Serilea (*)

Ik vlieg door de lucht, er is een strakblauwe hemel en een prachtige zon. Om de één of andere reden moet ik denken aan Ierland, hoewel ik er nooit geweest ben. Ik land zachtjes op een groene berghelling, bedekt met gras en prachtige bloemen overal om mij heen. Er is iemand bij mij die ik goed ken maar nooit meer spreek. Zij steekt haar hand naar mij uit als ik geland ben, en wij omhelzen elkaar. Het voelt als een gelukkige hereniging na een veel te lange tijd. Ze draagt volledig witte kleding (helemaal niets voor haar overigens, maar dat terzijde) en ik lijk gekleed in een ceremonieeel gewaad van katoen, beige met een paars lint als riem.

We gaan zitten en beginnen te praten over waar we zijn. Again, ik moet denken aan Ierland maar in de droom praten we daar niet over. Er is iets belangrijks dat gedaan moet worden, maar we weten dat er nog tijd genoeg is en dat het nu even vrij spelen is. We gaan bloemen plukken, en maken voor elkaar kransen die we om elkaars nek hangen. Er is een korte zoenscene, maar die heeft geen enkele erotische of liefdevolle associatie, hoewel het goed voelt. Dan lijken wij ons tegelijkertijd te beseffen dat de tijd gekomen is om aan het werk te gaan, we draaien ons om en lopen hand in hand de berg op. In mijn linkerhand heb ik een klaproos, om de één of andere reden voelt deze heel belangrijk.

Naarmate we hoger komen begint het donker te worden, de lucht betrekt met grijze wolken en het begint te sneeuwen. We lopen beide op blote voeten maar er is geen kou, we lijken zelf voor genoeg warmte te zorgen zolang onze handen elkaar maar vast houden. Er verschijnen dieren om ons heen, beren, wolven en slangen.… Lees gerust door