Morgen zal nooit meer komen – III

Deel I , Deel II

De lach verdween langzaam van mijn gezicht en ik richtte mijn blik weer op de vlammen. “Soms vraag ik mij wel eens af of jij echte Liefde zou herkennen als het je overkwam. Ik weet het niet liefje ..” Onmiddellijk beet ik op mijn tong. NEE! Geen liefje, schatje of lieve verkleinwoordjes meer. Zij was mijn ex, iemand die mijn hart gebroken had. Keer op keer datzelfde patroon, en ik kon het haar niet eens kwalijk nemen. Ik voelde wel een diepe boosheid, verdriet. Die waren echter niet op haar als persoon gericht, ik hield nog steeds van haar. Net zoals een deel van mij nog steeds hield van die andere vrouw. Als ik mij eenmaal volledig gegeven heb, is er geen weg meer terug. Geen definitief afscheid, geen haat. Correctie – Liefde en haat kunnen prima naast elkaar bestaan, uiteindelijk is de grens tussen de twee meest intense emoties die je als mens kan/mag ervaren arbitrair. Maar deze vrouw, nee. Die haatte ik niet. Een deel van mij verlangde daar wel naar, boosheid is een ontzettend makkelijke emotie. Boos zijn is een handig hulpmiddel om je af te sluiten van de dingen die je niet wil, misschien zelfs niet durft(!) te voelen. En alles wat ik voor haar kon en wilde voelen was pure liefde. Mijn verdriet en boosheid waren gericht tegen de omstandigheden, het Lot zo je wil. Ik verlangde nog steeds naar haar, op een bepaalde manier meer dan ooit te voren. Tegelijkertijd was er die behoefte aan afstand, ik wilde dit afsluiten en verder met mijn leven. Verder, zodat ik dit verdriet en de pijn die onlosmakelijk verbonden zijn met het niet-zijn van Ons achter mij zou laten. Ik kon en mocht niet meer aan haar denken als mijn Geliefde, mijn Partner.

“Je dacht dus dat je van mij hield. Jij bedacht dus een emotie, ging toen iets voelen, en plots…Plots besefte je dat je welliswaar van mij hield, maar dat het -en ik citeer- “niet genoeg”  was?” Ik kon enige ergenis niet onderdrukken. Verdomme, waarom? Echt, fuck dit gewoon. Dit was Groundhog day, maar dan echt. In verschillende vormen hadden wij dit gesprek al verschillende keren gevoerd, en het liep iedere keer stuk op hetzelfde punt. Het punt waarop de ijzige stilte in viel, waar ik vond dat ik genoeg gezegd had, en zij..tsja. Verlamming was het woord dat zich aan mij opdrong, misschien omdat zij dat zelf wel eens gebruikt had om de staat waarin zij terecht kwam te omschrijven. Hoewel die verlamde fase mij frustreerde droeg zij eerder bij aan mijn verdriet dan dat ik er irritatie over voelde. Het leek op momenten als deze gewoon alsof ik haar innerlijke strijd aan haar gezicht kon aflezen, maar het kwam er gewoonweg niet uit. Ik zag dat haar ogen vochtig werden, en er brak iets in mij.

“Hey, het is Goed, Ik begrijp je. Forceer niets, daarmee zou je jezelf alleen maar beschadigen..”

Zag ik daar opluchting in haar ogen? Tranen?

Haar mimiek was gespannen, gesloten. Toch bleef zij mij recht in mijn ogen aankijken, de intense spanning die er tussen ons ontstond op momenten als deze werd voelbaar..Ik voelde hoe de kalmte en rust die ik altijd heb weten te vinden binnen onze band mij weer overvielen. Voelde zij dit dan niet? Hoe kan je, KAN JE voorgoed  afscheid willen nemen van iets dat zo fijn, zo puur, zo Goed aanvoelde. Ja, het waren maar momenten. Momenten waar ik achteraf met een licht gevoel van verbazing en soms afstandelijkheid op terug keek. Ik liet de stilte even zijn, en bleef haar aankijken. Het was in het donker niet goed te zien, maar ze leek heel licht te huilen. Onderwijl bleef haar blik strak op mijn ogen gericht, alsof zij bang was het moment te verbreken. Goed, dan liet ik het maar even Zijn. Het was ook niet eerlijk, niet zuiver om de stilte de hele tijd op te vullen met mijn mening, mijn commentaar, mijn visie.

