Archetypisch

Ik mis je, ook al weet ik niet eens zeker of je wel bestaat. Je hebt wel bestaan ( al was het misschien alleen maar in mijn hoofd) zoveel is zeker: ik ben je immers al zeker twee keer -met een beetje goede wil drie keer- tegengekomen tijdens de lange wandeling op mijn levenspad. Dat is misschien al meer dan veel andere mensen kunnen zeggen afgaande van wat ik om mij heen zie en heb zien gebeuren.

Je bent de Animus naast mijn Anima, mijn tegenpool en misschien wel het missende stukje van mijn eeuwig groeiende en veranderende puzzel. De puzzel die ik steeds scherper zie naar mate mijn ogen zachter worden maar waarvan de randen blijven vervagen en vervormen, grillig groeiend als onkruid naast een snelweg.

Het is grappig om te merken hoe ik nog altijd balanceer tussen intellectus ectypus en intellectus archetypus; met aan de ene kant mijn onverwoestbare vertrouwen in de wetenschap, het kenbare en meetbare universum waarin alles een afdruk of haarscherpe kopie van een meetbare te doorgronden werkelijkheid is en aan de andere kant het deel van mij dat nog altijd in Plato’s grot naar de schaduwbeelden op de rotswand staat te staren terwijl zijn fantasie de vrije loop krijgt. En het is precies op die momenten waarop ik de balans dreig te verliezen dat ik je mis.

Je bent te vinden in iedere glimlach van een vrouw die ik passeer op straat, in het zachte licht van de ondergaande zon en in de tekst van dat ene liedje. Je verstopt je in kunst, literatuur of een voorbij waaiende wolk. Ik mis je, meer dan je kan weten..en niet alleen omdat je niets meer of minder bent dan een archetype. Je bent de Moeder, de Minnares – maar als het Meisje ook de vaste gezel van mijn innerlijk jongetje.… Lees gerust door

Wachten op het donker

Eigenlijk ben ik ontroostbaar, maar door op papier naar mezelf te knipogen bestrijd ik de kortademigheid van de ziel en het gevoel langzaam te stikken.

Theo van Gogh, Wassenaerse brieven

De trein doorklieft in betrekkelijke stilte de mistflarden voor ons terwijl aan de andere kant van het raam waar mijn hoofd tegenaan rust de buitenwereld langzaam maar onverbiddelijk ontwaakt. Ik staar in de verte, meer gefocussed op de mist dan op het donkere landschap dat zwijgend aan mij voorbijtrekt hoewel de verlichting van een sporadische lantaarnpaal in de verte soms een welkome herinnering vormt aan wat je met een beetje goede wil de menselijke beschaving zou kunnen noemen – en aan die goede wil ontbreekt het mij niet meer.

Het rode knipperlicht van een spoorwegovergang flitst voorbij terwijl ik nog wat dieper wegzak in mijn stoel. “Summer is miles and miles away/ And no one would ask me to stayZingt een melodieuze stem met een licht Scandinavische tongval in mijn oren. Het is weer herfst en dus wordt mijn muziekkeuze weer wat melancholischer: The Cure, Opeth (Damnation!), Spinvis. Muziek om bij weg te dromen, die een hint van de naderende Grote Dood in de levende natuur om ons heen met haar meedraagt zonder dat de muziek zich daar per se aan over geeft.

Terwijl de trein onverstoorbaar naar mijn bestemming raast en een fletse maan voorzichtig probeert om door de mist heen te breken realiseer ik mij plots wat er veranderd is.. Normaal gesproken zat ik in oktober te wachten. Te wachten op het donker. Te wachten op mijn depressie, het moment waarop er een grauwe sluier over mijn gedachten heen getrokken werd en al het licht gedempt werd door de zwarte deken van een mentale verdoving. Te wachten op de dagen waarop ik mij met een glimlach door mijn dag heen sleep om ‘s avonds in stilte op de bank voor mij uit te zitten staren.… Lees gerust door

Bitterzoet

Je lacht
Op een koude ochtend in September
Terwijl de zon beloftevol trilt
Boven een verlaten snelweg
Ergens in een land
Waar niemand ons verstaat

Ik zie
Heupen in een zomerjurk
Dansend op het ritme van een bries
Stenen treden als een stille getuige
Dat alles eeuwig is
Maar dat de details langzaam eroderen

Een frons
Als de eerste heraut
Van het naderende onheil
De oorverdovende stilte slaat ongenadig toe
Tijd en afstand blijken relatief
In het licht van een zwarte zon

Ik herinner
Mij je lach, soms die heupen in een zomerjurk
In een land waar niemand ons begreep
Nu rest slechts de glimlach om wat was
Niet meer het verdriet
Om wat had kunnen zijn.






