Archetypisch

Ik mis je, ook al weet ik niet eens zeker of je wel bestaat. Je hebt wel bestaan ( al was het misschien alleen maar in mijn hoofd) zoveel is zeker: ik ben je immers al zeker twee keer -met een beetje goede wil drie keer- tegengekomen tijdens de lange wandeling op mijn levenspad. Dat is misschien al meer dan veel andere mensen kunnen zeggen afgaande van wat ik om mij heen zie en heb zien gebeuren.

Je bent de Animus naast mijn Anima, mijn tegenpool en misschien wel het missende stukje van mijn eeuwig groeiende en veranderende puzzel. De puzzel die ik steeds scherper zie naar mate mijn ogen zachter worden maar waarvan de randen blijven vervagen en vervormen, grillig groeiend als onkruid naast een snelweg.

Het is grappig om te merken hoe ik nog altijd balanceer tussen intellectus ectypus en intellectus archetypus; met aan de ene kant mijn onverwoestbare vertrouwen in de wetenschap, het kenbare en meetbare universum waarin alles een afdruk of haarscherpe kopie van een meetbare te doorgronden werkelijkheid is en aan de andere kant het deel van mij dat nog altijd in Plato’s grot naar de schaduwbeelden op de rotswand staat te staren terwijl zijn fantasie de vrije loop krijgt. En het is precies op die momenten waarop ik de balans dreig te verliezen dat ik je mis.

Je bent te vinden in iedere glimlach van een vrouw die ik passeer op straat, in het zachte licht van de ondergaande zon en in de tekst van dat ene liedje. Je verstopt je in kunst, literatuur of een voorbij waaiende wolk. Ik mis je, meer dan je kan weten..en niet alleen omdat je niets meer of minder bent dan een archetype. Je bent de Moeder, de Minnares – maar als het Meisje ook de vaste gezel van mijn innerlijk jongetje.

Het is niet alsof ik niet zonder je kan of misschien zelfs wel zonder je zou willen. Wat ik voel in het diepst van mijn ziel is een verlangen zonder grenzen en de gierende zenuwen van een acteur voor het doek op gaat – of het gevoel van paniek voordat ik op enter druk en daarmee dit schrijfsel online zet. Zonder vangnet, zonder correcties. Misschien is dit dan wel gewoon mijn vorm van magie en schrijf ik je dichterbij met ieder woord, iedere zin en iedere alinea totdat ook jij het verlangen naar je tweelingziel niet meer kan weerstaan en toegeeft aan je eigen verlangens.

Jij bent mijn Belangrijke Ander of zou dat in ieder geval kunnen zijn. De vrouw die het lef heeft om ook tegen mij te zeggen “kom terug met je schild, of er bovenop”. Mijn waarachtige partner, de vrouw die mij niet alleen evenaart maar soms ook gewoon overtreft. En God, wat heb ik je nodig. Niet om in mijn hoofd tegen je te praten zoals ik bijna dagelijks doe maar in het hier en nu..Naast mij.

Ik heb je nodig zodat ik mijzelf kan zien door jouw ogen. Iedereen heeft een spiegel nodig, anders kan je jezelf immers nooit waarachtig kennen. Ik heb je niet nodig als ik op mijn dieptepunt zit, dat kan ik zelf prima aan. Het zijn de momenten waarop het goed gaat, waarop ik naar voren spring en al dan niet struikel. De momenten waarop het klikt en ik voor heel even overtuigd ben van mijn eigen gelijk, kennis en kunde. Het moment waarop de intellectus ectypus de overhand krijgt en de intellectus archetypus het onderspit dreigt te delven – DAT is het moment waarop ik je nodig heb en naar je hunker. Naar je lach, je warmte en je geur. Naar de reflectie.

Ik heb je nodig om mij te kunnen zijn.