Ik nam de tijd om haar nog eens goed te observeren in het schijnsel van de flakkerende vlammen. God, wat was ze Mooi. In dit licht sprongen haar ogen kristal blauw naar voren, spiegel en spotlicht tegelijkertijd. Haar gezichtsuitdrukking was nog altijd enigzins verwrongen, de innerlijke strijd was zo te zien nog niet voorbij. In het donker voorbij onze warme kring van licht hoorde ik een uil zacht roepen. Het geluid droeg een bijna magische klant met zich mee die repte over eenzaamheid en verdriet. Nee, dat was invulling. De wereld is al magisch genoeg zonder dat je overal een romantische bijbetekenis aan hoeft te verbinden..

Hoe lang duurde de stilte nu? Een minuut, vijf, tien? Hij voelde niet ongemakkelijk aan, maar wel..zwaar. Alsof er in die stilte alsnog veel gezegd werd.

Even opende zij haar mond, maar sloot deze weer net zo snel. Ik grijnsde even, dus toch een innerlijke strijd. In het vuur knapte iets, en er vloog een stukje brandend hout recht omhoog de lucht in, alsof het een nieuwe ster aan het firmanent probeerde te worden. Ik bleef het volgen met mijn ogen totdat ik het niet meer kon zien. Toen ik weer richting haar keek zat zij mij nog steeds aan te staren, deze keer met een wat meer teneergeslagen uitdrukking op haar gezicht. Zachtjes begon zij dan toch  eindelijk te spreken..

” Je weet dat ik altijd van je gehouden heb. Dat doe ik nu nog!” Er blonk iets van felheid in haar ogen. ” Dat is het niet, en dat weet je. Als jij zonodig wil denken dat het wel zo is, dan moet je dat zelf weten en er vooral aan vast houden, maar ik hoef dat niet te bevestigen als het niet Waar is!”  Oef. Om de een of andere reden kwam dat hard aan. Het sloot precies aan op mijn verdedigingsmechanisme, en dat zou zij inmiddels moeten weten. Ze had het al een aantal keren in actie gezien..

“Ik hou gewoon niet genoeg van je. Dat is alles. Jij kan mij, hoe graag je ook wil, niet geven wat ik van je nodig heb. En dit, deze liefde..Ik wil gewoon niet afhankelijk zijn ok? Dat kan ik niet aan, en dat wil ik gewoon niet. Mijn onafhankelijkheid is gewoon ontzettend belangrijk voor mij, net als mijn vrienden en de mensen die dicht bij mij staan dat voor mij zijn. En jij..bij jou is alles gewoon anders. Als wij samen zijn dan is alles gewoon Goed, en Fijn, Dan kruipen we in onze eigen kleine cocon en dan is dat ook echt gewoon wat ik wil, maar daarbuiten..nee. Ik kan dit gewoon niet!” Terwijl de tranen mijn ogen begonnen te vullen keek ik wederom recht in haar ogen. ” Kijk mij eens recht in mijn ogen aan en zeg dat dat werkelijk is wat je gelooft, wat je voelt. Gewoon, die woorden. Kijk mij  rechtstreeks aan en ZEG het!” Ik voelde een scheuring door mijn hart trekken. Dit was wel het allerlaatste wat ik werkelijk wilde horen, maar : hier en nu. Als dit werkelijk was wat zij wilde, dan was het hier en nu voorgoed voorbij. Ik zou voor altijd verdwijnen, en dan was het Goed. Pijnlijk, verdrietig, maar goed.

Er kwam geen antwoord, alleen een nauwlijks merkbare zucht.  Mijn hartslag was behoorlijk gestegen, ik voelde hoe de adrenaline door mijn aderen gepompt werd. Dit was dan het beslissende moment. Bij mijn weten had zij nog nooit tegen mij gelogen, net zo min als ik tegen haar. Ik wist niet eens of zij het zou kunnen, hoewel ik niet zou weten naar welke tekens ik zou moeten zoeken. Stilte was het geluid van haar innerlijke strijd, zoveel wist ik inmiddels wel. Grappig hoe die innerlijke strijd in bijna alle vormen van Kunst en Vermaak terugkomt, soms grotesk uitvergroot zoals in de verhalen van Tolkien

Despair is for people who know, beyond any doubt, what the future is going to bring.
Nobody is in that position.
So despair is not only a kind of sin, theologically, but also a simple mistake, because nobody actually knows.
In that sense there always is hope.

