Gemiste connectie

In gedachten verzonken loop ik over het bospad, als mijn blik even omhoog dwaalt zie ik pots een dansende bos krullen die aan een vrouw van een jaar of tien jonger dan mij toebehoren. Omdat ik naar het midden van het pad ben afgedwaald schuif ik op naar rechts om haar de ruimte te bieden en te voorkomen dat ze zich ongemakkelijk zou gaan voelen hier in het niemandsland op een paar kilometer van de bewoonde wereld.

Als mijn ogen haar gezicht vinden word ik even getroffen door haar open en vriendelijke blik die alleen maar versterkt lijkt te worden door haar stralende glimlach. We groeten elkaar terwijl we elkaar even recht in de ogen aankijken, en even is het alsof ze haar pas vertraagd. Ik open mijn mond, wil nog wat zeggen – maar er komt niets. Dus loop ik na een vriendelijke knik maar gewoon door terwijl de gedachtestroom door mijn hoofd maalt.

Doe iets. Zeg iets. Er is een connectie. Een ding.

We deelden een moment, zij en ik. Maar ik kan de moed en de woorden niet vinden, en dus is het enige geluid afkomstig van de fluitende vogels in het bos. ik weet onmiddellijk dat dit moment er één gaat zijn van spijt..

Een meter of vijftig later kijk ik nog even steels over mijn schouder, ietwat weemoedig. Zij deed blijkbaar hetzelfde, onze ogen ontmoeten elkaar nogmaals. We zwaaien.

En lopen door.

Poesje aaien

Het gemiauw klinkt bijna verontwaardigd als ik passeer en als vanzelf beantwoord ik de kat meteen. ‘Dag poes’, zeg ik. De kat staat op en paradeert parmantig met haar staart stokstijf recht omhoog een aantal keren voor mij langs en wrijft vervolgens een aantal keren tegen mijn benen voordat ze pardoes voor mij op haar rug neerploft, zeiknatte stoep of niet.

Ze draait haar witte buikje uitnodigend naar mij toe en ik zak rustig met uitgestoken hand op mijn knieën. Even aarzel ik, een kat over haar buik aaien is altijd wel een beetje russisch roulette spelen. Dan verman ik mij en kriebel haar zachtjes, een geste die beantwoord word met een laag spinnend geluid. Als vanzelf dwalen mijn gedachten even af naar mijn lieve Selene die ik al weer zo lang moet missen en even voel ik een traan. Terwijl ik daar zo zit aan de rand van mijn verdriet dringt zich plots een volstrekt puberale maar daarom een in het moment voor mij niet minder hilarische gedachte zich aan mij op:

Dit is dan in ieder geval voor het eerste kwartaal van 2020 het enige poesje dat ik zal mogen aaien.

Vrij

Voor mij dansen er twee led lampjes door het duister dat verder alleen onderbroken wordt door de zacht oranje straatverlichting. Het duurt even eer ik zie dat het twee fietsers zijn die mij licht slingerend tegemoet gefietst komen.

Als ze mij passeren kijk ik even op van mijn telefoon en zie een koppel van mijn leeftijd, hand in hand en verwikkelt in een ogenschijnlijk geanimeerd gesprek dat verder verloren gaat in de muziek die ik aan het luisteren ben. Als vanzelf kijk ik om en ik zie behalve het kinderzitje bij haar achterop nog net hoe ze even steels opzij kijkt naar de roos in haar rechterhand waarna ze even in haar partners hand knijpt terwijl ze naar hem toe buigt voor een kus op zijn wang – die net goed afloopt.

Ik wacht even op het gifgroene monster in mijn maag, maar dat heeft blijkbaar een avondje vrij genomen. Wel is er dat weeïge, lichte gevoel dat soms gepaard kan gaan met het observeren van andermans geluk.

Wederom geen kaartje of cadeaus voor mij deze Valentijn, maar ik realiseer mij dat dit geschenk zoveel meer betekenisvol is dan dat:

Ik ben weer vrij.

Zwarte haartjes

Het gekwebbel naast mij kabbelt eindeloos door maar ik ben al een minuut of tien geleden gestopt met daadwerkelijk luisteren naar de monoloog die grotendeels lijkt te bestaan uit negatieve bewoordingen over andere mensen. Een eigenschap die ik -zo realiseer ik mij vanmiddag niet voor het eerst- extreem onaantrekkelijk vind. Toch is dat niet wat mij vijf minuten na onze eerste kennismaking al heeft doen realiseren dat ook deze poging toegevoegd kan worden aan de “nee, no, njet, nein, nie, na, hayir, nej, näo” stapel.

Ietwat afgeleid bedank ik de serveerster die mij de tweede cappuccino van die middag komt brengen terwijl mijn ogen voor de zoveelste keer naar het gezicht van de nog steeds pratende vrouw dwalen en ik mijzelf voor de zoveelste keer verbaas over een aantal korte zwarte haartjes op haar bovenlip. Objectief bekeken is mijn gesprekspartner -hoewel deze eindeloze monoloog niet echt een gesprek te noemen is- niet onaantrekkelijk te noemen, ware het niet dat mijn blik de hele tijd naar de zwarte haartjes op haar bovenlip wordt getrokken als een tong naar een gat in een kies.

