Bitterzoet

Je lacht
Op een koude ochtend in September
Terwijl de zon beloftevol trilt
Boven een verlaten snelweg
Ergens in een land
Waar niemand ons verstaat

Ik zie
Heupen in een zomerjurk
Dansend op het ritme van een bries
Stenen treden als een stille getuige
Dat alles eeuwig is
Maar dat de details langzaam eroderen

Een frons
Als de eerste heraut
Van het naderende onheil
De oorverdovende stilte slaat ongenadig toe
Tijd en afstand blijken relatief
In het licht van een zwarte zon

Ik herinner
Mij je lach, soms die heupen in een zomerjurk
In een land waar niemand ons begreep
Nu rest slechts de glimlach om wat was
Niet meer het verdriet
Om wat had kunnen zijn.






Rondjes

Twee-en-veertig. Dat is behalve het antwoord op “de ultieme vraag over het Leven, het Universum, en Alles” ook het aantal stappen dat ik zet om de helft van mijn rondje te lopen. Daar stop ik even, draai mij om en observeer één voor één de mensen die op hun stoel naar hun telefoon zitten te staren. De enigszins gezette man op de derde stoel aan mijn linkerzijde lijkt wat zweetdruppels op zijn voorhoofd te hebben staan – even wachten.

Nee, vals alarm. Alsnog kijk ik even op de klok om de tijd vast te leggen, neem de man nog even goed in mij op en loop verder. Een ietwat onzekere vrouw klampt mij aan met een vraag die ze ook beantwoord had kunnen krijgen door de poster rechtsachter mij even te bekijken maar ik geef haar met een vriendelijke glimlach – ook al ziet ze die niet achter mijn mond-neusmasker – antwoord en wijs haar de juiste weg. Ik knik even naar mijn collega aan de overzijde en loop weer verder. We passeren elkaar halverwege en ze knipoogt even naar mij.

Rondjes. Acht uur lang rondjes lopen. Dat is wat we doen.

Een verpleegkundige klampt mij aan, en voordat ze een woord gesproken heeft loop ik al mee om samen met haar achter een gordijn te verdwijnen waar een moeder meewarig naar haar huilende tienerdochter staat te kijken. Mijn oog valt op het shirt dat het meisje draagt en ik steek mijn wijsvinger en pink even omhoog in een universeel gebaar. Er breekt zowaar even een waterig glimlachje door en ik bied haar aan om even in mijn arm te knijpen terwijl ik een verhaal afsteek over mijn eigen tienerjaren en een concert van $band. Ze knikt even naar de GGD medewerkster en even later begeleid ik moeder en dochter naar een rustig plekje achterin de zaal, geef de dames een bekertje water en begin weer aan een rondje.… Lees gerust door

De meeste mensen deugen

Ik was het even kwijt aan het begin van dit jaar. Voor mij waren het niet zozeer de Lockdown of de social distancing die mij nekten, maar een zelfverkozen afdaling in de negen cirkels van de wappie-hel, als ware ik een verwaterde versie van Dante zelve. En hoewel mijn reis omlaag in de krochten van het internet bij vlagen inderdaad op een gitzwarte komedie leek (het goddelijke ontbrak helaas) sijpelde er toch gif naar binnen.

Het begon allemaal toen één van mijn beste vrienden op een dieptepunt van zijn leven terechtkwam en vervolgens in het doolhof van de complottheorieën de weg terug naar huis niet meer kon vinden. Uiteindelijk moest ik hem met pijn in mijn hart laten gaan, om de eenvoudige reden dat hij niet meer te bereiken was in de overdrachtelijke zin van het woord én omdat iedereen ultiem gezien het recht heeft om zijn of haar leven in te richten en te leven zoals het hem of haar goeddunkt. Daar geloof ik heilig in.
De mensen die mij kennen weten echter dat “dingen laten gaan” niet per se mijn best ontwikkelde eigenschap is als het om relaties in de breedst mogelijke betekenis van het woord gaat. (Waar dit blog af en toe tussen de regels door een getuige van is..).

Dus ik volgde hem waar mogelijk op gepaste afstand. Via Facebookgroepen, Instagram, Twitteraccounts en telegramcommunity’s. Ik vertrouwde op mijn natuurlijke scepsis en hang naar de wetenschappelijke methode, en dat werkte – grotendeels. Er is geen moment geweest dat ik daadwerkelijk begon te geloven in één of meerdere complottheorieën, maar het gif..dat bleek een brug te ver. Een schip zinkt niet omdat het omringt wordt door water maar ten gevolge van de druppels die naar binnen sijpelen…

Ik verloor mijn vertrouwen in de mensheid. Dat klinkt groot, misschien zelfs melodramatisch – maar dat is wat er gebeurde.… Lees gerust door

Soms spookt ze nog in mijn dromen

Ik heb de droom weer gehad. Een terugkerende droom die ik herken, een droom die mij laat ontwaken met een gevoel van spijt en machteloosheid. Soms met tranen in mijn ogen.

