van de verstreken jaren heen. Buren, kennissen, familieleden..het is een gemeleerd gezelschap – en ze eten allemaal uit mijn hand. Hier staat niet langer die wereldvreemde puber die alleen maar kon schoppen. Hier staat dan eindelijk De Man die ik geworden ben, in de kracht van zijn leven en volledig beheerst. Na het uitspreken van de laatste woorden van mijn afscheid valt er een gepaste stilte die pas na een paar minuten onderbroken wordt door ‘In the ghetto‘ van Elvis Presley, één van de lievelingsliedjes van mijn lieve moeder.… Lees gerust door

Einde

I was lost,
now I’m found
I believe in you,
I’ve got no bounds
I’m moving on up now,
getting out of the darkness
My light shines on,
My light shines on
My light shines on.

“Movin’ on up”, Primal Scream

Iets meer dan een jaar geleden kreeg ik het telefoontje waarvan ik wist dat het ging komen. Na weken van aandringen, nee smeken was mijn moeder eindelijk naar de dokter gegaan – en de diagnose bleek een doodvonnis.2016 was voor mij een jaar dat getekend werd door verdriet, rouw, realisaties en uiteindelijk : berusting. Het is makkelijk om jezelf over te geven aan je verdriet totdat je uiteindelijk verdrinkt in je eigen tranen. Ja, 2016 was een ontzettend naar jaar waarin het verlies van mijn moeder centraal stond. En toch, toch was er zoveel meer. Dingen om dankbaar voor te zijn, momenten van liefde en genot. Lang heb ik getwijfeld of ik deze post wel zou schrijven, ik was bang voor wéér een klaagzang – en dat is niet wie ik ben. Niet meer in ieder geval. Los van alle pijn en de diepe rouw die onlosmakelijk verbonden is met het verlies van een ouder was er zoveel meer, en zelfs tijdens de momenten van mijn diepste verdriet was er altijd ergens wel een glimps van schoonheid te vinden. 

Dit was zo ongeveer wel mijn initiele reactie op het slechte nieuws met betrekking tot mijn moeder. Ik was niet boos, ik was RAZEND. Na ‘dat geintje met mijn oog’ in 2015 waar ik – al zeg ik het zelf – met een bijna verbazingwekkende eenvoud overheen had weten te komen was DIT de volgende curvebal die het leven mij toesmeet? De woede maakte echter al snel plaats voor het besef dat er geen tijd meer was voor destructieve emoties. Terwijl mijn ouders en zus nog bezig waren met het zich vastklampen aan iedere strohalm die maar binnen handbereik kwam was bij mij het besef al ingedaald : dit was een weg van éénrichtingsverkeer.… Lees gerust door

Boem = Ho!

Some days are dry, some days are leaky
Some days come clean, other days are sneaky
Some days take less, but most days take more
Some slip through your fingers and on to the floor
Some days you’re quick, but most days you’re speedy
Some days you use more force than is necessary
Some days just drop in on us
Some days are better than others
Some days it all adds up
And what you’ve got is enough
Some days are better than others.

~ Some days are better than others , U2

Iedere keer als ik denk dat ik het dieptepunt wel bereikt heb weet het leven mij weer te verrassen met een nieuwe curveball, alsof god toch bestaat opeens en ergens vanaf een wolkje omlaag kijkt en iets denkt van ‘ owwww dus jij dacht dat dit het dieptepunt was? GUESS AGAIN MOTHERFUCKER’  (ja, god klinkt als Samuel L Jackson in mijn hoofd) waarna er weer een nieuwe tegenslag als een duveltje uit een doosje tevoorschijn springt.

Ja, nog meer shit. Momenteel sta ik nog stijf van de adrenaline, en omdat plaatjes nu eenmaal vaak meer zeggen dan woorden (en zelfs mij ontschieten de woorden even die mij in staat zouden stellen om een coherent verhaal neer te pennen) presenteer ik bij deze bewijsstuk A :

Dit is wat er overgebleven is van mijn nieuwe auto. Koud twee maanden in mijn bezit, en nu niets meer dan een wrak. En hoewel ik momenteel financieel even geen enkele uitweg meer zie uit mijn huidige situatie is dat niet wat mij het meest dwars zit aan deze situatie. Dat dit ongeluk NIET mijn schuld was maar dat de bestuurder die mijn spin veroorzaakte gewoon is doorgereden : onwijs kut en de zoveelste slag in mijn gezicht, maar in het grotere geheel bekeken ookvolstrekt  niet relevant.… Lees gerust door