Als er dan ook nog een snerende opmerking over het bedienend personeel volgt neem ik een besluit; Ik roep de serveerster terug en vraag om de rekening wat de monoloog zowaar voor het eerst die middag abrupt onderbreekt terwijl haar ogen mij vragend aankijken. “Sorry, ik heb het idee dat we elkaars tijd zitten te verdoen – maar ik wens je een fijne dag verder” weet ik nog uit te brengen over mijn schouder als ik naar binnen loop om te betalen.

Zodra ik weer naar buiten loop is ons tafeltje reeds afgeruimd en valt er van de vrouw wiens naam ik vergeten ben maar waarvan de zwarte haartjes op haar bovenlip maar voor mijn geestesoog blijven spoken geen spoor meer te bekennen.

Mama

Ik zou zo graag geloven in een leven na de dood. Dat je, na je ogen voor de laatste keer gesloten te hebben, ze in een andere realiteit of bestaansniveau weer zal openen. En hoewel ik er zoals ieder mens zo mijn eigen raamwerk van aannames en overtuigingen op na houd valt het geloof in een hiernamaals daar helaas buiten.

Toch is een mensenleven, ieder mensenleven, niet voor niets. Als ik er dan toch een geloof op na zou moeten houden, dan maar het geloof in het goede van de mens. Dat je niet waarlijk sterft zolang er nog mensen aan je denken, dat je niet alleen voortleeft in de genen die je eventueel hebt doorgegeven aan je nakomelingen (want dan ben ik fucked) maar ook in subtielere vormen – in de mensen die je geraakt hebt, die door jou geïnspireerd zijn geraakt of die anderszins gevormd zijn door het simpele feit dat je bestaan hebt.

Vandaag zou mijn moeder 80 jaar zijn geworden, een leeftijd die zij niet heeft mogen halen. Ik wil vandaag echter niet rouwen om haar dood maar mijn warme herinneringen aan haar koesteren in de wetenschap dat zij in mij -door mij- nog steeds leeft bij gratie van die warme herinneringen die ik nog immer in mij meedraag.

Fijne verjaardag mam, ik hou van je.

Hij stak over

Misschien was het de pijn van eenzame feestdagen
Geen nieuw begin maar de oude, vertrouwde pijn

Een laatste daad van pure zelfbeschikking

Hij stak over.

Als je dit leest en last mocht hebben van vergelijkbare gedachtes, er is hulp. Je verdient een nieuwe kans. Ook jij. Juist jij. Geef niet op, hoe uitzichtloos je situatie ook moge zijn op dit specifieke moment. Bel 0900 0113 en je kan 24u per dag, 7 dagen per week anoniem bij iemand terecht die je verhaal zal aanhoren zonder over je te oordelen. Maak je je zorgen over iemand anders? Kijk hier: https://www.113.nl/ . Als iemand die zelf -in een ander leven, lang lang geleden- op een vergelijkbaar punt gestaan heeft: Kies voor het leven. Niets is onoverkomelijk, behalve de dood.

Decem Annus

Een schrijver -in ieder geval deze schrijver- is denk ik per definitie gebonden aan zijn introspectie. En wat is een beter moment voor introspectie dan oudjaarsavond, al helemaal als er een spiksplinternieuw decennium verwachtingsvol voor de deur staat te fonkelen. Ik wil niet iemand zijn die met zijn rug naar de toekomst naar het verleden staat te staren, maar alsnog is juist deze avond per definitie geschikt om eens terug te kijken op tien jaar in-het-leven-van, in de hoop dat het grotere narratief zichzelf bloot zal geven.

Tien jaar geleden was ik op 34 jarig leeftijd net in het bezit van mijn rijbewijs. Ik ging terug naar Edinburgh, de stad waar ik een stukje van mijn hart achter heb gelaten; verstopt in een hoekje ergens tussen de royal mile en Arthur’s seat. In een achterzaaltje ergens in Antwerpen luisterde ik met tranen in mijn ogen en kippenvel over mijn hele lijf naar (de in 2019 overleden) Roky Erickson die na jarenlang balanceren op en net over het randje van de waanzin de weg naar onze realiteit teruggevonden had. Toevalligerwijze had ik daar eerder in 2010 een stukje over geschreven. Uitgerekend hij had mij 15 jaar eerder tijdens een nacht waarop ik zelf de weg naar huis in mijn eigen hoofd niet meer weten terug leek te kunnen vinden een lichtpuntje weten te vormen in de duistere waanzin van mijn psyche met het prachtige ‘I had to tell you‘ , en om een optreden van hem van mijn bucket-list te kunnen halen was als een geschenk van de goden zelve. Als schrijver begon ik steeds meer te zoeken naar mijn eigen stijl die zich tot op de dag van vandaag het beste laat omschrijven als een mengelmoes van feit en fictie, ik denk dat deze post daar een goed voorbeeld van was.… Lees gerust door

Solstitium

De zonnewende (Latijn: solstitium oftewel zonnestilstand) is de gebeurtenis waarbij de zon, gezien vanaf de aarde, haar noordelijkste of zuidelijkste positie bereikt. Deze schijnbare beweging keert letterlijk om op het moment van de zonnewende.