Een droom die een rechtstreeks gevolg is van één van de zwaarste beslissingen die ik ooit genomen heb. Ik sta nog steeds achter die beslissing, die nog zwaar op mijn geweten drukt – ook nu nog. De pijn is echter niet minder geworden. Hoewel ik mijn hang naar zelfkwelling en -pijniging in het echte leven al jaren geleden achter mij heb weten te laten is mijn onderbewustzijn het daar blijkbaar niet mee eens.

De droom is altijd dezelfde, hoewel de details verschillen. Er zijn altijd maar twee spelers die het droomtoneel betreden, mijn moeder en ik. En hoewel het script varieert is de onderliggende rode draad altijd hetzelfde:

Mijn moeder wil bij mij zijn, blijven. Niet weg gaan. Niet alleen zijn. En wat is mijn respons?

Ik stuur haar weg.

Duikplank

De cursor knippert mij uitdagend tegemoet vanaf mijn beeldscherm. “Toe dan, tik maar. Je wil dit..” Lijkt hij te fluisteren. Ja, ik wil dit. Ik moet dit doen. Waarom dan toch die twijfel? Alles wat nog ontbreekt zijn mijn naam en een handtekening. Twee kinderlijk eenvoudige acties die mij nog scheiden van een nieuwe sprong. Een sprong in het diepe, een sprong voorwaarts.

De trap van de hoge staat vol met gebibber” schiet er door mijn hoofd. Even twijfel ik, maar dan vind mijn brein als vanzelf de context. Spinvis, uiteraard. De metafoor van een duikplank is er één die vaker door mijn hoofd gegaan is de laatste paar dagen. Het klopt ook wel, tijdens de klim naar boven voel je een verdovende mix van verwachtingsvolle angst, plezier en spanning die tot een hoogtepunt komt als je eenmaal die eerste stap naar voren zet om vervolgens omlaag te kijken. De aarzeling of het niet toch beter is om je om te draaien en weer lafjes omlaag te gaan.

Nee, het is tijd.

Tijd om mijn leven volledig om te gooien. Om de weg die ik in de afgelopen jaren ingeslagen ben definitief te gaan bewandelen. De duik in het diepe, zonder zwembandjes. Geen weg terug. Ik haal nog een keer diep adem terwijl ik de laatste paar weken in sneltreinvaart de revue laat passeren in mijn hoofd. De gesprekken, de bezwaren en de kansen. In het hier en nu heb ik de kans om te kiezen voor mijn idealen, te doen waarvan ik weet dat ik het moét doen van mijzelf – als ik wil voldoen aan mijn eigen standaard.

Ik neem een stap vooruit op de plank en staar naar beneden. Fuck, het onbekende is diep. En als ik verkeerd land..Nee, niet aan denken. Ik ken de risico’s van wat ik ga doen en ze zijn aanvaardbaar – en aan de keerzijde glinsteren de mogelijkheden.… Lees gerust door

De woordenvanger van Hamelen


De klanken die uit de diepte naar boven zweven komen mij bekend voor en ik stop om te luisteren, het duurt even eer ik één van de favoriete liedjes van mijn moeder zaliger herken. Een liedje dat ze vroeger altijd voor mij zong als het voorbij kwam,

Take a look at you and me,
Are we too blind to see,
Do we simply turn our heads
And look the other way


Klinkt het met een licht Duitse tongval. Ik sluit mijn ogen om even weg te zinken in het moment. Dat ene, magische moment waarop ik het licht van de langzaam stervende zon mijn rug voel verwarmen terwijl een lichte bries mij zachtjes kust met een vage belofte van verkoeling en ik weer even mijn bij mijn moeder kan zijn. Samen met haar kan zijn in een verstilt moment buiten de tijd, een moment waarop zij niet dood is en ik weer een jongetje van een jaar of negen ben.

Als de laatste tonen van “In the ghetto” wegsterven en er een beschaafd applaus opstijgt uit de Biergarten in de verte open ik mijn ogen weer en neem een slok water. Nog even laat ik de magie van het buiten de tijd zijn op mij inwerken als ik de wijnranken die zich uitstrekken tot aan de dorpsrand een kleine honderd meter beneden mij in stilte observeer.

De muziek is weer begonnen, deze keer lijkt de ongeziene zanger alleen begeleid te worden door een akoestische gitaar. Weer is het een melodie die voor een tintelend gevoel van herkenning zorgt maar die ik niet meteen weet te plaatsen. Als vanzelf neurie ik mee terwijl ik overvallen wordt door een melancholisch en nostalgisch gevoel. Opeens vind ik de woorden of beter gezegd: vinden ze mij, en ik fluister ze mee terwijl de euforie mijn hart laat steigeren in mijn borstkas

Lonely rivers flow
To the sea, to the sea
To the open arms of the sea, yeah
Lonely rivers sigh
“Wait for me, wait for me”
I’ll be coming home, wait for me

Fluister ik met een steeds breder wordende glimlach.… Lees gerust door

Deurklink

Ik reik naar de deurklink maar mijn hand blijft er vlak boven zweven als ik nog even door een spleet tussen de gordijnen naar binnen gluur. Haar profiel wordt verlicht door het gele licht van een eenzame schemerlamp die de lijnen in haar gezicht verzacht. Godverdomme. Ik haat mijzelf om wat ik ga doen, maar dat gaat mij niet weerhouden.

