Bitterzoet

Love me tender,
Love me sweet,
Never let me go
You have made my life complete,
And I love you so

Love me Tender‘, Elvis Presley

Vandaag markeert wat het 53e jubileum van het huwelijk van mijn ouders geweest zou zijn, een jubileum dat ze helaas niet meer hebben mogen delen samen. Bij de gedachte aan deze dag ondervind ik wat ik na enig diepgaand zelfonderzoek alleen maar kan omschrijven als ‘gemengde gevoelens’ zoals dat dan zo mooi heet. Er is verdriet omdat mijn moeder er niet meer is om deze dag met mijn vader, mijn zus en mij te vieren – maar er is ook vreugde om de tijd die wij samen hebben mogen delen. Mijn dromen zijn sinds kort weer terug, heviger dan ooit tevoren en als ze mij iets duidelijk hebben weten te maken dan is dat de prachtige wijsheid die verborgen zit achter deze eenvoudige woorden : iemand is pas echt overleden als er niemand meer aan hem of haar denkt. En wie is er beter geschikt om verhalen te vertellen dan een -wannabe- schrijver? Juist.

Niemand.

Met een beetje (of juist erg veel) fantasie zou je in deze post een vervolg op de vorige kunnen lezen, maar ze gaat niet over mij. De mensen die mij kennen weten immers allemaal wel dat het tussen de liefde en mij nooit echt geboterd heeft, en ik voorzie daar in de nabije toekomst ook niet echt een verandering in – dus laat ik het dan maar of andermans liefde hebben, bijvoorbeeld die tussen de twee mensen die er in vrij letterlijke zin voor gezorgd hebben dat ik besta (hoewel ik zoals mijn vader mij tot op de dag van vandaag zo graag onder mijn neus blijft wrijven ook voor mijn geboorte al een dwarsligger was en een jaar of zes langer op mij heb laten wachten dan geplanned). De liefde tussen mijn ouders was, hoe zal ik het zeggen..complex (nee, ik heb het niet van vreemden zo blijkt). Ik twijfel er niet aan dat ze echt van elkaar hielden, en ik ben op mijn leeftijd inmiddels gepokt en gemazeld genoeg om te weten dat het ideaalbeeld van de liefde zoals ik dat zolang voor mij heb gezien ook niet meer is (en gaat zijn) dan dat: een ideaalbeeld. De liefde is -denk ik, maar wat weet ik er nu verder ook helemaal van- een emotie zoals alle andere: een dubbel snijdend zwaard. Maar zoals gezegd, deze post gaat niet over mij. Ze is een eerbetoog aan de liefde tussen mijn ouders, en alles wat daarbij kwam kijken.

Love me tender,
Love me true,
All my dreams fulfilled
For my darlin I love you,
And I always will

Dit is voor mij een erg bijzondere foto, en niet alleen omdat het een foto van mijn ouders is in de kracht van hun leven. Ze zijn hier -hoe vreemd en angstaanjagend de gedachte voor mij ook is- jonger dan ik nu ben, namelijk vroege twintigers. Deze foto is zo bijzonder omdat deze genomen is tijdens wat -ook al heette dat in de vroege jaren ’60 niet zo- hun eerste ‘date’ was. Alles wat er sindsdien heeft plaatsgevonden, het huwelijk, de verhuizing naar Maasbracht, de geboorte van mijn zus en mij, de vakanties, de mooie momenten samen, de ruzies, de eindeloze avonden voor de tv of aan de eettafel..ze zijn begonnen tijdens de avond die hierboven in beeld gevangen is. Ik vind het een prachtige foto om naar te kijken en bij weg te mijmeren, te zien wie mijn ouders waren voordat..nou ja voordat ze veranderden. Voordat ze mijn ouders werden. Ik zie in de ogen van mijn vader een lichte arrogantie spiegelen die ik niet van hem ken, een arrogantie die wel past bij iemand die net klaar is met zijn tijd als beroepsmilitair bij het korps mariniers. Strak afgetrained, haren in een (toen nog) modieuze kuif en zijn hand losjes om het middel van wat ongetwijfeld één van de knapste vrouwen uit het boerengat waar ze die avond Carnaval (jaja, Carnaval) vierden is, en wel op een manier die mij ietwat irriteert en diezelfde arm wil doen wegslaan terwijl ik hem toebijt dat het toevallig wél mijn moeder is waar hij met zijn tengels aanzit – hoe contraproductief dat ook zou zijn geweest.