(Bron : Wikipedia)

Alleen het geluid van mijn voetstappen doorbreekt de oorverdovende stilte van deze kerstavond. De etalages zijn donker, vanavond is er geen behoefte meer om de toevallige voorbijganger over te halen tot een laatste aankoop en dus zwijgt zelfs de verlichting voor even. Donker. Donkere etalages, donkere straten – donker in mijn hoofd. Ik zucht even en trek mijn sjaal wat hoger terwijl mijn ogen over de vochtige klinkers dwalen, vanavond vormen mijn voetstappen en de diffuse oranje weerspiegeling van de sporadische straatverlichting in de straatstenen voor even mijn enige gezelschap. Ik sla een hoek om en zie in de verte een stelletje innig gearmd lopen, haar hoofd op zijn schouder. Het beeld en het bijhorende besef raken mij als een mokerslag, het is weer zover:

Alleen.

Zoals bijna ieder jaar opnieuw vind iedereen de warmte bij elkaar in de vertrouwde en veilige geborgenheid van het gezin. Iedereen behalve ik. Even stop ik met lopen maar de verwachte golf van zelfmedelijden blijft tot mijn grote verrassing achterwege. Dat is een teken van vooruitgang besef ik mij terwijl ik weer begin te lopen. Mijmerend loop ik de laatste paar honderd meter richting mijn huis, open de portiekdeur en neem de trap naar de eerste verdieping. Terwijl ik door de hal richting mijn voordeur loop hoor ik opeens iets dat op een zacht gesnik lijkt achter de voordeur van mijn bijna buurvrouw. Als vanzelf stop ik met lopen om te luisteren, en ja: de typische hortende en stotende ademhaling van iemand die een huilbui probeert binnen te houden. Even dwaalt het beeld van de bewoonster van de flat voor mijn geestesoog, ik ben haar de afgelopen dagen een aantal keren tegengekomen terwijl ze haar hond uitliet, hoe zag ze er toen uit?… Lees gerust door

Het licht

De stoel zakt langzaam achterover en ik voel mij mij niet alleen fysiek maar ook in het drijfzand van mijn gedachten wegzakken terwijl mijn ogen zich langzaam maar zeker beginnen te focussen op het felle licht boven mij. Het zwarte niets van de blinde vlek in mijn rechteroog nodigt mij uit om er in te verdwijnen – een eindeloze put om in te verdrinken. De onvermijdelijke associatieve stroom van donkere gedachten begint terwijl het gezoem van de elektromotoren in mijn oren afzwakt en vervolgens stopt.
Een zachte stem vraagt of ik mijn mond wil openen en ik gehoorzaam als vanzelf terwijl ik mijzelf overgeef aan mijn innerlijke beslommeringen.

Het feit dat ik hier lig is de zoveelste stap van een lange klim die begonnen is in het mullerthal. Mentaal ben ik nooit gestopt met het beklimmen van de uit de rotsen gehouwen stenen trappen die ik daar tegenkwam, als ware ik Orpheus zelve tijdens zijn lange klim uit de hel. Er zaten wel meer mooie parallellen in de mythe van Orpheus en Eurydice, ook ik had de fout gemaakt om op een aantal cruciale punten om te kijken terwijl ik dat niet had moeten doen. En zij? Ach. Zoals ik al eens eerder opgemerkt had: Haar tekortkomingen maakten haar in wezen alleen maar mooier. en zoals Leonard Cohen al zong in ‘Anthem’ :

There is a crack in everything
That’s how the light gets in

De handen vlakbij mijn gezicht roepen de oude, vertrouwde angstgevoelens die nu al meer dan anderhalf decennia bij mij horen weer op en instinctmatig wil ik in elkaar krimpen als ik de adrenaline door mijn lijf voel gieren. Voor mijn geestesoog zie ik weer de vuist komen, gevolgd door een schoen en een ziekmakend geknars. De wereld begint te draaien en even stoppen de handen terwijl de zachte stem vraagt of het wel goed gaat met mij.… Lees gerust door

Verdwijnen

Zout in mijn tranen
Herinnert aan jou
Vertroebelt mijn blik
Op de werkelijkheid

De angst
In controle
Gif in mijn bloed
Vleugellam

Aloude vragen
Waarom ik
Is het mijn schuld
Kan ik niet beter

Verdwijnen?