Rondjes

Twee-en-veertig. Dat is behalve het antwoord op “de ultieme vraag over het Leven, het Universum, en Alles” ook het aantal stappen dat ik zet om de helft van mijn rondje te lopen. Daar stop ik even, draai mij om en observeer één voor één de mensen die op hun stoel naar hun telefoon zitten te staren. De enigszins gezette man op de derde stoel aan mijn linkerzijde lijkt wat zweetdruppels op zijn voorhoofd te hebben staan – even wachten.

Nee, vals alarm. Alsnog kijk ik even op de klok om de tijd vast te leggen, neem de man nog even goed in mij op en loop verder. Een ietwat onzekere vrouw klampt mij aan met een vraag die ze ook beantwoord had kunnen krijgen door de poster rechtsachter mij even te bekijken maar ik geef haar met een vriendelijke glimlach – ook al ziet ze die niet achter mijn mond-neusmasker – antwoord en wijs haar de juiste weg. Ik knik even naar mijn collega aan de overzijde en loop weer verder. We passeren elkaar halverwege en ze knipoogt even naar mij.

Rondjes. Acht uur lang rondjes lopen. Dat is wat we doen.

Een verpleegkundige klampt mij aan, en voordat ze een woord gesproken heeft loop ik al mee om samen met haar achter een gordijn te verdwijnen waar een moeder meewarig naar haar huilende tienerdochter staat te kijken. Mijn oog valt op het shirt dat het meisje draagt en ik steek mijn wijsvinger en pink even omhoog in een universeel gebaar. Er breekt zowaar even een waterig glimlachje door en ik bied haar aan om even in mijn arm te knijpen terwijl ik een verhaal afsteek over mijn eigen tienerjaren en een concert van $band. Ze knikt even naar de GGD medewerkster en even later begeleid ik moeder en dochter naar een rustig plekje achterin de zaal, geef de dames een bekertje water en begin weer aan een rondje.… Lees gerust door

De meeste mensen deugen

Ik was het even kwijt aan het begin van dit jaar. Voor mij waren het niet zozeer de Lockdown of de social distancing die mij nekten, maar een zelfverkozen afdaling in de negen cirkels van de wappie-hel, als ware ik een verwaterde versie van Dante zelve. En hoewel mijn reis omlaag in de krochten van het internet bij vlagen inderdaad op een gitzwarte komedie leek (het goddelijke ontbrak helaas) sijpelde er toch gif naar binnen.

Het begon allemaal toen één van mijn beste vrienden op een dieptepunt van zijn leven terechtkwam en vervolgens in het doolhof van de complottheorieën de weg terug naar huis niet meer kon vinden. Uiteindelijk moest ik hem met pijn in mijn hart laten gaan, om de eenvoudige reden dat hij niet meer te bereiken was in de overdrachtelijke zin van het woord én omdat iedereen ultiem gezien het recht heeft om zijn of haar leven in te richten en te leven zoals het hem of haar goeddunkt. Daar geloof ik heilig in.
De mensen die mij kennen weten echter dat “dingen laten gaan” niet per se mijn best ontwikkelde eigenschap is als het om relaties in de breedst mogelijke betekenis van het woord gaat. (Waar dit blog af en toe tussen de regels door een getuige van is..).

Dus ik volgde hem waar mogelijk op gepaste afstand. Via Facebookgroepen, Instagram, Twitteraccounts en telegramcommunity’s. Ik vertrouwde op mijn natuurlijke scepsis en hang naar de wetenschappelijke methode, en dat werkte – grotendeels. Er is geen moment geweest dat ik daadwerkelijk begon te geloven in één of meerdere complottheorieën, maar het gif..dat bleek een brug te ver. Een schip zinkt niet omdat het omringt wordt door water maar ten gevolge van de druppels die naar binnen sijpelen…

Ik verloor mijn vertrouwen in de mensheid. Dat klinkt groot, misschien zelfs melodramatisch – maar dat is wat er gebeurde.… Lees gerust door

Soms spookt ze nog in mijn dromen

Ik heb de droom weer gehad. Een terugkerende droom die ik herken, een droom die mij laat ontwaken met een gevoel van spijt en machteloosheid. Soms met tranen in mijn ogen.

