Decem Annus

Een schrijver -in ieder geval deze schrijver- is denk ik per definitie gebonden aan zijn introspectie. En wat is een beter moment voor introspectie dan oudjaarsavond, al helemaal als er een spiksplinternieuw decennium verwachtingsvol voor de deur staat te fonkelen. Ik wil niet iemand zijn die met zijn rug naar de toekomst naar het verleden staat te staren, maar alsnog is juist deze avond per definitie geschikt om eens terug te kijken op tien jaar in-het-leven-van, in de hoop dat het grotere narratief zichzelf bloot zal geven.

Tien jaar geleden was ik op 34 jarig leeftijd net in het bezit van mijn rijbewijs. Ik ging terug naar Edinburgh, de stad waar ik een stukje van mijn hart achter heb gelaten; verstopt in een hoekje ergens tussen de royal mile en Arthur’s seat. In een achterzaaltje ergens in Antwerpen luisterde ik met tranen in mijn ogen en kippenvel over mijn hele lijf naar (de in 2019 overleden) Roky Erickson die na jarenlang balanceren op en net over het randje van de waanzin de weg naar onze realiteit teruggevonden had. Toevalligerwijze had ik daar eerder in 2010 een stukje over geschreven. Uitgerekend hij had mij 15 jaar eerder tijdens een nacht waarop ik zelf de weg naar huis in mijn eigen hoofd niet meer weten terug leek te kunnen vinden een lichtpuntje weten te vormen in de duistere waanzin van mijn psyche met het prachtige ‘I had to tell you‘ , en om een optreden van hem van mijn bucket-list te kunnen halen was als een geschenk van de goden zelve. Als schrijver begon ik steeds meer te zoeken naar mijn eigen stijl die zich tot op de dag van vandaag het beste laat omschrijven als een mengelmoes van feit en fictie, ik denk dat deze post daar een goed voorbeeld van was.… Lees gerust door

Solstitium

De zonnewende (Latijn: solstitium oftewel zonnestilstand) is de gebeurtenis waarbij de zon, gezien vanaf de aarde, haar noordelijkste of zuidelijkste positie bereikt. Deze schijnbare beweging keert letterlijk om op het moment van de zonnewende.

(Bron : Wikipedia)

Alleen het geluid van mijn voetstappen doorbreekt de oorverdovende stilte van deze kerstavond. De etalages zijn donker, vanavond is er geen behoefte meer om de toevallige voorbijganger over te halen tot een laatste aankoop en dus zwijgt zelfs de verlichting voor even. Donker. Donkere etalages, donkere straten – donker in mijn hoofd. Ik zucht even en trek mijn sjaal wat hoger terwijl mijn ogen over de vochtige klinkers dwalen, vanavond vormen mijn voetstappen en de diffuse oranje weerspiegeling van de sporadische straatverlichting in de straatstenen voor even mijn enige gezelschap. Ik sla een hoek om en zie in de verte een stelletje innig gearmd lopen, haar hoofd op zijn schouder. Het beeld en het bijhorende besef raken mij als een mokerslag, het is weer zover:

Alleen.

Zoals bijna ieder jaar opnieuw vind iedereen de warmte bij elkaar in de vertrouwde en veilige geborgenheid van het gezin. Iedereen behalve ik. Even stop ik met lopen maar de verwachte golf van zelfmedelijden blijft tot mijn grote verrassing achterwege. Dat is een teken van vooruitgang besef ik mij terwijl ik weer begin te lopen. Mijmerend loop ik de laatste paar honderd meter richting mijn huis, open de portiekdeur en neem de trap naar de eerste verdieping. Terwijl ik door de hal richting mijn voordeur loop hoor ik opeens iets dat op een zacht gesnik lijkt achter de voordeur van mijn bijna buurvrouw. Als vanzelf stop ik met lopen om te luisteren, en ja: de typische hortende en stotende ademhaling van iemand die een huilbui probeert binnen te houden. Even dwaalt het beeld van de bewoonster van de flat voor mijn geestesoog, ik ben haar de afgelopen dagen een aantal keren tegengekomen terwijl ze haar hond uitliet, hoe zag ze er toen uit?… Lees gerust door

Schrödinger’s email

“Ploink” doet mijn telefoon met het bekende ‘je hebt een nieuwe mail’ geluidje. Even is er twijfel maar ik laat het scherm even oplichten om de afzender te kunnen zien, en het is inderdaad de mail waar ik al een tijd op zit te wachten. Mijn vinger zweeft al boven het icoontje om de mail te openen maar dan is er plots toch weer die aarzeling.

Vanaf het moment dat ik de mail gelezen heb zal er iets…veranderd zijn. Er zullen deuren sluiten, en andere weer open gaan – ik weet alleen nog niet welke specifieke deuren er open en dicht zullen gaan. Ze bevinden zich min of meer in een superpositie zolang ik de mail nog niet gelezen heb, tenminste: zover het mijn perceptie betreft. De mail is allang geschreven, de beslissing die er aan ten grondslag ligt ongetwijfeld al dagen geleden genomen. En toch, voor mij – de waarnemer – zal de superpositie pas veranderen in één van de beide mogelijkheden als ik de mail lees.

Weer die twijfel.

Wat nou als de inhoud niet overeen stemt met wat ik het allerliefste wil? En die gedachtetrein leidt als vanzelf naar het volgende gedachtestation: Wat is het dat ik het allerliefste wil? De ironie is dat ik pas met zekerheid zal weten wat ik écht wil vanaf het moment dat mijn ogen de letters verslonden zullen hebben. Ik heb altijd een bepaalde aantrekkingskracht gevoeld bij het idee om belangrijke beslissingen over te laten aan de chaotische wetmatigheid van het toeval (bijvoorbeeld door het opgooien van een munt) juist vanwege het feit dat -ongeacht de uitkomst- je in ieder geval meteen weet wat je écht wilde omdat je of een zweem van geluk óf een vleugje spijt voelt zodra je de uitkomst ziet.

Ik inhaleer diep, houd de adem vast en reik naar mijn telefoon.… Lees gerust door