Zolang er nog mensen aan je denken

“A man is not dead while his name is still spoken.” –
Terry Pratchett – Going Postal

Bovenstaande headers (onzichtbare meta-data) worden met iedere opgevraagde pagina van al mijn servers meegezonden. Niemand die het ooit ziet, tot voor kort. Toen kreeg ik van iemand de vraag waarom er X headers werden mee gezonden. Wel, hierom:

In Terry Pratchett’s Discworld series, the clacks are a series of semaphore towers loosely based on the concept of the telegraph. Invented by an artificer named Robert Dearheart, the towers could send messages “at the speed of light” using standardized codes. Three of these codes are of particular import:

  • G: send the message on
  • N: do not log the message
  • U: turn the message around at the end of the line and send it back again

When Dearheart’s son John died due to an accident while working on a clacks tower, Dearheart inserted John’s name into the overhead of the clacks with a “GNU” in front of it as a way to memorialize his son forever (or for at least as long as the clacks are standing.)

Opvolging (II)

(Een onbedoeld vervolg op deze post van zeven jaar geleden)

Ik kijk mijn vader aan, de vermoeidheid en de pijn in zijn gezicht maken hem nog ouder dan de bijna 80 jaren die hij al achter zich heeft liggen. Even voel ik weer de kille hand om mijn hart heen grijpen als ik denk aan wat de toekomst nog in petto heeft en ik probeer de gedachte tevergeefs van mij af te schudden. “Bedankt voor de tuin” zegt hij en ik knik even. “Kleine moeite pa, ik help je graag. Smaakt het eten een beetje?” Sinds enige maanden is het mijn gewoonte om iedere keer als ik bij Pa op bezoek ga ook even voor hem te koken en wat karweitjes in en rond het huis te doen aangezien hij daar zelf niet meer toe in staat is in zijn huidige toestand. “Niks mis met het eten” zegt hij en kijkt even naast hem. “Wat vind jij $naamvanvriendin?”

Terwijl ik de ogen van zijn nieuwe levenspartner zoek is daar opeens weer die spiegel van jaren geleden, de flits van inzicht.
Er zijn van die momenten waarop het leven het nodig lijkt te vinden om je even in de spiegel te laten kijken. Van die momenten dat je opeens getroffen wordt door die flits van inzicht, momenten waarop je even stil staat. Het moment waarop je de grote rode pijl met het ‘u bevind zich hier’ label eindelijk vind.” schreef ik toentertijd in wat inmiddels een ander leven lijkt. Maar daar zat ik dan weer, aan diezelfde tafel. Ouder, niet perse wijzer. Gelouterd met enkele krasjes extra op hart en ziel – maar nog steeds IK. En er is het overzicht. De plaatsbepaling.. Mijn zoveelste gefaalde relatie, en deze deed echt pijn. Huisdierloos voor het eerst in bijna twintig jaar.… Lees gerust door

Waterkant

Ik zie hem al van ver staan op zijn plek daar aan de rand van wat eens een hofvijver was. Vuisten gebald, ogen gesloten en een gespannen uitdrukking op zijn gezicht. Roerloos, ongenaakbaar als rotsblok. Zijn pure aanwezigheid als een geschreeuwde uitdaging naar boven: “Hier sta ik!” De zon breekt even door en kust zijn gezicht met een verdwaalde lichtstraal maar hij lijkt het niet te merken – of hij negeert het ter faveure van zijn eigen innerlijke bespiegelingen.

Daar zit – besef ik mij terwijl ik achter hem afbuig en mijn eigen pad volg- een diepzinnige metafoor over het leven zelf in verborgen.

Uitbanning

Ik liet mijn adem gaan in een lange, bevrijdende zucht. Klaar. Niet dat ik de illusie had dat het vanaf hier alleen nog maar rozeschijn en manengeur (… ) ging zijn, maar het was klaar. Het zoeken naar excuses, het vergoelijken, de twijfels en mijn innerlijke strijd stopten daar en toen. Hoewel ik mijn eigen rol gespeeld had in het drama van de afgelopen jaren wis ik wel degelijk dat dit niet bij mij hoorde. Dit was allemaal van haar, zij is degene wiens leven beheerst wordt door angsten, dat van mij staat in het teken van zelfreflectie en de hang naar verbetering. Nog één keer keek ik in mijn spiegel en startte de motor. Het grind knarste onder de wielen van mijn auto en de lange reis naar huis en het volgende -waarschijnlijk aangenamere- hoofdstuk van mijn leven begon.

Immunity, long overdue
Contagion, I exhale you
Naive, I opened up to you
Venom in mania
Now, contagion, I exhale you


Terwijl ik mijzelf langzaam maar zeker overgaf aan de meditatieve staat waarin ik zo makkelijk terecht kom als ik achter het stuur van een auto zit dacht ik uiteraard aan haar terwijl de afstand tussen haar en mij iedere seconde groter werd. Aan wat ik achterliet. Nee, ik liet niets achter – ik bevestigde alleen voor mijzelf wat al enige maanden een voldongen feit was. Toen was daar de plotselinge realisatie: ik had wel degelijk dingen achter te laten, dingen die niet bij mij hoorden en die mij alleen maar afremden. Die mij klein hielden zoals deze naïeve relatiepoging van de afgelopen jaren mij ongewild en onbedoeld had klein gehouden. Daar was dan eindelijk het gif realiseerde ik mij. Het gif dat ook weg moest omdat het mij niets positiefs bracht, het verlamde mij alleen.