Een droom die een rechtstreeks gevolg is van één van de zwaarste beslissingen die ik ooit genomen heb. Ik sta nog steeds achter die beslissing, die nog zwaar op mijn geweten drukt – ook nu nog. De pijn is echter niet minder geworden. Hoewel ik mijn hang naar zelfkwelling en -pijniging in het echte leven al jaren geleden achter mij heb weten te laten is mijn onderbewustzijn het daar blijkbaar niet mee eens.

De droom is altijd dezelfde, hoewel de details verschillen. Er zijn altijd maar twee spelers die het droomtoneel betreden, mijn moeder en ik. En hoewel het script varieert is de onderliggende rode draad altijd hetzelfde:

Mijn moeder wil bij mij zijn, blijven. Niet weg gaan. Niet alleen zijn. En wat is mijn respons?

Ik stuur haar weg.

Plaatjespandemie

Anderhalf jaar globale gezondheidscrisis in plaatjes. De edits zijn uit privacyoverwegingen óf omdat ik niet wens mee te werken aan de verdere verspreiding van conspiracygif.

Ik (her)opende mijn derde oog…

..en wat ik zag zal je verbazen! Therapeuten van over de hele wereld proberen achter zijn geheim te komen maar als je hier de white paper download kan je meteen zelf aan de slag!!!

Do not try this at home. Do not try this at all, zelfs.
En lees vooral “Over dit blog en de auteur” nog even als je dat nog niet gelezen mocht hebben.

Ogen dicht. Geest open.

De woorden stromen als de druppels van een rivier door mijn hoofd, ik probeer ze te grijpen maar besef al snel dat het volledig tevergeefs is. Ik bevind mij op een plek waar woorden tekortschieten, waar ze in het spotlicht verschrompelen tot een armzalig surrogaat van de werkelijkheid die ze pogen te omschrijven. Nee, hic sunt dracones. Draken die alle vormen van betekenis voorbij zijn.

Nou ja, draken.. caleidoscopen. Geometrische patronen. Beelden die zichzelf opbouwen als hologrammen vanuit een eenzaam klein lichtpuntje dat als een singulariteit achter mijn gesloten ogen opbloeit. Hoewel mijn ogen dicht zijn zie ik meer dan ooit tevoren, ik zweef en zwem in volledige verwondering door de meest prachtige patronen en lichtschakeringen zonder mijzelf ook maar voor een seconde te verliezen. Tijd verliest zijn contextuele waarde terwijl ik mij wentel in de visioenen die mijn brein in zijn verruimde toestand moeiteloos aan mij weet voor te schotelen.

Ogen open. Geest in rust.

Even focus ik mijzelf weer en open mijn ogen terwijl ik de beelden van mijn derde oog even laat voor wat ze zijn. De frisse nachtlucht draagt een voorzichtige belofte van de winter met haar mee en streelt mijn wangen zachtjes. Er borrelt een diepe lach op vanuit mijn buik die ik niet in kan houden en weldra rol ik gierend van de lach over het gras. Midden in een globale pandemie in het holst van de nacht ldoor bos en weilanden gaan wandelen terwijl de drieletterige Soma door mijn aderen giert is zó erg iets voor mij..… Lees gerust door

Duikplank

De cursor knippert mij uitdagend tegemoet vanaf mijn beeldscherm. “Toe dan, tik maar. Je wil dit..” Lijkt hij te fluisteren. Ja, ik wil dit. Ik moet dit doen. Waarom dan toch die twijfel? Alles wat nog ontbreekt zijn mijn naam en een handtekening. Twee kinderlijk eenvoudige acties die mij nog scheiden van een nieuwe sprong. Een sprong in het diepe, een sprong voorwaarts.

De trap van de hoge staat vol met gebibber” schiet er door mijn hoofd. Even twijfel ik, maar dan vind mijn brein als vanzelf de context. Spinvis, uiteraard. De metafoor van een duikplank is er één die vaker door mijn hoofd gegaan is de laatste paar dagen. Het klopt ook wel, tijdens de klim naar boven voel je een verdovende mix van verwachtingsvolle angst, plezier en spanning die tot een hoogtepunt komt als je eenmaal die eerste stap naar voren zet om vervolgens omlaag te kijken. De aarzeling of het niet toch beter is om je om te draaien en weer lafjes omlaag te gaan.

Nee, het is tijd.