Zij verdient zoveel beter dan dit, zoveel beter dan mij. Het feit dat zij dat zelf niet onder ogen wil of kan zien is juist een eenvoudige bevestiging hiervan. Ik kan eenvoudigweg niet van haar houden op de manier waarop zij dat van mij doet, en ik haat mijzelf om iets waar ik niets aan kan doen. Ik zou zo graag van haar houden op die allesomvattende, verslindende manier die je laat voelen dat dit échte liefde is. Ik zou verdomme tevreden kunnen zijn om mijn leven met haar te delen maar tevreden is voor mij niet goed genoeg. En zij verdient beter.

Ik kan niet eens van mij zelf houden, laat staan van haar.

Hoe breek je iemands hart op een manier die blijk geeft van compassie? Die simpele vraag heeft mij al nachten laten woelen in mijn bed terwijl de cijfers van de klok naast mij blijk gaven van het tergend langzaam verstrijken van weer een nacht. Een misselijkmakende stoot van adrenaline schiet door mij heen als ik nog een laatste keer alle moed en daadkracht die ik nog kan opbrengen probeer te verzamelen en mijn hand land dan eindelijk op de deurklink, het koude metaal een nuchtere bevestiging van het feit dat dit geen slechte droom is – slechts de kille werkelijkheid.

Ze draait zich om als ze hoort hoe ik de deur open, een liefdevolle glimlach op haar gezicht die als sneeuw voor de zon weer verdwijnt als ze de tranen op mijn wangen ziet.

Opgesloten

Graffiti van een onbekende artiest, Soesterduinen

We zijn sociale dieren, sommigen van ons meer dan de rest. Al sinds de eerste lockdown (toen premier Rutte en consorten ons als samenleving nog de illusie van een ‘intelligente lockdown’ voorhielden en daarmee blijk gaven van een grove overschatting van het intelligentie-niveau van onze samenleving als geheel) heb ik afwisselend met gevoelens van verbazing, irritatie en hilariteit kunnen observeren hoe verschillend mensen reageren op wat in wezen maar een kleine aanpassing in ons normale (wat dat verder ook moge inhouden) dagelijks leven is.

Ik heb collega’s voor het genadeloze en alles registrerende oog van hun webcam zien verslonzen en afzakken naar een bedenkelijk niveau, onderwijl klagend over relaties die onder zware spanning staan en kinderen die ongenietbaar zijn. Als ik mijn verbazing uitsprak over het feit dat je levenspartner en je eigen kinderen bij uitstek de mensen zouden moeten zijn met wie je het liefst opgesloten wil zitten tijdens een wereldwijde pandemie werd dit over het algemeen afgedaan met een “jij hebt makkelijk praten” gevolgd door een diepe zucht. Ja, ik heb makkelijk praten. Er zijn weken waarin het enige vlees-en-bloed contact dat ik heb met de kassière in de lokale supermarkt is. Volstrekt begrijpelijk dat mijn situatie als ‘makkelijker” gezien wordt door mensen die samen met hun partner en kinderen in één huis wonen, niet?

Maar jazeker, ik heb makkelijk praten. Niet dat ik iemand heb om mee te praten zonder daarmee de mensen om mij heen tekort te willen doen, zij zijn er voor mij zoals ik er voor hen ben (you know who you are), maar dat heeft er eigenlijk helemaal niets mee te maken.

De weemoed dateert van veel verder terug, de jaren tussen mijn zesde en twaalfde, met m’n moeder alleen, ik zie verder terug en voorbij, voorbij het zelfbeklag in het kijken: die gruwzame eenzaamheid, nauwelijks onderbroken door de twee keer drie maanden ‘vakantiekolonie’ die iets van een straf had, in het holst van de winter langs koude stranden, in bossen zonder bladeren aan de bomen, de vervreemding van het kind, dat object tussen objecten is

Simon Vinkenoog, uit “Liefde.
Lees gerust door

Virus-vernis (VI) : Covidioten

“Zonder titel” , een beeld uit 2004 van Herman Makkink, Westerpark – Amsterdam

Als je koolstof -waar ook het menselijk lichaam voor een groot deel uit bestaat- voor langere tijd onder hoge druk plaatst ontstaat er een diamant. Toen in Maart de samenleving gedwongen een pas op de plaats moest maken onder de druk van een pandemie zag ik overal voorbeelden van de veerkracht en de Goedheid van de gemiddelde mens, los van winkelkarren die volgeladen met toiletpapier die over een parkeerplaats wereden gerold waarna de plotseling zeer begerenswaardige lading in de achterbak van een Audi A3 of iets dergelijks verdween dan.

Tijdens de afgelopen maanden heb ik vaak nagedacht over de verhoudingen tussen de menselijke geest en het menselijk lichaam. De menselijke geest zou, als er los van neurotransmitters en neuro-receptoren al sprake zou zijn van een fysieke component, net zo goed uit datzelfde koolstof kunnen bestaan. Wij doen het als soort gewoonweg ontzagwekkend goed als de druk hoog is. Er ontstaan pas problemen als de druk minder wordt, hoewel er dan een prachtige kern is die flonkert en schittert in het licht valt het vieze en incomplete residu van de buitenkant als los zand uit elkaar.