The deceiver says, he says
“You belong to me
You don’t wanna breathe the light of the others
Fear the light, fear the breath
Fear the others for eternity”
But I hear them now, inhale the clarity
Hear the venom,

The venom in what you say
Inoculated
Bless this immunity

“Adem uit.… Lees gerust door

Groeven

Als ik de bocht om kom zie ik hoe hij liefdevol wat haren achter haar oor strijkt zodat ze niet langer voor haar gezicht hangen, zoals ik dat ook al zo vaak gedaan heb bij vrouwen waar ik om gaf – vaak in tijden van verdriet. Soms als een teken van genegenheid. Beide zijn een jaar of tien, misschien vijftien, ouder dan ik. Zij zit enigszins zijdelings zodat ik haar profiel goed kan zien. Haar gezicht wordt getekend door de groeven van ouderdom en een diep verdriet terwijl ze hem aankijkt en iets tegen hem zegt.

Hij duikt enigszins in elkaar alsof ze hem geslagen heeft en geeft antwoord op verontschuldigende toon, ik kan niet verstaan wat hij zegt door de muziek die via mijn headset mijn oren instroomt.

“All that I’m to do
Calculating steps away from you
My own mitosis


hoor ik terwijl ik een bankje waar twee fietsen naast staan passeer. Het koppel merkt mij niet op, volledig geabsorbeerd door hun eigen gesprek. Een steelse blik opzij leert mij dat beiden inmiddels in stilte naar het water zitten te staren, en weer zie ik die groeven. Het is opmerkelijk hoe verdriet en zorgen hun fysieke sporen weten achter te laten in iemands gezicht bedenk ik mij, ik zie het ook nog bijna dagelijks terug in mijn eigen badkamerspiegel. Snel loop ik door, wil de wat ongemakkelijk aanvoelende scene snel achter mij laten omdat ik mij een indringer voel – een ongewenste toeschouwer bij een Shakesperiaans drama.

Als ik een klein half uur later het bos uit kom zie ik haar weer staan, ze staat aan de straatkant met haar fiets aan de hand naar de rug van haar snel wegfietsende voormalige gesprekspartner te staren. Haar schouders schokken, ze huilt. Dan lijkt de vrouw zichzelf te vermannen, stapt op en fietst een andere richting uit.… Lees gerust door

Water

Met mijn backpack over de grond achter mij aan slepend pers ik mijzelf zijdelings door de nauwe doorgang tussen de rotsen, de weg voor mij alleen verlicht door de lamp die ik op mijn hoofd draag. Damn, voor de verandering had de routebeschrijving eens niet overdreven – dit was een pittig stuk. Ik wil op mijn horloge kijken hoe laat het is maar realiseer mij dat ik ook daarvoor de ruimte niet heb – doorschuifelen is de enige optie die ik nog heb. Na een haakse bocht in het donker waarbij ik mijn hoofd stoot aan een uitstekende rotspunt die ik niet gezien had verschijnen in de verte weer de eerste lichtstralen die wijzen op een uitgang. Geen seconde te vroeg, alles doet inmiddels pijn en ik ben op zijn hoogst – wilde gok- pas op de helft van mijn woeste avontuur.

Wat begon als wat lichte pijntjes in mijn voeten en schouders heeft inmiddels ook al behoorlijke proporties aangenomen en ik overweeg even om nog wat pijnstillers te nemen. Nee, geen goed idee. Mijn wandelavonturen in Zweden hebben mij geleerd om zo laat mogelijk op een dag pas over te gaan op pijnstillers om zo te zorgen dat je er tijdens de avond/nacht ook nog iets aan hebt zonder dat er bizarre doseringen nodig zijn. Voor nu lijken de nauwe doorgangen even verleden tijd, het pad voor mij ziet er redelijk begaanbaar uit met slechts links en rechts een klauterpartij en als vanzelf weten mijn voeten weer het vertrouwde ritme te vinden. 20 Km achter de rug geeft mijn GPS aan, dan ben ik dus inderdaad net over de helft. Als vanzelf glijdt mijn hand naar achteren om een waterfles te pakken en een slok te nemen. Godverdomme wat is het warm – makkelijk dertig graden.