Tijd om mijn leven volledig om te gooien. Om de weg die ik in de afgelopen jaren ingeslagen ben definitief te gaan bewandelen. De duik in het diepe, zonder zwembandjes. Geen weg terug. Ik haal nog een keer diep adem terwijl ik de laatste paar weken in sneltreinvaart de revue laat passeren in mijn hoofd. De gesprekken, de bezwaren en de kansen. In het hier en nu heb ik de kans om te kiezen voor mijn idealen, te doen waarvan ik weet dat ik het moét doen van mijzelf – als ik wil voldoen aan mijn eigen standaard.

Ik neem een stap vooruit op de plank en staar naar beneden. Fuck, het onbekende is diep. En als ik verkeerd land..Nee, niet aan denken. Ik ken de risico’s van wat ik ga doen en ze zijn aanvaardbaar – en aan de keerzijde glinsteren de mogelijkheden.… Lees gerust door

Golzugram November

Ik maak meer foto’s dan ooit tevoren, en het is zonde om ze allemaal in mijn archief te laten zitten. Een aantal kan je ook terugvinden op mijn Instagram. Voel je vrij om ze te gebruiken voor je eigen doeleinden als je zou willen, eventueel kan je de originelen bij mij opvragen door mij te contacten via Instagram of mijn mailadres dat je kan vinden op de “Over dit blog en de auteur” pagina in de zijbalk rechts. Klik voor groot!

Amanita Muscaria, Soest
herfst, Baarn
moar mushrooms, Baarn
de matrix? Nee ik heb ontdekt dat ik in Battlefield V leef. Soesterberg (oude vliegbasis)
dat moment dat je een nieuwe boardgame in handen hebt en niet kan wachten om te kunnen gaan spelen..
(Descend second edition, voor de liefhebbers)

De woordenvanger van Hamelen


De klanken die uit de diepte naar boven zweven komen mij bekend voor en ik stop om te luisteren, het duurt even eer ik één van de favoriete liedjes van mijn moeder zaliger herken. Een liedje dat ze vroeger altijd voor mij zong als het voorbij kwam,

Take a look at you and me,
Are we too blind to see,
Do we simply turn our heads
And look the other way


Klinkt het met een licht Duitse tongval. Ik sluit mijn ogen om even weg te zinken in het moment. Dat ene, magische moment waarop ik het licht van de langzaam stervende zon mijn rug voel verwarmen terwijl een lichte bries mij zachtjes kust met een vage belofte van verkoeling en ik weer even mijn bij mijn moeder kan zijn. Samen met haar kan zijn in een verstilt moment buiten de tijd, een moment waarop zij niet dood is en ik weer een jongetje van een jaar of negen ben.

Als de laatste tonen van “In the ghetto” wegsterven en er een beschaafd applaus opstijgt uit de Biergarten in de verte open ik mijn ogen weer en neem een slok water. Nog even laat ik de magie van het buiten de tijd zijn op mij inwerken als ik de wijnranken die zich uitstrekken tot aan de dorpsrand een kleine honderd meter beneden mij in stilte observeer.

De muziek is weer begonnen, deze keer lijkt de ongeziene zanger alleen begeleid te worden door een akoestische gitaar. Weer is het een melodie die voor een tintelend gevoel van herkenning zorgt maar die ik niet meteen weet te plaatsen. Als vanzelf neurie ik mee terwijl ik overvallen wordt door een melancholisch en nostalgisch gevoel. Opeens vind ik de woorden of beter gezegd: vinden ze mij, en ik fluister ze mee terwijl de euforie mijn hart laat steigeren in mijn borstkas

Lonely rivers flow
To the sea, to the sea
To the open arms of the sea, yeah
Lonely rivers sigh
“Wait for me, wait for me”
I’ll be coming home, wait for me

Fluister ik met een steeds breder wordende glimlach.… Lees gerust door

Deurklink

Ik reik naar de deurklink maar mijn hand blijft er vlak boven zweven als ik nog even door een spleet tussen de gordijnen naar binnen gluur. Haar profiel wordt verlicht door het gele licht van een eenzame schemerlamp die de lijnen in haar gezicht verzacht. Godverdomme. Ik haat mijzelf om wat ik ga doen, maar dat gaat mij niet weerhouden.

Zij verdient zoveel beter dan dit, zoveel beter dan mij. Het feit dat zij dat zelf niet onder ogen wil of kan zien is juist een eenvoudige bevestiging hiervan. Ik kan eenvoudigweg niet van haar houden op de manier waarop zij dat van mij doet, en ik haat mijzelf om iets waar ik niets aan kan doen. Ik zou zo graag van haar houden op die allesomvattende, verslindende manier die je laat voelen dat dit échte liefde is. Ik zou verdomme tevreden kunnen zijn om mijn leven met haar te delen maar tevreden is voor mij niet goed genoeg. En zij verdient beter.