Zeker op “sociale” media is het een kwestie van de gifbeker/smeltkroes leegdrinken eer de diamant op de bodem zich weer laat zien.

Dat zie je nu dus ook terug in onze samenleving. Niet alleen 17 miljoen voetbalcoaches, maar ook 17 miljoen virologen, gedragsdeskundigen en statistici. Gooi nog wat samenzweringstheorien die al honderden -zo niet duizenden- jaren lang de ronde maken in de westerse wereld in die smeltpot en wat je krijgt is een ondrinkbaar mengsel van geschifte melk met een vleugje koolstof – met op de bodem een onzichtbare diamant waarvan naar het formaat slechts gegist kan worden.

Je zal altijd figuren hebben zoals de mensen achter viruswaanzin/waarheid (de eerste naam dekte de lading van dit clubje beter IMHO), die denken dat ze beschikken over meer kennis dan de mensen die er daadwerkelijk decennia lang mee bezig zijn geweest om die kennis te vergaren en nog veel belangrijker: te toetsen.… Lees gerust door

Tijd om te gaan

Tijd om te gaan. Om landschappen te verkennen die ik nog niet eerder gezien heb. Om bergen te beklimmen, bossen te doorkruisen en mijn netvlies te verwennen met weidse vergezichten.

Maar eerst is er nog die lange autorit waarbij ongetwijfeld mijn blik af en toe naar de lege bijrijdersstoel zal dwalen, een stoel die wederom of nog steeds niet bezet is afhankelijk van de manier waarop ik er naar kijk. Ruim 5 maanden aan social distancing waren voor mij bijna kinderlijk eenvoudig en kan ik ook probleemloos voortzetten in onze buurlanden maar soms -tijdens urenlange autoritten- knaagt er iets.

Iets dat ik met veel poeha,blabla en een ongekende woordenbrij zou kunnen omschrijven maar waar reeds een prachtig en eenvoudig Nederlands woord voor bestaat:

Een gemis.

De verleidelijke lokroep van de leegte

Ik stap op de overhangende rotspunt en kijk omlaag, en even is daar de ‘call of the void‘ aan de rand van mijn bewustzijn. “Spring” fluistert ze. Een niet te onderdrukken glimlach vind mijn mond. Nee, ik ben niet suïcidaal. Al decennia niet meer. Toch heeft deze verleidelijke lokroep van de leegte mij jarenlang doen twijfelen aan mijn mentale gezondheid, totdat ik ontdekte dat dit een relatief vaak voorkomend iets is dat zelfs een wetenschappelijke naam heeft : high place phenomenon. Tot aan één derde van alle -gezonde- mensen heeft ervaring met de gedachte om te springen als ze op grote hoogte aan de rand van een afgrond staan.

De film van alle gebeurtenissen in het afgelopen jaar -sinds de vorige keer dat ik hier stond- trekt aan mijn geestesoog voorbij en ik realiseer mij hoe ver ik gekomen ben op een jaar tijd. Hoeveel evenwichtiger, energieker en gelukkiger (“tevredener” fluistert een bekende stem in mijn oor) ik mij voel. Uiteraard is er ook een gemis, er zal immers áltijd een gemis zijn. Dat gemis is ook een belangrijk deel van de brandstof die ik gebruik om mijzelf te pushen.

Ik push mijzelf als schrijver, als professional, als mens. door weer te durven falen zonder mij te laten verlammen door mijn soms kinderlijke angsten. Het afgelopen jaar stond in het teken van mijzelf weer te leren dat falen noodzakelijk is, de eenvoudige erkenning dat er geen groei mogelijk is zonder weerstand en obstakels onderweg. En hier sta ik dus weer, een jaar later – precies op de dag waar ik nooit over wil praten en geen aandacht aan wil besteden. Mijn blik glijdt over de wereld die aan mijn voeten ligt terwijl ergens in de verte de echo van de schaterlach van een kind door het dal weerkaatst.… Lees gerust door

Mama

Vier.


Vier keer is de aarde inmiddels rond de zon gezwiept in de oneindige dans van twee hemellichamen om een centraal maar onzichtbaar zwaartekrachtpunt. Vier rondjes sinds ik je voorgoed kwijtraakte. Soms voelt het alsof ik de enige ben die je nog écht lijkt te missen, en ik weet hoe egocentrisch en gespeend van enige zelfreflectie die gedachte eigenlijk is.

Iedereen heeft het recht om op zijn of haar eigen manier het verdriet te dragen, om een manier te vinden om met de intense pijn van het Grote Gemis, de prijs die je moet betalen om lief te hebben om te kunnen gaan. Mijn vader zocht voornamelijk een weg uit de eenzaamheid en heeft die gevonden in het gezelschap van een andere vrouw, ook al slapen ze in verschillende kamers. Zus-lief verliest zichzelf in haar baan, haar sporten, haar hobby’s en er zijn momenten dat ik bijna kan geloven in haar zelfopgelegde nieuw hervonden positieve levenshouding.