Mijn moeder kijkt – overduidelijk aangeschoten – met mijn ogen naar de camere, overduidelijk behoorlijk in haar sas met die afgetrainde bink die heel wat van de wereld gezien heeft aan haar zijde. God, wat moet hij voor haar indertijd een bevrijding geweest zijn uit het benauwde leventje dat ze tot op dat punt leefde. Haar eigen moeder (mijn oma) was -zoals dat dan indertijd in de volksmond genoemd werd- ‘niet helemaal goed’ waardoor een groot deel van het huishouden en de zorg voor haar veel jongere broertjes bijna volledig op haar schouders terechtkwam terwijl zij door het vroege wegvallen van mijn opa ook nog verantwoordelijk was voor een fors deel van het inkomen door middel van huishoudelijk werk voor de notabelen uit het boerengat waar zij opgroeide. Later wist zij hieraan te ontsnappen door ‘in de leer te gaan’ bij de zusters (nonnen) in het lokale klooster, waar ze zo goed en kwaad als dat in je jaren ’50 van de vorige eeuw ging werd opgeleid tot wat we nu verzorgenden in de zorg voor mensen met een ernstige verstandelijke beperking noemen – waar een interessante link zit naar mijn eigen beroepskeuze van bijna 50 jaar later.
Maar toen was daar dus opeens die stoere vent die al heel wat van de wereld gezien had, een man die haar tenminste -zoals zij mij later onder vier ogen bekende-  aan het lachen wist te krijgen en haar het gevoel gaf serieus genomen te worden, iets wat tot op dat punt geen enkele andere man in haar leven voor elkaar gekregen had. Zijn totale gebrek aan romantiek nam ze maar voor lief (niemand is perfect, mijn vader al helemaal niet..).

Love me tender,
Love me long,
Take me to your heart
For it’s there that I belong,
And well never part

Eén van de dingen die mooi zijn aan het ouder worden is dat je ouders je gaan behandelen als een volwassen iemand, en de aard van de gesprekken die je met elkaar voert dus ook veranderd. Mijn moeder bekende ooit eens in een melancholische bui dat mijn vader welliswaar een goede man is maar dat romantiek -echte romantiek- niet aan hem besteed is en dat voor haar dat gebrek wel het grootste gemis geweest was tijdens hun huwelijk, iets dat mij om de één of andere reden erg raakte. Ik heb toen besloten om haar voortaan iedere keer als ik op bezoek kwam (wat indertijd tot mijn grote schande echt maar een aantal keren per jaar was) bloemen of een plantje mee te nemen, wat onderwerp werd van een vast ritueel tussen haar en mij. “Dat had je niet moeten doen” “Jawel mam, je verdient het dat een man bloemen voor je meeneemt”. Het is overigens een gewoonte die ik in licht gewijzigde vorm tot op de dag van vandaag weet vol te houden, nog iedere keer als ik haar graf bezoek plant ik een plantje terwijl ik zachtjes “en nu niet meer zeggen dat er nooit eens iemand een bloemetje voor je meeneemt mam” fluister. Fuck nu gaat het dus alsnog over mij maar goed; wie probeerde ik ook voor de gek te houden: alles wat ik schrijf gaat over mij -direct of indirect.
Wat mijn moeder wél mocht ontvangen van mijn vader was zijn onvoorwaardelijkheid : er bestonden geen andere vrouwen meer voor hem. Hij had immers gekozen voor mijn moeder, zo eenvoudig was dat. Daarnaast was mijn vader iemand die nooit weg liep voor zijn verantwoordelijkheden en die altijd zijn gezin op de eerste plek zette – zelfs ten koste van zijn eigen dromen. In ruil daarvoor schikte mijn moeder zich in haar rol als huisvrouw, hoezeer ze dat verder ook verfoeide. De harde waarheid was dat mijn vader -zeker toen mijn zus en ik nog jong waren- met hard werken en lange dagen maken meer geld naar huis kon brengen dan zij en dat ons gezin iedere cent hard nodig had. Ik kom namelijk zoals dat dan heet uit een eenvoudig arbeidersgezin waarin we het niet bepaald breed hadden vroeger en het was mijn vader die met hard werken en zoveel bijstuderen als hij maar kon ons gezin in financieel opzicht boven water heeft weten te houden, iets wat ik pas (veel) later heb kunnen begrijpen en waarderen. Daar stond tegenover dat het mijn moeder was die haar leven dienstbaar maakte, die haar dromen opofferde om te zorgen voor ons gezin. Het was die twee-eenheid, die onuitgesproken hechte samenwerking die er voor gezorgd heeft dat ik en mijn zus ‘goed terecht zijn gekomen’ – iets waar enige dankbaarheid wel voor op zijn plek is.

