Sukhothai – vergaan maar niet vergeten

The stones here speak to me, and I know their mute language. Also, they seem deeply to feel what I think. So a broken column of the old Roman times, an old tower of Lombardy, a weather- beaten Gothic piece of a pillar understands me well. But I am a ruin myself, wandering among ruins.

Heinrich Heine

Sukhothai was de bakermat van wat wij nu kennen als de Thaise beschaving ( gegrondvest in of rond 1238), een luisterrijke stad  die -net als Ayutthaya- uiteindelijk met de grond gelijk gemaakt is door binnenvallende vijandige volkeren. Dit rijk was tevens het beginpunt van het Boeddhisme als staatsgodsdienst (correcter zou zijn : levensovertuiging) zoals  in het tegenwoordige Thailand nog steeds het geval is.Eendachtig de veerkracht die de Thai nu eenmaal lijkt te kenmerken bouwde men na de vernietiging van de originele stad een kilometer of 12 verderop eenvoudigweg een nieuwe stad onder dezelfde naam, tegenwoordig een populaire bestemming voor toeristen. Die laatstgenoemden komen bijna allemaal voor het Historical Park, de resten van de originele stad die -wederom net als Ayutthaya- tegenwoordig op de werelderfgoed lijst van Unesco staat. De schaal van vernietiging is iets (maar dan ook echt iets) kleiner dan die in zusterstad Ayutthaya, het laat zich aanzien dat de Khmer strijders iets minder grondig te werk zijn gegaan dan de Birmezen. Uiteindelijk is Sukhothay een 140 jaar lang het centrale punt van het opkomende Thaise rijk gebleven, voordat in 1378 de macht definitief werd opgegeven en het rijk een onderdeel werd van het koningrijk van Ayutthaya.

Wat rest is, zoals altijd, de herinneringen. Als je door het prachtige Historical Park loopt (dit omvat het gebied binnen de oorspronkelijke stadsmuren, ruwweg 2 bij 1,5 km) is het in tegenstelling tot in Ayutthaya niet zo heel erg moeilijk om je voor te stellen hoe het er honderden jaren geleden moet hebben uitgezien.… Lees gerust door

Chiang Mai – oase in het noorden

Not all those who wander are lost.”
― J.R.R. Tolkien, The Fellowship of the Ring

Na de historische luister van Ayutthaya vormt het contrast van de bruisende levendigheid van de 2e stad in Thailand een mooie afwisseling. Een korte beschrijving :

Chiang Mai of Chiengmai (เชียงใหม่), is de hoofdstad van de provincie Chiang Mai. De plaats ligt zo’n 700 km ten noorden van Bangkok tussen de hoogste bergen van het land. De rivier de Ping stroomt door de stad en is een zijrivier van de Menam.

De laatste jaren is de stad in hoog tempo gemoderniseerd, maar is niet zo’n wereldstad zoals Bangkok dat is. Er zijn veel redenen waarom er jaarlijks duizenden toeristen naar de stad komen. Onder andere vanwege de belangrijke strategische ligging in het verleden in verband met de zijderoute. Later is de stad vooral een belangrijk centrum geworden voor handwerken, paraplu’s, juwelen (voornamelijk zilver) en houtsnijwerk.

(Bron : Wikipedia)

Zo’n beetje iedere backpacker die in Thailand geweest is roemt de nachttrein naar Chiang Mai. Er is -om eerlijk te zijn- ook geen enkel ander (realistisch) alternatief, tenzij je het vliegtuig wil nemen (wat eigenlijk een doodzonde is, vanuit ecologisch opzicht maar ook omdat je natuurlijk helemaal niets meekrijgt van het landschap als je er met een paar honderd km per uur overheen zoeft). Per trein is de reis vanuit Ayutthaya naar Chiang Mai ongeveer een uurtje of elf, met de nachttrein bespaar je jezelf in ieder geval de moeite van een hotel/guesthouse boeken én je bent niet een hele dag kwijt aan het reizen. Tot zover mijn promopraatje voor nu 🙂

 De resten van de stadsmuren en -poorten die de oorspronkelijke stad scheiden van de moderne expansies zijn gedeeltelijk gerestaureerd en geven een idee van hoe het er honderden jaren geleden uit moet hebben gezien.… Lees gerust door

Ayutthaya – De schoonheid van vergankelijkheid

This is the beginning and the end of the world right here. Look at those patient Buddhas lookin at us saying nothing.
― Jack Kerouac, The Dharma Bums

(Klik voor grooooot)

Als je de geijkte backpackersroute volgt van Bangkok naar Chiang Mai is Ayutthaya de perfecte eerste tussenstop. Ooit (rond 1350) gegrondvest als de nieuwe hoofdstad van het Siameese rijk na de val van Sokhuthai (waarover later vast nog een keer meer) , bevatte deze stad tijdens haar hoogtijdagen meer dan 400 tempels en duizenden boeddhabeelden. In 1767 is deze stad volledig met de grond gelijk gemaakt door de invallende Birmezen in een voor die tijd ongekende slachting, de stad had op dat punt rond een miljoen inwoners en was daarmee één van de grootste steden ter wereld.