Ik kan niet eens van mij zelf houden, laat staan van haar.

Hoe breek je iemands hart op een manier die blijk geeft van compassie? Die simpele vraag heeft mij al nachten laten woelen in mijn bed terwijl de cijfers van de klok naast mij blijk gaven van het tergend langzaam verstrijken van weer een nacht. Een misselijkmakende stoot van adrenaline schiet door mij heen als ik nog een laatste keer alle moed en daadkracht die ik nog kan opbrengen probeer te verzamelen en mijn hand land dan eindelijk op de deurklink, het koude metaal een nuchtere bevestiging van het feit dat dit geen slechte droom is – slechts de kille werkelijkheid.

Ze draait zich om als ze hoort hoe ik de deur open, een liefdevolle glimlach op haar gezicht die als sneeuw voor de zon weer verdwijnt als ze de tranen op mijn wangen ziet.

Zon in haar ogen

De stilte die nu al eindeloos lijkt te duren voelt volstrekt niet storend of ongemakkelijk aan maar is slechts aanwezig. We staren zwijgend naar de ondergaande zon terwijl de vloedlijn steels dichterbij kruipt totdat ze onze tenen begint te kietelen.

Ik werp een terloopse blik naast mij en wordt voor de zoveelste keer getroffen door haar schoonheid. Onze blikken kruisen elkaar en ze werpt mij een glimlach toe waarvan ik mij beurtelings voel smelten en blozen als ware ik een klein schooljongetje. Ze laat zich lachend achterover vallen in het nog warme zand en kan ik niets anders doen dan mij naar haar toe draaien en mijn hoofd tussen haar prachtige borsten te laten landen.

Met gesloten ogen adem ik in door mijn neus en ik realiseer mij dat ik mij nog nooit zo thuis gevoeld als daar in dat moment. Op dat strand, onder die vreemde zon in een land en op een plek die zo vreemd en vertrouwd tegelijkertijd aanvoelen. Ik laat de mengeling van zonneband crème, zeezout en een hint van zweet op mij inwerken en als ik uiteindelijk dan mijn ogen open in mijn veiige oase van rust en warmte

Zie ik een weerspiegeling van de ondergaande zon in haar ogen.

Golzugram: Oktober

Ik maak meer foto’s dan ooit tevoren, en het is zonde om ze allemaal in mijn archief te laten zitten. Een aantal kan je ook terugvinden op mijn Instagram. Voel je vrij om ze te gebruiken voor je eigen doeleinden als je zou willen, eventueel kan je de originelen bij mij opvragen door mij te contacten via Instagram of mijn mailadres dat je kan vinden op de “Over dit blog en de auteur” pagina in de zijbalk rechts. Klik voor groot!

Hij wilde vriendjes worden. Ik niet.
Ik wilde ons huwelijk consumeren. Zij niet.
Placeholder voor gevat onderschrift
Kabouterland
Ik <3 deze beesten

Ergens in de nacht

Er was weer even
Een moment van zwakte en twijfel
Een gemis

Ik mis het om bij iemand te horen
Iemand te zijn om wie ze gaf
Om samen te zwijgen

De pijn is inmiddels wel verdwenen
Woede nam haar met zich mee
Leegte bleef om mij gezelschap te houden

Ergens in de nacht

Ben ik gaan lopen door de mist
Verdwaalde en kwam niet meer thuis

Mijn tred twijfelde en opeens

Had ik er opeens alles voor over
Om nog voor één keer

Met haar te kunnen praten
Over alles of misschien ook wel gewoon over
Helemaal niets.


Opgesloten

Graffiti van een onbekende artiest, Soesterduinen

We zijn sociale dieren, sommigen van ons meer dan de rest. Al sinds de eerste lockdown (toen premier Rutte en consorten ons als samenleving nog de illusie van een ‘intelligente lockdown’ voorhielden en daarmee blijk gaven van een grove overschatting van het intelligentie-niveau van onze samenleving als geheel) heb ik afwisselend met gevoelens van verbazing, irritatie en hilariteit kunnen observeren hoe verschillend mensen reageren op wat in wezen maar een kleine aanpassing in ons normale (wat dat verder ook moge inhouden) dagelijks leven is.