En ik? Ik kijk naar binnen en observeer. Probeer om het verdriet te doorvoelen en te doorleven zonder mijzelf te laten wegspoelen in een woeste rivier van zelfmedelijden en pathos. Door de verstilling zijn werk te laten doen en de ruimte te bieden aan al wat ik voel zonder mijzelf er door te laten overheersen. Ik wil mijn verdriet gebruiken om intenser in het leven te staan, om niet te verstarren of te verzuren maar om juist milder te worden. Zodat het verdriet niet meer voor een dambreuk zorgt waarbij het water met een verwoestende kracht zijn weg baant en alles in een nietsontziende stroom wegspoelt – maar het als een kabbelende rivier langzaam alle scherpe randjes van mijn psyche weet te eroderen totdat er een meanderende stroom overblijft.

Het blijft vreemd, een emotionele herfststorm midden in de zomer.

Ik mis je.

Verjaring

You need to spend time crawling alone through shadows to truly appreciate what it is to stand in the sun.”― Shaun Hick

Mijn excuses voor het hoge “I’m fourteen and this is deep” gehalte van bovenstaande citaat, maar het is ook gewoon waar.

Nu ik formeel wel de leeftijd heb bereikt waarop het besef dat er meer dagen achter mij liggen dan er nog te gaan zijn onvermijdelijk is geworden voel ik mij vreemd genoeg beter dan ooit – hoewel uiteraard niets te vergelijken is met het gevoel dat je hebt als je een jaar of 18 bent en de hele wereld nog aan je voeten ligt.

Daarom dit jaar voor het eerst maar eens op herkansing in het Mullerthal, mijn persoonlijke lakmoesproef voor waar ik sta – mentaal en fysiek. Ik hoop dat er nog veel jaarlijkse wandelingen in die prachtige omgeving mogen volgen.

Golzugram – Juni

Omdat ik tegenwoordig ook wel eens buitenkom maak ik meer foto’s dan ooit tevoren, en het is zonde om ze allemaal in mijn archief te laten zitten. Een aantal kan je ook terugvinden op mijn Instagram. Voel je vrij om ze te gebruiken voor je eigen doeleinden als je zou willen, eventueel kan je de originelen bij mij opvragen door mij te contacten via Instagram of mijn mailadres dat je kan vinden op de “Over dit blog en de auteur” pagina in de zijbalk rechts. Klik voor groot!

Fallout – Amerongen (Utrechtse heuvelrug)
Dating in tijden van social distancing – Elst (Utrechtse heuvelrug)
Fields of Joy, Lage Vuursche
<3 Utrechtse heuvelrug
Baarnsche bos, Baarn

Virus-vernis (V)

Na drie maanden in de ruststand te hebben gestaan begint de maatschappij langzaam maar zeker weer te ontwaken. Van mij had het niet persé gehoeven, ik vond de wereld van de afgelopen maanden eigenlijk mooier dan die ervoor. Daarmee wil ik het verdriet, de angst en de eenzaamheid van sommige mensen -vooral de ouderen en kwetsbare leden van onze samenleving- niet bagatelliseren. Dat verdriet was en is groot en onmiskenbaar.

Nu de wereld ontwaakt en de angst voor nu grotendeels gesust lijkt te zijn steekt ook het veelkoppige monster van ongenoegen zijn kop weer boven het moeras uit. Onvrede over de maatregelen die onze regering genomen heeft. Eerst was het niet goed dat de economie boven de volksgezondheid geplaatst werd en was er de schreeuw om een “complete lockdown” , moesten “alle scholen dicht” en vooral “grenzen dicht” . Je hoefde niet eens na te denken over uit welke hoek deze achterhaalde retoriek kwam – dat was al duidelijk. Ironisch genoeg zijn het dezelfde mensen en politieke stromannen die nu het hardste schreeuwen dat onze regering “het land kapot maakt” en “totaal overdreven maatregelen in stand houdt”.

Aan de andere kant van het politieke spectrum is er ook genoeg onrust. Zwarte levens doen er aan toe, lieten 5000 man op de Dam zien. De ironie van die situatie kan niet alleen mij zijn opgevallen hoewel de beweging mijn volledige steun en sympathie heeft kan ik mij toch niet aan de indruk onttrekken dat “verbeter de wereld, begin bij jezelf” ook wel een ding is en dat 1,5m afstand houden een prachtig instrument is om zelf bij te dragen aan de BLM beweging.

En zo sukkelt de wereld slaapdronken krampachtig verder in de richting waarin zij al jaren wankelt. Ik doe er niet aan mee, na bijna vier maanden thuiswerken heb ik in ieder geval afgedwongen dat ik -mits we in september weer normaal functioneren als bedrijf- minstens drie thuiswerkdagen per week mag aanhouden wat mij effectief zeeën aan extra vrije tijd bied.… Lees gerust door

Verspellerisering

Iets meer dan een jaar geleden nam ik een bewuste beslissing: het zou anders gaan. Ik ging de regie terugnemen over mijn leven, mijn gezondheid, alle aspecten die van invloed waren en zijn op mijn persoonlijke welbevinden. Maar zoals iedereen die dit leest zich waarschijnlijk wel beseft: de voornemens zijn het makkelijke deel. Het realiseren van je voornemens, het omzetten van pure intentie naar concrete acties en je daaraan committeren vormen de daadwerkelijke uitdaging.