De enige echte fout die ik gemaakt heb in mijn voorbereiding is het meenemen van te weinig water vanuit de foute aanname dat er langs de route wel watertappunten aanwezig zouden zijn – en die zijn er dus niet.… Lees gerust door

Uitdaging

Het zijn de keuzes die we maken die ons daadwerkelijk maken tot wie we zijnmeer dan onze aanleg, afkomst of mogelijkheden

Is één van de zinnen die veel door mijn hoofd spoken de laatste tijd – en niet alleen omdat ik mijzelf jaren te laat door de Harry Potter reeks heen aan het werken ben (voor de niet Potter liefhebbers – het is een variatie op een bekend citaat uit boek/film 2). Het is een wat eloquentere versie van mijn eigen ‘het gaat om wat je doet en laat, niet wat je zegt΅, misschien dat hij daarom zo resoneerde.
In mijn queeste naar zelfverwezenlijking en het opnieuw uitvinden wie ik ook alweer ben (of wil zijn) ben ik in de afgelopen tijd misschien wel net iets te ver van mijzelf verwijderd geraakt, en dus was het wel weer eens tijd voor een mentale én fysieke uitdaging:

Dit is het Müllerthal, een gebied in Luxemburg dat ook wel bekend staat als klein Zwitserland. Een prachtig natuurgebied op een paar uur rijden van $woonplaats, en een uitstekende plaats om mijn hoofd leeg te maken én tegelijkertijd weer eens te onderzoeken hoever ik mijzelf mentaal en fysiek kan pushen. Er lopen verscheidene wandelroutes door het Müllerthal, uiteindelijk heb ik de route met de poëtische “trail 2” benaming gelopen. Even wat cijfers op een rij:
37 km in lengte
775 klimmeters
12,5 kilo (gewicht van mijn backpack zonder water)
24% stijgingshoek (steilste klim)
3,5 kilo aan lichaamsgewicht kwijtgeraakt onderweg (en ik ga echt niet zoeken)
12 uren (totale duur van de hike)
ontelbaar (keren dat ik mijzelf onderweg vervloekt heb)

Onderweg heb ik meer dan genoeg tijd gehad om de keuzes die ik in de afgelopen jaren gemaakt heb nog eens onder de loep te nemen en de balans op te maken van die keuzes.… Lees gerust door

Mama

Het rustgevende geruis van de regen klinkt in mijn oren terwijl ik over het vertrouwde bospad richting de laatste rustplaats van mijn moeder loop. Drie jaar zijn er alweer voorbij gegaan. Drie jaar waarin er veel veranderd is – en tegelijkertijd helemaal niets.

De pijn verzacht, het gemis blijft.

Ik mis je, mama. Meer dan ooit.

Zonder zijwieltjes



Ik laat los en voel mijn hart in mijn maag zakken als je heftig begint te slingeren. “Doortrappen, dan komt de stabiliteit vanzelf!” Roep ik nog naar je brede rug terwijl ik hijgend stop met meerennen. Ik kijk je na en de ironie van de situatie ontgaat mij niet. Vier decennia later zijn de rollen omgekeerd, ik leer jou fietsen in plaats van jij mij.

Vreemd genoeg herinner ik mij nog hoe het was. Hoe ik uiteindelijk snoeihard op mijn snufferd ging omdat ik trots omkeek of jij wel zag dat ik écht alleen fietste, zonder zijwieltjes. “Blijf voor je kijken!” Roep ik nog terwijl je slingerend de hoek om en uit zicht verdwijnt. Ik sjok richting de straathoek en kijk je na. Je revalidatie gaat voorspoedig verzekeren de experts mij, maar ik ben er niet gerust op. Er is iets in je geknakt, ik voel en zie dat iedere dag dat ik bij je ben.

Je bent bang en onzeker, en ik doe mijn uiterste best om je te ondersteunen waar ik kan maar ik vraag mij regelmatig af of dat wel genoeg is. Het zit in de kleine dingen zoals het gemak waarmee je opeens mijn hulp wil aannemen. De manier waarop je soms peinzend voor je uit zit te staren met een lege blik als je denkt dat ik niet kijk. Ondanks onze verschillen gaat mijn hart naar je uit, ik wil je zo graag helpen..

Maar uiteindelijk is leven en revalideren net als leren fietsen: het weglaten van de zijwieltjes vormt de ultieme test.

Jaar

Eigenlijk had ik mijzelf voorgenomen om hier alleen nog maar mijn eigen woorden en foto’s te gebruiken, met links en rechts een strofe van een dichter of tekstschrijver die mij raakt. Vandaag is echter een dag die schreeuwt om stilte, dus los van deze tekst laat ik bij uitzondering mijn held Simon Vinkenoog graag even voor mij spreken. De beelden vertellen hun eigen verhaal, wat ze niet laten zien fluistert over het wit tussen de regels. Misschien zit daar zelfs wel het echte verhaal, wie weet 🙂



Hoe het nu verder moet,
Hoe het zal gaan heten
Hoe het er uit mag zien,
Wat we er van mogen weten
Of de zon ook schijnt,
Of het nu warm is, of koud,
Of het ver is, of hier
Of het waar is, bestaat
Of je er kleuren hoort
Of er klanken ziet
Of het pijn doet, of verdriet –
Het mist je niet
Eenmaal dood
Zal je alles weten


Simon Vinkenoog – Vandaag de dag

Sommige mensen voelen de regen, de rest wordt alleen maar nat

(vrije vertaling van de prachtige quote van Roger Miller)