Ik heb collega’s voor het genadeloze en alles registrerende oog van hun webcam zien verslonzen en afzakken naar een bedenkelijk niveau, onderwijl klagend over relaties die onder zware spanning staan en kinderen die ongenietbaar zijn. Als ik mijn verbazing uitsprak over het feit dat je levenspartner en je eigen kinderen bij uitstek de mensen zouden moeten zijn met wie je het liefst opgesloten wil zitten tijdens een wereldwijde pandemie werd dit over het algemeen afgedaan met een “jij hebt makkelijk praten” gevolgd door een diepe zucht. Ja, ik heb makkelijk praten. Er zijn weken waarin het enige vlees-en-bloed contact dat ik heb met de kassière in de lokale supermarkt is. Volstrekt begrijpelijk dat mijn situatie als ‘makkelijker” gezien wordt door mensen die samen met hun partner en kinderen in één huis wonen, niet?

Maar jazeker, ik heb makkelijk praten. Niet dat ik iemand heb om mee te praten zonder daarmee de mensen om mij heen tekort te willen doen, zij zijn er voor mij zoals ik er voor hen ben (you know who you are), maar dat heeft er eigenlijk helemaal niets mee te maken.

De weemoed dateert van veel verder terug, de jaren tussen mijn zesde en twaalfde, met m’n moeder alleen, ik zie verder terug en voorbij, voorbij het zelfbeklag in het kijken: die gruwzame eenzaamheid, nauwelijks onderbroken door de twee keer drie maanden ‘vakantiekolonie’ die iets van een straf had, in het holst van de winter langs koude stranden, in bossen zonder bladeren aan de bomen, de vervreemding van het kind, dat object tussen objecten is

Simon Vinkenoog, uit “Liefde.
Lees gerust door

Van die dingen

Mensen die geen masker op doen in de supermarkt “omdat ze het het dan maar verplicht moeten stellen¨. Ingehaald worden op de snelweg door iemand die dan voor je invoegt om vervolgens langzamer te gaan rijden dan jij reed waardoor je moet afremmen of inhalen.

Vrouwen die je matchen op Tinder om vervolgens niets te zeggen ondanks de “wie matched begint het gesprek!” in hun profieltekst. Honden die enthousiast recht op je afrennen om op het laatste moment af te buigen en je voorbij te rennen.

Regenbuien die stoppen op het moment dat je je eindelijk in je regenjas hebt weten te wurmen. Een schoen die pas bij de tiende plas gaat lekken. Die ene leuke serie op $streamingdienst die gecancelled wordt als jij net bent gaan kijken.

Dat ene spel op je console waar je maar niet verder komt, wat je ook probeert. Het luisterboek dat een irritante ruis heeft in één oor als je het via je headset wil luisteren. Die once in a lifetime foto die het toch nét niet is.

Dat zijn zo van die dingen die mij laten voelen dat de herfst er weer is – zowel buiten als in mijn hoofd.

Golzugram September

Omdat ik ook wel eens buitenkom maak ik meer foto’s dan ooit tevoren, en het is zonde om ze allemaal in mijn archief te laten zitten. Een aantal kan je ook terugvinden op mijn Instagram. Voel je vrij om ze te gebruiken voor je eigen doeleinden als je zou willen, eventueel kan je de originelen bij mij opvragen door mij te contacten via Instagram of mijn mailadres dat je kan vinden op de “Over dit blog en de auteur” pagina in de zijbalk rechts. Klik voor groot!

Bij de beesten af
Web
I believe I can fl..eh land
Knibbel knabbel knuistje..
Purple haze

Virus-vernis (VI) : Covidioten

“Zonder titel” , een beeld uit 2004 van Herman Makkink, Westerpark – Amsterdam

Als je koolstof -waar ook het menselijk lichaam voor een groot deel uit bestaat- voor langere tijd onder hoge druk plaatst ontstaat er een diamant. Toen in Maart de samenleving gedwongen een pas op de plaats moest maken onder de druk van een pandemie zag ik overal voorbeelden van de veerkracht en de Goedheid van de gemiddelde mens, los van winkelkarren die volgeladen met toiletpapier die over een parkeerplaats wereden gerold waarna de plotseling zeer begerenswaardige lading in de achterbak van een Audi A3 of iets dergelijks verdween dan.

Tijdens de afgelopen maanden heb ik vaak nagedacht over de verhoudingen tussen de menselijke geest en het menselijk lichaam. De menselijke geest zou, als er los van neurotransmitters en neuro-receptoren al sprake zou zijn van een fysieke component, net zo goed uit datzelfde koolstof kunnen bestaan. Wij doen het als soort gewoonweg ontzagwekkend goed als de druk hoog is. Er ontstaan pas problemen als de druk minder wordt, hoewel er dan een prachtige kern is die flonkert en schittert in het licht valt het vieze en incomplete residu van de buitenkant als los zand uit elkaar.