, soms op het schizofrene af zoals in de schilderijen van Bosch, en soms in prachtige -bijna verstikkende- pracht zoals in Pushit van Tool : “Remember that I will allways love you, even as I claw your fucking throat away”. Het eeuwige dualisme dat ingebakken zit in de mens zelf, Yin en Yang, Water en Vuur, Lood en Goud..Verstand en Gevoel.

De stilte bleef.

Ik voelde mij innerlik verscheurd, een deel van mij wilde haar geloven. Een ander deel van mij dat veel dieper leek te zitten weigerde dit pertinent. De realisatie dat dit dan daadwerkelijk een definiĆ«rend moment was drong zich onvermijdelijk aan mij op. Hier, Nu. Twee mogelijkheden, twee wegen. Lins, Rechts. Vanaf nu – geen stilstand meer. Ik had al veel te lang stil gestaan, de tijd voor vooruitgang was aangebroken. Ik wilde haar zo graag geloven..Een andere, vrije toekomst drong zich aan mij op. Een toekomst die open lag, volledig vrij leek. Andere vrouwen, nieuwe betekenisvolle contacten..Er ging een sterke aantrekkingskracht van uit. Ik zou het kunnen, hier en nu. Ik zou alleen maar hoeven afwachten of zij kon zeggen wat ik nodig had om te horen, of het gesprek zelf in handen hoeven te nemen. Heel even sloot ik mijn ogen en ging diep naar binnen, op zoek naar het antwoord van mijn hart.  Er is een volkswijsheid die er op neer komt dat je voor iedere ingrijpende beslissing een munt zou moeten opgooien, en dat je op het moment dat deze neerkomt van binnen weet wat je eigenlijk het liefste zou doen. De munt kwam voor mijn geestesoog neer, en het antwoord was voor mij onmiskenbaar duidelijk : Nee. Ik koos voor de liefde, zoals ik dat een aantal jaren geleden geleerd had om te doen. Dat was mijn persoonlijke uitweg uit het doolhof van zelfopgelegde beperkingen, eisen en verwachtingen.

Dus ik zweeg, en keek haar strak aan. De stilte duurde voort. En duurde. En duurde.

” Je bent gemeen.” Het klonk erg stellig, en ik kon niets anders dan lachen om haar respons. “Gemeen?” “JA!” klonk het enigszins verongelijkt. Ik begon nog harder te lachen. “Nee, ik ben niet gemeen. Ik ben wel erg duidelijk, en niet iemand van halve woorden..” Ook op haar gezicht verscheen -eindeljk- weer een glimlach, en ik voelde mijn hart bijna groeien. Het was altijd zo ontzettend fijn om echt te zien dat ik haar raakte, iets positiefs bracht. “Nee, je bent eerder iemand van complete boeken is mij opgevallen” en ze stak daadwerkelijk haar tong uit, alsof ze een smiley tikte. Beide lachend vonden onze handen elkaar als ware het per ongeluk. Zonder enige druk bleven onze vingers op elkaar liggen, haar hand boven de mijne. “Dit is gemeen omdat je weet dat ik hier niet goed in ben, dit niet kan. Dat hoort gewoon niet bij mij, ik wil dingen altijd zoveel mogeijk openlaten. Dat is veilig. Je kent mij..”

“En waarom kan je dit niet dan? Telefonisch had je er laatst weinig moeite mee. Je had er ook weinig moeite mee om mij per Sms te dumpen. Of mail, om maar iets te noemen. Maar recht in mijn gezicht? Nee. Waarom weet ik niet, tenzij ik in je hoofd echt die enorme bruut ben waarvan je soms lijkt te denken dat ik die ben. Ik snap overigens totaal niet hoe je dat weet te matchen met hoe ik mij altijd tegenover je opgesteld heb als we bij elkaar waren, maar goed. Alles wat ik van je vraag is het om mij in mijn gezicht te zeggen, meer niet. Dat is toch niet zoveel moeite? Ik neem aan dat je dat bij je ex ook gedaan hebt?”

