Gesprek

“Ik wil die van jou!” de ogen van mijn moeder -mijn ogen- staren mij glanzend aan terwijl ze naar mijn aardbeimilkshake wijst. “Prima, dan ruilen we.” “Nee, ik wil ze allebei!”

Ik zucht even maar kan een glimlach niet onderdrukken. Van alle sporen die de kanker bij mijn moeder achterlaat is het volstrekte gebrek aan remmingen nog één van de best verteerbare gebleken voor mij. “Gun je mij geen milkshake mam? Ik ben nog wel je lievelingszoon..” “Doe toch niet zo debiel ik heb er maar één!” Ik schuif mijn milkshake naar haar toe. Een passerende serveerster glimlacht even om het tafereel en ik leun even achterover in mijn stoel terwijl ik mijn blik over de vertrouwde haven van mijn geboortedorp laat glijden. Voorzichtig zoek ik naar woorden die het gesprek in de richting kunnen laten gaan waar ik zo graag wil dat het naar toe gaat. Dit zou immers wel eens één van de laatste gesprekken kunnen zijn die ik met haar kan voeren, en ik wil zo graag dat het waarde heeft. Dat ik er een herinnering van kan vormen..
“Wat is eigenlijk je favoriete herinnering aan de tijd dat $zus en ik nog jong waren?” probeer ik voorzichtig. De blik van mijn moeder vertroebelt even. Ze buigt zich voorover, pakt het rietje van de milkshake -mijn milkshake- in haar mond en begint vol overgave en smakkend te zuigen. Tot mijn grote verbazing gaat de beker voor mijn ogen in één keer met een gorgelend geluid leeg waarna ze de beker omruilt voor die van haar en die in een iets rustiger tempo begint leeg te drinken. Halverwege stopt ze en gaat overeind zitten waarna er een boer volgt waar de gemiddelde bouwvakker een diepe buiging voor gemaakt zou hebben. Ik voel een schaterlach opkomen en het duurt niet lang voordat we beide de slappe lach hebben.

“En ik maar denken dat ik het van Pa had” weet ik hortend en stotend tussen mijn lachbui door te persen. “Ach jochie toch, ik dronk je Pa vroeger al onder de tafel en als ik zou willen kan ik dat nog steeds!” Terwijl de lachbui wegebt realiseer ik mij dat mijn moeder geen antwoord gegeven heeft op mijn vraag, en ik herhaal deze nogmaals. Weer die omfloerste, ontwijkende blik en geen antwoord.

Ik besluit om het over een andere boeg te gooien. “Wat maakte Pa eigenlijk zo bijzonder dat het uitgerekend hij was met wie je getrouwd bent? ” Zonder mij aan te kijken begint mijn moeder weer aan haar milkshake. Nadat ook deze leeggeslurpt is ontmoeten onze ogen elkaar even terwijl ze zich wat makkelijker in haar rolstoel nestelt. “Ach. Weet je, ik heb eigenlijk geen idee waarom ik uitgerekend aan hem ben blijven plakken.” Wederom een, iets bescheidener, boer. “Zullen we maar gewoon naar huis gaan? Ik voel mij niet zo lekker..”

Enigszins gepikeerd reken ik ons drinken af en haal de rolstoel van de rem af waarna ik rustig aan de terugweg richting het huis van mijn ouders begin. Door mijn jaren in de zorg voelt het duwen van een rolstoel als een vertrouwd iets. Ik realiseer mij plots hoe licht mijn moeder is, ze kan niet veel meer dan 50 kilo meer wegen. De kanker vreet haar bijna letterlijk van binnen op..Dan is er opeens de schaamte. Wie ben ik om in de laatste weken van mijn moeders leven mijn eigen kinderlijke verlangen naar een mooie herinnering door haar strot te duwen? Na alles wat ze mij gegeven heeft -niet in de minste plaats het leven zelf!- is dit hoe ik haar terugbetaal? Ik schud mijn hoofd terwijl ik overmant word door een allesoverheersend gevoel van schaamte. Ze weet het eenvoudigweg niet meer. De kanker en de morfine hebben ook haar geheugen weggeslagen, en mijn vragen hebben dat alleen maar benadrukt.

Midden op de weg stop ik plots, en ik omhels haar terwijl de tranen over mijn wangen rollen. “Het spijt mij zo mama, het spijt mij zo”

En voor de laatste keer ooit weet zij mij te troosten.

Laat me los
Ik kan het… alleen
Maar houd me vast als het nodig is, in gedachten
en ik vind je in alles om me heen
Maar al denk ik soms dat het zo beter is
Kan ik het niet helpen dat ik je soms mis

Maaike Ouboter – Dat ik je mis

Leave a Reply