Zeker op “sociale” media is het een kwestie van de gifbeker/smeltkroes leegdrinken eer de diamant op de bodem zich weer laat zien.

Dat zie je nu dus ook terug in onze samenleving. Niet alleen 17 miljoen voetbalcoaches, maar ook 17 miljoen virologen, gedragsdeskundigen en statistici. Gooi nog wat samenzweringstheorien die al honderden -zo niet duizenden- jaren lang de ronde maken in de westerse wereld in die smeltpot en wat je krijgt is een ondrinkbaar mengsel van geschifte melk met een vleugje koolstof – met op de bodem een onzichtbare diamant waarvan naar het formaat slechts gegist kan worden.

Je zal altijd figuren hebben zoals de mensen achter viruswaanzin/waarheid (de eerste naam dekte de lading van dit clubje beter IMHO), die denken dat ze beschikken over meer kennis dan de mensen die er daadwerkelijk decennia lang mee bezig zijn geweest om die kennis te vergaren en nog veel belangrijker: te toetsen.… Lees gerust door

Gereedschap tegen de angst

Ondertitel: waarin de auteur alinea’s lang door ratelt over een album van zijn favoriete band

Adam Jones in de Ziggodome, Juni 2019

Het is inmiddels al weer een jaar geleden dat Tool uit kwam met “Fear Inoculum”, het vijfde studioalbum in 27 jaar tijd. Dat wil zeggen dat ik 18 jaar oud was toen Undertow uitkwam, het album waardoor mijn liefde voor deze band aangewakkerd werd. Iets waar ik in deel II van deze postings vast nog op terug ga komen.

Fear Inoculum valt -mijns inziens- uiteen in drie gelijke delen van 2 nummers ieder die thematisch bij elkaar lijken te horen, iets dat de band in het verleden vaker gedaan heeft (zie bv Parabol/Parabola, Lost Keys/Rosetta Stoned en Intension/Right in two). Los van de segues en de Danny Carey drumsolo/freakout (en hey, als je dan toch één van de beste drummers uit de geschiedenis van de rockmuziek in je band hebt mag je hem best de ruimte geven!) bestaat het album dus uit

Fear Inoculum / Pneuma
Invincible / Descending
Culling Voices / Tempest

Zes nummers die tezamen 75 (!) minuten duren.

Het titelnummer zelf lijkt bijna een exorcisme, van de opening (een gemoduleerde synth die klinkt als een tibetaanse gebedsbel on acid) en de gitaar swells die bijna klinken als een chello tot aan de teksten die hier naadloos op aansluiten:

Immunity / Long overdue
Contagion / I exhale you
Naive / I opened up to you
Venom in mania
Now, contagion / I exhale you

Zoals vaak in zijn teksten is Maynard hier heel erg specifiek en vaag tegelijkertijd zodat het aan de luisteraar is om zijn eigen interpretatie aan de tekst te geven. Het nummer lijkt in ieder geval zoals ik hierboven al schreef bijna een exorcisme te zijn, een uitbanning van boze geesten of negativiteit.… Lees gerust door

Golzugram – Augustus

Omdat ik ook wel eens buitenkom maak ik meer foto’s dan ooit tevoren, en het is zonde om ze allemaal in mijn archief te laten zitten. Een aantal kan je ook terugvinden op mijn Instagram. Voel je vrij om ze te gebruiken voor je eigen doeleinden als je zou willen, eventueel kan je de originelen bij mij opvragen door mij te contacten via Instagram of mijn mailadres dat je kan vinden op de “Over dit blog en de auteur” pagina in de zijbalk rechts. Klik voor groot!

Winneburg, Cochem
Meerfelder Maar, een meer in het midden van een vulkaan krater bij Meerfeld
Poortwachter, ergens in de Duitse Eifel
Not in rivers, but in drops – Maria Martental
Het letterlijke hoogtepunt van mijn hikes: 467m hoog. In de verte de Winneburg uit foto 1. – Greimersburg

Het meisje en de pony

Vermoeid staar ik naar het pannetje water dat op mijn gasbrander staat op te warmen. Campinglife. Ik heb koffie nodig. Heel erg. Een klim van 400 + meter bleek haalbaar maar een uitputtingsslag. Wie zou er ooit gedacht hebben dat bergwandelen toch eigenlijk best zwaar kan zijn?

