Daarheen en weer terug: een experiment II

Mont Saint-Michel.

Eindelijk.

Een plek waar mythe, geschiedenis en het nu naadloos in elkaar overvloeien. Het is een plek die tot de verbeelding spreekt, waar een kleine 1400 jaar historie letterlijk aan je voeten ligt. Even een korte geschiedenisles :

Mont Saint-Michel werd destijds gesticht door de heilige Aubert rond 700, die op de berg in eenzaamheid en verbondenheid met de natuur en de zee kwam bidden. Volgens de legende zou de Aartsengel Michaël verschenen zijn aan de heilige Aubert, die visioenen kreeg over een kerk op de rots. St. Michaël beval de monnik om daar een kerk te bouwen, en de monnik begon in 708 aan de kerk op de rotspunt, dicht bij de kust, te bouwen.

In 709 was de kapel af en konden er 100 mensen in. In de loop van de tijd bouwden de monniken daar een klooster op en vergrootten de kapel tot een kerk. In de 9e eeuw en de eerste helft van de 10e eeuw was er maar alleen een klooster op het rotseiland. Het kon bereikt worden met een sloep of een schip. Dat was ook nodig voor de bevoorrading van het klooster. In 966 kwamen de Noormannen of beter, de Normandiërs op het rotseiland. Ze bouwden onderaan en rondom het klooster op de rotshellingen, woonhuizen. De bekeerde Normandiërs woonden daar voortaan met hun gezin. De Benedictijnen mochten er blijven. De stenen waarvan de kerk en het klooster gebouwd werden, kwamen van de eilanden Jersey en Guernsey, die op 22 km van de rots liggen. De kloosterlingen en inwoners van Avranches kapten de stenen van de eilanden en brachten ze per schip tot aan de voet van de rots. Een groot raderwiel dat binnen de kloostermuur aan de westkant stond, werd rondgedraaid door 4 à 5 personen, om de bouwstenen langs de rotshelling naar boven te hijsen.

Lees gerust door