Er trok een schaduw over haar gezicht en ik kromp innerlijk in elkaar. KUT ik en mijn grote mond. Je zo toch denken dat ik die na bijna een jaar samen -in welke vorm dan ook- wel een beetje had weten te temperen, maar nee. “Luister, ik weet dat het hard aan komt als ik dit zo zeg. Dat spijt mij, dat is niet mijn intentie. Ik zeg dat niet om je te kwetsen. Het is echter wel..het is de waarheid ok? Het zijn Feiten. Als mijn woorden je daadwerkelijk kwetsen, dan doet mij dat op mijn beurt ook pijn. Ik wil je niet kwetsen, ik heb je altijd alleen maar willen koesteren. Zelfs nu, misschien VOORAL nu zelfs. Als ik zie dat jij het ergens moeilijk mee hebt, dan wil ik dat Goedmaken. Bij je wegnemen, of je jezelf laten helpen. Rust, liefde, vertrouwen. Dat is alles wat ik voor je wil zijn. Je hebt zo vaak , bijna in verwondering! Gezegd dat ik dat allemaal voor je was. Het oog in de storm, de herberg in de nacht. Ok, vergeet die herberg, die is stom. Maar..het is de waarheid. En als die waarheid je pijn doet, als de feiten rondom ons je pijn doen, dan heb je misschien wel eenvoudigweg ergens onderweg een aantal verkeerde keuzes gemaakt. Weet je, en dat is gewoon ok. Je bent een mens, je maakt fouten. Waar je echt eens mee zou moeten ophouden, is het harder beoordelen van jezelf dan je met andere mensen doet. Dat is gewoon..het maakt mij gewoon verdrietig. Oh, en het zou inderdaad fijn geweest zijn als je mij, Ons, ook niet zo hard beoordeeld hard. Maar het Is zoals het Is. Als dit niet is wat je wil, dan ben je verkeerd bezig. Als dit wel is wat je wil – zet. dan. door. “

Ik klemde mijn kaken op elkaar. Genoeg. Dit was genoeg. Teveel al, misschien.

” Je bent Mooi, gekke vrouw. Kijk nou eens naar jezelf, je bent mooi! Kijk naar wat je voor andere mensen doet, kijk hoe dicht je bij jezelf weet te blijven! Iedereen om je heen is gek op je, en dat is niet om wat je doet maar om wie je Bent! Dat is precies waarom ik iedere keer opnieuw als een blok voor je val. Iedere keer..En ja, dat is een keuze. Jij denkt misschien dat je goed bent in afschermen, maar je kan nog een puntje zuigen aan mijn afschermcapaciteiten. Ik ben de ongekroonde Keizer van het afschermen, ik ben voor afschermen wat Ross is voor saaie verhalen over Paleontologie!”

Er blonk iets van geamuseerdheid door in haar vochtige ogen.

“Wat weet je dat weer mooi te zeggen..”

“Ja en wat weet jij je sarcasme goed uit te bannen” En nu was het mijn beurt om mijn tong uit te steken. Het was fijn om de zware spanning die tussen ons in was komen te hangen te voelen oplossen terwijl die plaats maakte voor de vertrouwde, aangename stroom van warme gevoelens.

“Maar even serieus, en niet om het meteen weer zwaar te maken..maar vind je het zelf niet opvallend dat je iedere keer iets anders noemt als reden waarom het niet zou werken tussen ons? Ik heb zelf namelijk het idee dat het prima werkt tussen ons, zolang wij maar bij elkaar zijn. Het gaat iedere keer mis als we voor langere tijd niet bij elkaar zijn . Bizar genoeg vormde je Afrika avontuur daar een uitzondering in overigens. Mij stemt dat in ieder geval wel tot nadenken. Anders hadden we dit gesprek om te beginnen al nooit gehad. Ik weet dat je moe  bent, dat je ‘dat’  niet meer wil. Vergis je niet, ook ik heb mijn portie aan negativiteit wel gehad voor nu, Alleen – ik wil niet loslaten. En dat is voor mij erg uitzonderlijk om eerlijk te zijn. Zie je wel in hoe bijzonder je bent?” Wederom stak ik mijn tong uit, waarop zij reageerde met het bijna meisjesachtige lachje dat ik zo goed van haar kende. Terwijl wij ons beide even ontspanden en achterover gingen zitten doorbrak hoog boven ons een vliegtuig zacht en ver weg de stilte. In gedachten liet ik mij even meedrijven, visualiseerde ik ons twee samen op weg naar onbekende landen , vrolijk lachend en het avontuur tegemoet.