Er beginnen zich langzaam maar zeker bubbeltjes te vormen op de bodem van het pannetje en ik sprokkel al even wat koffie en een paar suikerklontjes bij elkaar. Nog even. Mijn mijmeringen worden onderbroken door het geluid van hoefgetrappel in de verte. Hoefgetrappel?

Ik kijk omhoog en zie een sprietig meisje van een jaar of zeven over het pad mijn richting uit lopen, haar lange bruine haren in een vlecht. Ze praat voluit tegen de pony die ze naast zich mee sleept aan een touwtje. Het hoefgetrappel dat ik hoorde komt uit een speaker die blijkbaar verborgen zit in de buik van het paardje.

Om de paar meter klinkt er ook een hinnik als het meisje haar metgezel laat steigeren. Ik glimlach terwijl ik het tafereel aanschouw, de pan met water even vergetend. Voor heel even voel ik mij achterwaarts terugglijden naar lang vervlogen tijden toen ik zo oud was als zij nu is en mij ook volledig kon verliezen in mijn eigen fantasiewereld. Een kort moment van spijt dient zich aan als ik mij besef dat die jaren voorgoed vervlogen zijn in het meedogenloze verleden.

Als het meisje recht voor mij loopt is het weer tijd om te steigeren voor de pony, maar ze trekt iets te hard aan het touwtje waardoor het arme diertje omvalt. Ik versta haar niet maar de toon die ze bezigt tegen haar gevallen metgezel duidt op medelijden. Voordat ik het besef sta ik op, ren naar de pony en ga er op mijn knieën naast zitten terwijl ik één van de suikerklontjes die ik al in mijn handen had voorzichtig onder de bek van het paardje leg.… Lees gerust door

Tijd om te gaan

Tijd om te gaan. Om landschappen te verkennen die ik nog niet eerder gezien heb. Om bergen te beklimmen, bossen te doorkruisen en mijn netvlies te verwennen met weidse vergezichten.

Maar eerst is er nog die lange autorit waarbij ongetwijfeld mijn blik af en toe naar de lege bijrijdersstoel zal dwalen, een stoel die wederom of nog steeds niet bezet is afhankelijk van de manier waarop ik er naar kijk. Ruim 5 maanden aan social distancing waren voor mij bijna kinderlijk eenvoudig en kan ik ook probleemloos voortzetten in onze buurlanden maar soms -tijdens urenlange autoritten- knaagt er iets.

Iets dat ik met veel poeha,blabla en een ongekende woordenbrij zou kunnen omschrijven maar waar reeds een prachtig en eenvoudig Nederlands woord voor bestaat:

Een gemis.

Ontdekkingsreis in het verleden

Uren lang verveeld in een bus met slecht werkende airco hangen. Nerveuze leraren die de kudde tevergeefs in bedwang proberen te houden. Een steelse blik op een saai programma, gevolgd door een besluit.

Zwart rijden met de metro. Wandelend langs de Arc de Triomph, Een wierrookstaafje en een steen op het graf van een te jong overleden held. Lachen om straatverkopers die hard wegrenden zodra er een politieagent om de hoek kwam.

Zwoegend de 700 treden van de Eiffeltoren beklimmen, en dan pas de lift vinden. Nog even naar de oude grijze dame na het zoveelste metro avontuur van die dag. Dan het witte marmer van het heilige hart , en een tekening op het nabijgelegen plein.

Uiteindelijk met veel te snel kloppend hart het verlossende zicht van een bus met gele nummerborden. Het verhitte hoofd van ongeruste leraren. En 28 jaar later de realisatie dat ik toch maar weer eens terug wil naar deze prachtige, vieze stad die toch een bepaalde aantrekkingskracht op mij lijkt te hebben.

Golzugram – Juli

Omdat ik ook wel eens buitenkom maak ik meer foto’s dan ooit tevoren, en het is zonde om ze allemaal in mijn archief te laten zitten. Een aantal kan je ook terugvinden op mijn Instagram. Voel je vrij om ze te gebruiken voor je eigen doeleinden als je zou willen, eventueel kan je de originelen bij mij opvragen door mij te contacten via Instagram of mijn mailadres dat je kan vinden op de “Over dit blog en de auteur” pagina in de zijbalk rechts. Klik voor groot!

In a barrel just above the ground there lived a human (Etternach, Luxemburg)
De slang nu was de listigste onder alle dieren van het veld.. ( Etternach, Luxemburg)
“Gorges du loup” ( Perecop, Luxemburg)
Hedwig, een lichtend baken in de duisternis (Etternach, Luxemburg)
Wat was versus wat is (Baarn, NL)