Ik heb echter -als ik het echt op mijn heupen krijg- een aantal voordelen ten opzichte van de meeste mensen, ik ben A/ een stijfkop B/ik leer snel C/ een nerd.
Voor het doel dat ik voor ogen had was een stevige overhaul van mijn dagelijkse leven wel degelijk een vereiste, gelukkig trof ik al snel twee stukken gereedschap die mij onwijs geholpen hebben tijdens de reis die ik in het afgelopen jaar gemaakt heb.

Het eerste stuk gereedschap is de bullet journal methodiek. Op het eerste gezicht de zoveelste “doe dit en het zal JE LEVEN VERANDEREN!!!!” bullshit zelfhulp methode, maar ik ontdekte al snel een fundamenteel verschil: Er is geen zweverige onzin bij betrokken en de methodiek is er op gebaseerd dat je hem volledig naar je eigen hand zet .
De methodiek die ik voor mijzelf ontwikkelde was doelgericht, ik identificeerde voor mijzelf eerst de drie delen in mijn leven waar ik graag progressie in wilde boeken. Dat waren -in willekeurige volgorde- : mijn creatieve output, mijn werk, en mijn gezondheid. Ik stelde mijzelf daarom voor ieder onderdeel een lange termijn doel (‘schrijf een boek’, ‘ontwikkel jezelf naar een hoger niveau als professional’ en ‘fix jezelf’).

Wat ik meenam uit de bullet journal methode is het volgende: In principe zou het grootste deel van je tijd op moeten gaan aan het vervullend van jezelf opgelegde doelen, dus zoveel mogelijk acties en energie (en dan doel ik niet op zweverige onzin) stoppen in de zaken die je wil bereiken.… Lees gerust door

Even stil

Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei herdenken wij allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.

Bijna iedere familie heeft wel één of meerde verhalen die handelen over de tijd vlak voor, tijdens en vlak na de tweede wereldoorlog. Verhalen over geweld, moed, honger en lijden. Ik zou er graag een andersoortig verhaal aan toe willen voegen.

Mijn vader is opgegroeid in een boerengat in Limburg, Montfort. Het dorp had de pech om op een strategische locatie te liggen, te weten nabij de Duitse grens en bij een belangrijk knooppunt van wegen. Tussen januari en maart 1945 lag er een frontlinie dwars door het dorp heen, het is verschillende keren gebombardeerd door zowel de Duitsers als de geallieerden. Van de 1700 inwoners zijn er meer dan 186 gesneuveld aan die bombardementen en van het historische centrum bleef niets over.

Bovenstaande is echter alleen context. Het verhaal dat ik wil vertellen gaat over een boerengezin met in totaal 4 kinderen, te weten Johannes (mijn vader), Ben, John en Zus. In 1940 werden er een drietal leden van de Wehrmacht (het reguliere leger van de Duitse bezetter dat grotendeels bestond uit dienstplichtigen) in de boerderij van dit boerengezin ingekwartierd. Helaas weet ik slechts van één van deze soldaten zijn naam, Heinrich.
De voornaamste taak die de soldaten toebedeeld werd was het in de gaten houden van de lokale bevolking en er zorg voor dragen dat alle bruikbare zaken (voedsel, levende have, brandstof) in beslag genomen werd zodat de Duitsers dit konden gebruiken.

Heinrich en zijn makkers hadden echter -zo gaat het verhaal van mijn vader- niet zo veel trek in al dat gedoe. Ze waren zelf opgegroeid op een boerderij niet heel ver naar het oosten en ze vonden dat de bevolking van Montfort ze niets misdaan had, waardoor hun sympathie uitging naar de mensen om hen heen die ook niet gevraagd hadden om deze bezettingsmacht.… Lees gerust door

Virus-vernis (IV)

Ik loop zoals ieder weekend door het bos. Mijmerend. Om mij heen fluiten de vogels en regelmatig word ik een stukje vergezeld door één of meerdere vlinders. Met een diepe adem teug vul ik mijn longen met schone lucht, ergens in de verte schreeuwt een kind het uit van plezier.

Voor mij duikt plots een hert uit het struikgewas, we schrikken van elkaar en blijven beide stokstijf staan. Even nemen we elkaar op, dan draait ze zich om en sprint weer terug richting de dichtere begroeiing. Een kortstondig maar hevige gelukzaligheid verspreid zich vanuit mijn maag door mijn hele lichaam.

De wereld glijdt weer terug in haar ruststand, geen vliegtuigen, geen verkeer, amper mensen. Misschien is het wel beter, zo.

Virus-vernis (III)

Ik realiseer mij plots dat de angst voor de dood ergens in de afgelopen dagen in je stem is geslopen. Waar eerst voornamelijk bagatellisering en ontkenning de boventoon voerden is er nu de ruimte voor twijfel en het onvermijdelijke besef van de nieuwe realiteit waarin we leven. Juist op het moment dat de levende natuur explodeert met nieuw leven waart de dood door ons land en ben ook jij veroordeeld tot een leven in de marge. Je klaagt en je sputtert tegen maar schikt je in je lot.