Love me tender
Love me dear
Tell me you are mine
Ill be yours through all the years,
Till the end of time

Mijn ouders hebben samen meer dan 50 jaar mogen doorbrengen, een getal dat bij mij verwondering en ontzag weet op te roepen. Een halve eeuw samen, 50 jaren die lang niet altijd makkelijk geweest zijn. De generatie van mijn ouders (net wel/ net niet baby-boomers) is de eerste generatie waarvoor een echtscheiding tot de mogelijkheden behoorde, maar zij kozen er bewust voor om bij elkaar te blijven; misschien juist wel op de momenten dat het tegen zat. Ons gezin is door zwaar weer heen gegaan (hoewel ik dat indertijd echt niet zag) toen mijn vader plots werkeloos werd en teveel begon te drinken en – zoals Spinvis het zo mooi weet te verwoorden – “alcohol vrolijk de mannen veranderd”. De ruzies die dat opleverde zette wel druk op de band tussen mijn ouders maar er bleef altijd die blik , een blik die ik later zelf heb leren kennen. Een blik die zegt “het interesseert mij niet wat je doet of zegt, ik weet wie je bent“. Ik denk wel eens dat het die blik geweest is die mijn ouders bij elkaar gehouden heeft terwijl er genoeg huwelijken om hen heen kapot gingen. God, wat heb ik veel mooie herinneringen aan hun tijd samen. De vakanties waar ook mijn moeder traditioneel nog wel eens een wijntje of een tia-maria teveel dronk en dan (naar mijn smaak net iets té) openhartig ging vertellen wat ze nu écht over mij, mijn domme beslissingen en mijn achterlijke pubergedrag dacht. De manier waarop zij als ik weer eens in conflict raakte met wat dan misschien wel mijn vader maar voornamelijk toch ook gewoon haar man was volstrekt stoicijns bemiddelde zonder enige voorkeur te laten blijken.

De korte aanrakingen die mijn ouders met elkaar deelden, waar voor hun meer genegenheid uit leek te spreken dan de overmatige behoefte aan fysiek contact waar de jongere generaties aan lijken te lijden. Mijn ouders hoorden gewoon bij elkaar, dat wisten ze zelf misschien nog wel beter dan de mensen om hun heen – waaronder mijn zus en ik.


Love me tender
Love me true
All my dreams fulfilled
For my darling I love you
And I always will

Eerder heb ik op dit blog geschreven over hoe het gebrek aan zichtbare intimiteit en genegenheid tussen mijn ouders mij als kind en puber enorm dwars gezeten hebben. Dat bedoelde ik niet negatief of veroordelend – het was slechts een poging tot een objectieve weergave van de feiten zoals ik ze zag. Toch wil ik daar graag nog iets aan toevoegen, en wel het volgende :

In de nadagen van mijn moeders slopende ziektebed heb ik meer genegenheid, intimiteit en blijken van liefde tussen mijn ouders mogen zien dan ik zelf ooit heb ervaren. De tederheid, de gesprekken, de opoffering van zowel mijn vader als mijn moeder terwijl het naderende afscheid als een dreigende guillotine boven hen hing waren veelzeggend. De uren dat mijn vader naast het bed van mijn moeder zat met haar frele handen in zijn grove kolenschoppen. De momenten dat zij met haar hoofd tegen zijn schouder in slaap viel. Mijn vader die op zijn beurt voorovergebogen over haar bed in slaap viel. De momenten dat mijn moeder – toen de mentale achteruitgang een feit was en alle remmingen verdwenen waren- uit het niets bij mijn verbouwereerde vader om de nek vloog, hem een klapzoen gaf en trots aan de wereld verkondigde : “Doe bis van mich!” (‘jij bent van mij’) alsof hij niet die bejaarde suikerpatient met een ruime veertig kilo aan overgewicht was maar nog steeds die arrogante jonge god van die foto hierboven.. Dat is liefde. Dat is liefde in haar meest pure en rauwe vorm.

Een liefde die bijna 52 jaren heeft mogen duren.

Godverdomme, ik hou van ze.
En ik ben stikjaloers.

Love me tender
Love me dear
Tell me you are mine
I’ll be yours through all the years
Till the end of time