De reis vanuit Bangkok naar Ayutthaya duurt met de trein ruwweg een uur, in theorie tenminste. In mijn specifieke geval kwam ik vier en een half uur later op mijn bestemming aan dan mijn kaartje vermelde (eat that NS!). Een treinreis per 3e klasse is echt een belevenis ; ik was volgens mij de enige westerling in een wagon vol Thai die met kippen, complete maaltijden en volop kakelend vol goede moed aan de reis begonnen. Dat van die maaltijden begreep ik pas op het moment dat we voor de eerste keer een dik half uur stil stonden in nergensland, en dit patroon herhaalde zich gedurende de verdere reis nog een aantal keren. Verwacht echter geen luxe, de enige ventilatie was bijvoorbeeld een openstaand raam en de banken zijn van hout.

Tegenwoordig is de stad Ayutthaya opgedeeld in twee gedeeltes ; het oude en nieuwe deel. Mijn guesthouse was Baan Eve , aan de rand van de oude stad. Graag wil ik bij deze even een lans breken voor dit Guesthouse, het is misschien niet de meest luxueuze plek om te slapen maar mijn kamer was schoon, voorzien van airo + eigen badkamer en de centrale ruimte van de Guesthouse is een volledig ecologisch gebouwde boomhut met op de bovenste verdieping een aantal hangmatten.… Lees gerust door

Bangkok – een overlevingsgids

De stad van engelen, de grote stad, de woonplaats van de Smaragdgroene Boeddha, de ondoordringbare stad van de god Indra, de grote hoofdstad van de wereld die met negen kostbare edelstenen is begiftigd, de gelukkige stad, rijk aan een enorm Koninklijk Paleis dat de hemelse woonplaats gelijkt waar de gereïncarneerde god regeert, een stad die door Indra is gegeven en die door Vishnukarn is gebouwd.

(Nederlandse vertaling van de officiële naam van Bangkok : Krung Thep Mahanakhon Amon Rattanakosin Mahinthara Ayuthaya Mahadilok Phop Noppharat Ratchathani Burirom Udomratchaniwet Mahasathan Amon Piman Awatan Sathit Sakkathattiya Witsanukam Prasit , vaak afgekort tot ‘Krung Thep’)

Bron : Wikipedia

Toen ik begin Februari voet aan de grond zette op Suvarnabhumi Airport ( internationale code : BKK) had ik geen idee van wat mij te wachten stond. Zoals iedere brave backpacker had ik uiteraard mijn Lonely Planet braaf in mijn  backpack zitten (en er daadwerkelijk zo links en rechts wat in gelezen (je moet toch wat als je in totaal zo’n 20 uur onderweg bent) maar als je nog nooit eerder in Azië en Thailand specifiek geweest bent is er helemaal niets dat je kan voorbereiden op de schok die je te wachten staat in deze stad. Daar sta je dan, helemaal kapot van de jetlag en het slaapgebrek (hoe de FUCK kunnen mensen slapen in een vliegtuig?!?) en geen idee wat te doen. De paspoortcontrole en het verkrijgen van je visum gaat allemaal nog wel op de automatische piloot, je vult al in het vliegtuig je arrival/departure kaart in en levert die bij de douane in. Vervolgens wordt er een foto van je genomen en niet de beambte je vertrekkaart netjes in je paspoort, waarna je kan doorlopen naar de bagageband. Vergis je niet, dit is een groot vliegveld ; het doet niet onder voor bijvoorbeeld Schiphol (en dat houdt dus in dat je je helemaal te pleuris loopt!).… Lees gerust door

Thailand – een eerste (verpletterende) indruk

Zonsondergang in het aardse paradijs (Ko Payam)

Thailand, dat is

Geript worden door een TukTukdriver in Bangkok,

Onverwachte reisgenoten treffen in Ayutthaya,

Met verwondering toekijken hoe de zon daalt achter een eeuwoude ruïne,

Niet kunnen slapen in de nachttrein naar Chiang Mai terwijl de kilometers netjes in afgemeten hoeveelheden staal onder je doorflitsen

Tijdens een dienst gaan zitten in een tempel en voelen hoe het Nirwana zich over je heen vleidt als een laken van zijde,

Vol ontzag wandelen door de resten van wat eens het religieuze centrum van Sukhothai was,

Dat éne geniale restaurantje aan de overkant van de straat,

Om half zes ‘s ochtends met je slaperige hoofd uit de nachtbus naar Ranong gesmeten worden waarna je wordt opgevangen door een hyperactieve en veel te wakkere TukTuk driver

Met 20 man in een voertuig dat op z’n hoogst geschikt is voor 10 in het schemerduister van een voorzichtig opkomende zon door de straten van een slaperig stadje scheuren

In een speedboot over de golven scheren op weg naar je volgende bestemming,

Achterop een brommer een tropisch eiland doorkruisen,

Teveel Chang biertjes drinken en praten over de zin van het leven,

‘s Ochtends vroeg zó uit je bungalow de Indische oceaan inrollen aan de kust van het paradijselijke Ko Payam,

Mojito’s drinken op het strand,

‘s nachts in je eentje met op de achtergrond de rollende oceaangolven op het strand zitten te huilen omdat je je hondje zo verdomde erg mist waarna er plotseling een teefje met twee pups opduikt en tegen je aan komt liggen als een warme deken van troost en liefde,

Met een pas verworven vriend ietwat aangeschoten al gitaarspelend en zingend over het strand zwalken opzoek naar ‘lekkere mädchens’ [sic] terwijl een spontaan een dronkemanslied ontstaat,

Je rug gruwelijk verbranden tijdens je eerste snorkelduik waarna je dagen lang je tshirt moet aanhouden,

Het zachte geluid van Goa Trance van het feestje bij de buren dat je in slaap wiegt,

Dit opschrijven zittend op een bamboeterras in de schaduw van een Palmboom,

Dát is Thailand.