“Met wie spreek ik?” Klinkt het omfloerst aan de andere kant van de lijn als mijn vader de telefoon doorgeeft. “Met mij mam, je zoon. Met Maurice.” antwoord ik in het dialect en er valt even een stilte. “Dag Maurice, hoe is het eigenlijk met je?”
Die simpele vraag voelt als een vuistslag in mijn maag. Terwijl ik mijn hersenen pijnig op zoek naar een acceptabel antwoord hoor ik mijn vader iets fluisteren waarop mijn moeder een snibbige “Dat weet ik heus wel” als antwoord geeft waarna ze weer tegen mij begint te praten met semi dubbele tong. “Ik hoorde dat je vandaag jarig bent..Maurice was het toch? Dus ik moet je even feliciteren van die vent hier naast mij die beweert je vader te zijn. Gefeliciteerd, hoe oud ben je geworden?”

De tranen stromen inmiddels voluit over mijn wangen maar ik kan en wil een glimlach niet onderdrukken. De kanker en de medicatie hebben veel van mijn moeders persoonlijkheid weggeslagen, maar ze is en blijft een weerbare vrouw – ook al rest er slechts nog een schaduw van de vrouw die ze eens was. Haar geheugenverlies en het volledige gebrek aan remmingen binnen sociale contacten versterken elkaar behoorlijk als het gaat om het creëren van uiterst pijnlijke situaties die tegelijkertijd hilarisch kunnen zijn, maar ik lijk de enige van ons gezin te zijn die het zo ervaart.

Ik bedank mijn moeder met zoveel warmte in mijn stem als ik kan opbrengen en er ontspint zich een wat ongemakkelijk gesprek over mijn dag en wanneer ik eindelijk weer eens op bezoek kom (“ik was er gisterenavond nog mam, ik ben er morgen weer”) waarbij de moed mij steeds meer in de schoenen zinkt. Het beetje bravoure dat ik weer had weten te stimuleren in mijzelf verdwijnt als sneeuw voor de zon terwijl het harde besef inzinkt:

Dit verwarde, pijnlijke en incoherente gesprek zal de laatste verjaardagswens zijn die ik ooit van mijn moeder zal ontvangen.… Lees gerust door

Als je ergens naar toe wil zal je ook iets moeten achterlaten

Haar gezicht heeft iets bekends, maar ik kan de bijpassende naam niet vinden in het archief onder mijn hersenpan. Toch, die ogen..Helaas gebruikt de winkel geen naamkaartjes om mijn brein op weg te helpen, en ik reken mijn aankopen af in de veronderstelling dat dit raadsel mij de rest van de dag zal blijven dwarszitten. De vrouw kijkt mij even recht in mijn ogen aan als ze mij de bon en het wisselgeld overhandigd en ik meen in haar gezicht even dezelfde verwarring te zien die ik voel.
Mijn oog valt op de bon en daar staat het gewoon keurig zwart op wit: Alexandra. Ik draai mij om en kijk haar aan. “Alexandra?” “Maurice?!” We beginnen beide te lachen. “Wauw dat moet we echt ruim dertig jaar geleden zijn of niet?”
Voor mijn geestesoog vallen de jaren van haar gezicht af en in haar lach zie ik even weer het meisje dat bij mij in de klas zat op de basisschool.

De winkel is verder leeg op deze zonnige zomerdag en we raken in gesprek over, hoe verbazingwekkend, vroeger. Over hoe het met wie gaat, en met ons. Alexandra heeft haar hele leven in $geboortedorp gewoond en kent de meeste van onze oud klasgenoten nog die bijna allemaal nog in de regio wonen. Mijn generatie is denk ik de laatste die zo honkvast is gebleven, Limburg loopt inmiddels hard leeg.

Er klinkt iets van een vage spijt door in haar stem -misschien leg ik die er ook wel in- als we op het onderwerp relaties en kinderen uitkomen. Paul heet haar man, drie kinderen. Ze laat de naam van haar man enigszins verontschuldigend klinken en ik blader even door mijn innerlijke kaartenbak. Paul…Aha. Eén van die gasten die het leven op de lagere school vanaf groep 5 voor mij tot een hel hebben weten te maken.… Lees gerust door

Papa

Ik herinner mij hoe je mij op je schouders droeg en het voelde alsof de wereld aan mijn voeten lag
Ik herinner mij hoe ik net zo wilde zijn als jij
Ik herinner mij je grote handen om die van mij
Ik herinner mij de eerste keer fietsen zonder wieltjes en hoe je mij opving
Ik herinner mij zwemlessen en de eerste keer in zee
Ik herinner mij de geur van Old Spice op je wangen
Ik herinner mij hoe je achter het stuur zat richting Frankrijk
Ik herinner mij hoe je stiekem achter mijn doel stond te kijken als ik een belangrijke wedstrijd had
Ik herinner mij hoe je mij in bescherming nam tegen mijzelf toen het nodig was
Ik herinner mij hoe vaak je mij uit de ellende gevist hebt
Ik herinner mij iedere keer dat je je zorgen maakte om mij
Ik herinner mij je hulp en troost toen ik geen uitweg meer zag
Ik herinner mij je advies, of ik dat nu wilde of niet
Ik herinner mij de Kennedymars, en de trotse blik in je ogen
Ik herinner mij late avonden op een Spaans terras
Ik herinner mij hoe mij opving toen ik niets meer had
Ik herinner mij hoe schandelijk je Pepper verwende
Ik herinner mij hoe teder en lief je voor mama was toen het slecht ging
Ik herinner mij dat je eindelijk op mij durfde te leunen toen het nodig was
Ik herinner mij gesprekken over leven en dood
Ik herinner mij alles en zal nooit vergeten.