We worstelen tijdens onze dagelijkse telefoontjes met de veranderende verhouding tussen ons twee. Er is liefde en respect hoewel we regelmatig botsen omdat we nu eenmaal conflicterende levenshoudingen hebben en fundamenteel anders naar de wereld om ons heen kijken. Ik schaam mij er bijna voor dat ik je soms even bewust uit je tent lok zodat je even stoom kan afblazen maar realiseer mij tegelijkertijd dat het goed is dat je je angsten en frustraties bij mij kwijt kan.

Ik ben immers los van de Alpha hulp de enige die je nog dagelijks spreekt.

Virus-vernis

Liefde is het wonder van de beschaving” (L’amour est le miracle de la civilisation)
~ Stendhal, “De l’amour

Ik heb mij vaker afgevraagd wat er zou gebeuren als je het dunne laagje van vernis dat wij “beschaving” noemen weg zou krabben om te zien wat er onder zit. Hoewel ik een positief ingesteld mens ben dacht ik toch eigenlijk stiekem wel dat er onder het laagje vernis voornamelijk roest tevoorschijn zou komen, de tekenen van een gemankeerde mensheid die solipsisme tot een kunst verheven heeft.

Ik was echter ook vergeten dat de manier waarop je naar de wereld kijkt bepalend is voor wat je ziet, zowel op menselijk als op maatschappelijk niveau. In de afgelopen paar weken heb ik zoveel ontroerende, mooie en fijne dingen gezien dat ik ze bijna niet onder woorden kan brengen, en hoewel ik altijd mijn geloof in de mensheid behouden heb is dat geloof in de afgelopen maand alleen maar gegroeid. Spontane zanguitvoeringen op de stoep van bejaardentehuizen. Een route met krijttekeningen vol met hartjes en positieve kreten om je een hart onder de riem te steken. Tientallen beren voor ramen van arm en rijk, jong en oud. Mensen die je alle ruimte geven waar dat nodig of wenselijk is. Wildvreemden die spontaan kaartjes bij elkaar in de brievenbus stoppen om te vragen of het goed gaat. Gezinnen die samen aan het buitensporten slaan. Overal papiertjes op deuren, prullenbakken en bij winkels met telefoonnummers en de dringende vraag om even te bellen als je hulp nodig hebt. Artiesten over de hele wereld die het op zich nemen om hun creativiteit geheel belangeloos te delen met iedereen die het maar wil horen of zien..

Het gaat raar klinken, maar ik ben hoopvol gestemd door wat ik om mij heen zie gebeuren. Heel Nederland voelt aan alsof het de dag na het grootste festival aller tijden is en we allemaal nog even een rondje over de festivalcamping aan het dwalen zijn voordat we weer naar huis kunnen om over te gaan tot de orde van de dag.… Lees gerust door

Gemiste connectie

In gedachten verzonken loop ik over het bospad, als mijn blik even omhoog dwaalt zie ik pots een dansende bos krullen die aan een vrouw van een jaar of tien jonger dan mij toebehoren. Omdat ik naar het midden van het pad ben afgedwaald schuif ik op naar rechts om haar de ruimte te bieden en te voorkomen dat ze zich ongemakkelijk zou gaan voelen hier in het niemandsland op een paar kilometer van de bewoonde wereld.

Als mijn ogen haar gezicht vinden word ik even getroffen door haar open en vriendelijke blik die alleen maar versterkt lijkt te worden door haar stralende glimlach. We groeten elkaar terwijl we elkaar even recht in de ogen aankijken, en even is het alsof ze haar pas vertraagd. Ik open mijn mond, wil nog wat zeggen – maar er komt niets. Dus loop ik na een vriendelijke knik maar gewoon door terwijl de gedachtestroom door mijn hoofd maalt.

Doe iets. Zeg iets. Er is een connectie. Een ding.

We deelden een moment, zij en ik. Maar ik kan de moed en de woorden niet vinden, en dus is het enige geluid afkomstig van de fluitende vogels in het bos. ik weet onmiddellijk dat dit moment er één gaat zijn van spijt..

Een meter of vijftig later kijk ik nog even steels over mijn schouder, ietwat weemoedig. Zij deed blijkbaar hetzelfde, onze ogen ontmoeten elkaar nogmaals. We zwaaien.

En lopen door.

Poesje aaien

Het gemiauw klinkt bijna verontwaardigd als ik passeer en als vanzelf beantwoord ik de kat meteen. ‘Dag poes’, zeg ik. De kat staat op en paradeert parmantig met haar staart stokstijf recht omhoog een aantal keren voor mij langs en wrijft vervolgens een aantal keren tegen mijn benen voordat ze pardoes voor mij op haar rug neerploft, zeiknatte stoep of niet.

Ze draait haar witte buikje uitnodigend naar mij toe en ik zak rustig met uitgestoken hand op mijn knieën. Even aarzel ik, een kat over haar buik aaien is altijd wel een beetje russisch roulette spelen. Dan verman ik mij en kriebel haar zachtjes, een geste die beantwoord word met een laag spinnend geluid. Als vanzelf dwalen mijn gedachten even af naar mijn lieve Selene die ik al weer zo lang moet missen en even voel ik een traan. Terwijl ik daar zo zit aan de rand van mijn verdriet dringt zich plots een volstrekt puberale maar daarom een in het moment voor mij niet minder hilarische gedachte zich aan mij op:

Dit is dan in ieder geval voor het eerste kwartaal van 2020 het enige poesje dat ik zal mogen aaien.

Vrij

Voor mij dansen er twee led lampjes door het duister dat verder alleen onderbroken wordt door de zacht oranje straatverlichting. Het duurt even eer ik zie dat het twee fietsers zijn die mij licht slingerend tegemoet gefietst komen.

Als ze mij passeren kijk ik even op van mijn telefoon en zie een koppel van mijn leeftijd, hand in hand en verwikkelt in een ogenschijnlijk geanimeerd gesprek dat verder verloren gaat in de muziek die ik aan het luisteren ben. Als vanzelf kijk ik om en ik zie behalve het kinderzitje bij haar achterop nog net hoe ze even steels opzij kijkt naar de roos in haar rechterhand waarna ze even in haar partners hand knijpt terwijl ze naar hem toe buigt voor een kus op zijn wang – die net goed afloopt.

Ik wacht even op het gifgroene monster in mijn maag, maar dat heeft blijkbaar een avondje vrij genomen. Wel is er dat weeïge, lichte gevoel dat soms gepaard kan gaan met het observeren van andermans geluk.

Wederom geen kaartje of cadeaus voor mij deze Valentijn, maar ik realiseer mij dat dit geschenk zoveel meer betekenisvol is dan dat:

Ik ben weer vrij.

Zwarte haartjes

Het gekwebbel naast mij kabbelt eindeloos door maar ik ben al een minuut of tien geleden gestopt met daadwerkelijk luisteren naar de monoloog die grotendeels lijkt te bestaan uit negatieve bewoordingen over andere mensen. Een eigenschap die ik -zo realiseer ik mij vanmiddag niet voor het eerst- extreem onaantrekkelijk vind. Toch is dat niet wat mij vijf minuten na onze eerste kennismaking al heeft doen realiseren dat ook deze poging toegevoegd kan worden aan de “nee, no, njet, nein, nie, na, hayir, nej, näo” stapel.

Ietwat afgeleid bedank ik de serveerster die mij de tweede cappuccino van die middag komt brengen terwijl mijn ogen voor de zoveelste keer naar het gezicht van de nog steeds pratende vrouw dwalen en ik mijzelf voor de zoveelste keer verbaas over een aantal korte zwarte haartjes op haar bovenlip. Objectief bekeken is mijn gesprekspartner -hoewel deze eindeloze monoloog niet echt een gesprek te noemen is- niet onaantrekkelijk te noemen, ware het niet dat mijn blik de hele tijd naar de zwarte haartjes op haar bovenlip wordt getrokken als een tong naar een gat in een kies.

Als er dan ook nog een snerende opmerking over het bedienend personeel volgt neem ik een besluit; Ik roep de serveerster terug en vraag om de rekening wat de monoloog zowaar voor het eerst die middag abrupt onderbreekt terwijl haar ogen mij vragend aankijken. “Sorry, ik heb het idee dat we elkaars tijd zitten te verdoen – maar ik wens je een fijne dag verder” weet ik nog uit te brengen over mijn schouder als ik naar binnen loop om te betalen.

Zodra ik weer naar buiten loop is ons tafeltje reeds afgeruimd en valt er van de vrouw wiens naam ik vergeten ben maar waarvan de zwarte haartjes op haar bovenlip maar voor mijn geestesoog blijven spoken geen spoor meer te bekennen.

Mama

Ik zou zo graag geloven in een leven na de dood. Dat je, na je ogen voor de laatste keer gesloten te hebben, ze in een andere realiteit of bestaansniveau weer zal openen. En hoewel ik er zoals ieder mens zo mijn eigen raamwerk van aannames en overtuigingen op na houd valt het geloof in een hiernamaals daar helaas buiten.

Toch is een mensenleven, ieder mensenleven, niet voor niets. Als ik er dan toch een geloof op na zou moeten houden, dan maar het geloof in het goede van de mens. Dat je niet waarlijk sterft zolang er nog mensen aan je denken, dat je niet alleen voortleeft in de genen die je eventueel hebt doorgegeven aan je nakomelingen (want dan ben ik fucked) maar ook in subtielere vormen – in de mensen die je geraakt hebt, die door jou geïnspireerd zijn geraakt of die anderszins gevormd zijn door het simpele feit dat je bestaan hebt.

Vandaag zou mijn moeder 80 jaar zijn geworden, een leeftijd die zij niet heeft mogen halen. Ik wil vandaag echter niet rouwen om haar dood maar mijn warme herinneringen aan haar koesteren in de wetenschap dat zij in mij -door mij- nog steeds leeft bij gratie van die warme herinneringen die ik nog immer in mij meedraag.

Fijne verjaardag mam, ik hou van je.