Ik hou van je Pa.
Fijne Vaderdag.

If I told you that I love you
You’d maybe think there’s something wrong
I’m not a man of too many faces
The mask I wear is one
But those who speak know nothing
And find out to their cost
Like those who curse their luck in too many places
And those who fear are lost

Sting – Shape of my heart



Realisatie

Zoals zo vaak als ik er even doorheen zit vind ik mijzelf terug bij het graf van mijn moeder. Na bijna drie jaar begint het zo langzamerhand op te gaan in de omgeving, iets waar mijn vader moeite mee heeft maar waar ik de schoonheid van inzie. Pa heeft denk ik meer behoefte aan..een Plek. Een markering. Een monument dat zegt “hier ligt Zij. Moeder, echtgenote, mens. Ze liet de wereld een stukje mooier achter dan hij was toen ze hem aantrof”.
Niets van dat alles op de natuurbegraafplaats. Een maaskei (inherent aan de omgeving, de hele provincie ligt vol met die dingen) en een eenvoudig houten bordje gemaakt van een boomstam. En een laatste rustplaats die overwoekert is met planten die daar grotendeels door mij geplant zijn.

Ik ga op de vochtige grond zitten met mijn rug tegen een boom terwijl ik in mijn hoofd een monoloog afsteek tegen mijn moeder. De grondslag van iedere religie is denk ik het geloof dat er altijd iemand is die naar je luistert, ook al krijg je geen antwoord. Vandaag zoek ik ook helemaal geen antwoorden, ik zoek een luisterend oor – en er is niemand bij wie ik terecht kan behalve dan bij mijn moeder.

Het probleem is voor de verandering eens geen vrouw, werk of andere triviale zaken maar mijn vader. Hoewel $zus het wel weer categorisch zal blijven ontkennen totdat het te laat is, is er wel degelijk een een reden om mij zorgen te maken. Pa heeft de dood in de ogen gezien, en hij is bang. Het verlamt hem. Toen ik vanmorgen aan kwam om mijn zorgtaak op mij te nemen schrok ik mij om eerlijk te zijn kapot van hoe hij er uit zag, en met name de blik in zijn ogen. Hij kijkt als iemand die de moed al heeft opgegeven, en dat is vaak de laatste halte.… Lees gerust door

Sproetje

Ik denk opeens weer vaak aan je, misschien omdat het zoveel regent de laatste tijd. De regen was immers van ons. Of misschien waren wij wel juist van de regen.
Stiekem weet ik hoe het met je gaat, je bent gelukkig getrouwd en je hebt twee kinderen. Je bent nog even mooi als toen, nee: het moederschap heeft je mooier gemaakt. Je straalt.

Je bent gestopt met roken, en je hebt een nieuwe baan. Niets dat met je studie te maken heeft, dat vind ik spijtig. Je was zo trots als promovendus.
Je bent nog altijd bij hem, en dat doet mij goed. Toen onze niet-relatie opeens veranderde in een niet-vriendschap was dat dus niet voor niets.

Een deel van mij wil weer eens contact opnemen, ook al is het nu ruim tien jaar later. Om je te laten weten dat ik nog steeds, na al die tijd – als ik de verse regen ruik door mijn openstaande raam.. Aan jou denk. Maar ik ken mijn plek, ik ben een geest uit het verleden en daar hoor ik te blijven. Dat doet geen pijn, dat voelt goed.

Toch denk ik nog vaak aan die eerste oneindige nacht samen. Die nacht dat het regende en stormde en wij de liefde bedreven alsof het de laatste keer zou zijn voor ons beide. En iedere keer opnieuw moet ik glimlachen. Sproetje. Zo noemde ik je. Jij noemde mij Ries. “Rain song” van Led Zeppelin stond de hele nacht op repeat als soundtrack voor een nacht uit duizenden. Zoals ik je toen bezwoer: ik zal altijd aan je blijven denken – als het regent en stormt in de lente.

En inderdaad, ik denk nog steeds aan je. Met een vieze brede grijns op mijn gezicht 🙂

These are the seasons of emotion
And like the wind, they rise and fall
This is the wonder of devotion
I see the torch
We all must hold
This is the mystery of the quotient,
Upon us all,

upon us all a little rain must fall
Just a little rain

Led Zeppelin – Rain Song